De overeenkomsten en verschillen tussen Hitler en Stalin deel 2

Door Geroniemo gepubliceerd op Wednesday 15 January 01:10

Voor mijn profielwerkstuk die ik heb moeten maken in mijn eindexamenjaar (5 Havo), heb ik het onderwerp: de verschillen en overeenkomsten tussen Hitler en Stalin genomen. Dit profielwerkstuk is onlangs ingeleverd en dus zou ik het nu graag hier willen publiceren om de kennis die ik heb opgedaan tijdens mijn onderzoek te kunnen verspreiden. 

Het profielwerkstuk is opgedeeld in vijf hoofdstukken. Elke week zal ik een nieuwe hoofdstuk plaatsen. In dit eerste hoofdstuk wordt de jeugd van Jozef Stalin en Adolf Hitler besproken.

 

Dit is deel 2 in een serie van in totaal vijf artikelen. Onderstaande link leidt naar het eerste artikel.

http://hitler-en-stalin.plazilla.com/de-overeenkomsten-en-verschillen-tussen-hitler-en-stalin

 

Stalin

 

De revolutionaire denkbeelden van Stalin zorgden ervoor dat hij in contact kwam met de bolsjewieken, welke waren ontstaan door een scheuring in de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (RSDAP). Tijdens een cruciale stemming werden de bolsjewieken de meerderheidsfractie. Oprichters waren Vladimir Lenin en Aleksandr Bogdanov. In 1905 waren de bolsjewieken (wat ‘meerderheid’ betekend) een massa-organisatie die (voornamelijk) bestond uit arbeiders die door een democratische interne hiërachie bestuurd werd.

In februari 1917 brak de Februarirevolutie uit. De directe aanleiding voor deze revolutie was de oorlog tegen Duitsland en Oostenrijk, welke bijzonder slecht verliep. Tsaar Nicolaas II besloot af te treden waardoor er een Voorlopige Regering kwam. Marxisten hebben de opvatting dat er pas lang na een burgerlijke revolutie, een socialistische revolutie zal plaatsvinden. Volgens Karl Marx vindt deze socialistische revolutie het snelst plaats in een land waarin het kapitalisme het meest ontwikkeld is. Lenin was er van overtuigd dat een socialistische revolutie in de zeer nabije toekomst mogelijk was omdat een burgerlijke revolutie meteen zou kunnen omslaan in een socialistische, maar dan wel met de voorwaarden dat de arbeidersklasse beter georganiseerd was en een hoger bewustzijn heeft, terwijl de kapitalistenklasse zwak staat. Lenin verbleef in ballingschap maar werd met hulp van de Duitsers, die hoopte zo de nieuwe regering te verzwakken, Rusland weer ingesmokkeld. Bij zijn aankomst in april 1917 werd Lenin door zijn volgelingen toegejuicht. 

 

Eén van die volgelingen was Jozef Stalin. Lenin had zich bij zijn terugkeer in Rusland gevestigd in Petrograd, Stalin deed hetzelfde. Hij volgde Lenin nauwgezet. Na de Oktoberrevolutie op 25 oktober 1917, waardoor de bolsjewieken aan de macht waren gekomen, werd hij benoemd tot volkscommissaris (minister) van Nationaliteiten. Tijdens de Russische Burgeroorlog (1918 – 1921) ging hij het leger in om zijn dienstplicht te vervullen. Hij had onder andere de functie van militair organisator en politiek commissaris. Toen hij als commandant de stad Tsaritsyn (nu Volgograd, maar beter bekend als Stalingrad) verdedigde met, zowel tegen de vijand als tegen interne tegenstanders, onbarmhartige meedogenloosheid, kwam Stalin tot de overtuiging dat de dood het meest effectieve en tevens meest simpele politieke middel was. In Tsaritsyn kwam hij al snel in conflict met Leon Trotski, de volkscommissaris van Oorlog. Tijdens de Pools-Russische Oorlog (1919 - 1921) werd Stalin, in mei 1920 na de inname van Kiev door Polen, benoemd tot politiek commissaris van het Zuid-Oostelijk front. Toen Stalin bevel kreeg om de militaire bevelhebber (Michail Toechatsjevski) van het Westelijk front te steunen, weigerde hij dit net zo lang totdat hij te laat zou zijn. Toechatjsevski bekritiseerde Stalin hierom, maar Lenin bemiddelde en haalde Stalin terug naar Moskou. Dit deed Lenin op eervolle wijze, waardoor Stalin geen gezichtsverlies zou leiden. In december 1922 wonnen de bolsjewieken de burgeroorlog en de Sovjet-Unie werd opgericht.

