Leptis magna, de Libische jaren

Door San-Daniel gepubliceerd op Monday 16 December 22:01

 

A column in the frigidarium of the Hadrianic Baths in Lepcis Magna. Photo Marco Prins.

Leptis Magna:

Wist je, zei ik,  dat Tripoli een paar namen heeft? Mijn ouders waren bij kennissen op bezoek en ik zat met mijn zus en broer aan een tafeltje in de schaduw. Mijn broer schudde van nee en  mijn zus keek verbaasd op.  Het heet eigenlijk Oea, legde ik uit. Dat verbaast mij niet zei mijn broer die niet erg fijn besnaard was, dat is apetaal. Nee, zei ik dat is Arabisch of eigenlijk het Arabisch dat de Feneciërs spraken, Ik zei het al, herhaalde mijn broer, apetaal. Ik besefte dat mijn broer 5 weken brotherhood week verdiende, op zijn minst 5 weken. Wat een grappige naam zei mijn oudere zus, dat lijkt niet op Tripoli en ik maakte voor het eerst de observatie dat de sociale intelligentie van mijn grote zus vele malen groter was dan die van mijn broer. Het was een lieve zus die mij later als een tweede moeder zou opvoeden toen de grote rampen zich over ons gezin voltrokken hadden. 

Heb je dat op school geleerd, vroeg zij door? ja knikte ik en het heet nu Tripoli omdat er vroeger drie steden waren.Ik heb altijd de ongelukkige neiging gehad om kennis te willen delen. Dat wist ik, zei mijn broer, iedereen weet dat vervolgde hij met nadruk. Ik, wist dat anders niet, zei mijn zus. Hoe heetten die drie steden dan  vroeg ik aan mijn broer. Die daar wijslijk niet op inging maar vroeg of ik ineens héél slim geworden was of professor of zo. Ik beseft dat hij het niet wist en dat hij dat op deze wijze maskeerde. Ik had een leuke dag op school gehad en veel meegemaakt dat buitengewoon was en ik moest er gewoon over praten. Ik snapte dat je met ruzie nergens kwam.

 

images?q=tbn:ANd9GcQBewW64OYsMPYrsYovW_z

Ik richtte mij dus meer tot mijn zus en vertelde over de kamelenrace en de geschiedenis stencils en mijn broer luisterde wel terdege en langszaam maar zeker begon hij vragen te stellen.Welke van die drie steden was het oudst, wilde hij weten? Leptis Magna, zei ik zonder twijfel, ik had dat als vraag op een stenciltje gehad. Dat werd 1100 voor Christus gesticht, dus 3000 jaar geleden. Allemachtig en er staat nog wat van overeind, vroeg hij? Ja, zei ik, heel veel zelfs. Leptis Magna en Sabratha bestaan als vrijwel intact zijnde ruïne steden. Hoe komt dat vroeg mijn zus? Die zijn verlaten door het droogvallen van putten en daardoor een tekort aan drinkwater.  Oea is als Tripoli overgebleven omdat zij in dat deel geen waterschaarste hadden. Zou je het kunnen bezoeken, vroeg hij zich af? Volgens mr Harper, wel, zei ik. Hij gaat er wel eens graven en vindt dan leuke dingen, een kannetje of zo. Klei gebakken en beschadigd maar wel leuk.

Je kunt er zo maar graven, mijn broer keek vol ongeloof. Niemand stopt je, antwoordde ik, dat had mr Harper gezegd, de Britten hadden zelfs een halve tempel ontmanteld en naar Belvedere, een buiten, in Windsor Great park, in Londen verscheept. Daar moeten wij heen zei hij. Dat zou ik heel leuk vinden, dacht ik. Waarom mag je daar graven, vroeg hij?. Het interesseert de Libïers niet, het is niet hun beschaving die daar ligt, Ongelooflijk zei mijn broer, wie weet wat we daar vinden. Er was toen nog geen Unesco dat zulke ruïne steden tot erfgoed zou uitroepen.

images?q=tbn:ANd9GcTC889X_Cb8wMuaDeorTK_

 

In heel veel latere jaren stelde een zekere kolonel Gadafi zijn geschut op in de ruïne steden zodat hij zeker wist dat de Amerikanen die niet zouden bombarderen. Toen waren de ruïne steden inmiddels door Unesco tot wereld erfgoed verklaard.   Mijn vriendjes kwamen mij vragen voor het doebie spel en dat onderbrak mijn hoorcollege en even later rende mijn Arabische vriendjes en ik  rond in het zelf verzonnen spel. Dit was brotherhood week ten top, niet vreemd want kinderen zoeken elkaar op, waar ook ter wereld en spelen zonder enige vooroordelen.

