De kerk in het midden laten (3)

Door Weltevree gepubliceerd op Sunday 05 January 10:28

Om de bocht slippend blijkt ons modder ballet de moeite waard te zijn geweest.

De uitgebreide markt beslaat de helft van het plateau op de heuvel en is verdeeld in 'wijken'. Aan de buitenrand zitten leerlooiers en pottenbakkers zonder kramen met plastic op de doorweekte grond want, christelijk of niet, ook hier zijn zij minderwaardig volk. Schoenen en slippers in alle vormen en maten, prijzen en kleuren. Een lust voor het oog waar we hebberig van worden. Alle kooplieden, enkel mannen, proberen de enige blanke klanten te overreden om hun waar te keuren en de beide dames blijven dicht bij Ali, hun beschermheer. Er is geen wolkje meer aan de lucht, de zon schijnt alsof hij nooit weg is geweest en nu zou een paraplu ook welkom zijn als parasol. Schapen, geiten en ezels, zelfs kleine paardjes, die er niet als pony’s uitzien, zijn te koop. Afgezien van de roepende handelaren vermaak ik me kostelijk. Meer naar het midden van de kundig in elkaar geknoopte kramen vinden we de kenmerkende weefstoffen uit heel Ethiopië. Dikke, maar ook ragdunne omslagdoeken, netella 's genaamd. Bijpassende tassen van katoen, linnen of zijde, ook met een tilet (ingeweven patroon) Bij één handelaar hangt de spijkerbroekkleurige geborduurde kleding uit Tigrij, met bijpassende omslagdoeken en ook zijn er een aantal kramen met de traditionele witte feestkledij voor heren: lange en korte kaftans, rond hoedjes, rijbroeken of rechte pantalons waarbij de rode of groene satijnen sjerp hoort te worden gedragen. Het neusje van de zalm is er te koop aan hagelwit linnengoed, lakens en slopen, ondergoed en allerhande huishoudtextiel. Kramen vol gabby's: dubbeldikke katoenen doeken van heel groot formaat, tevens met kleurige tilet. Met feesten te gebruiken als statussymbool en door de week als beddensprei mits men een bed rijk is. Ikzelf heb niet het lef om af te dingen en door de rijen wringend fluister ik Ali in zijn oor wat ik zoek. Hij krijgt een handvol geld mee en komt na een kwartier met precies het goede terug. Twee blauwe doeken, een prachtige witte katoenen gabby om me in Addis op de paarse bank helemaal in te rollen als het koud is. Plus wat kleurige Netella’s. Altijd leuk om in Nederland cadeau te geven. Het blijft ondertussen wel uitkijken geblazen want ik struikel regelmatig met de vette schoenen over grote uitstekende keien. Dan volgt de uitgebreide groenten- en kruidenafdeling. Een ware geursensatie van fotogenieke rijen balen gevuld met de meest uiteenlopende mengsels, kleuren, gedroogd, in poeders, dan wel vers. Als we in het centrum tegen het goud en zilver aan lopen is iedereen in hun sas. Ali moet er hartelijk om lachen, zo gretig kijken we erbij, maar de grote ronde sieraden, die men in Tigrij draagt, vind ik er niet tussen. “Die zou ik voor mijn dochter willen kopen,“ verklap ik Ali, wiens gezicht opklaart en meteen gaat hij navraag doen bij deze en gene. Helaas komt hij terug met het bericht dat we later in de reis misschien nog wat kunnen regelen. Hij kijkt er raadselachtig bij, een beetje ondeugend ook.

EmjE heeft een zilveren kruisje op het oog en op Ali’s aanraden probeert ze te onderhandelen. Lang houdt ze het spel niet vol. Na één prijsverlaging is ze tevreden. De handelaar buigt zo overdreven dankbaar en geslepen, zogenaamd onderdanig, dat Ali er hard van in de lach schiet. Naar Nederlandse begrippen is ze voor een schijntje in het bezit van een origineel presentje. Dat het volgens onze steun en toeverlaat veel te duur is gekocht mag de pret niet drukken. “want ach joh, laat die man ook een goede dag hebben,” glimlacht ze relativerend en we lopen giebelend verder.
Na een paar uur zijn we het moeilijke balanceren op de glibberige grond, het gekrakeel, de drukte en al het aandacht vragen moe en vragen we de heftig protesterende Aliom ons bij het hotel af te zetten. Ik wijs naar onze smerige kleding en leg de uit dat we onder de douche willen, "ons omkleden en vanmiddag op eigen houtje Lalibella onveilig maken...Ga jij maar uitgebreid met je chauffeursvrienden praten.”  Hij voelt zich er verlegen mee, waarom nu alweer vrij? Het voorstel om met de bezichtiging van de kerken tot morgen te wachten valt gelukkig bij de dames in goede aarde vanwege drie paar pijnlijke voeten en zodra Ali vertelt dat het nogmaals een hele klim zal worden, “want we moeten tot boven op de berg,” zijn we het met zijn drietjes roerend eens: Voor ons vandaag geen halsbrekende lange wandeltochten meer...

Uitgevloerd plof ik tevreden in de hotelkamer op bed terwijl Emjé haar aanwinst verlekkerd bekijkt.

