De waarheid uit het lood geslagen (8)

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 23 January 23:14

Dat ik in alarmfase twee van hartzeer verkeer weet Emje ook zonder dat ik het in woorden vatten moet. Inmiddels is het gaan motregenen en Ali parkeert aan de doorgaande weg voor de Italiaan, waarvan hij weet dat de spaghetti de beste uit de hele provincie is. Uiteraard bestellen we dat allemaal en tegelijk met de te verwachten deegslierten besluipt mij- toch wat verrassend- de smaak van zure wraak. Niet grof of kwaad, eerder scherp, zinnig,  cynisch, enkel herkenbaar voor mensen met zelfspot en een meer gelaagd gevoelsleven dan platte zelfzucht. Ik kan houden van hen die emotioneel verknoopt zijn, totdat ze zichzelf in hun onuitputtelijke zieligheid boven me plaatsen. Dan word ik verbaal het sterkst, kruipen er venijnige woordspelletjes in mijn hoofd, die alleen zij begrijpen die zichzelf binnenstebuiten kunnen keren, weten dat er meer overeenkomsten tussen ons bestaan dan tegenstellingen.

PeuterPee wil natuurlijk niet aan haar plotselinge vlaag van hebzucht worden herinnerd. Wij mogen niet hebben gemerkt hoe die eigenschap het won van alle vergezochte principiële waangedachten over mij en Ali. Natuurlijk kon ze hem niet vragen om voor haar te onderhandelen. Dat zou betekenen dat ze zijn hulp nodig had en ze ziet hem normaliter niet staan. Pattie is stiller dan stil de verpersoonlijking van de ijzeren doofpot die is gesmeed uit de bronstige legering van angst voor intimiteit en het lood van hoogmoed voor de val. Het is te duidelijk geworden dat zij haar vermeende idealen aan de kant zet voor platvloerse hebzucht en egocentrisme. Een excuus voor haar valse beschuldigingen is vast te veel gevraagd want dat foefje kennen enkel mensen met voldoende zelfkritiek en een gezond gevoel van eigenwaarde. Van sorry zeggen gaan mensen zoals Pee en mijn moeder af. Ma, die altijd metend met twee maten.nimmer toegaf dat ze het oneerlijk liefdeloos had aangepakt. Totdat ze drie weken voor haar dood eindelijk iets van een excuus wist te verwoorden en ik al decennia eelt op de ziel had gekweekt.

Ik ben niet van plan dat spelletje met jou te herhalen. Het is niet fijn om als persoonlijke kop van Jut te fungeren in de angstige kermis die jij nodig hebt. Wat weet je van mijn innerlijke leven? Hoe dat na iedere valse beledigende beschuldiging telkens een tikje cynischer wordt? Ik breng je genadeloos in het nauw zonder dat je er iets van merkt en gezellig of niet, daarna wissel ik voorlopig geen woord meer met jou.

Het schot voor de boeg is het meteen raak. Boos blozend kijkt ze weg en gelukkig worden er enorme borden pasta voor ons neergezet als ik zeg dat die smokkelaars bij nader inzien wel meevielen. 

”Waarom heb jij eigenlijk die prachtige ketting niet gekocht? Je had Ali kunnen vragen om voor je te onderhandelen, toch? Dat had ie graag gedaan als je het in het Engels had gevraagd. Hij verstaat geen Nederlands weet je.” Pattie stoeit bloedrood met de smakelijke rode smurrie, die ze driftig aan korte stukjes snijdt. Dat eet sneller, maar ik houdt van lange pasta, blijf langzaam door zuigen. 

“Jij vond die ketting toch zo mooi? Ik in ieder geval wel. Hij was prachtig, echt iets voor jou. Zoiets unieks kom je echt nergens meer tegen. Eenmalig was ie.” De schaamte om mijn minne streek verbleekt door de pittige saus die met de slierten mee rolt op de goedkope vork. Mij smaakt het eten onversneden prima en of het me lukt om haar verder met rust te laten valt nog te bezien. Drie uur. De tijd begint te dringen. Zonder kleerscheuren ontsnapt uit de handen van haar denkbeeldig grote gevaarlijke Aladin spelen we achter onze spaghetti of er geen noodlottig ravijn tussen ons is ontstaan. Ik vraag terwijl we smikkelen aan onze gids of we vandaag Dessie nog wel halen wegens al die onnodige tijdverspilling en met een kielekiele handgebaar geeft Ali aan dat het er inderdaad om gaat spannen. Het hangt van het weer af, zegt hij en ik zucht tevreden. Daar heb ik géén invloed op. Het weer kan onze pittige miss Piggelmee me lekker niet verwijten. 

De dames installeren zich volgegeten op de achterbank terwijl Ali mij buiten aan de praat houdt met een ingewikkeld verhaal. Iets over spijt, leugens en schaamte. Uit gewoonte leg ik mijn hand op zijn arm, trek die snel weer terug, probeer hem met woorden te overtuigen dat het niet erg is dat zijn verrassing in het water is gevallen. Wat zijn taalbarrières toch lastig als het om fijnbesnaarde situaties gaat, denk ik, knik en wil instappen, maar Ali houdt me nogmaals tegen.
“Ik weet u houdt van simpel. Ik dacht kan ik geef, ik graag helpt miss Dora want u aardig, maar chauffeur in Lalibella, ik dacht was vriend, is oneerlijk, geef mij niet correct info.” Ali wil zijn hart luchten en ik zou hem troostend omhelzen, ware het niet dat we twee de controlecommissie op de achterbank geen aanleiding mogen geven voor nog meer argwaan en kwade hersenspinsels..
“Maar chauffeurvriend is familie van sieradenverkoper, is oom en ik vertrouwde, maar hij gelogen heeft, zegt in chaueffeurshotel bij Lallibella dat oom heeft Tigraai juwelen. Daarom miss Dora, wij voor niets daar...Sorry, Ali fout.” Ik heb met hem te doen, maar zit op hete kolen en zeg te snel dat het al goed is. Daarom wimpel ik hem af voordat we elkaar echt goed begrijpen. Daarom voel ik me schuldig tegenover hem en EmjE. Daarom krijg ik het idee aan alle kanten tegen iedereen, ook tegen mezelf, te kort te schieten. Daarom wordt de hekel aan Pee, die overal het verkeerde achter zoekt, bijna groter dan ikzelf. Daarom stap ik verward in. 

