Het verlof, de Libische jaren

Door San-Daniel gepubliceerd op Monday 16 December 21:58

images?q=tbn:ANd9GcQg_cFRcM864DtI4NvCMry

Europa om de hoek:

De Britten hadden altijd zeer strategische plekken toegeëigend, Malta was één van die plekken. Malta met nog een paar eilanden om haar heen was Brits en bleef dat tot de ´60 er jaren. Het lag ongeveer halverwege Gibraltar, de doorgang tussen de Atlantische oceaan, dat ook Brits was en Suez in Egypte dat een Brits protectoraat was. Het was na de totstandkoming van het Suez kanaal in 1869 dat Malta in belang groeide. Het werd toen een belangrijke bevoorradings plaats voor de Britten op weg naar India, hun kroon kolonie. Alhoewel de Britten eerst tegen het Suez kanaal waren omdat het toegang wilde bieden aan alle schepen onder welke vlag dan ook en zij daardoor concurrentie vreesde met de handel in India, werd het kanaal later wel als een technische triomf en zegening beschouwd.  De Britse regering trachtte nog door de bouw van een spoorweg van Caïro naar Suez door Stephenson het kanaal tegen te houden, maar progressie is niet tegen te houden.

Het kanaal dat in tien jaar tijd gegraven werd door een totaal van 1.5 miljoen werkers waaronder dertig duizend slaven, werd een succes, alhoewel vele slaven stierven. Het bekortte de reistijd drastisch naar India en Indonesïe. Nu konden schepen doorsteken van de Middellandse zee naar de Indische Oceaan, in plaats van rond heel Afrika te varen. Het was progressie maar niet zo innoverend als men zou aannemen.  Naar het nu blijkt, had farao  Senusret II die 1800 jaar voor Christus leefde  al een verbinding laten graven tussen de Nijl en de Rode zee,wel moet aangetekend worden dat de Rode Zee nog niet zo terug getrokken is als nu en verder inlands. Noordwaards, eindigde. Ook hier werd van slaven gebruik gemaakt, er is niet zoveel nieuws onder de zon.

Malta werd een laatste Europese stop op weg naar India. Het was ook met zijn 300 kilometer afstand van Tripoli  een stukje Europa dat verlokkelijk dichtbij was voor ons. Mijn vader huurde in de heetste tijd van de zomer in Libïe,  een huis in Malta. In afstand was het niet ver, je vloog er met de Britse maatschappij BEA, binnen een uurtje naar toe, dat was dan in een ronkend, oorverdovend propeller vliegtuig. Maar alhoewel het qua afstand niet ver was, lag het werelden verwijderd van Libïe. Het was dan ook met enige vreugde dat wij vernamen van mijn vader dat wij weer voor een kort verlof naar Malta zouden gaan.

images?q=tbn:ANd9GcSu0CsHhZqt-twm7PIQH5y

 Mijn  zus en mijn moeder vonden het met name geweldig. Zij zouden gewoon op straat kunnen lopen en winkelen. Mijn broer en ik dachten aan de Italiaanse invloed en daardoor aan Pizza´s en andere  Europese zegeningen. je zou gewoon een ijsje kunnen eten, zonder tyfus te krijgen. je zou overal, allerlei tijdschriften kunnen  kopen, en met pocketboekjes beladen terugkeren naar Tripoli. Iedereen sprak Engels en je zou elk opschrift kunnen lezen. Mensen zijn taalbeesten en verstoor je de opname van taal dan snijdt je ze af van een belangrijke maatschappelijke ader. Het Arabische schrift week zo af van alles wat we ooit hadden gezien, dat het verademing zou zijn om elk reclame bord te kunnen lezen. Het maakte je deelgenoot van een maatschappij, waar je controle had over je omgeving, omdat je alles snapte. 

Waar gaan we wonen vroeg mijn moeder? Ik heb een huis geregeld, antwoordde mijn vader, in La Valleta, de hoofdstad. Dat leek ons allen geweldig toe. dat was dicht bij de haven met het Britse fort en een park dat eindigde bij een afgezette klif, waar je met een lift langs naar beneden zoefde. De straten zouden gevuld zijn met gewone mensen. De hand van haat die elke, niet Moslim, tot gruis wilde knijpen zou in Tripoli achter blijven. Wij zouden ons niet overal uitgespuugd en gehaat voelen.  Het is maar voor een paar weken en ik vlieg gewoon heen en terug voor mijn werk als dat nodig is, zei mijn vader. Wij wisten uit ervaring dat wij niet veel nodig zouden hebben, gewoon wat korte broeken en een  enkel vest voor de avond in geval het koel zou zijn. Wat je tekort kwam, kocht je gewoon, dat kon gewoon, je kon gewoon kopen wat je wilde! Er waren winkels en bakkerijen en kruideniers en iedereen was vriendelijk. Ik weet nu, dat iedereen gewoon was en dat de Libïers onvriendlijk waren tegen alles dat blank was. 

