Specerijen: over nootmuskaat

Door Herborist gepubliceerd op Wednesday 26 December 14:32

Nootmuskaat kent iedereen. Het is in de burgerlijke keuken een gewaardeerd specerij, maar wordt in minder burgelijke kringen als een alternatief hallucinogeen beschouwd. Les extremes se touche!

De nootmuskaatboom, Myristica fragrans, is zeker een bijzondere boom, al was het maar omdat hij twee specerijen voortbrengt: nootmuskaat en foelie. Het is een boom met een dicht bladerdek met wijd uitgroeiende takken, een donkergrijze schors en kleine, lichtgele, klokvormige bloemen. De glanzende, langwerpig ovale bladeren, die lijken op die van de rododendron, zijn ongeveer 10 cm lang, donkergroen van boven en aan de onderkant lichter van kleur. De vlezige vrucht lijkt op een abrikoos, is bolvormig en citroengeel tot lichtbruin van kleur. Wanneer de vrucht rijp is, splijt zij doormidden, waardoor de prachtig helderrode, netachtige zaadrok (arillus) zichtbaar wordt, die om de glanzend bruine, brosse noot ligt. Deze zaadrok kennen wij als foelie. Binnen in de noot zit één glimmend, bruin, vettig zaad, de muskaatnoot

Plinius

Plinius beschreef ze waarschijnlijk al in de eerste eeuw na Christus, toen hij het had over comacum, een boom met een geurige noot en twee verschillende aroma's. Kronieken vermelden dat in de straten van Rome reukwerken verbrand werden, die waren vervaardigd uit nootmuskaat en andere aromatische specerijen. In de zesde eeuw werden deze specerijen door Arabische handelaren uit Oost Indië naar Constantinopel gebracht. Tegen het eind van de twaalfde eeuw waren beide specerijen in Europa bekend van Italië tot Denemarken. In de veertiende eeuw stond foelie in Engeland in hoog aanzien; een pond van deze kostbare specerij vertegenwoordigde daar toen de waarde van drie schapen.

Portugezen, Britten en Hollanders en nootmuskaat

Nadat de Portugezen in 1512 ontdekten, dat muskaatbomen groeiden op het Molukse eiland Banda, konden zij de handel in nootmuskaat en foelie gedurende bijna een eeuw in handen houden - totdat zij in 1602 door de Hollanders verdreven werden. Daarna beheersten de Hollanders op meedogenloze wijze de productie en verkoop van deze artikelen. Nootmuskaat mocht alleen verbouwd worden op de eilanden Banda en Ambon en men trachtte stelselmatig alle muskaatbomen, die elders groeiden, uit te roeien. In deze pogingen werden de Hollanders echter gedwarsboomd door vruchtenetende duiven, die de verse muskaatzaden heel inslikten en ze op de nabij gelegen eilanden weer loosden; en later door de Fransen, die in 1770 gesmokkelde nootmuskaatplanten invoerden op Mauritius.

De Britten bezetten de Molukken van 1796 tot 1802 en in die tijd brachten ze de nootmuskaatcultuur eerst over naar Penang en daarna naar Singapore - waarmee zij op hun beurt het Hollandse monopolie een geduchte knauw toebrachten en er voor zorgden dat de prijzen van nootmuskaat en foelie flink daalden.

De nootmuskaatteelt werd in 1802 ingevoerd op St. Vincent in Brits West Indië. Rond 1800 werd op Trinidad begonnen met experimentele aanplantingen, waarna in 1843 begonnen werd met de ontwikkeling van wat de meest succesrijke nootmuskaatplantages op het westelijk halfrond, namelijk die op Grenada.
Nu wordt de meeste nootmuskaat geproduceerd in Indonesie (ca. 70 %), Sri Lanka, Indië en Grenada (ca. 25-30 %).

https://sites.google.com/site/kruidwis/planten-van-a-tot-z/mmyristica-fragans-nootmuskaat

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bijzonder, deze weetjes over zo'n bekende en vertrouwde specerij.