Thuiskomen op school

Door Ck gepubliceerd op Friday 27 December 16:49

 

Thuis op school

Lianne, heel blond en niet zo groot. Een rustig meisje, ze zal uit zichzelf niet zomaar hele verhalen komen vertellen. Een moeilijke thuissituatie, weet ik. De vader is vaak dagen tot weken achter elkaar in het buitenland vanwege zijn werk en de moeder heeft  sterk de neiging om te diep in het glaasje te kijken. Wat wil ik graag dat dit meisje zich op school thuis voelt! Of Rens, een spontaan, soms wat onzeker jongetje. Hij krijgt thuis niet zoveel aandacht; zijn ouders zijn druk met hun 15-jarige dochter die een vorm van autisme heeft. Het wordt mij warm om het hart als ik de grote glimlach op zijn gezicht zie komen op het moment dat hij mij ziet, iedere morgen om half 9. Iedere leerling verdient zo’n ‘thuis’ op school, maar hoe realiseer je dat als leerkracht?

 

Veiligheid als basisbehoefte

Eén van de basisbehoeften van kinderen is de behoefte aan een gevoel van veiligheid (Angerenstein, z.d.). Zonder dat veiligheidsgevoel kan een kind niet uitgroeien tot een volwassene die op alle gebieden op een gezonde manier functioneert. ‘Een gevoel van veiligheid is de basis voor een voorspoedige ontwikkeling van kinderen’ (BKK, z.d.). Zeker voor een kind dat thuis een stukje (of mogelijk zelfs veel) veiligheid mist, is het belangrijk dat het op school ‘thuiskomt’. Ik denk dat het belangrijker is voor een kind dat hij (en vanzelfsprekend bedoelen we ook zij) zich veilig voelt, dan dat hij goed kan rekenen of uitmuntend is in aardrijkskunde of geschiedenis. Er zijn meer mensen die dat zeggen; velen van hen vragen echter als het kind thuiskomt of het nog cijfers heeft gekregen en niet hoe het kind het gehad heeft op school.

Terug naar veiligheid. Veiligheid heeft verschillende kanten, bijvoorbeeld de aanwezigheid van lichamelijke zorg en de afwezigheid van geweld. We hebben het dan over fysieke veiligheid. (Bakker, 2009) Die veiligheid wordt op school meestal nog wel geboden en vaak weet een leerkracht wel of een kind lichamelijk veilig is of niet. Je kunt tenslotte zien of een kind verzorgd op school komt en of het op school niet (lichamelijk) lastiggevallen wordt door bijvoorbeeld een medeleerling. Of een kind emotioneel veilig is (de andere dimensie van veiligheid), is in veel gevallen moeilijker waar te nemen. Het gaat er dan meer om hoe het kind zich voelt, thuis bij de gezinsleden of op school bij de leerkracht en de medeleerlingen.

Emotionele veiligheid

Een synoniem voor emotionele veiligheid is: je op je gemak voelen. Een leerling die zich emotioneel veilig voelt, voelt zich begrepen en geaccepteerd. Hij durft zich te uiten en kan aangeven als iets niet naar zijn zin is. Een emotioneel veilige leerling heeft vertrouwen in zichzelf en in de ander. Het gaat hierbij om medeleerlingen en om de leerkracht. Je kunt zien dat een leerling zich veilig voelt doordat hij zichzelf is en zich vrij voelt om dingen te doen. De leerling komt bijvoorbeeld naar je toe om je wat (persoonlijks) te vertellen. Of de leerling gaat spontaan spelen als hij in het lokaal komt en nieuwe materialen ziet liggen. Ook in de omgang met medeleerlingen is te zien als een leerling zich op zijn gemak voelt. Er ontstaan spontane gesprekjes of de leerlingen gaan zonder dat de leerkracht het heeft gestimuleerd samenwerken of –spelen. In het rapport veiligheid en welbevinden (BKK, z.d.) staan zeven kenmerken genoemd en een leerling die ‘zich wel bevindt’, namelijk openheid, nieuwsgierigheid, levenslustigheid, tevredenheid, ontspanning, zelfvertrouwen en evenwichtigheid. Natuurlijk is iedere leerling anders, zodat je niet kunt zeggen dat een leerling die weinig lacht zich niet op zijn gemak voelt. Het kan zijn dat die leerling ook niet veel lacht als hij zich wel op zijn gemak voelt. De genoemde punten zijn dan ook geen afvinklijst, maar kunnen wel een globaal beeld geven van hoe een leerling zich voelt. En met dat gegeven in mijn achterhoofd kan ik er heel blij van worden als een stille, teruggetrokken leerling mij een spontaan lachje toezendt, waaruit blijkt dat de leerling zich in elk geval richting mij op zijn gemak moet voelen.

