De kerk in het midden laten (4)

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 07 January 13:58

Door de joelende kinderen achtervolgd zoekt Pee het hogerop aan de overkant van de brug. Ze kijkt om zich heen, wacht op ons bij de muur waarachter tukuls elkaar staan te verdringen. Omdat ze niet met rust wordt gelaten zakt haar humeur evenredig met de mondhoeken mee, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee, denk ik met een weinig venijnig plezier. Eigenwijs en co gaan echter pas echt nat als ze met een stalen gezicht tegen ons zegt. "Ik heb winkels ontdekt. Het is niet eens zo ver van het hotel." Denkt ze dat we haar niet al die tijd hebben gezien? EmjE en ik glimlachen wat en lopen achter haar aan langs de muur, gevolgd door de om pennen en geld bedelende kinderen. Om de hoek is een soort plein wat het centrum zou kunnen zijn aangezien het uit bakstenen gebouwde ‘stadhuis’ tussen een koffiehuis en diverse wat grotere winkeltjes staat. De eerste keer loeren we vluchtig in de ‘etalages’, een tafel achter een opening in de lemen wand, zonder glas met een openstaand luik er boven. Hier en daar zit er wel een stoffig venster voor waardoor we amper het aanbod kunnen bekijken en als we het hele plein een keer rond zijn gedrenteld, geen aandacht meer aan de kinderen hebben geschonken druipen ze één voor één af. “Zie je Pee? Het verveelt hen vanzelf een keer,” zeg ik vergoelijkend en steek de arm door de hare, maar dat valt niet in goede aarde. Hoe ze me wegduwt voelt als een stomp in mijn maag. Ik ben te vaak afgerekend op andermans ‘fouten’ en het is alsof de gerafelde vriendschapsdraad, die nog aan het laatste zijden filamentje hing, achter me in het rode stof valt.

Op de terugweg gaan we hier en daar naar binnen waar men de dames met intimiderende vasthoudendheid aanklampt en langs alle koopwaar voert alsof zij hun hele winkel leeg zullen kopen. Mij laten ze met rust. “Ze denken dat ik ben ingewijd,” wijs ik naar de netella en lach ik er met EmjE om in de kleding- en textielsjuk. Pee wacht buiten, EmjE heeft er meteen iets van haar gading ontdekt waar uiteraard eerst over moet worden nagedacht. We bevingeren er ongeveer alles. “Het loopt niet weg, zegt ze en we vertrekken naar de fruitkraam plus een van alles wat sjuk waar ik hen aanwijs dat de rauwe koffiebonen in gedraaide krantensigaren worden verkocht.. "Dat is precies genoeg voor twee zetsels in de zwarte stenen koffiepot." Of het Pee interesseert maakt me niets meer uit en zolang EmjE belangstelling heeft voor dergelijke wetenswaardigheidjes voel ik me niet uitgeradeerd. De sjuk aan het eind lijkt een souvenirwinkel die tot de nok toe volgestampt staat met aardewerk, gevlochten manden en fel gekleurde schalen. Houten nappen en lepels, zwarte stenen beeldjes die heiligen voorstellen, etc.

Uiteindelijk besluit EmjE- onze rasechte tasjes fetisjist- tot daden over te gaan. Bij de leerwinkel koopt ze een portemonneetje dat ze waarschijnlijk in Nederland nooit meer gebruiken zal.

Het meisje achter de bijouterietafel kan een kralen armbandje aan haar kwijt en ze loopt vastberaden naar de textielwinkel voor het leuke tasje waar een dunne netella bijhoort met ongeveer hetzelfde ingeweven tilet. Ik heb niets nodig en constateer dat ik ngemerkt de grens ben gepasseerd waarachter geen vriendschappelijke gevoelens meer voor Pee te vinden zijn. Zij laat zich bij nader inzien een ketting aanmeten met een felblauwe steen en de zilversmid bevestigt het slotje op een kunstige manier aan stevig maar soepel zwart tuigleer.

