De heks van Ameland, deel 4

Door Gewoonieko gepubliceerd op Friday 26 October 15:47

 

Op de fiets,  terug naar het huis, laat ik het gesprek in de kroeg nog eens door mijn gedachten gaan. 
Hoe zei de kroegbaas het ook alweer? Rond deze tijd van het jaar wordt ze wel eens gezien. In de duinen van 't Oerd.
"Rixt" zeg ik hard op, en ik moet grinniken. Ze zou sterker worden als haar naam hardop wordt uitgesproken? Ik hou wel van een uitdaging.
"Rixt, Rixt, Rixt.", en  heb nogal moeite om niet te lachen. Een sage die tot leven komt, het moet niet gekker worden.
 
Het is harder gaan waaien, en ik moet dan ook stevig op de pedalen om de gang er een beetje in te houden. En net als ik het huis kan zien begint het hard te regenen. Zo hard dat ik binnen enkele ogenblikken doorweekt ben. De beloofde najaarsstorm blijft niet uit, en ik ben blij als ik er ben en van de fiets af stap. 
Snel naar binnen, droge kleren aan en dan met iets lekkers, om weer warm te worden, op de bank nog even de actualiteit van de dag mee pikken.
In de keuken vind ik geen geschikt glas. Ik neem een longdrink glas uit één van de bovenste keukenkastjes en schenk er een flinke bodem whisky in waarna ik me in mijn droge kleren op de bank nestel. 
In de korte tijd dat ik binnen ben is de storm flink in kracht toegenomen, en de wind buldert om het huis. Het heeft wel iets bedenk ik me, terwijl ik van mijn borrel nip.
 
Vanuit mijn ooghoek zie ik het voor het eerst: in de verte danst een lichtje. Af en toe lijkt het stil te staan, dan beweegt het weer om plotseling te verdwijnen. 
Even denk ik dat het een schip is geweest op dat kleine stukje Noordzee dat ik kan zien vanaf de bank. Maar, dat was toch meer naar rechts? 
Ja, daar is het weer, en ik sta op van de bank en ga voor het raam staan om het beter te kunnen zien. 
Dit is niet op zee, absoluut niet. Het licht beweegt zich in de duinen, daar, in de verte, op het Oerd. 
Het gesprek in het café staat me nog helder voor de geest, maar er moet een rationele verklaring voor zijn. 
Terwijl het licht zich door de donkere duinen van het Oerd beweegt gris ik mijn regenjas van de kapstok en neem de fiets uit het kleine schuurtje. 
 
Plat op het stuur zwoeg ik tegen de wind in. De schelpjes op het fietspad kraken onder de banden van mijn fiets, en af en toe blijf ik even stil staan om te kijken of het lichtje er nog steeds is. De ene keer zie ik het wel, en de andere keer niet, maar het lijkt niet dichterbij te komen. 
Als ik het hoge duin bereik stap ik af en beklim het duin voor de tweede keer die dag. De striemende regen ontneemt me bijna mijn zicht terwijl de wind me de adem afsnijd. 
Ja, daar is het weer. En deze keer lijkt het licht dichter bij te zijn. De afstand is moeilijk in te schatten, maar het is zeker dichterbij nu. 
Het danst wild op en neer, en lijkt dan weer dichterbij te komen, en dan weer van me af te gaan. 
Dan is het plotseling windstil. Ik hoor mijn eigen, hijgende ademhaling, alsof ik mijn handen over mijn oren heb gelegd.  
Het helmgras beweegt niet langer op het ritme van de wind, maar steekt stil omhoog. Alleen het ruisen van de zee dringt tot me door, ergens op de achtergrond. 
Het is een angstaanjagende stilte terwijl het licht mijn kant op lijkt te bewegen.
Een paar seconden duurt het maar, en dan zijn de wind en de regen in alle hevigheid weer terug, net zo plotseling als het stopte.
Ik voel de haren in mijn hek overeind staan en kippenvel loopt over mijn hele lijf. Mijn mond is droog en ik voel mijn hart overslaan om daarna als en bezetene in mijn hoofd te bonken. 
Ik hier geen moment langer blijven en ik hol naar beneden, door het natte zand van het duin. 
Als ik halverwege ben kunnen mijn voeten het tempo niet meer bijhouden en ik val, om rollend mijn weg te vervolgen. Beneden kom ik tot stilstand in een plas water. 
Snel, naar m'n fiets, weg. Weg van hier
Ik probeer op te staan, maar een stekende pijn in mijn rechter enkel verhindert dat. 
Als ik opkijk terwijl ik op mijn rug onder aan het duin lig, zie ik het lichtje weer. 
Het lijkt nu recht boven het duin te zweven, en zwaait van links naar rechts.
Boven het geraas van de wind uit hoor ik een vrouwenstem jammeren. Het klinkt als een lang gerekt, klagend huilen. Een ijzige kou valt over mee heen.
Ik ga staan en strompel naar mijn fiets, de pijn verbijtend. 
Het is maar een klein stukje hou ik mezelf voor. Als ik achterom kijk hangt het licht nog steeds boven het duin maar het is het huilen, het door merg en been scheurende, klagende geluid wat me rillingen bezorgt.
 
Eindelijk, de fiets. Ik grijp het stuur en slinger mijn been over het zadel. Voorzichtig zet ik mijn pijnlijke voet op de trapper. Met de wind mee zal het wel gaan nu. 
Het moet wel, ik móet hier weg. 
Terwijl ik het schelpenpad af fiets hoor ik door het gebulder van de wind heen nog duidelijk die klagende vrouwenstem: "Sjoehoeoeoeoerd .... Sjoehoeoeoeoeoeoerd ....".
 

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Sodemieters.......en nu?
En nu, Senior? .... Verder schrijven maar weer he? ;)
Doen.........
Wow, had een heel stuk gemist, net ingehaald, maar nu wordt het echt spannend!
Toch wel? ik heb heel erg getwijfeld over dit deel. Dank je.
Was niet nodig! ;)
Sjonge jonge... Sjoehoeeoeoeoerd... Aan je lippen gehangen, door het oog van de storm gekropen...
aan mijn lippen gehangen .... laat Monique het niet horen :D
Dank je, mevrouw Weltevree!