Wilde planten in mijn bostuin

Door Herborist gepubliceerd op Sunday 11 November 14:35

Over wilde tuinen, natuurlijke tuinen, ecologische tuinen, tuinen met inheemse planten. Een tuin als natuurgebied. Wilde planten in de bostuin

In grote, wat verwilderde parken en tuinen kun je soms mooie voorbeelden zien hoe je onder bomen en struiken met bolgewassen en grondbedekkers een rijk bloeiende, natuurlijke tuin kunt aanleggen . Bijna vanzelf­sprekend worden daar voor dit doel ook uitheemse soorten gebruikt, om­dat ze op een juiste plaats even gemakkelijk verwilderen als de inheemse soorten. Zelf ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de mysterieuze schaduwrijke bosplanten en hun biotoop. Nu we zelf een grote bostuin bezitten kunnen we experimenteren en genieten van bolgewassen, grondbedekkers en andere schaduwminnende planten in het clair-obscur van ons eigen bos.
 
Schaduwplanten: bosviooltje, bedstro en bolgewasjes

In diepere schaduw komen we bij de echte bosplanten terecht. Deze zor­gen voor een overwegend groen dek met vooral in de zomer minder bloei. Dat hoeft niet te betekenen dat er in het voorjaar geen uitbundige kleuren­pracht te zien kan zijn. De meeste bosplanten bloeien immers voor de bomen en struiken in blad zijn. Som­mige soorten, zoals de bosanemoon, sterven zelfs af voor de zomer voor­bij is. Zo'n bedekking kan bestaan uit: bosanemoon, bosviooltje, dalkruid, gele of gevlekte dovenetel, klaverzuring, lelietjes-van-dalen, lievevrouwebedstro, maagdenpalm en verschillende soorten varens oa tongvaren, die in de diepste schaduw kan groeien.
 
Klimplanten: hop, kamperfoelie en klimop
 De inheemse klimplanten hop, wilde kamperfoelie en klimop maken in de struiken en op de grond het beeld van een bosbiotoop volledig. Tussen en boven de kruidlaag is plaats voor wat hoger groeiende soorten als bostulp, gevlekte arons­kelk, salomonszegel, vogelmelk en wilde akelei. Voor het hele gezelschap zijn licht en rijke humus van meer belang dan vochtigheid of samenstelling van de oorspronkelijke bodem. Gelet op het karakter van de planten ligt het meer voor de hand om ze op gereedgemaakt terrein uit te zetten dan ze ter plekke te zaaien. Een rui­me plantafstand van gemiddeld 0,50 m is voldoende om na een paar jaar een gesloten plantendek te krijgen. Van een beperkt aantal in het begin kunt u door scheuren en weer uitplanten de natuurlijke verbreiding bevorde­ren. Wanneer we het geduld nemen om de aanleg over enkele jaren te spreiden, groeit op die manier uit een bescheiden begin een bodembedek­king van flinke omvang. Eenmaal zover, kan schoffelen worden vervangen door plaatselijk wieden totdat een toestand van evenwicht is bereikt. Het verdere onderhoud beperkt zich tot het in­tomen van te wilde planten en het bijsturen wanneer zaailingen of wor­teluitlopers te veel terrein willen ver­overen.
 
Voedselrijk biotoop
Bij een ruigere en voedselrijkere begroeiing worden sterk woekerende soorten als fluitekruid en brandnetel ten minste één keer per jaar en wel direct na de bloei gemaaid. Al het grove mate­riaal van het maaisel wordt afge­voerd om verbreiding of een te grote verruiging tegen te gaan. Mogelijk dienen door groei en verdichting van bomen- en struiken de licht­ en halfschaduwplanten op den duur te worden vervangen door de echte schaduwplanten. Het is aan te raden de begroeiing goed in de hand te houden en een gesloten vegetatie zo min mogelijk te verstoren. Zware uitdunning of sterk terug snoei van de houtige gewassen moet eveneens worden ver­meden omdat dan een spontane op­slag van woekerende planten kan ontstaan. We hoeven ons niet veel zorgen te maken over het weghalen van afgestorven plantenresten en blad. Alleen als de last te zwaar wordt moeten we plaatselijk wat ruimen, zodat lage kruiden niet verstikken.
 
Enkele bosplanten
Bleeksporig bosviooltje / Viola riviniana
Vroeger werd deze plant rivin's viooltje genoemd; hij lijkt veel op het maarts viooltje en is overigens een nogal variabele plant. Viola riviniana (10-30 cm) vormt overblijvende, breed uitgroeiende pollen. De bladeren staan in rozetten en zijn ovaal met een hartvormige voet. De bloemen verschijnen in april/mei, zijn blauwviolet gekleurd, terwijl het onderste bloemblad en de spoor lichter zijn dan de andere bla­deren. In tegenstelling tot het maarts viooltje staan de bloemen zijdelings en niet aan het eind van de stengel. Het bosviooltje ontwikkelt zich het best in lichte schaduw en op vochti­ge, humeuze grond. Het wordt ge­zaaid en is gemakkelijk te scheuren (in oktober).
•  Net als andere viooltjes een ge­makkelijk groeiende bodembedekker onder heestergroepen, langs padranden. Ze kunnen en mogen verwilderen in bosjes en onder ruige hagen.
 
Bosanemoon / Anemone nemorosa
Als het bos nog kaal is, opent de anemoon zijn witte sterbloemetjes. Met donker en koud weer blijven de bloe­men gesloten, om zich bij de eerste zonnestraal open te vouwen. De overblijvende Anemone nemorosa (10 cm) laat zijn handvormig blad gekromd uit de lange, donkerblauwe wortelstokken naar boven komen. In maart en april verschijnen de witte of roze, aan de buitenkant donkerder gekleurde bloemen. De bosanemoon groeit in normale, enigszins vochtige grond en in de schaduw. De vermenigvuldiging ge­beurt door de wortelstokken in sep­tember uit de grond te halen, te delen en de stukken weer uit te planten.
•  De bosanemoon wordt als vroege bodembedekker en voor verwildering op beschaduwde plaatsen gebruikt.
•  Toepassen met vroege bollen (crocus, blauwe druifjes), gele anemoon, sleutelbloemen en  onder een struik of on­der een haag.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Je schept een erg mooie sfeer in dit artikel. Ben zelf altijd ook fan van dit soort tuinbeplanting, vooral ook omdat het erg natuurlijk aandoet. Helaas is niet iedereen de luxe van zo'n tuin gegund;-)