“Weet je wat ik doe? Ik houd mijn schoenen aan onder de douche," denk ik slim  als Pee  zowaar even komt buurten en ik zwets lollig door: “Mijn Ecco’s mogen douchen, haha, dan hoef ik ze straks niet schoon te krabben. Weet je wat het beste werkt met al die jengelende kinderen? Het lijkt misschien gevoelloos, maar het is echt het beste. Nergens op reageren, dan gaat het vanzelf over.” Pat trekt haar schouders op alsof ik onzin uitkraam. Eigenwijs en co, denk ik en snap zelf niet waarom ik het nogmaals heb aangekaart, sla mezelf in gedachten voor het hoofd. Heb ik echt zo'n dik bord voor mijn kop? Nu de zon fel schijnt, mijn hoofd bedekt moet blijven, komt mijn dierbare netella- het cadeau van mijn dramagroep- goed van pas want een blanke met zulke spullen laten de bedelkinderen meestal met rust.

Na het douchen vis ik de Ethiopische teenslippers uit de koffer en opgewekt gaan we zonder Ali op pad. Op eigen houtje inkopen doen is vergeleken bij de overweldigend drukte van de chaotische markt natuurlijk een peulenschil, denk ik naïef.... 
Buiten is de natte aarde wonderlijk snel uitgedroogd. Het stuift alsof er maanden geen regen viel en tussen de verzameling tukuls vinden we een dik bevolkt dal met een bruggetje onderin.
“Kennelijk stroomt hier normaal een aardig brede rivier.”doet EmjE een gok. Aan weerszijden van de kunstig in elkaar gestoken houten brug liggen bedelaars, waarvan ik uit piëteit geen foto's maak en na de brug lopen wij links omhoog met de in wit gestoken mensen mee, een breed pad op. Op mijn feestslippers loopt het echter lastig over al die losliggende keien...“Dat gaat helemaal naar boven,” murmel ik. 

“Jaha, naar de onzichtbare kerk, haha. Dat doen we morgen,” kondigt Pee kordaat aan en maakt rechtsomkeer. Het doet er kennelijk niet toe wat wij willen en of we haar volgen is ook niet van belang. Op ons gemak blijven wij staan bekijken hoe ze, zonder op of om te kijken, het dal in loopt en midden tussen de gehandicapte mannen op de brugleuning gaat zitten. Het komt op mij over als puberaal provoceren, maar ik kan het mis hebben, uiteraard. Vlak naast haar ligt een oude bedelaar als een gevierde Pascha in bewonderenswaardige gratie met zijn half geamputeerde been te pronken. De ondeugende jeugd toont respect voor hem, alsof hij de koning van deze brug is. Ze halen het niet in hun hoofd hem te bespotten. 

“Let op EmjE...volgens mij...” fluister ik en ja hoor, ze geeft één van de kleinste kinderen een snoepje. Ik zucht...Zoals verwacht komt de rest van het jonge volk onmiddellijke van alle kanten dichterbij gevlogen en begint luidkeels om geld te smeken. Nu pas lijkt ze gelukkig. Wij laten haar, voor wat hoort wat, met dit zelfgebakken probleem alleen. Beneden zit Pee duidelijk te genieten van haar rol als liefdadige weldoenster. Tot haar jaszakken leeg zijn. Uiteraard ontstaat er meteen daarna een hels kabaal omdat niet iedereen gelijk is bedeeld en dan pas zoekt ze om zich heen, in het besef dat we niet naast haar staan. Oggossie... hihi. Terwijl we de in het nauw geraakte Pee van boven af gade slaan gooi ik een balletje op met de achterliggende gedachte dat sommigen van ons hun plaats niet zo goed kennen als de mensen hier. “Het is alsof hier zelfs de bedelaars hun rangorde kennen, er sprake is van hiërarchie, zie je dat EmjE?” Ze gniffelt want inderdaad grijpt de Pascha uiteindelijk in, rukt zijn mond open en mept wild met zijn krukken om zich heen teneinde de bende bij de belaagde toeriste weg te krijgen. De kinderen vliegen gillend alle kanten op, maar ik weet dat ze niet lang weg zullen blijven. 

“Ja, deze geniet veel meer aanzien, geloof ik, dan die arme sloeber van vanmorgen. Wie weet hoorde die tot een groep die niet in het dorp wordt toegelaten?” denkt EmjE hardop. 
“Ja, met die zwachtels. Lepra? Dat heerst hier nog. In Addis ben ik thuis, maar op het platteland zullen wel andere zeden heersen. Nu zullen we die troep bedelende blagen de hele middag achter ons aan hebben hangen... ze voelen aan hun water dat Pee misschien wel geld geeft,” zucht ik als we langzaam naar beneden lopen om onze vriendin uit de zelfgeschapen benarde situatie te redden...

Reacties (16) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heerlijk ... het was net of ik liep met jullie op de markt (zo goed beschreven !)
Een plaatselijke markt wil ik steeds bezoeken, als we op reis zijn. Het heeft iets 'speciaals'
En Pee ... die moet zich eventjes benard gevoeld hebben.Ik ken het ... uitdelen en beklemd geraken tussen het jonge volk .
Maar ze is toch eigenwijs he en ... eigen schuld, dikke bult!
Ja, één grote dikke bult op twee benen
Marktbezoek hoort bij elke buitenlandse reis. Hier ontmoet je de cultuur!
Met je schoenen aan onder de douche....dat heb ik nog nooit gedaan.
Met je schoenen aan onder de douche....dat heb ik nog nooit gedaan.
Boeiend die markt. En ja Pee is een "eigenwijs stuk vreten" zoals mijn vader ons ook zo vaak noemde.
Mijn paps deed dat ook wel eens, haha
De colour locale is weer met sprekende streken op het doek gezet. Mooi.
Jouw feed ook hoor, klinkt als een klok, dank je wel
Uw boek maakt grote stappen mevrouw Weltevree!