De kleine engel en de bloedstollende blonde godin

Door - Verwijderd account - gepubliceerd op Sunday 03 November 21:47

f1fb07b091573c3444b474bb283bc1fa_medium.

In augustus heb ik meegedaan met een schrijfwedstrijd. Onlangs heb ik de uitslag gekregen en het bleek dat ik derde was van de 42 inzendingen!
Helemaal super is het, omdat het verhaal gebundeld is met de rest... 
(Het geeft overigens wel een enorme kick als je verhaal in een echt boek staat. Hij staat vol trots in de boekenkast). Het boek heet 'Nazomer 2013' en onderstaand verhaal van mij staat erin. 

 

De kleine engel en de bloedstollende blonde godin

Adem happend komt ze boven. Haar haren golven over haar schouders. Het topje vastgeplakt aan haar huid. De druppels laten haar lichaam glanzen. Vrouwelijke, ronde vormen die je niet kan missen. Ze draait haar hoofd om en kijkt me recht in de ogen.

Shit! Vol schrik grijp ik naar het boek wat ik zogenaamd aan het lezen was. Met een rood, betrapt hoofd verstop ik mijn gezicht. Na een seconde gluur ik stiekem over de rand.
Nog net zie ik dat ze met een klein lachje haar hoofd omdraait richting de mannelijke spierbundel die haar probeert te verleiden. Het lukt hem ook nog.
Zijn handen zijn overal op haar lichaam en een zoen volgt. Eigenlijk kan ik het meer een zoen noemen, het lijkt eerder of ze elkaar letterlijk opvreten.
Met walging kijk ik weg. Waarom krijgen altijd de macho’s de mooiste meisjes? Waarom durf ik zo’n meisje niet aan te spreken?

“Jeroen? Ben je een beetje verliefd?” De vinger van mijn zesjarige zusje tikt op mijn schouder en ze kijkt me vragend aan. Ik moet lachen.
“Nee… hoezo?”
“Dan ben je verbrand! Je bent helemaal rood.” Zonder op antwoord te wachten, graait ze met haar kinderhandjes in de sporttas. Na eerst de handdoeken, het drinken en de chocolade uit de tas te hebben gegooid vindt ze wat ze zocht: de zonnebrand.
Met volle concentratie knijpt ze in de tube en een witte vloeistof belandt in haar hand.
“Zit”, zegt ze gebiedend. Gehoorzaam ga ik zitten. Ik kan haar niet tegenspreken. Het is mijn kleine engeltje. 
Met het puntje uit haar tong en een ernstige frons tussen haar wenkbrauwen, smeert ze de witte zonnebrand over mijn gezicht. Ik weet precies waar ze geweest is: mijn huid voelt daar koeler.

“Pas op!”, roept een zware mannenstem. Een vrouw geeft een gil, ik buk in een reflex en als ik weer mijn hoofd ophef, zie ik mijn zusje liggen. Het geluid in de omgeving wordt luider en verscheidene mensen komen op ons afgerend. Zij ook.
“Gaat het met je?” Ze knielt bij Lis neer. Meteen voel ik me de beschermende broer worden.
“Laat mij maar.” Ik wuif haar wat weg. Ze schuift iets naar achteren, maar laat zich niet wegjagen.  Dan kijk ik eens goed naar mijn kleine engeltje.
Bloed druppelt uit haar neus en een flinke buil komt opzetten op haar voorhoofd. Paniek welt in me op. Als er maar niks aan de hand is!
Ik neem haar kleine lijfje in mijn armen en verkondig dat ik naar de EHBO post ga.
“Ik ga met je mee”, zegt de bloedmooie blonde dame waar ik net nog stiekem naar gegluurd had.
Zonder antwoord te geven, loop ik al weg. Ik hoor haar nog zeggen tegen de anderen dat ‘we’ het redden en daarna hoor ik haar voetstappen dichterbij komen.
“Zo, al die mensen zijn weg. Irritant hoe nieuwsgierig sommigen zijn…” Ze rolt met haar ogen. Ondanks dat mijn zusje knock-out in mijn armen ligt, word ik afgeleid door haar aanwezigheid.
“Het spijt me van Tony. Hij moest zo nodig laten zien dat hij goed kan voetballen en trapte de bal zo hard weg… Het was niet de bedoeling om iemand te raken.” 
Ik hoor in haar stem dat ze het meent. Zij wilde niemand pijn doen.
“Ti’s wel oké.  Ik zie haar ogen al trillen…” In stilte lopen we verder, tot we bij de EHBO post zijn aangekomen.

