Heggerank, een klimmer in natuur en tuin

Door Herborist gepubliceerd op Wednesday 21 August 14:00
Ik kan me de eerste heggeranken nog herinneren in de holle wegen van Hoegaarden. Hoe zij met tientallen scheuten ontsproten uit die dikke bietwortel en hoe de gekrulde stengels als voelsprieten zich om tak en vinger draaiden. Planten werden voor de eerste keer levend voor mij. Ze bewogen!!! 
 
Heggerank met zijn Latijse naam Bryónia dioica is minder algemeen dan de hop en nog het meest te vinden in het duin- en riviergebied. Familie van de komkommer maar zonder komkommers en nog licht giftig ook.
Op kalkrijke zandgrond groeit hij in gezelschap van braam, teunisbloem en zandkool. In heggen en struiken begint hij, gevoed vanuit een gezwollen bitter-scherp smakende wortelstok, in maart van het nulpunt aan zijn klimpartij. Na enige maanden is een respectabele hoogte bereikt. Dat ophijsen gebeurt door ranken en niet door win­dende stengels als bij hop en kamperfoelie. Van de hoek uit waar heldergroene bladeren op lange stelen zich naar het licht richten, ontspringt een rechte spriet. Die groeit heel vlug uit en maakt voor het oog onzicht­bare, maar met de filmcamera aantoonbare, zwaaibewegingen, al zoekend naar een steun- en hechtpunt. Als dit gevonden is, houdt het zwaaien op en volgt hechting. Eenmaal vastgesnoerd, verlengt de rank zich wel degelijk in de vorm van een kurkentrekker, maar de­ze cilinderspiraal wordt zo sterk samengetrokken, dat de 'strekkende lengte' vermindert. En zo sjort de plant zich naar omhoog.
 

Tweehuizig: mannetje, vrouwtje

De ene Heggerank springt eerder in het oog dan de an­dere. Dat komt door bloemkleur en bloemgrootte. De helderwit-groene, grootbloemige plant is het mannetje, de bescheiden groene is het vrouwtje. Tweehuizig heet dat in botanische termen. Wie in de herfst tussen afstervend blad rode bessen ziet, heeft het vrouwtje gevonden. Zij is de enige uit de familie die geen komkommertjes draagt. Doordat die bessen slecht op de maag vallen, stonden zij plaatselijk be­kend als duivelsvoedsel. Dat is bepaald geen uitzon­dering. Het geloof in demonen heeft ook voor andere on­schuldige planten beledigende namen in het leven ge­roepen. Heel wat zitten nog met die belastende erfenis opgescheept. De prachtige Franse naam voor Hegge­rank Vigne blanche (witte wingerd) duidt op de blad-vorm die aan de wijnstok herinnert.
 

Medicinaal en giftig

De knotsdikke wortel graven dichters nooit uit; dat deden de apothekers, of ze lieten het doen. Wij laten ze zitten, omdat het zonde is zo'n prachtplant op te offe­ren. Ze zijn volgens een 18e eeuwse botanicus 'dikker dan de schenkel van een kind, zodat men ze nauwelijks met twee handen omspannen kan'. Er werd  een laxeer­middel uit bereid. De Duitse naam Zaunrübe (heggeknol) geeft aan hoe dik die kinderschenkel wel is. De patiënt die een goede stoelgang, maar door nier- of hartkwaal last van weefselvocht had, holde de raap uit, vulde het gat met kandij suiker, zette de afge­sneden top er weer op en bewaarde de wortel op een vochtig plekje in zijn huis. Nam hij na een dag Bryonia-suikerwater, om de twee uur een lepel, dan kwam het vocht wel los. Deze medicinale toepassing zou ik in de 21ste eeuw toch maar achterwege laten omwille van de agressieve en giftige werking van de plant. Het geeft ook aan dat er in het verleden ook wel gevaarlijke medicijnen gebruikt werden. Of konden de mensen in de Middeleeuwen meer verdragen of zijn wij te voorzichtig geworden?
 
 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Interessante plant, de heggerank. Inderdaad een riskante medicijnplant; de mensen waren vroeger misschien meer gewend aan kruiden en medicijnen daarvan? Ik zou het er nu in ieder geval zeker niet op wagen.