De waterval van Tarhuna, De Libische jaren.

Door San-Daniel gepubliceerd op Monday 16 December 22:02

De kalender:

De kalender die mijn vader als relatie cadeau had gekregen, toonde  per maand een fraaie foto van een Libische bezienswaardigheid. De Amerikaanse maatschappij waar mijn vader voor werkte deed er alles aan om het gastland Libië zo positief mogelijk te presenteren. De eerste foto op de omslag vonden we wat minder, het toonde een grijsaard naast de Libische vlag met Arabische teksten er naast. Onder de Arabische tekst stond een Engelse vertaling. King Idris, defender of The faith, Koning Idris beschermer van het geloof. Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn, moet de public relations man van het bedrijf gedacht hebben. De 78 jarige  beschermer van  het geloof, keek je moegestreden aan, op een manier die je niet bepaald vrolijk stemde en dan hadden ze waarschijnlijk nog de beste foto van hem geplaatst. Het viel niet te ontkennen hij loerde je aan van af de kalender. Dat heeft toch iets sinisters, je wilt ook geen loerende paus op je kalender.

Oh, zei mijn moeder, moet je eens zien en zij liet een plaat zien die een waterval toonde van ongekende grootte. Een begeleidende teksts verklaarde dat dit de trots was van de omgeving; de waterval van Tarhuna. Dat ziet er prachtig uit, vond mijn vader. In een land waar de hitte heerst en waar vliegen onderdeel van de omgeving zijn, waar je ook heen gaat en waar er altijd stof in de lucht dwarrelt, is een stroompje dat verkoeling brengt een God´s geschenk. Laat staan een waterval, zoals afgebeeld op de kalender van de Oasis Oil Company. Het nodigde uit in haar ongerepte  frisheid, om er naast te gaan zitten en gewoon, de nevel te voelen aan de voet van de val, het opspattende water zou je nat spatten. je kreeg er haast lyrische beelden bij. De mens en water zijn verbonden, water geeft leven. Mijn broer en ik waren stoer en zouden niet zo snel mee ochén en ahén, maar eerlijk is eerlijk, het zag er aantrekkelijk uit.

Zouden we daar eens heen kunnen gaan, vroeg mijn moeder, die nooit uit huis kwam, omdat je dat niet als Westerse vrouw in Libië doet. Haar uitjes bestonden uit het  maandelijkse gokken samen met mijn vader in de Waddan, de casino in  Tripoli, of naar Wheelus Airbase waar wij elke zondag naar een Lutherse kerkdienst gingen in de officer´s mess. Wheelus airbase was een stukje verplaatste beschaving achter prikkeldraad versperringen. De Amerikanen en Europeanen, kregen een pas op aanvraag om ere diensten bij te wonen. Het was niet zo zeer de kerkdienst die prettig was, een kerkdienst is een kerkdienst. Je kon naar een kerkdienst, wat buiten de basis onmogelijk was. 

In een land waar elke 2 uur, de hele dag door,  vanaf de minaretten geblerd wordt dat Allah groot is en dat er geen andere God dan Allah is, laat je het wel uit je hoofd om een kerk te stichten. Dat staat gelijk aan je doodsvonnis tekenen. Het was een welkom verzetje.  Je was weer even  onder ons, je kon vrij praten, vrouwen konden gewoon rond lopen in dit stukje verplaatst Amerika. Een oase van rust in een land waar de haat voor  blanken van je hoofd afketste, waar je ook liep. Je voelde je even niet gehaat. Je was weer onder ons,  bij je eigen stam. De dienst bestond altijd uit twee gezangen en een lezing, door Captain Mackletan, die fighter pilot was en de rol van voorganger op zich genomen had. De captain was kort van stof en de meeste diensten duurden niet langer dan 20 minuten.