De oorzaak van mijn ingewikkelde kluwen gevoelens kijkt onverschillig naar buiten met de mimiek van een boze tuinkabouter. Daarom draai ik me om naar de achterbank en vertel precies wat buiten is besproken, opdat Piggelmeetje me nu niet weer van iets verkeerds verdenkt,. Er wordt niet gereageerd, maar ik praat wel vaker tegen banken. Thuis, in Nederland zegt mijn meubilair óók nooit iets terug. EmjE knikt, maakt een geruststellend gebaar en geeft aan dat we, wat haar bvetreft, mogen vertrekken. Ali wacht op mijn teken om weg te rijden en ik heb moordneigingen. Wie er nu nog iets van me wil krijgt een hengst voor de kop, denk ik en weet dat ik dat nooit zou doen.  

Meteen rijden we weer door de meest adembenemende vergezichten, maar het blijft venijnig en uitdagend stil, deze keer van mijn kant. Vervelend wroetend en vijandig. Pee’s verdenkingen walmen diagonaal door de wagen, botsen als botte bijlen tegen mijn weerbarstige nek want zij staat in de ijskast buitenspel. Ooit zal er een hartig woordje worden besproken, maar ik verdom het om,  zoals het altijd was, de aanstichtster van dat gesprek te  worden. Hoe onze vakkundige chauffeur ook zijn best doet, we worden meer dan onfatsoenlijk door elkaar gehusseld. Naast Ali, ongemerkt de katalysator, heb ik lak aan verraders, zoek naar onregelmatigheden in het inmiddels al weer natte wegdek. Ik wil de hiaten ontdekken die in het oude asfalt en deze vakantie zijn gevallen. “De Italianen steken geen poot meer uit naar hun ooit zo prestigieuze tunnelproject,” roep ik naar achteren en denk daarbij automatisch aan de stichting. Zonde van de tijd, ieder hobbelt sprakeloos door de eigen gesloten wereld en weet niet wat mij bezighoudt. Ze missen niets, het weer wordt er niet beter op en het wegdek of mijn goede zin verbetert net zo min. 

Dessie is no possebel” vertelt Ali ons bij de theestop na drie uur door elkaar te zijn geschud. “We slapen in Debre Sina, klein plaatsje net na tunnels,” bepaalt onze chauffeur en niemand waagt het om tegenwerpingen te maken. Zelfs Pattie schikt zich zonder morren in de aangepaste reisplannen. Wie weet voelt ze dat mijn onderhuidse woede op de loer ligt? Door malse middagregen rijden we de eerste tunnel in, een kleintje, komen er onder striemende stortregens weer uit. Niets meer links te zien van het prachtige dorp dat verscholen in de het dal onder de zon lag, toen ik destijds met atu Alemu uit deze tunnel kwam. Geen hand voor ogen zien we totdat we nogmaals dwars door de berg het pikkedonker inrijden waar de wegmarkering ontbreekt. Er is geen licht, geen enkel peertje hangt in het aardedonker aan het plafond en Ali slalomt geduldig tussen diepe verraderlijke kuilen door. In het licht van de koplampen schitteren dikke waterdruppels dat uit de rotsen druipt. Het loopt in brede stralen langs de ronde tunnelwanden. Het is alsof we dwars door mijn uitgegraven verraden hart rijden, denk ik triest. Ali blikt of bloost niet als ons één tegenligger tegemoet komt grommen, een brede tankwagen, die ons in de galmende herrie bijna beide zijspiegel kost, maar onze man weet ons er stapvoets langsop te wurmen. Het lijkt allemaal zo vreselijk symbolisch, realiseer ik me melancholiek, zeker zodra we de tunnel uitrijden en meteen worden verblind. Mede door de plotselinge volkomen schone lucht komt het mij voor alsof we een bladzijde van een ander boek binnen zijn gereden. Van noodweer is geen spoor meer te bekennen en mijn muizenissen zijn ook op slag over. 

Vervolg

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
De wintersport heeft mij achterstallig onderhoud bezorgd, maar het onderhoudt me wel
De wintersport heeft mij achterstallig onderhoud bezorgd, maar het onderhoudt me wel
Er staan 2 artikelen met (deel 7)
Ik geloof dat dit komt omdat ik nummer vier vergeten ben? Ik zal het nakijken
Wat prachtig beschreven weer!
het is elke keer een waar plezier om verder te lezen!
En Ali is werkelijk een schat van een gids!
Het mooiste in dit stuk; "fijnbesnaarde situaties." Op de schijf hier!
Een veeg uit de pan kan ze krijgen om dan met spaghettislierten als hoofddeksel haar hoofd hoog en rug recht moet proberen te houden.
Wat zal die arme Ali zich rot hebben gevoeld. Hij doet zo zijn best en zal wel hemaal niets van de kleuter begrijpen. Wat een mens is dat zeg.