Libië, mijn vader in het gevang. De Libische jaren.

Door San-Daniel gepubliceerd op Monday 16 December 22:02

Even naar het postkantoor:

Het was een zomerse dag, heet, echt heet. Je bewoog je zo min mogelijk. Mijn moeder had een stukje droge grond tot tuin weten te  maken. Zij hield erg van planten en in perken die zij aangelegd had kleurde de oost Indische kers je tegemoet.  Dat was apart want geen van de buren had ook maar iets dat in de verste verte op een tuin leek. Het was warm, de zon brandde en schroeide op je huid. Ik zat op het trapje naar de achterdeur toe, met aan weerzijden van mij een perkje bloemen.  Er was niets te doen. In het Libië van de jaren ´60 was er nooit iets te doen. Het was vakantie tijd en er was geen school. Dat zou ook  niet gekund hebben want de temperatuur schommelde in deze tijd van het jaar tussen de 40 en 50 graden Celsius.  Zelfs de vliegen waren lui.

Voorbij de perkjes had mijn vader twee schommels gemaakt voor mijn zusjes.Ik hield hen altijd in de gaten als zij schommelden, je kon meisjes niet uit je oog laten, Libië is een  vreemd land als het meisjes en vrouwen betreft. Mijn vader´s auto stond voor het hek onder een enorme dadelboom en even verder was een grote lege oliedrum waar de buren en wij ons vuil in gooiden. Elke tweede dag kwam Mohammed, de tuinman met een karretje, dat door een ezeltje getrokken werd en leegde dan dat vat. Daarna verdween hij het erf af, de verrottings geur meenemend. ik heb mij nooit afgevraagd waar hij heen ging met dat vuilnis.

Het was niet belangrijk, de stank was weg en dat was wat telde. Mohammed had altijd een witte fez op, dat was niet gering, dan was hij op zijn minst één keer naar Mekka geweest op bedevaart. Er is een gradatie in de kleuren van de fezzen, had een Arabisch buurjongetje mij verteld.  Roodachtig paars betekende dat je 7 keer naar mekka was geweest en dan werd je in je omgeving als een soort heilige behandeld. Het was een lome dag en de hitte hing gewoon in de lucht en ontnam je welk initiatief dan ook.  Uit een onbewust automatisme wuifde je steeds wat vliegen weg.

Mijn vader had een paar vrije dagen. Hij was een paar weken  in de woestijn geweest naar de concessies en nu had hij wat vrije dagen om wat zaken te regelen. Mijn vader stapte de deur uit en vroeg of ik mee wilde gaan. Natuurlijk zei ik, waar gaan we heen? Naar het centrum, zei mijn vader. Ik moet even naar het postkantoor, de postbus legen en langs een bijkantoortje van ons, naast de Soek. Je kon de soek niet met een auto in. het was een straat die door de oudste delen van het Centrum sneed, waar elke dag Oosterse markt was. Je parkeerde je auto en dan moest je te voet verder.

Groente en fruit, ongelooflijk veel vijgen en zakken die half open stonden, met kruiden en specerijen. Als je even inhield dan kwam er meteen een marktkoopman op je af en die schonk je een klein glaasje sjai in. Miertzoete sterke thee. Uit beleefdheid weigerde je dat niet, al zag je de lipafdrukken van de vorige klant er nog op staan. Doeken en lappen, eindeloze kraampjes met tapijtjes en kleedjes.  Je liep eerst onder de stads poort door en kwam dan door een steeg achtig straatje met drijvers.

Jongetjes die koper bewerkten en figuren er uit dreven met malletjes en hamers. Sommigen van hen jonger dan ik was. Een al overheersend geroezemoes begeleidde je. Bij de poort zaten altijd bedelaars, dat was akelig, ze verminkten zichzelf, of waren vroeger door hun ouders verminkt en met een etterende wond aan een armstomp die ze haast in je gezicht duwde, vroegen ze; baksi ibvendi, een aalmoes meneer! Het Islamitische geloof gebiedt dat je aalmoezen geeft aan behoeftigen.

De bedelaars maken daar gebruik van en geloof me als  een etterende stomp, bedekt met vliegen voor je gezicht gehouden wordt, dan weet je niet hoe snel je een paar piaster uit je zak opdiept. Altijd zorgen dat je kleingeld bij je hebt, was een advies van mijn vader,, die de meeste jaren van zijn leven in de tropen had doorgebracht.