Daarna volgde steevast koffie met donuts. Wij waren de buitenpost van Westerse beschaving, maar merkwaardig genoeg achter prikkeldraad versperringen. Twee keer in de maand organizeerde Captain Mackletan een barbeque,  want daar hield hij zelf veel van en op de andere twee zondagen was er een buffet gemaakt door de kerk dames. Mijn moeder keek daar altijd erg naar uit en bakte dan dat het een lieve lust was. Iedereen maakte een gerecht klaar en nam dat mee en plaatste dat op een lange tafel en iedereen at dan gezamelijk.  Zo zouden kerken moeten zijn!   Dat bedoelde Jezus, heb ik later wel eens gedacht. Niet eindeloos bidden en kwelen. Nee, je komt bijeen, je betuigt dat je nog steeds allemaal het zelfde gelooft en je hebt een prettig samenzijn. 

 De kerk was de reden die gebruikt werd om even de Arabische buitenwereld uit je gedachten te bannen en gesterkt reed je dan weer Wheelus Airbase uit langs de controle posten, bijgeladen om weer tegen een week haat te kunnen. 

Ik zal proberen uit te vinden op het kantoor, waar Tarhuna precies ligt, antwoordde mijn vader. Maar als we gaan dan wordt dat op een zaterdag, want zondag wil ik de dienst niet missen. Hij doelde waarschijnlijk op de barbeque of het buffet, waar de mannen dan bijeen stonden met een biertje in de hand, moppen te tappen of gewoon ontspannen aan elkaar sterke verhalen opdisten. Het is nu vandaag de dag niet voor te stellen maar buiten de Airbase kon je gewoon geen biertje drinken. Allahhhh. Allahhhh is groot, klonk het versterkt van uit de minaretten over de stad, die het niet meer hoorde om dat het onderdeel van de achtergrond ruis was geworden.Alahhh ie Allahhh en Mohammed is zijn profeet. Mohammed was onze tuinman!!

Op een avond deelde mijn vader mee dat hij nu wist waar Tarhuna lag en dat de afstand wel mee viel. Het was zo´n 80 kilometer ten Westen van Tripoli. In een normaal land is 80 kilometer een kippen eindje, maar even buiten Tripoli houden de geasfalteerde wegen op. Dat heeft zo zijn voor en nadelen. Waar er asfalt is moet je erg oppassen voor de enorme gaten in de weg. De asfaltwegen worden niet goed onderhouden en vrachtwagens rijden de wegen stuk. Maar je gooit geen stofwolken op. Soms ben je beter af zonder asfalt. Asfalt wegen in Afrika hebben de nare bijkomstigheid dat ze slangen aantrekken.Langs de weg zie je vaker wel dan niet cobra´s met hun kop op de weg liggen en hun lichaam in het zand verstopt, soezerig op te warmen.  

Wij vertrokken vroeg en hadden een paar veldflessen water mee, want je weet nooit wat er kan gebeuren. Even buiten Tripoli hielden de wegen op, gewoon op. Er was een "piste" door de woestijn. Een hard gereden zandweg waar af en toe een schuiver over heen was gejaagd en die dan met afgewerkte olie werd besproeid. Dat laatste was blijkelijk al weer enig tijd geleden gebeurd, want waar je ook  reed werd je achtervolgd  door grote stofwolken. Je zag wel van verre de schaarse tegenliggers aankomen. Het elkaar passeren werd dan een mini zandstorm. Er stond af en toe bij een kruising een bord in Arabisch. Mijn moeder maakte zich een beetje zorgen en vroeg, zullen we terug gaan, als we door een zandstorm overvallen worden dan verdwalen we. 

Mijn vader speelde de rol die hij zich altijd het liefst had toegedicht, de rol van avonturier. Wij, sprak hij nadrukkelijk, kunnen niet verdwalen. Oh,antwoordde mijn moeder en waarom denk je dat? Omdat wij de spoorlijn volgen en hij wees naar mijn moeder´s kant en inderdaad zag de oplettende waarnemer nu een verhoging in het zand, van  wat eens een talud was geweest. Dit is de oude spoorlijn,verduidelijkte hij, die Tripoli met Tarhuna verbindt. Hij werd aangelegd tijdens de Italiaanse periode, toen Lybia een Italiaanse kolonie was. We luisterden aandachtig. Mijn vader was een wandelende bron van kennis. In 1943, zei mijn vader, versloegen de Britten, Generaal Rommel´s eenheden en verloor Italie, als bondgenoot van Duitsland, haar kolonie. De veldslagen in de woestijn zijn hevig geweest, Zij zijn zeven maal heen en weer geweest, overwinnend en dan weer verliezend. 