In april 1922 kreeg Stalin het ambt van secretaris-generaal (de bevoegdheden van mensen in de partij toezeggen, of juist afnemen) van de partij, omdat Lenin besloot zich meer op het landbestuur te richten. Toen Stalin dit ambt toegewezen kreeg, was dit nog niet zo’n hele belangrijke functie in de partij. In de loop van de jaren 20 wist Stalin er zelf voor te zorgen dat het de belangrijkste functie van de USSR, beter bekend als de Sovjet-Unie, werd.

Lenin was echter niet altijd even positief over Stalin.  Zo schrijft hij in een brief aan het Congres op 4 januari 1923 (genoteerd door L.F.):

‘’Stalin is te grof, en deze fout, die in de betrekkingen tussen ons, communisten, heel goed te verdragen is, wordt onverdraaglijk als zij de algemene secretaris betreft. Daarom stel ik de kameraden voor dat zij een manier bedenken omStalin over te plaatsen en een andere man op deze plaats te plaats te benoemen die zich slechts op één punt gunstig van kameraad Stalin onderscheidt: hij moet toleranter, loyaler, beleefder en attenter voor zijn kameraden zijn, minder grillig, enzovoorts. Deze kwestie lijkt misschien ontzettend onbelangrijk. Maar ik geloof dat ze, als we een scheuring willen vermijden, en als we wat ik hiervoor over de wederzijdse betrekkingen tussen Trotski en Stalin schreef, in gedachten houden, geen futiliteit is, of verder gezegd, ze is een futiliteit die van doorslaggevende betekenis zou kunnen worden.

Lenin’’ [2] Wikipedia

Na de dood van Lenin (1924), welke na meerdere beroertes zijn spraakvermogen had verloren, voerde Stalin een strijd om de macht. In 1924 was Stalin alles behalve een absoluut heerser, zo moest hij, ondanks het feit dat hij de voornaamste leider was, deze positie delen met Leon Trotski. Stalin werd pas in 1929 de absolute heerser in de partij (en de Sovjet-Unie), nadat hij zijn laatste rivaal uit de weg had weten te ruimen. Dit deed hij met al zijn (politieke) tegenstanders, door middel van zijn zuiveringsproces, waaronder onder andere de Moskouse schijn- en showprocessen behoren. Stalin kreeg vervolgens de macht over de Sovjet-Unie, om deze vervolgens vijfentwintig jaar lang in zijn handen te houden.

 

Hitler

Nadat Duitsland, en haar bondgenoten, de Eerste Wereldoorlog had verloren waren zij gedwongen het Verdrag van Versailles te tekenen. Hierin stond onder andere dat Duitsland al haar koloniën kwijt zou raken, Duitsland geen/tot nauwelijks meer een leger mocht hebben en er moesten herstelbetalingen aan de geallieerden landen worden gedaan. De herstelbetalingen bleek 226 miljard goudmarken te betreffen.  (http://www.bibliotheekhaarlem.nl/aquabrowser/?q=Duitse+Herstelbetalingen)

De Beierse Radenrepubliek, een radenrepubliek in Beieren, werd uitgeroepen op 7 april 1919. Op 2 mei al kwam het Freikorps (vrijkorps) München weer ontzetten, ‘bevrijden’, en de communistische opstand werd neergeslagen. Opeens dookHitler op als infiltrant in het leger. Zijn taak was het bijwonen van bijeenkomsten van kleine politieke groepjes. 

In 1919 kreeg Hitler de opdracht om een vergadering van zo’n klein politiek groepje (de DAP, de Deutsche Arbeiterpartei) bij te wonen, met als reden dat dit groepje wel eens links kon zijn (dit vermoeden werd gewekt door het woord ‘Arbeiter’ in de naam). Bij Hitlers aankomst bleek de partij nationalistisch, maar er waren niet meer dan honderd geïnteresseerden aanwezig en de partij had in totaal maar zo’n vijfhonderd leden.  Toen Hitler op het punt stond om te vertrekken, hoorde hij een zogenaamde professor opmerkingen maken die Hitler razend maakten. Hitler nam het woord over en begon de menigte toe te spreken. De professor liep na een tijdje weg en Hitler was tevreden. Toen Hitler wederom op het punt stond om weg te gaan, kwam Anton Drexler, voorzitter van de regionale afdeling in München, achter hem aangerend om hem een paar pamfletten te geven en tevens te vragen of Hitler (bestuurs)lid wou worden van de partij.