 

Een veilige omgeving creëren binnen school en klas

We weten dus dat het belangrijk is dat een leerling zich veilig voelt, en we weten ook hoe je globaal aan een leerling kunt zien of die zich op zijn gemak voelt of niet. Maar hoe creëer je nu een veilige omgeving in de klas? Zomaar een paar dingen. Een heel belangrijk punt is dat kinderen moeten weten wat ze kunnen verwachten. (Jonge) kinderen hebben behoefte aan zekerheid, ritme en structuur (Berg, z.d.). Dat betekent niet dat elke dag er hetzelfde uit moet zien, maar een globaal rooster moet er toch zijn. Zonder structuur kan een kind zich angstig of zelfs bedreigd gaan voelen. De jaarkalender is een middel om structuur te bieden. Ik raad het gebruik hiervan sterk aan. Iedere dag en maand wordt aangegeven en elk vak heeft zijn eigen kleur of symbool. Symbolen kunnen kinderen veel houvast geven. Verder is het belangrijk dat er gezorgd wordt voor een omgeving die aansluit bij het kind. Jonge kinderen zijn gericht op kleuren. Daarom moeten klaslokalen kleurrijk (maar niet te druk) ingericht worden (Stuyvaert, 2008). Dat hoeft niet veel werk te kosten. Een paar kussentjes vrolijken het lokaal al erg op. Een plantje of bloemetje maakt het huiselijk, net zoals de kinderen (naar we hopen) thuis gewend zijn. De kinderen betrekken bij de inrichting van het lokaal kan ook een positief effect hebben. In het lokaal moeten aantrekkelijke materialen aanwezig zijn. Puzzels, blokken, een poppenhoek, kleurpotloden enzovoort. Het is verstandig om de eerste werkjes die leerlingen maken in de klas op te hangen (en pas na een poosje mee te geven naar huis), zodat er iets ‘eigens’ in het lokaal komt. Iets wat van het kind zelf is. Dit geldt ook voor het tafeltje of stoeltje van de leerling. Door een tekening die het kind zelf gemaakt heeft op de stoel te bevestigen, wordt het de stoel van de leerling. Het hoeft niet moeilijk te zijn, als het maar keuzes van je hart zijn.          

De sfeer in de groep

Natuurlijk is niet alleen de inrichting van een lokaal belangrijk om ervoor te zorgen dat een kind zich op zijn gemak voelt. Minstens zo belangrijk is de sfeer in de groep. Een leerkracht moet er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er onderling vertrouwen is. Al in de kleutergroepen? Ja! Kleuters kunnen de sfeer die er heerst haarfijn aanvoelen. Het kind moet weten dat het fouten mag maken, dat geen antwoord fout is, dat de juf belang stelt in alles wat het kind denkt. Als dat tenminste zo is. Een kind voelt echt of de juf ’s morgens de tijd neemt voor zijn verhaal of dat ze graag wil beginnen met haar programma. Het is belangrijk dat de leerkracht hier over nadenkt en er aandacht aan besteedt. Om een goede sfeer in de groep te krijgen moeten er ook regels zijn en de leerkracht moet deze consequent hanteren. Er moet sprake zijn van gezag. Op haar (of zijn) beurt moet de leerkracht het vertrouwen hebben dat de leerlingen zich aan de regels kunnen houden. Van drie kanten moet er vertrouwen zijn: van de leerlingen in de leerkracht, van de leerkracht in de leerlingen en tussen leerlingen onderling.

(Stevens, 2005). Als leerkracht moet je er ook voor zorgen dat een leerling voldoende uitdaging heeft. Een leerling die geen (of juist teveel) uitdaging heeft, zal zich niet fijn voelen. Die kan zichzelf niet zijn, die moet teveel of die moet te weinig. Maar dat gaat om kennis en vaardigheden. Ik denk dat dat niet het belangrijkste is. (Dieleman & Beer, 2010) zeggen het in gedichtvorm zo: ‘Leren vind ik niks aan, maar daar te zijn, vind ik wel gaan, want met vrienden is het wel fijn.’ Als een kind het zo ziet, en dan gaan we er vanuit dat je voor ‘met vrienden’ ook ‘bij de juf’ of ‘in de klas’ in kunt vullen, mag je als leerkracht blij zijn. Dan ben je er, bedoeld of onbedoeld, in geslaagd om van je klas een thuis te maken.

 

Ik zie weer twee leerlingen voor me. Marijke en Arjan. Ze zitten allebei in een andere klas. Arjan heeft een hele lieve juf. Een juf die er echt helemaal voor haar leerlingen is. Arjan komt ’s ochtends binnen met een grote lach op zijn gezicht. Hij duikt in een zitzak, en als alle leerlingen er zijn zoekt hij zijn stoeltje. De stoel met de beer, zoals die thuis op zijn bed staat. Arjan weet precies op welke dag hij mag vertellen. Iedere dag een paar leerlingen, zodat je heel veel kunt vertellen. En als je iets hebt wat heel erg belangrijk is, mag je ook vertellen als je niet aan de beurt bent. Dan gaat de juf gewoon wat later uit de Bijbel vertellen, dat vindt ze niet erg. Met een lach die net zo groot is als die van ’s morgens om half 9, vertrekt Arjan om 12 uur naar huis.

En dan Marijke. Gelukkig voor haar juf stopt ze na 10 minuten meestal met huilen. Stil loopt ze dan naar het stoeltje waar haar naam op is geschreven. Ze durft niet goed te kijken wie er naast haar zitten. Met een strak gezicht luistert ze naar de juf, die 3 kinderen laat vertellen en dan snel met haar Bijbelverhaal begint. ‘Anders kom ik niet klaar.’ Na de pauze speelt Marijke met de blokken. Net als vorige week. De juf zegt dat ze de spellen morgen opnieuw gaat verdelen, maar dat zei ze gisteren ook al. Als Marijke om 5 voor 12 een duw krijgt van Anne begint ze opnieuw te huilen. ‘Zeg het maar even tegen je moeder, we hebben nu geen tijd meer’ reageert de juf. Met een behuild gezicht, net zoals die morgen om half 9, vertrekt Marijke om 12 uur naar huis.

En nu zult u als leerkracht moeten kiezen. Ik kies voor een school. Maar dan wel een thuis. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.