Wij worstelden ons door de menigte en kwamen bij het bijkantoortje van mijn vader´s bedrijf. Ik bleef buiten staan wachten en wuifde automatische wat vliegen van mijn lip. Even later kwam hij naar buiten en wij liepen weer door de Soek naar onze auto toe. Het is warm,zei mijn vader. Het weer gaat omslaan. Eet je wel genoeg zout,  vroeg mijn vader?  Wel aan denken, he?Je lichaam verliest veel zout als je transpireert. Mijn vader was in die tijd nog een aardige vader, maar ja we konden ook niet weten wat er allemaal in het verschiet zou liggen. Hij was zorgzaam op zijn manier en gaf goede adviezen. Het was toen niet voor te stellen dat wij binnen een 5 tal jaren, volslagen gebrouilleerd zouden zijn. 

Weet je wat, stelde hij voor, als we klaar zijn met het postkantoor dan nemen we even wat te drinken, want met dit weer verlies je veel vocht. Dat leek mij een goed plan en ik  keek met trots naar mijn vader, die altijd alles regelde en groot was. In Libië viel zijn lengte helemaal op, hij was over de 2 meter en dat was voor zijn generatie indrukwekkend. Hij was sterk, dat zag je aan alles, hij straalde het gewoon uit en hij had een heel overheersende persoonlijkheid. Als hij een kamer in stapte,dan straalde hij gewoon kracht uit. Hij was aanwezig. Het even iets drinken is er niet van gekomen, want soms gaan dingen anders dan je verwacht. 

Wij stapten in de auto en mijn vader had de handrem nog uitgetrokken. In die tijd was dat een soort haak, die je een kwart slag moest draaien om hem weer in te schuiven. Hij tastte in zijn hemd zak naar sigaretten en ik zag een groepje druk pratende jonge Arabieren aan komen lopen. Uit een rijke klasse, dat kon je aan hun mantels zien. De voorste liep druk te praten en te lachen en draaide zich al lopende half om, om nog wat tegen een vriend te zeggen. Zijn voet bleef haken in de zoom van zijn lange mantel en hij stort, stapte, naar voren en sloeg met de zijkant van zijn hoofd tegen  de regen goot van onze auto.

Hij zakte naast de auto in elkaar. Er brak een geweldige commotie los. Een paar mannen sleurde mijn vader uit de auto en ik denk dat hij gelynched zou zijn, als een politie auto niet op dat moment gestopt was, om te zien wat er gaande was. Iemand begon te roepen dat de Amerikanos de jongen dood gereden hadden. Mijn vader kreeg een corrigerend tikje met de knuppel toen hij iets wilde zeggen en werd geboeid afgevoerd. Het gebeurde allemaal snel, ik had niet eens uit kunnen stappen. Ik haalde de sleutel uit het contact slot en voelde me heel rustig worden. Ik sloot de auto af en begon de paar kilometer naar huis terug te lopen.

Mobieltjes bestonden niet en er zat niets anders op dan lopen. Het eerste wat mijn moeder riep toen zij mij zag,  was, waar is pap? Ik vertelde haar zo goed en zo kwaad als ik kon, wat ik dacht dat er  gebeurd was. Mijn moeder belde het consulaat en de Oasis Oil Company. Mijn vader´s bedrijf had altijd een legertje advocaten gereed staan om problemen in de kiem te smoren.  Iedereen verzekerde mijn moeder dat zij zich geen zorgen hoefde te maken, dat zij alles op zouden lossen.

Het was na twee dagen dat Mohammed, de tuinjongen kwam melden dat mijn vader naar Puerto Bonito, was overgebracht.  Puerto Bonito was de strafgevangenis voor zware gevallen. Het was een 19 de eeuws cachot, een erfenis van de Italiaanse overheersing, toen Libië nog een kolonie van Italié was geweest.

De medewerker van het consulaat werd niet toegelaten. De advocaat van de Oasis Company, evenmin. Ondertussen zat mijn vader al 4 dagen in hechtenis. Mohammed vroeg na de vijfde dag of wij al eten hadden gebracht naar mijn vader. Familieleden brengen eten en drinken naar de gevangenen. Niet dat je ze te zien krijgt, je laat het achter bij de hoofd bewaker, in zijn loge en die brengt het, hoop je dan maar, bij de betreffende gevangene. Mohammed wist verdacht veel over het reilen en zeilen in het gevangenis wezen..