Zo passeerden de laatste dagen op school en het was op één van de laatste avonden dat wij aan tafel aten dat mijn broer zei, er is iets raars gebeurd op de college. Oh, vroeg mijn vader, geen problemen hoop ik? Nee, dat niet, maar iets dat mij niet lekker zit, antwoordde mijn broer. Twee jongens uit mijn klas en ik hebben rare briefjes onder de ruitewisser gehad. Hoe bedoel je rare briefjes, vroeg mijn vader? Ik heb het bij mij, antwoordde mijn broer en haalde een opgevouwen briefje uit zijn portemonnaie. American Satani, we kill you, stond er in onhandig schrift op. Dit is door een Arabier geschreven, zei mijn vader onmiddellijk. Het schrift leunt terug. Iemand die gewend is van rechts naar links te schrijven. Het is niet door een student geschreven, dan zou het foutloos geweest zijn. Het had moeten wezen: we will or shall kill you.Dat houdt een toekomstige belofte in.Wat is een Satani, vroeg mijn zus? Dat is Arabisch voor duivel of demon, antwoordde mijn vader.

Het is een ongeoefende en ongeletterde hand die dit geschreven heeft vond mijn vader, je kunt er niets mee. Waren de andere briefjes hetzelfde? Ja zei mijn broer, de andere jongens komen uit Libanon en zij vonden het op de voorruit van hun kevertje. Afgunst en haat, vond mijn vader. Jouw auto is typisch Amerikaans dus waarschijnlijk dachten ze dat die van een docent was. De andere briefjes zitten mij  niet lekker, zei mijn vader. Iemand houdt jullie school in de gaten en weet dat die betreffende kevertjes niet aan Libïers toe behoren. Het is vreemdelingen haat. Waarschijnlijk iemand die vindt dat Arabische jongens niet naar een Europees/ Amerikaans college moeten gaan. Ik heb dit eerder meegemaakt, zei mijn vader en keek ver voor zich uit. Doe je auto goed op slot, raadde hij mijn broer aan, zo dat de één of andere misleide niet een schorpioen of een slang in je auto gooit.

Ik voelde een huivering langs mijn ruggegraat omhoog kruipen. Niets gebeurt zonder reden, de tijden werden grimmiger, ik wist het zo maar. De hand of misschien waren het wel ondertussen handen van haat geworden, waarden door de straten van Tripoli en zochten naar Amerikanen, naar blanken in het algemeen of naar de Christenhonden en ze zouden ons tot moes knijpen, we hadden geen schijn van kans, ik voelde het zomaar en even later schudde ik het van mij af en maakten we weer plannen over Malta, maar had ik een voorgevoel gehad? Als iemand of iets die haat zou kunnen kanaliseren, dan leefden wij allen op geleende tijd, Men, of iemand, wist of hield al bij, wie in welk autootje reed en voelde zich al sterk genoeg om te bedreigen en te intimideren. Zouden ze weten waar wij allemaal woonden, zou daar een lijst van zijn in handen van extremisten. Nog meer dan om alleen de vakantie, wilde ik naar Malta.

images?q=tbn:ANd9GcSRwc1NtYfaqIXYdYM5-AI

Het waren heerlijke weken, het zou de laatste vakantie zijn dat wij als gezin gezamelijk in gezondheid zouden genieten. Wij wisten dat toen gelukkig nog niet anders waren wij jaren eerder wanhopig van verdriet geworden. Was toen wij Tripoli, hadden verlaten een paar jaar later, de haat die ons altijd omringd had aan ons blijven kleven en had die ons daarom als een noodlot achtervolgt en vernietigd, omdat het kwade aan je kleeft en je jouw lot niet laat ontlopen? Ik weet het niet maar als ik had kunnen bevroeden dat enkele van mijn gezinsleden toen op geleende tijd leefden met een klok die langzaam al  aan het aftellen van hun laatste jaren was begonnen, dan had ik nog intensiever met hen van die dagen genoten. 

Mijn vader huurde een auto en het stuur zat aan de verkeerde kant, Malta was Brits en de auto´s en het verkeer waren aangepast aan sturen aan de rechterkant van je auto. Je moest niet eerst naar links kijken en dan naar rechts als je over wilde steken anders werd je platgereden. Je moest het precies andersom doen, dat was wel even wennen! We werden wakker en mijn vader draaide dan opera muziek, we ontbeten en pakten een picknickmand in en gingen naar een strand.  Zo lagen we op het strand van Golden bay en mijn zus en moeder konden gewoon op het strand liggen net als alle andere mensen. Een andere keer deden we St George´s bay of St Julian¨s bay aan en het was altijd fijn en leuk en de tijd was oneindig en mijn broer en ik liepen over straat als wij weer thuis kwamen van het strand en wij keken onze ogen uit. We moesten voor het eten thuis zijn. Niet dat mijn moeder kookte. We benutten de luxe dat je uit kon gaan, wat in Tripoli niet kon omdat die gelegenheden niet bestonden. Overal waren bistro´tjes of pizzaria´s, het was niet te geloven! 