Die avond begon mijn broer over Tripoli en haar oude namen, aan tafel te spreken. Oh, zei mijn vader dat zijn Fenicische nederzettingen van een paar duizend jaar geleden. Zij waren een volk dat  het purperen volk werden  genoemd  door de Grieken. Zij knepen slakjes uit of zo. Na de val van Carthago, stegen zij erg in belang en hij schepte zich zelf nog wat rijst op.   Daarmee was het voor hem afgedaan. Ik was onder de indruk, Ik wist pas sinds die ochtend hoe de brandhoornslak gebruikt werd om kleur stof te winnen. Mijn vader was gewoon zo anders gericht. Hij was zo techniek gericht dat hij van andere zaken wel notitie nam maar hen qua belang ogenblikkelijk archiveerde. Hij was pragmatisch technisch en er zat niets van de onderwijzer in hem. Hij was niet vader die uitleggend door het leven gaat met zijn kroost om zich heen verzameld.

 

Goh, wist u dat Pap, vroeg ik? Iedereen weet dat, antwoordde mijn vader en ik zag de overkomst tussen mijn broer en mijn vader, het was mij duidelijk, zij waren alle twee techneuten en  ik kwam van een andere planeet. Mijn vader stelde zich zelf als norm en ieder die niet wist wat hij wist, vond hij dom. Dat is een merkwaardige vorm van bescheidenheid betrachten en een enorme onderschatting van je eigen intelligentie. Ik wist dat niet, zei mijn moeder en ik zou daar graag eens heen gaan.  Dan moet je naar Leptis Magna gaan, zei mijn vader, dat is het oudste van de drie en het meest intact. Ik viel zowat achterover van verbazing, bent u er wel eens geweest vroeg ik aan hem?  Nee, zei hij, daar is geen noodzaak toe, ik weet wat er te weten valt. 

Toch zou ik erg graag heen gaan zei mijn  moeder, ik wil het met mijn eigen ogen zien. Het zal er heel warm zijn nu en de zon zal erg reflecteren van de ruïnes en stenen, probeerde mijn vader nog. Ook daar bleek hij later gelijk in te krijgen. We gaan dit weekend zei mijn moeder gedecideerd. Dat zou ik graag voor jullie doen, maar mijn auto gaat de garage in voor onderhoud, zei mijn vader. Heeft je zoon geen auto en zij wees naar mijn oudere broer. Als hij geen andere plannen heeft, zei mijn vader. Dat had mijn broer niet want wij wilde niets liever dan naar de opgravingen gaan en zo kwam het dat wij zaterdagochtend vertrokken, voor een ritje van 2 uur naar Leptis Magna. In de achterklep zat een koelbox met ijsblokjes en drinken en we hadden er allemaal zin in.

images?q=tbn:ANd9GcQBewW64OYsMPYrsYovW_z

 

Mijn vader had voor vertrek het water en de olie gecontroleerd, schopte eens tegen de banden en wij veerden weg over het pad in de grote Fairlane van mijn broer, gevolgd door een diep gerommel uit de uitlaten die de V8 krachtbron verraadde... boh boh boh..

De weg was slecht maar je zou niet anders verwachten en na een paar kruisingen en dorpjes kwamen we in een vallei die uitliep naar de zee met alleen maar pilaren en oude overgebleven bouwwerken. Je moest je auto laten staan want je kon onmogelijk het terrein op. Er lagen omgevallen pilaren en brokstukken oude tempel. Wat je opviel was, dat je echt een oude stad binnenliep. Natuurlijk waren de straten smal, er was geen ander verkeer in die tijd dan een ezel of een paard. Het forum Romanum was er een grapje bij.  ik had nog nooit zoiets gezien en ik begreep dat hier een beschaving  was geweest toen wij nog in berevellen rondliepen.