We nemen wijn mee en wat fris, strijken daarna voldaan neer in het hotel dat niet echt met Michelin sterren kan pronken, maar de keuken is er gedegen en we kunnen ons te goed doen aan een schaal met enjerra, groente en wat scherp gekruide vleessausjes. Morgen staan de kerken op het programma en we liggen die avond 'onchristelijk vroeg voor mijn doen'  in bed…

 

Ali staat om negen uur weer met een piekfijn glanzende Jeep klaar en rijdt via een andere kant om Lalibella heen waar hij na een kwartier onderaan de berg parkeert. Midden in een nietszeggend veld, lijkt het. “Hier beginnen we klim naar kerk,” zegt hij tevreden. Al wat wij zien is een hoge berg waarlangs een smal zandpad tussen het frisse groen omhoog slingert. Om de stilte te doorbreken zeg ik meelevend: “Nou meiden… maak je borst maar nat…Het wordt een mega kluif om daar met onze versleten botten naar boven te komen, vrees ik.” Mijn conditie is al jaren niet zo goed geweest als nu, maar voor Pee en EmjE, die natuurlijk ook nog kortademig zullen worden vanwege de ijle lucht, lijkt het mij een hele opgaaf.. 

Ons aller 'manusje van alles' gaat ons voor en als makke schapen volgen wij, maar al snel is hij veel te ver vooruit, stopt en komt daarna naast mij lopen opdat de dames het tempo aan kunnen geven. Hij neemt de kans om mij in zijn geinige Engels te vertellen wat hij over de St Georgekerk weet, dat het de grootste kerk is en waarom men die als eerste hier uit de berg gehouwen heeft. Dat we boven onze echte gids zullen ontmoeten, die door door de gemeente is aangesteld.

“In holen in berg monniken in gele jurken wonen. Alleen bidden en mediteren. Oppassers en krijgen eten van mensen.” Erg snel schieten we niet op en ik zie dat Ali bezorgd is voor zijn dames die af en toe struikelend voor ons uit lopen. Na al die dagen weet ik nog niet of hij een geloof aanhangt, en zo ja, welk, maar het lijkt me ongepast om hem dat te vragen. Is zoiets hier niet erg brutaal? 

“Hahah Ali, wij Nederlandse vrouwen zijn duidelijk geen Njalla’s (Ethiopische hinde) hè?” Hij moet er stiekem om lachen terwijl de dames voor ons duidelijk vermoeid, hijgend verder zwoegen. Regelmatig schieten jongens uit de bosjes om zich als gids aan te bieden. Na drie kwartier moeten we pauzeren en met nog een fikse tocht te gaan ploffen we halverwege op onze regenjassen. Verderop zit een herder onder een oeroude olijfboom rustig bij een paar schapen. Er komt een blank paartje in korte broek opgetogen blij de berg aflopen dat enthousiast naar ons roept dat het daarboven werkelijk ongelooflijk is. Wij hebben geen idee wat de jongelui bedoelen, want vanaf dit punt zien we enkele groen en nog eens groen

“Op tv zag ik ooit een processie tegen een berg als deze op lopen. Het was geloof ik met Kerstmis of Tomkat. Allemaal geborduurde brokaten parasols werden er boven de priesters meegedragen, die ook allemaal in felkleurige gewaden liepen. Met duizenden pelgrims of gelovigen in het wit zoveel passen vooruit en dan stil staan, ritmisch tegelijk heen en weer schommelend op dat doordringende geluid van die grote trommels en muziek zoals de dramagroep maakt. … Ik vraag me nu af of dat om Lalbella ging. Niet voor te stellen in deze rust. Nu is er bijna geen kip te bekennen, ik voel me bijna misplaatst in al die ontelbare tinten groen.”

Om de top te bereiken moeten we nog minstens een half uur omhoog klauteren over glooiingen en na de hoognodige tien minuten pauze hebben we voldoende moed verzameld om de rest ook nog te overwinnen 

 

En dan ineens...

overvalt het ons nog!

vervolg

Reacties (16) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het moet indrukwekkend geweest zijn, die wandeling !
maar de ijle lucht kan wel parten spelen.
Maar dat einde : ineens... overvalt het ons nog!
Snel gaan kijken ...ben benieuwd !
Mooi geschreven....moest dit nog gezegt duimpie
Mooi geschreven....moest dit nog gezegt duimpie
Ik ben te vaak afgerekend op andermans â??foutenâ?? en het is alsof de gerafelde vriendschapsdraad, die nog aan het laatste zijden filamentje hing, achter me in het rode stof valt.
Wat een prachtzin. Droevig natuurlijk maar erg mooi opgeschreven. Wilde ik even kwijt
Dank je wel. Ja soms lukt het om iets lelijks toch 'mooi'te omschrijven
Wat Pee betreft: Wie z'n billen brandt.. en wat zal die kerk indrukwekkend geweest zijn.
Opnieuw een bijzondere belevenis. Ben benieuwd hoe het afloopt.
Opnieuw een bijzondere belevenis. Ben benieuwd hoe het afloopt.