De partij groeide snel. Onder andere het propagandamateriaal dat Hitler liet drukken, zorgde ervoor dat binnen de kortste de keren de bijeenkomsten bijgewoond werden door ruim 2000 man. De financiële positie werd beter doordat er onder andere entree werd gevraagd voor het bijwonen van een bijeenkomst en er donaties werden gedaan door rijke conservatieven. In 1921 werd Hitler tot partijleider van de NSDAP benoemd. De naam was in 1920 van DAP naar NSDAP veranderd, wat staat voor de ‘Nationaalsocialistische Democratische Arbeiderspartij’.

De belangrijkste reden voor Hitler om zich politiek in te gaan zetten, was (waarschijnlijk) omdat hij het als zijn taak zag om Duitsland, nadat door de (linkse) Novemberrevolutie in 1918 de adellijke regenten en keizer Wilhelm II waren afgezet, weer ‘recht te zetten’. In 1919 werd de democratische Weimarrepubliek opgericht. Ook dit ging met veel tegenstand gepaard.

In het Sudetische Trautenau was in 1904 al een partij opgericht met dezelfde naam als de Duitse DAP. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde zij hun naam in de ‘Duitse Nationaalsocialistische Arbeiderspartij’, de DNSAP. Begin de jaren twintig werd er door contacten in beide partijen  een samengaan georganiseerd. In 1923 bleek Hitlers partij echter superieur en in 1926 fuseerden de partijen. Door deze fusie ontstond er een  Duitse en Oostenrijkse tak van de partij. Beide afdelingen stonden onder Hitlers leiding.

Door Hitlers sprekerstalent en met agressieve publiciteit wist hij de macht te behouden. De partij groeide snel en binnen de kortste keren werden bijeenkomsten bezocht door duizenden mensen per avond. In plaats van cafés werden bierhallen afgehuurd om het grote aantal bezoekers aan te kunnen. Op 9 november 1923 werd, op Hitlers aandringen, door middel van een couppoging geprobeerd de macht over te nemen in Beieren zodat daarna de Weimarrepubliek omver geworpen kon worden. De poging, de Bierkellerputsch zoals deze wordt genoemd, begon in een bierhal. Hitler stond te zwaaien met een pistool in zijn handen en stelde de ‘nieuwe regering voor’. Ondertussen waren gewapende groepen bezig met het innemen van strategische gebouwen en instellingen in de stad. De couppoging mislukte en veertien omgekomen coupplegers en vier politiemensen waren het gevolg. Hitler werd opgepakt en in hij werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Er wordt nog steeds getwijfeld aan de neutraliteit van de rechters tijdens de rechtszaak. Aannemelijk is dat dat de rechters conservatief waren en dat Hitlers denkbeelden hun wel aansprak, waardoor hij een aanzienlijk lagere straf kreeg dan, bijvoorbeeld, communistische relschoppers. Hitler werd vastgehouden in de gevangenis van Landsberg. Zijn omstandigheden waren tamelijk comfortabel en Hitler gebruikte zijn tijd in de gevangenis om een autobiografisch boek te schrijven, genaamd ‘Mein Kampf’ (‘Mijn Strijd’). Op 20 december 1924, iets meer dan een jaar na de couppoging, werd Hitler vrij gelaten.

Het spreekverbod dat de partij had gekregen werd al snel na Hitlers vrijlating in 1924 afgeschaft. Eind jaren 20 wist de NSDAP uit te groeien tot een landelijke partij en Hitler vond het tijd om de partij verkiesbaar te stellen. De partij kreeg tijdens de eerste verkiezing waarin zij verkiesbaar was, dertig zegels in de Rijksdag te bemachtigen. Bij elke verkiezing die hierop volgde werd het aantal zetels echter minder, en het aantal partijleden groeide minder snel dan verwacht. Dit is onder andere te wijten aan het feit dat het langzaam maar zeker weer wat beter ging met Duitsland: de welvaart kwam langzaam weer in de middenklasse en dat zorgde ervoor dat er minder werd gestemd op extremistische partijen en meer op de traditionele partijen, zoals de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands).

