Ervaringen autorijles

Door Nelly1 gepubliceerd op Tuesday 30 April 19:59

 

Autorijles….Aanhouder wint!
 
Vol goede moed stapte ik net als zoveel leeftijdsgenoten op mijn achttiende in de lesauto voor mijn eerste autorijles. 
De bediening van de auto ging meteen al wat moeizaam, waardoor de rijinstructeur me tot vervelens toe bochtjes liet maken op een verlaten  industrieterrein.
‘Heb je al een beetje berekend hoe lang je erover gaat doen?,’ zei de rijinstructeur op voorzichtige toon na les zes, toen hij het eindelijk aangedurfd had met me de weg op te gaan.
‘Eh…nee..’ 
‘Ik denk dat het een lange, lange weg gaat worden. Reken maar op zo’n twee jaar.’ Het klonk als een stille noodkreet.
Dat zinnetje heb ik vanaf toen nog vaak in mijn hoofd horen bonken. 
 
De volgende les. De rijinstructeur controleerde nog steeds of mijn voeten wel goed op de pedalen stonden, en helaas kon ik dat ook vandaag niet voorkomen.
‘Eh…..ja vandaag had ik toch iets heel stoms… Kom ik op school en zie ik opeens dat ik per ongeluk een laars en een schoen aan heb. Ik had vanochtend nogal erg haast om de bus te halen…dus vandaar denk ik… ‘, biechtte ik op.
Ik  verwachtte dat hij keihard  in lachen uit zou barsten om deze maffe blunder, maar in plaats daarvan klonk er slechts een bedenkelijk ‘oh’.
 ‘Start de motor maar… We gaan naar het industrieterrein.,’ zei hij en zijn stem klonk down.
 
Tsja, het verkeer en ik…
Auto’s fietsers, voetgangers, verkeersborden. Ik  zag het allemaal op me afkomen en te midden van deze chaos wist mijn hoofd geen enkele orde te scheppen.
Drie rijinstructeurs, honderd lessen verder en heel wat centjes armer besloot ik dat het wel welletjes was. Autorijden leek voor mij niet te zijn weggelegd.
Het  reactievermogen van de rijinstructeur werd nog teveel op de proef  gesteld. Als hij daar niet in uitblonk zouden er al heel wat nietsvermoedende oude dametjes achter een rollator, fietsers, spelende kinderen…van hun sokken zijn gereden. 
Na acht jaar scooter rijden door weer en wind  trok ik de stoute schoenen aan en besloot ik het toch nog maar weer eens te proberen. 
De rijinstructeur die ik nu had bleek geen gemakkelijke man, en aangezien ik hem mijn autorijlesverleden had verteld dacht hij toch dat ik gewoon wat last had van gemakzucht. 
Hij moest namelijk tè vaak in herhaling vallen. 
Vooral bij het instappen en wegrijden van de auto, waar hij telkens weer het hele riedeltje opnieuw voor me moest opdreunen.
‘Je zit niet voor ’t eerst in de auto he….!,’ schreeuwde hij elke keer weer wanneer ik op van de zenuwen de auto wilde starten, terwijl mijn stoel nog  veel te ver naar achteren stond. 
‘ Hoe vaak moet ik dat nog zeggen! Eérst je stoel goed zetten, dan je buitenspiegels, binnenspiegel…’
 
Daarna werd zijn geduld alweer op de proef gesteld.
‘Ik heb toch gezegd, ALTIJD  in zijn twee door de bocht!’, schreeuwde hij. 
Beschaamd minderde ik gas.  
Bij de volgende bocht bleef ik netjes in de tweede versnelling rijden. ‘Wat doe je nu?,’ zei de rijinstructeur geërgerd. ‘Hier kun je gemakkelijk in zijn drie doorheen. Dat snap je toch ook wel he.’
Naar mijn idee was er niet veel verschil in scherpte tussen de twee bochten.
Het gevolg was vreemd twijfelgedrag bij iedere bocht, want bij de verkeerde beslissing kon ik weer een flinke brul verwachten. 
 