In de verte zagen we een silhouet boven het zand uit steken en mijn vader stopte de auto. We konden de benen even strekken en liepen naar het stuk staal dat uit het zand omhoog rees. Het was een oude stoomlocomotief. Mijn vader begon meteen een lezing over onderhoud en hoe spijtig het was dat een land dat een spoorlijn aangereikt krijgt van een voormalige overheerser, dat weer ten gronde laat gaan. Libiers zijn gewoon geen techneuten. Zij leven in ander tijdperk en ik moest mijn vader daar wel een beetje gelijk in geven.

We hadden alweer een flink stuk gereden toen we ruïnes zagen. Hier heb ik over gehoord, zei mijn vader, dit zijn oude Romeinse ruines. Dat betekent dat we inderdaad nog goed rijden. De droogte en het ontbreken van zure regen zorgen er voor dat de Romeinse ruïnes in de binnenlanden van Afrika in betere staat verkeren dan menig optrekje in het Forum Romanum. Wij zagen in de verte iemand op een heuveltop staan. Als de weg recht en lang is, dan vallen minimale verschillen ogenblikkelijk op.

Hij zwaaide naar een verre verte en blies op een hoorn. Het beeld van indianen op een heuveltop in het wilde westen drong zich aan mij op. Zou hij op dat moment ook op een hoorn geblazen hebben als wij niet langs gekomen waren, vroeg ik  mij af? De weg maakte een paar kronkels en wij zagen een dorpje opdoemen. Er kwamen mensen uit de hutachtige huizen en die stelden zich aan weerszijden van de weg op. Je voelde onheil naderen, maar er was maar één weg. Mijn vader minderde vaart en de stofwolk die wij achter ons lieten nam drastisch af.  De stenen regenden ons tegemoet en ééntje sloeg in een ster in de voorruit, toen waren wij er voorbij. Mijn vader zat met vertrokken lippen achter het stuur.

Dat was een Berber dorp, zei mijn vader, onnodig voor ons vervolgde hij, pas op met Berbers, je kunt ze niet vertrouwen. Alsof iemand van ons een stenen gooiende Berber in vertrouwen zou willen nemen. Het vervelende is dat wij deze weg ook weer terug moeten nemen vervolgde mijn vader. Eerst maar bij Tarhuna zien te komen. Het duurde niet lang meer of wij kwamen bij de eerste  tekenen van de bewoonde wereld.

Kleine kindjes, die er erg groezelig uitzagen, zwaaiden vriendelijk naar ons. Mijn vader stopte bij een uitspanning met een uithang bord  dat onmiskenbaar Coca cola aanprees in het Arabisch. je herkent het logo uit duizenden. ​Er was voor het eerst begroeiing, een oase achtig gebied. Gamsa cola vadlek, ivendi, vroeg mijn vader indringend aan de eigenaar.  Vijf cola alstublieft meneer. Bent u Amerikaans,vroeg de man glimlachend? Nee zei mijn vader maar wij spreken wel Engels. Wat brengt u hier, vroeg de man?

Mijn moeder opende haar Mary Popin´s tas en haalde de kalender te voorschijn die zij aan mijn vader gaf. Mijn vader wees op het plaatje en vroeg of het nog ver was. Hmm, zei de man en hij keek nog eens en haalde er iemand bij die ook keek en zijn hoofd schudde. Nu kwam er een derde man bij staan en er vond een heel gesprek plaats tot iemand´s gezicht oplichtte. Mijn vader wilde behulpzaam zijn, het ligt in Tarhuna, verduidelijkte hij. Dit is Tarhuna zei de baas van het koffie barretje. Ik denk dat wij weten waar dit is, zei de man, maar u gaat dit nooit zelfstandig vinden. Neemt u mijn zoontje mee, die is gids. Hij riep iets dat veel keelklanken had en voor ons onverstaanbaar was, in ieder geval ik verstond er niets van. Een mannetje van rond 10 jaar kwam nu aan lopen. Ik gids , ik gids, riep hij vriendelijk en hij klopte op zijn borst. 

