Salvia officinalis, over teelt en oogst

Door Herborist gepubliceerd op Saturday 22 September 23:10

 

Salvia officinalis, Echte salie is de naam van deze geneeskrachtige plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae). Binnen de familie van de lipbloemigen vindt men naast de ‘Salvia’ ook vele andere kruidengeslachten zoals tijm, bonekruid en rozemarijn....
Het geslacht Salvia telt afhankelijk van de bron tussen de 400 en de 900 soorten, die voorkomen in tropische en subtropische gebieden en ook in de gematigde streken. Het geslacht bestaat zowel uit struiken als uit kruidachtige planten. De kruidachtige planten kunnen zowel eenjarig als overblijvend zijn. 
De Salvia officinalis is één van de vele soorten en kent op zijn beurt een aantal cultivars. In mijn tuin staan de vijf volgende soorten:
  • S.off.'Tricolor’: driekleurig blad dus, is halfwinterhard. Bladeren groen gevlekt met roze, witte randen. 
  • S.off. `Purpurea variegata': of S.o. purpurascens variegata’. Paarse (of rode) salie
  • S.off. Berggarten: geeft zelden bloemen, groeit compacter. Goed voor culinaire en medicinale toepassingen. Dit is de variëteit die je in de ‘kruidenafdeling’ van de gewone tuincentra het meest vindt. Deze variëteit wordt ook wel eens ‘breedbladige’ salie (Broad Leaf) of S.o. major genoemd.
  • S.off. Icterina: is de goudgele versie en smaakt iets milder dan de gewone salie.
  • S. lavandulifolia met smaller blad (goed geneeskrachtig)
Zelf heb ik een variëteit Salvia officinalis chemoytpe 'eucalyptol', een cultivar die enigzins naar eucalyptus ruikt.
 
Daarnaast vind je nog vele andere cultivars in de handel
  • Salvia officinalis Albiflora (wit bloeiend)
  • Salvia officinalis Aurea
  • Salvia officinalis Creme de la Creme
  • Salvia officinalis Crispa (gekruld blad)
  • Salvia officinalis Extrakta (met meer etherische olie, wordt gebruikt voor distillatie)
  • Salvia officinalis Minor Alba (smaller blad, wit bloeiend)
  • Salvia officinalis Nana (compact)
  • Salvia officinalis Purple Rain
  • Salvia officinalis Rosea
Teelt
Salie groeit het best op een zonnige plaats, in niet te vochtige, kalkrijke, alkalische en goed gedraineerde grond.  De meeste cultivars zijn behoorlijk winterhard. Afhankelijk van de soort verdragen ze temepraturen tot -10 en -20°C.
Vermeerderen van gewone salie kan door zaaien. Je zaait in maart onder glas. Je verspeent in potjes en plant begin mei buiten.
Stekken daarentegen is veel gemakkelijker en vooral sneller. Dit doe je door stevige, licht verharde kopstekken te nemen in de maand september en onder glas of plastiekfolie in luchtige grond te steken. De bewortelingstijd is `s zomers ongeveer vier weken. Na inwortelen van de stekken oppotten en de stekken laten overwinteren op een beschutte plaats buiten. In de late lente kun je ze uitplanten, op een afstand van 45 tot 60 cm. 
Liggende verhoutte twijgen wortelen vlot en kunnen eventueel losgesneden en uitgeplant worden.
 
Na 3 á 4 jaar verliezen de planten vaak hun compacte vorm. Ze kunnen dan het beste diep worden teruggesnoeid, je kan ze ook aanaarden waardoor op de stengels nieuwe wortels ontstaan of je kan de hele plant zelf dieper planten
Om de compacte planten te behouden snoei je na de bloei terug.  Zelf snoei ik elk voorjaar mijn saliestruiken redelijk diep terug. Het is dan wel telkens bang afwachten of ze terug gaan uitlopen. Bij te diep snoeien op de verhoutte steel kan de plant afsterven.
 
Oogsten en bewaren
Oogsten doe je kort voor of bij het begin van de bloei, bij droog zonnig weer (meestal mei-juni). Een tweede keer kan ook blad in augustus geoogst worden. Het blad wordt gedroogd in de schaduw bij niet te hoge temperaturen (35 °C) om de beste smaak te behouden en mufheid te voorkomen.
Dit drogen moet snel gebeuren, binnen een week. Hiervoor is een droge en goed geventileerde ruimte nodig. Gedroogd en ingevroren bewaart salie goed zijn aroma.
 
Professionele info over kruidenteelt
  • Les cultures médicinales canadiennes. E. Small en P.M. Catling. CRNC 2000 0ttawa
  • Medicinal Herbs in the garden, field and marketplace.  L. Sturdivant and T. Blakley. 1999.
  • Culture et cueillette des plantes médicinales. P. Maghami. Hachette 1979.
  • Geneeskruiden en geneeskruidenteelt. A.J. Van Laren. 1919.
  • Anbau und Qualiteitsanforderungen angewahlter Arzneipflanzen I en II. Marquard / Kroth. Agrimedia 2002.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.