Gemmotherapie, geneeskracht van knoppen

Door Herborist gepubliceerd op Tuesday 02 April 16:21

 

Gemmotherapie is een vorm van fytotherapie, gebaseerd op bereidingen van embryonale plantenweefsels die zich in een stadium van snelle celdeling of groei bevinden. Men noemt deze therapievorm daarom ook wel fyto-embryotherapie.
 
Gemmotherapie is zowat 45 jaar oud. De grondlegger van deze therapievorm is de Belgische arts Pol Henry (1918-1988). Een andere bekende naam binnen de gemmotherapie is Max Tétau, een Franse homeopaat-fytotherapeut. Samen met dr. C. Bergeret is hij vooral verantwoordelijk voor al het klinisch onderzoek dat is uitgevoerd naar de praktische toepasbaarheid van de gemmotherapie. Veel van de door Pol Henry  gebruikte bomen en heesters uit parken en plantsoenen (o.a. liguster, mamoetboom haagbeuk, esdoorn, wollige sneeuwbal en olm, waren immers nooit eerder als kruid toegepast. De specifieke eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van de verschillende preparaten, die afwijken van die van kruiden en/of homeopathische geneesmiddelen, maken van gemmotherapie een verrijking binnen het arsenaal van de natuurgeneeskunde.
 
Verschil en verwantschap met fytotherapie
De gemmotherapie onderscheidt zich op twee punten van de fytotherapie:
  • de gebruikte plantendelen (vooral knoppen)
  • de bereiding
De gebruikte plantendelen 
Voor de bereiding van de verschillende preparaten worden uitsluitend verse plantendelen gebruikt die in de groeifase verkeren. Embryonale plantendelen kenmerken zich door hun hoge biologische activiteit: de vele ongedifferentieerde cellen delen zich snel en veelvuldig. Omdat deze plantendelen zich in het stadium van actieve celdeling bevinden, bevatten ze een hoog gehalte aan specifiek werkzame verbindingen die in veel geringere concentraties aanwezig zijn in andere plantendelen, stoffen o.a. groeifactoren, flavonoïden, specifieke proteïnen, hormonale groeistoffen, auxinen en gibberellinen.
 
De bereiding
De bereiding van de preparaten, waarbij er gedurende minimaal drie weken extracten op basis van een mengsel van glycerine en alcohol bereid worden, verloopt volgens de Franse farmacopee (1965). De gewichtsverhouding tussen het plantmateriaal en het extractiemiddel is 1 op 20. Embryonaal plantenweefsel bevat vele actieve ingrediënten, zoals planthormonen; organische stoffen die zich binden aan een receptor (meestal een proteïne). 
Na de extractieperiode wordt het plantmateriaal onder hoge druk uitgeperst en vervolgens gefiltreerd. Het zogenaamde glycerinemaceraat geeft een zo volledig mogelijk extract  van de specifieke en complexe samenstelling van de gebruikte jonge plantendelen. De zo verkregen oplossing kan pas op de juiste manier worden toegepast nadat het 1 op 10 verdund is in een mengsel van water (20), alcohol (30) en glycerol (50). Volgens Tetau staat deze verdunning garant voor een maximale en constante effectiviteit. Deze bereidingswijze is namelijk noodzakelijk om de specifieke eigenschappen van de unieke groeistoffen te kunnen behouden. Het alcoholglycerinemengsel functioneert als drager waardoor de waardevolle groeistoffen van de plant via een transformatieproces in het mengsel overgaan. Alleen zo kunnen zij door de verschillende orgaanstelsels worden opgenomen (absorptieproces), omgezet (metabolisme) en uitgescheiden (eliminatie).
 
De relatie tussen gemmotherapie en ziekte
Het embryonale weefsel van de gemmotherapeutica heeft een bijzondere werking op bepaalde bloedeiwitten; de globulinen. De methodologie van de gemmotherapie is mede gebaseerd op de analyse van bloedserum. Met behulp van elektroforese kan een pathologisch proteïneprofiel ontdekt worden, waaraan een passend gemmotherapeuticum gekoppeld kan worden door ook daarvan middels elektroforese een proteïneprofiel te bepalen.
De Alnus glutinosa en Ribes nigrum beïnvloeden bijvoorbeeld vooral het gehalte aan alfaglobulinen, die in de acute fase van een pathologie verhoogt is en onder meer wijst op een verhoogde activiteit van de granulocyten, onze eerste verdedigings-linie via de  fagocytose. De effectiviteit van de gemmotherapeutica kan verklaard worden vanuit de fylogenese. De mate waarin een proteïneprofiel van een pathologie kan worden afgestemd op het profiel van een gemmotherapeuticum bepaald mede de doeltreffendheid van de therapie.
 
Detoxificatie, ontgifting
Gemmopreparaten worden veelvuldig toegepast als ontgiftingsmiddelen (detox). Het doel van deze biotherapeutische detoxificatie is de ondersteuning van het organisme bij het verwijderen van toxinen, die in het lichaam aanwezig zijn en/of door andere behandelingsvormen (o.a. de homeopathie) zijn vrijgekomen.
 
Detoxificatie via gemmomiddel
  • Darmen: Vaccinium vitis idaea
  • Lever: Juniperus communis, Rosmarinus officinalis
  • Gal:Juniperus communis, Rosmarinus officinalis
  • Nieren: Betula pubescens, Juniperus communis
  • Maag: Ficus carica, Alnus glutinosa
  • Long: Viburnum lantana, Corylus avellana
  • Huid: Ulmus campestris, Cedrus libani
  • Slijmvliezen: Ribes nigrum
  • Hart: Crataegus laevigata, Cornus sanguinea en Syringa vulgaris
  • Aderen: Sorbus domestica, Aesculus hippocastanum en Castanea vesca
  • Slagaderen:Populus nigra en Cornus sanguinea
  • Zenuwen: Tilia tomentosa en Ficus carica
De reiniging, die diep doordringt op cellulair niveau, ondersteunt de uitscheidingsorganen in hun functie. Gemmopreparaten zijn in staat om bestaande blokkades op die organen op te heffen. De reiniging werkt altijd van binnen naar buiten: de toxinen worden naar het orgaan getransporteerd en dan naar buiten getransporteerd. De reiniging heeft niet alleen betrekking op het orgaan of het weefsel, maar ook op de lichaamsvochten (bloed en lymfe) en de zenuwen.  Het zorgt voor een grondige niet agressieve ontgifting die diep doordringt op cellulair niveau. De ontgifting kan zowel inwerken op primaire (o.a. darmen, lever, gal en nieren) als secundaire (o.a. huid, slijmvliezen, hart en bloedvaten) uitscheidingsorganen.
 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.