Juist zei mijn vader. Wat kost uw gids, vroeg mijn vader? Hij rijdt met u mee en laat u zien wat u zoekt en u brengt hem weer hier terug, zei de eigenaar van het barretje. Ja, zei mijn vader, nu wat indringender, wat kosten zijn diensten? Voor u, maar twee pond, antwoordde de man glimlachend met een buiginkje. Je spuugt op mijn huis, zei mijn vader, met veel misbaar. Je beledigt mijn dorp en je plet mijn schuur. Ik wil maar één gids, niet je hele familie. Ik betaal 50 piaster en dat is een gunst.

Het is mijn favoriete zoon, antwoordde de eigenaar, terwijl hij zijn handen ten hemel hief, maar u bent geen Amerikaan, Ik laat hem gaan voor anderhalf pond. Je schopt tegen mijn ezel, zei mijn vader, 75 piaster  en geen beledigingen meer! Vooruit 1 pond dan, was de repliek van de eigenaar en wij praten er niet meer over. Mij vader betaalde één pond en het mannetje verliet even later met ons, zijn vader´s barretje.  Na vijf minuten maakte hij duidelijk dat we moesten stoppen, en hij wees naar een plek onder een boom.

Mijn vader parkeerde de auto in de schaduw daarvan en wij volgden onze jonge gids. Het pad daalde naar de oever van een klein beekje. De jongen keek heel trots en wees het beekje aan. Oh,Oh, zei mijn moeder en diepte uit haar tas weer de kalender op en wees de waterval aan. Hij wenkte ons en baande zijn weg langs wat struikgewas van de oase en wees voor zich uit. Daar was de zelfde rotspartij van de kalender en er af druppelde een watervalletje van 50 centimeter breed. Juist, zei mijn vader, genomen door  een Berber fotograaf, dat kan niet missen.

Ach, zei mijn moeder, het is echt wel mooi. Het is kleiner dan op de foto, dat wel, maar misschien is die wel in de regen tijd genomen. Zij trok haar schoenen uit en ging in het beekje staan. En ik? Ik hield ineens zoveel vreselijk van haar dat het alles omvatte, zo puur vol liefde, het beekje, het jongetje, de paar groene struiken, mijn hart opende en vloog om haar heen. Dit, sprak mijn vader, is het land waar niets is wat het lijkt .

Laat, heel laat kwamen we thuis en we verheugden ons al op de barbeque, de volgende dag na de kerkdienst en het was één van de weinige fijne ervaringen in dat droge dorre land. Waarschijnlijk is het zo een  fijne herinnering omdat het één van de laatste keren was dat ik mijn moeder nog in goede gezondheid zag, voordat de laffe hand van een vreselijk ziekte haar begon weg te woekeren uit onze levens. Wij zouden daarna  allemaal nog jaren lang, verloren door het leven sjokken.

San Daniel 2013

  lees door op de link te drukken: de Nederlandse school en de O.C.S, Libische jaren

 

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Je hebt volslagen gelijk Erica, zo is het ook.
Mooi verhaal. Als familie worden de banden natuurlijk nog veel sterker in den vreemde zo ;) leuk. Alles heeft volgens mij met scholing en kennis te maken. Kijk je naar de Golfstaten, zoals Dubai, is het heel anders. Je hebt hier te maken met volledig ongeschoolde mensen, daar zorgen ze in de Golfstaten wel voor. Hoop dat het in Lybie in de toekomst ook beter mag worden.
Wat een mooi verhaal, maar geen land waar je als vrouw echt fijn kan wonen volgens mij
Prachtverhaal, deze tocht naar de dwergwaterval!
Van genoten!
Maar je bent mijn zusje
Oh heerlijk San, want dat mag ik (denk ik) ook wel zeggen? Mijn Sanneman, grote broer, kom hier, krijg je een knufsje van je zusje
Geweldig verhaal, zo authentiek dat ik me in kan denken je zusje te zijn geweest die meeging op deze avontuurlijke tocht.