Met ons Libische zakgeld, kregen we ons geld niet op. Voor mijn vader met zijn Libische ponden en olie dollars was Malta spotgoedkoop. ach het leven is zo relatief. Wij genoten zo van Malta omdat het alles had dat Libïe niet had of ooit zou hebben, vrijheid! Vrijheid in de Europese zin van het woord. Mijn vader verliet ons om een tijdje te werken in Tripoli en maakte ons lid van een complex dat Villa Rosa heette, het lag aan een baai  en leek op de Underwater club in Tripoli, met het verschil dat het veel luxer was. Mijn broer mocht met zijn Arabische rijbewijs niet in de Maltese huurauto rijden. Dus we namen de bus, dat kostte vrijwel niets. We moesten dan naar Sliema en de bus was oud en groen en  kreunde als hij zwoegend de hellingen besteeg, met een kaartjes verkoper die in een apart hokje zat. . Er was een bus! In Tripoli had je dat gewoon niet. De dagen regen zich aan een en we genoten volop. Mijn zus en mijn broer en ik vormden een drie eenheid, Ik hield zo veel van hen en de dagen waren geweldig. 

images?q=tbn:ANd9GcSnyOZDfruRxo3zcH4gpeg

Mijn vader kwam weer aanvliegen en de dag er na huurde hij een speedboot en daar vlogen we op vleugels van kracht over het water met een boeggolf die wegsloeg van de boot en de zon die ons bruinde. Er waren wel wat minpuntjes aan het water rond Malta, het wemelde er van de haaien, ze kwamen gewoon de haven in zwemmen en aten van de rommel die de schepen loosden. Je had op strandjes ook vaak een haaienwacht die alleen maar uur na uur de horizon afspeurde voor de gevreesde vin, die het water door zou klieven en mensen open zou rijten.Shark, brulde  dan zo´n man en binnen een flits stond iedereen op het strand

Stranden waren toen nog niet afgeschoten met haaien netten of hekken. Het barstte er echt van die beesten. Ik was het mij nooit bewust geweest maar de Middellandse zee is een haaien paradijs. Mijn vader bezwoer ons dat wij niet dieper dan ons middel in het water mochten gaan en dat wij altijd moesten zorgen dat wij mensen om ons heen hadden, zodat die gegrepen zouden worden en wij  niet. Wij leefden die zomer uitbundig en als er een God is, dan was die ons genadig geweest dat hij ons nog één goed samenzijn had gegund.

Aan alles komt een eind en het schooljaar kwam dichterbij en de verlof periode liep af per dag. We gaan morgen naar iets speciaals zei mijn vader en overmorgen vliegen we terug naar Tripoli. Alles was al zo speciaal geweest dat wij heel nieuwsgierig waren. Morgen, sprak mijn vader, gaan wij naar plekken die je nooit meer zult vergeten. Eentje heette Hassan´s cave, waar een piraat in gewoond had, die had  daar zijn basis gehad en de andere heette de Blue Grotto, waar je alleen met gunstige tij in kon varen omdat de opening nog al laag is. Het waren beiden inderdaad onvergetelijke plekken.  Hassan de piraat, sprak mijn broer en mij erg aan, wat logisch was op die leeftijd en de Blue Grotto, dat was een natuurwonder. Het water was blauw een hemels blauw en als je hand er door haalde dan leek die ook blauwig, het was een mineralen combinatie die de grot maakte tot wat hij was, een prachtige plek op deze aarde. 

De motoren sputterden en sloegen aan, de propellers wiekten rond en zochten en sneden hun weg door de lucht. Mijn zus en mijn  moeder waren weer Tripolitaans aangekleed. Even later landen Bea op het vliegveld van Tripoli en zij taxide naar de staalplaten hangaar die warm zou zijn, een oven gelijk. Er werd een trapje geduwd naar de voordeur en even later stonden wij op het platform dat de hitte alle kanten op weerkaatste. Wij hadden verdrongen hoe het ook al weer was in die dagen in Malta, maar nu sloten de herinneringen zich tot een geheel en Malta werd buitengesloten en  lag weer in een andere wereld, ver weg, ongrijpbaar ver weg verwijderd van ons.

We reden in mijn vader´s auto terug en toen we bij ons huis kwamen en het erf op reden zagen we dat iets fout was, heel erg verkeerd. Waar mijn broer zijn auto geparkeerd had, een paar weken geleden,  stond nu een uitgebrand wrak op de velgen rustend. Nee, riep mijn broer ontzet en sloeg zijn hand voor de mond en ik wist het, we waren weer thuis. De hand van haat had gezocht en rond gewaard door de straten en onze straat gevonden. De haat had ons vol ingehouden woede gelokaliseerd en had heel even, lichtjes maar, in de Christenhonden geknepen als een belofte van wat hen nog te wachten stond.

lees ook: het slechte dat rondwaart, de Libische jaren

 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dank je, Leo...