“Zo, wat is hier gebeurd?” Een man van rond de vijftig met een lange, grijze baard kijkt naar het bijzondere trio die binnen komt lopen. Ons.
Beschaamd vertelt de bloedstollende mooie dame het verhaal. Na begrijpende knikjes van de oude meneer met de grijze baard, neemt hij mijn zusje over en wijst ons de weg naar de wachtruimte.
“Wacht even.”  De melodie in haar stem laat me meteen stilstaan. Mijn huid brandt onder haar zachte aanraking en mijn hersenen denken er niet aan om verder van haar verwijderd te zijn.
“Ja?”
“Ehm… Je hebt nog een aantal witte strepen op je gezicht.” Met een grijns op haar gezicht knikt ze naar mijn hoofd. Dat is waar ook. Ik werd ingesmeerd.
“O, ja. Ehm… Wacht.” Met mijn hand verdeel ik het smeersel snel over mijn gezicht. Beschaamd vraag ik haar of het zo beter is.
“Beter”, beaamd zij en we vervolgen onze weg naar de wachtkamer.

Na vijf minuten, wat wel een eeuwigheid lijkt te zijn, komt de oude man aanlopen met mijn zusjes hand in de zijne. De buil wordt gekoeld met een zakje ijs in haar andere hand.
Zodra ze me ziet, komt ze aanrennen.
“Kijk eens Chris!” Vol trots wijst ze naar de pleister die ook op haar voorhoofd is geplakt. Blijkbaar had ze een klein wondje.
“Het is een pony!” Ik zie de twinkeling in haar ogen. Opgelucht haal ik adem. Gelukkig was ze niet lang buiten westen. Ik open mijn armen en ze kruipt op schoot. Haar hoofd vleit ze tegen mijn borst. Dan ziet ze de blonde godin naast me zitten.
“Wie ben jij?” Vraagt ze wijzend met haar vingertje.
“Ik ben Rachel.”, antwoordt ze met een stralende, witte lach. Terwijl ik met het ene oog de meiden in de gaten houd, zie ik vanuit mijn andere ooghoek de EHBO’er weglopen. Zijn werk zit erop.
“Ik heet Lis en jij bent mooi!” Vol verwondering kijkt ze naar Rachels blonde krullen.
“Dank je, jij ook hoor. Je hebt mooie groene ogen.” Lis schatert van de pret en haar hele gezichtje straalt. Dan kijkt ze ineens met grote, serieuze ogen naar Rachel.
“Zal ik je een geheimpje verklappen? Chris mag het niet weten.” Rachel knikt en Lis glijdt van mijn schoot om Rachel een geheim te vertellen. Ik moet glimlachen. Blijkbaar kunnen ze het wel met elkaar vinden.
Terwijl Lis met haar handjes het geheim in Rachels oor fluistert, kijkt Rachel tersluiks naar mij. Haar donkerbruine ogen zetten me in vuur en vlam. Zonder haar blik af te wenden vraagt ze aan Lis of het waar is. Lis giechelt en knikt ja.  Met haar groene ogen kijkt ze van Rachel naar mij.
“Nu wil ik een ijsje. Die meneer met de baard zei dat ik koelte moest hebben en ijs is koud. Dus dat gaan we wel halen hè?” Vol vertrouwen van haar gelijk en zonder af te wachten op een antwoord, sleept ze zowel Rachel als mij aan een hand mee naar buiten. Het lijkt wel alsof ze het hele incident is vergeten.

De rest van de dag vliegt voorbij. Rachel heeft haar vriendengroep gelaten voor wat het is en blijft de hele dag bij ons. We maken zandkastelen, graven elkaar in, praten honderduit en uiteindelijk lopen we naar ons vakantiehuisje. Daar stoppen we Lis in, Rachel leest haar voor met haar prachtige stem en Lis sluit haar oogjes. Op onze tenen verlaten we de kamer.
“Dan zal ik maar gaan denk ik?” Haar stem klinkt gesmoord. Alsof ze het jammer vindt dat ze weg moet gaan.
“Ik denk wel dat dat het handigste is. Tony en je andere vrienden wachten vast op je.” Mijn woorden zijn het tegenovergestelde van wat ik werkelijk wil zeggen. Van mij mag ze voor altijd bij ons blijven.
“Dat zijn mijn vrienden niet. En Tony is niet mijn vriend.”, geërgerd kijkt ze me aan.
“O. Dat dacht ik.” De spanning tussen Rachel en mij is om te snijden.  Ik moet wat zeggen, maar wat? Ineens moet ik denken aan vanochtend, toen Lis een geheim vertelde aan Rachel.
“Wat was trouwens het geheim wat Lis je vertelde?” Haar gezicht verzacht en met fonkelende ogen kijkt ze me aan. Een ondeugende lach verschijnt op haar gezicht.
“O, dat. Enkel dat je verliefd op mij zou zijn.” Plagerig streelt ze mijn nek. Heel mijn lichaam staat in brand. Haar hoofd komt dichterbij en fluisterend spreekt ze de volgende woorden uit:  “Trouwens… misschien word ik ook wel verliefd op jou.”
Uit het niets plant ze een kus op mijn mond, loopt naar de deur en verdwijnt in de duisternis. Vol ongeloof en met een verliefd hart laat ze me achter. Toch weet ik een ding zeker. Morgen zie ik haar weer.

© 2013, Kelly Rensen

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi geschreven verhaal!