Het was imposant, wat mij helemaal verbaasde was dat mijn vader een lopende gids was. Heb je wel eens van keizer Nero gehoord vroeg mijn vader? De keizer die viool speelde terwijl Rome brandde? Die heeft hier ergens een amfitheater gebouwd dat 15 000 mensen kon herbergen. Dat zullen wij eens opzoeken. Nu, weet ik dat het 16 000 mensen kon herbergen, maar voor iemand die onvoorbereid sprak was mijn vader toegerust met veel parate kennis. Er liepen jonge geitehoeders tussen de ruïnes en toen zij ons zagen kwamen ze op ons af. Ze haden wat potten en scherven gevonden en een handje met munten, die mijn vader kocht voor een habbekrats.

images?q=tbn:ANd9GcS4FC84Jq9SQjtDYckUqXj

 

Er stonden twee Amerikanen wat te scheppen. er lagen wat beeldjes naast hen en nu begrijp ik dat zoiets misdadig was, toen vond ik dat heel begrijpelijk. We kwamen langs triomf poorten, thermen en tempeltjes. Ik verzet geen voet meer, zei mijn vader, terwijl het zweet bij hem neer gutste en plantte de koelbox neer. . De hitte reflecteerde van elke steen om ons heen.  We dronken wat en mijn broer en ik vroegen of we nog wat mocht rond lopen . Blijf in het gezichtsveld, zei mijn moeder, ik wil je wel kunnen zien en zo liepen we even later over een weg die ouder was dan de via Appia. We stopten eens bij een zuiltje en wij liepen eens langs een stuk muur, maar de waarheid is dat de hitte overweldigend was.  Het spatte van de wegen en van de gebouwen af, het was een natuurlijke oven.

Je wordt daar dan ook heel loom van en je tilt je voeten niet meer goed op. De weg waar we over liepen was oud, antiek oud.  Het moet een belangrijke doorgangsweg geweest zijn in de oudheid, hij was in ieder geval breder dan de ander wegen die meer brede paden waren. Ik schopte per ongeluk tegen een steentje en het ketste naar voren en verdween in een voeg tussen twee grote stenen die het plaveisel van de weg vormden. Ik was altijd een goed observant geweest en ik zag iets buitengewoons, het kiezeltje was verdwenen. Hey, zei ik tegen mijn broer, het steentje is weg. Natuurlijk, simpele zei hij, je schopte er tegen. Ik bedoel echt weg zei ik. De voeg was een opening van 2 centimeter breed. Ik ging op mijn knieën zitten en gooide er een klein steentje in, het duurde even en je hoorde een tik waar het de bodem raakte.

images?q=tbn:ANd9GcTuBB6bNkTCgOCgkzAy1Vc

 

Ik bevroor, wij zitten boven een gewelf zei ik, als het instort is het gebeurd met ons. Teut niet zei mijn broer, maar ook hij duwde een steentje door de opening tussen de twee stenen naar binnen. Ik telde. Wat doe je vroeg mijn broer? Ik bepaal de diepte zei ik. De valversnelling is 9.8 meter per seconde in het kwadraat. Dus als je de seconden telt dan kun je bepalen hoe diep het is. Hoe diep is het vroeg mijn broer, die heel pragmatisch was. Tussen de 10 en 20 meter schat ik, zei ik. Heel voorzichtig liepen wij weg van de rand. We beseften dat met de veelvoud van oude gebouwen er natuurlijk kelders en ondergrondse gewelven aanwezig waren.  In eens was de lust ons ontnomen om nog rond te lopen. 

Mijn ouders en mijn zus waren nog aan het bijkomen van de  warmte en er werden wat fotó´s gemaakt van ons allen bij een pilaartje zus of een pilaartje zo. Foto´s die ik nu nog heb  en koester, één van de laatste foto´s  waar mijn broer nog in goede gezondheid naast mij stond, vol levenslust en een glimlach op zijn gezicht die de keizer Nero niet misstaan zou hebben. Teruggekomen bij de auto zagen we het al, het was natuurlijk een Amerikaanse auto en hij stond eenzaam ver weg geparkeerd. De koplampen waren stuk geslagen en ineens waren weer terug in het heden, ver weg van de antieke schoonheid die we bezocht hadden. De hand van haat waarde ook hier door de gewesten en kneep de Christenhonden aan puin en zocht hen en bracht hen schade toe, waar ook maar mogelijk. 

    San Daniel 2013

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.