Toen we de volgende leerling op moesten halen kon ik er heel even wel de humor van inzien.
Gelukkig maakten andere leerlingen ook net zulke duffe fouten als ik.
We waren gestopt voor het huis van de volgende leerling, die opgehaald moest worden.
‘Jij mag naar de achterbank.,’ zij de rijinstructeur. Ik was altijd weer even opgelucht wanneer de  les er weer opzat. 
Maar er verscheen geen leerling. De rijinstructeur probeerde hem telefonisch te bereiken, en na een aantal keer geen gehoor  verscheen er dan toch leven aan de andere kant van de lijn.
Autorijles? Dat was hij helemaal vergeten. Hij moest nog uit zijn bed getrommeld worden met een lichte kater, want de avond ervoor was hij naar een feestje geweest tot diep in de nacht.
Een blonde jongen, bijna twee koppen groter dan ik, verscheen na lang wachten met een slaperige kop in de auto. Zonder de stoel te verzetten en naar de spiegels te kijken of die wel goed stonden, wilde hij zó wegrijden. ‘Wat zeg ik nou altijd??? EERST je stoel goed zetten! Dat moet ik nu niet elke keer weer moeten zeggen hoor.,’ zuchtte de rijinstructeur.
Het was een grappig gezicht. Zijn lange lijf die door de stoel bijna tegen het dashboard werd gedrukt.
Toen ik bij mijn huis werd afgezet en uit de auto was gestapt, hoorde ik de auto flink kreunen en zuchten en uiteindelijk uitvallen.  Hortend en stotend kwam de Toyota  een paar tellen later weer in beweging.
Ik keek nog even achterom en zag de rijinstructeur zuchtend een paar keer met zijn ogen draaien.
 
Zo’n veertig lessen later was de moed me compleet in de schoenen gezakt. 
Ik huilde het uit bij mijn ouders die zich afvroegen of ik niet beter gewoon kon stoppen.
‘Je hebt je best gedaan..’
Maar het was nu of nooit. Dus stapte ik de volgende les maar weer gewoon in de lesauto. 
De rijinstructeur had ondertussen wel door dat ik gewoon een handicap had.
‘Er is nog nooit iemand bij mij gezakt en ik heb heel wat probleemgevallen gehad. Dus jij haalt het ook wel een keer hoor.,’ zei hij. Dit gaf me weer wat moed.
Toen hij uiteindelijk een beetje door had hoe ik in elkaar zat, wist hij me op de juiste manier aan te pakken. Waar de meeste rijinstructeurs mij ’t zelf op lieten lossen, probeerde hij alles zoveel mogelijk in mijn hoofd te stampen zodat ik het nooit zou vergeten.
In ieder geval had hij een andere lesmethode dan één van zijn beroepsgenoten van een andere rijschool die we vaak en altijd stilstaand tegenkwamen. 
Volgens mijn rijinstructeur ging het niet goed met deze rijschool en bestond zijn uitgedunde klantenbestand nog slechts uit wat oudjes mèt rijbewijs die een opfriscursus nodig hadden.
‘Wat doet hij nou….!,’ riep hij verontwaardigd en ik keek naar de inmiddels  overbekende auto aan de andere kant van de weg. Ik zag een man driftig tekeningen maken, hangend op het dashboard.
 ‘Altijd als we hem tegenkomen staat hij ergens stil. Zo kan ik ook wel autorijles geven. Van wat tekeningetjes maken leer je écht geen autorijden!’
 
Je gelooft het misschien niet, maar de dag kwam dat ik mocht afrijden. Om er maar over te zwijgen dat, dat me zo ’n honderd lessen heeft gekost.
Nadat ik drie keer was gezakt heb ik nog een rijtest gedaan bij het CBR, om te testen of mijn reactievermogen wel  in orde was. Volgens de examinator die de rijtest met me aflegde was dit mijn probleem niet. Wél viel het hem op dat ik niet goed genoeg het verkeer voor me scande.
Maar bij het vijfde rijexamen was ik dan eindelijk, eindelijk geslaagd.
Ik herinner me het blijde gezicht van de rijinstructeur nog die me een meer dan gewone stevige handdruk gaf. ‘Gefeliciteerd!! En nu snel de auto in, anders verleer je het weer.,’ zei hij streng.
Hij had ook een overwinning behaald. Hij had het voor elkaar gekregen een rampgeval als mij te leren autorijden. 
Maar toch, beeldde ik het me in,of bemerkte ik een vleugje angst bij hem nu de realiteit tot hem doordrong? Ik mocht nu zonder begeleiding als automobilist aan het verkeer deelnemen.
Nog steeds blij met mijn rijbewijs kan ik na twee jaar met een gerust hart melden dat je 't toch het snelst leert wanneer je eenmaal zelf de weg op gaat.
 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dankjee
Ik deed er ook lang over, iets minder lang dan jouw verhaal weliswaar, maar desalniettemin - lang. ;0
Welkom op Plazilla btw