Het leven op de achterweide deel 1

Door Kelly Martin gepubliceerd op Friday 03 May 15:55

Kennismaking

 

Voor het moeras begon had je de Achterhof waar eens een grote herenboer resideerde. Maar de hele zaak brandde af en slechts de muren bleven staan. De boer had het geld van de verzekering aangepakt en was met de noorderzon vertrokken, er werd nooit weer iets van hem vernomen. Wat bleef was een deels overwoekerde ruïne waarover allerlei spookverhalen de ronde deden.

 

Langs deze ruïne liep een oud karrenspoor dat in de volksmond werd aangeduid als Achterweide. Het spoor liep dood en stopte ongeveer 500 meter voor de grens. Daar stonden enkele oude daglonershutten, krotten volgens sommige. Opgetrokken met leem en heideplaggen, afgedekt met riet. Hier en daar wat houten bouwsels waarvan je zou verwachten dat ze bij de eerste beste najaarsstorm zouden omwaaien, doch dat deden ze nooit.

In die exotische verzameling bouwwerken huisden het huttenvolk bestaande uit stropers, schuinsmarcheerders en smokkelaars. Een hechte gemeenschap aangevoerd door een ouwe heks genaamd Lammechien, de gifmengster. Bij nacht en ontij op pad om te roven en stelen. En wee degen die hen tegenwerkte! Het stinkende moeras was verraderlijk en velen zouden er hun laatste rustplaats hebben gevonden. De achterweide was verboden gebied voor jongens als ik, daar was het niet koosjer!

 

Maar aangezien alles waar men ouders fel tegen gekant waren in feite een aanbeveling was dat uitnodigde voor nader onderzoek, duurde het niet lang voor mijn voeten sporen maakte op de achterweide. Research bij mijn Opa leverde een ander beeld op. Die ouwe had in zijn tijd het nodige gesmokkeld en het bleek dat hij goed op de hoogte was. Lammechien moest ik wel kennen zei hij, ze verkocht kruiden op de markt. Ze was getrouwd (tenminste dat werd aangenomen) met Gerrit, de imker. Ik moest maar eens gaan kijken en hij stuurde me met een boodschap voor Lammechien op pad. Onverdund bosbessensap en koud geslagen honing had hij nodig. Het eerste voor de schijterij en het tweede voor de wondbehandeling.

 

En zo kwam de dag dat ik voor het eerst kennis maakte met Lammechien, mijn tweede moeder. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik was onmiddellijk gefascineerd door al die geurtjes die veroorzaakt werden door de ontelbare potjes die door het hele huisje verspreid stonden. En ik moest uiteraard overal even mijn neus in steken, zoals wel vaker. En Lammechien vertelde me wat het was dat daar zo sterk geurde en wat het met mens en dier kon doen.

Uren heb ik met haar haar doorgebracht tot de avond viel en Gerrit uit de bedstee kwam. Gerrit was behalve de keizer van de bijen ook de koning der smokkelaars en het werd tijd voorbereidingen te treffen voor een nachtelijk tocht door de moerassen. Ik wenste hem veel succes en wees hem nog op de nieuwe kommies die onlangs was aangesteld. Een rechtlijnig denkend eng mannetje die volgens mij zelfs op het schijthuis nog in de houding zat.

 

Uiteraard keerde ik veel te laat thuis, ver na het avondeten. Dat zwerven moest maar eens over zijn. Ja hoor mam! En elke keer als ik op school weer in slaap dreigde te vallen, verdween ik weer. En als ik niet bij mijn Opa terecht kon omdat hij zich weer had laten intimideren door zijn dochter, bezocht ik de Achterweide. Mijn leerschool voor het genezen met kruiden, wildbeheer en hoe je in vrijheid kon leven. Ik heb er meer geleerd van het leven dan ik ooit in al die saaie jaren in de schoolbanken heb gedaan. De droogkloten voor de klas konden niet tippen aan de kleurrijke types van de Achterweide. Mijn aantal spijbeluren stegen explosief en ik moet volgens mij nog steeds recordhouder zijn.

 

End of part 1

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dank je lieverd, zit ik niet voor niets mijn geheugen te kraken.
Ga dit verhaal zeker volgen.