Door de economische crisis in 1929 gingen veel bedrijven en fabrieken failliet, waardoor de werkeloosheid wederom toenam. De regering moest beslissingen nemen waar de bevolking niet blij mee was, wat ervoor zorgde dat tijdens de volgende verkiezingen er weer massaal werd gestemd op extremistische partijen. De NSDAP kreeg 107 zetels in het parlement. In augustus  1932 behaalde de partij bij één van de vele verkiezingen van dat jaar het grootste aantal zetels in het parlement, maar liefst 280. Tijdens de presidentsverkiezingen wist Hitler geen meerderheid van de stemmen te behalen. Net als de NSDAP wisten de communisten een groot aantal zetels te behalen, maar de rijkspresident wist ervoor te zorgen dat de partijen niet in het parlement zouden komen. Toen er in november wederom verkiezingen werden gehouden, vielen de nazi’s, zoals de NSDAP-leden werden genoemd, terug van 280 naar 196 zetels.

Toen de rijkspresident in januari 1933 aftrad werd Hitler benaderd als opvolger van deze positie. Een communist aan de macht werd als een erger iets gezien dan een nazi. President Paul von Hindenburg had geen hoog beeld van Hitler. Zo omschreef Hindenburg hem als ‘’deze kleine korporaal, zwerver en mislukte kunstenaar’’ (http://nl.wikipedia.org/wiki/Adolf_Hitler). Op aanraden van Franz von Papen benoemde president Hindenburg Hitler uiteindelijk op 30 januari 1933 totrijkspresident/rijkskanselier. Von Papen dacht dat Hitler, door de meerderheid van conservatieven en katholieken in het nieuwe kabinet, kort gehouden kon en zou worden. Von Papen had het echter aan het verkeerde eind: toen op 27 februari 1933 het Rijksdaggebouw in vlammen werd gezet (met als aangewezen aanstichter de Nederlander Marinus van der Lubbe), wist Hitler van de gelegenheid gebruik te maken om, met steun van twee derde van de regering, een machtigingswet door te voeren waarin Hitler zichzelf extra bevoegdheden gaf, met het excuus dat hij zo ‘orde op zaken kon stellen’. De rest van het jaar werden alle politieke tegenstanders buitenspel gezet en in juli 1933 werden alle partijen, behalve de NSDAP, verboden.

Van 30 juni tot 2 juli 1934 vond de ‘Nacht van de lange messen’ plaats. Deze bloedige gebeurtenis had één doel: Hitlers overige rivalen in Duitsland uit de weg ruimen. Deze rivalen bestond uit de gehele SA-top. De SA was het partijleger van de NSDAP. Hitler zag de SA, met name leider Ernst Röhm, als een potentieel rivaal en wou deze uitgeschakeld hebben voordat het een daadwerkelijke rivaal zou worden. De bloedige actie werd uitgevoerd door Heinrich Himmler en zijn Schutzstaffel (opgericht in 1925, beter bekend onder de afkorting ‘SS’).  

Zelfs rijkspresident von Hindenburg gaf, achteraf, toe voor het plan te zijn geweest. De rijkspresident overleed op 2 augustus 1934 en Hitler voegde de bevoegdheden van de rijkspresident bij die van zijn eigen ambt als rijkskanselier. Vanaf toen werden de rollen van het parlement en regering door Hitler verzwakt totdat Hitler alle macht in handen had. Hitler was een dictator.

 
 
 
De verschillen en overeenkomsten

 

In dit geval is het moeilijk om de verschillen en overeenkomsten te ‘meten’. Eén van de verschillen is dat Jozef Stalin niet de eerste echte leider die de macht aan de partij gaf. Hitler heeft dit wel: door zijn sprekerstalent en agressieve publiciteit wist hij de partij steeds machtiger te maken.

Beide heren echter hebben wel gebruik gemaakt van revoluties om aan de macht te komen: Stalin onder andere de Februarirevolutie, Hitler onder andere de ‘Nacht van de lange messen’.

Ook het eindresultaat was voor beide heren hetzelfde: na een lange periode waren Hitler én Stalin alleenheersers.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Vind het zeer knap van je.