Altijd sigaretten voor de bewakers achterlaten, raadde hij aan, dat stemt hen  gunstig. Oh, en ongeveer de helft te veel inpakken, dan komt er misschien nog wat aan bij uw man. Mijn arme, lieve moeder bezweek zowat, toen zij dat hoorde. Doe er  genoeg chocolade bij, wist onze Mohammed ook te melden, dat vinden de andere gevangenen lekker. Daar maak je vrienden mee. Elke dag ging Mohammed met de paarde taxi naar het cachot. Puerto Bonito is  geen geschikte plek voor kinderen zei hij en u als vrouw moet zeker niet gaan, want de bewakers zijn niet veel gewend. Vrouwen moeten niet alleen over straat en zeker niet in zulke plaatsen komen.  Hij bedoelde, dat het sadistische, machistische, boerenkinkels waren.  

Na 2 weken werd een advocaat toegelaten en hij vertelde mijn moeder dat mijn vader veel gewicht was verloren, maar het naar omstandigheden goed maakte. Wel zou hij graag een verschoning hebben, want hij had nog steeds de zelfde kleding aan als op de dag van zijn arrestatie. Er werd overlegd en gepraat. De maatschappij wilde een borg betalen, maar daar wilde men niet aan.  Na drie maanden zat mijn vader nog steeds in Puerto Bonito. Mijn moeder kreeg een briefje via één van de wachters, gegeven aan Mohammed, samen met de lege voedsel mand, waar mijn vader om wat kleine artikelen in vroeg. Een stukje zeep en vlooienpoeder, weet ik mij nog te herinneren en wat andere kleinoden.  

In de vierde maand gebeurde het wonder. De jonge Arabier die met zijn slaap tegen de regengoot van de auto geslagen was, knipperde met zijn ogen en kwam uit zijn coma. Hij werd meteen ondervraagd en hij verklaarde dat hij gestruikeld was en met zijn hoofd tegen een geparkeerde auto was gekomen. Dan zou je verwachten dat alles opgelost was. In een normaal land met een gewone rechtspraak wel, in Libië dus niet. De rechterlijke macht zat nu met mijn vader in hun maag. een onschuldige man was maanden lang, zonder proces opgesloten geweest. In Amerika had hij ze kunnen suen tot kingdom come.

Ach waar een wil is, is een weg. Op een dag moest mijn vader voorkomen en hier mocht gelukkig een advocaat van de maatschappij bij zijn en hij moest een som van 250 pond betalen. Ik praat over 1963, dat was toen; 2500 gulden, een klein kapitaal. mijn vader wilde protesteren, maar de advocaat van Oasis snoerde zijn mond. Hij schijnt gezegd te hebben als je ooit nog het daglicht wilt zien, dan houd je nu je mond. De advocaat vroeg of het een boete betrof. Maar de rechter antwoordde dat het kosten waren geweest voor het verblijf van mijn vader in Puerto Bonito. Zij zouden hem in bescherming genomen hebben om te voorkomen dat de jonge Arabier gewroken zou worden. De advocaat dankte de rechtbank en schreef een cheque uit van de maatschappij waarna mijn vader weer een vrij man was. 

In een land als Libië heeft een blanke of een niet Moslim, geen rechten. Oasis Oil Company, betaalde voor het gezin een weekje Malta en de volgende dag zaten wij in een toestel van Bea  op weg naar het vliegveld van La Valetta. Mijn vader heeft nooit één woord los gelaten over zijn verblijf in Puerto Bonito, wat mij doet vermoeden dat het een akelige ervaring is geweest.

San Daniel 2013

lees ook door op de link te drukken: de waterval van Tarhuna, de Libische jaren

 

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een toestand. Ik had het er laatst nog over dat je in dit soort landen niet in de problemen moet komen met ongelukken, etc, dat geldt voor de eigen mensen ook. Als je als arts door een fout een patient verliest ben je nog niet jarig, kan je je leven kosten. En dan hoef je nog niet een buitenlander te zijn. Dit soort wantoestanden geldt voor veel landen in Afrika en Zuid-Amerika ook.
Mooi verhaald van minder mooie herinneringen
Nee helaas niet, het is nog steeds een land van gemanipuleerde achtergebleven, vrouw onvriendelijke geitenkeutelaars.
Afschuwelijk, wat een onrecht.Het ziet er overigens niet naar uit dat er na al die jaren iets veranderd is.
Prachtig verhaal San. Of ik erbij was
Tjongejonge, wat een verhaal. Mooi geschreven. Duim