Wonderlijke wisselvalligheden (4)

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 12 December 10:21

Pee krijgt op omgekeerde wijze gelijk.

Aangezien we de hele dag weinig verkeer hebben gezien, betekent de lange file dat de misère dus al uren moet hebben geduurd voordat wij aankwamen. Ik zag minstens tien volgepakte autobussen die volgens Ali vanuit diverse richtingen naar Gondar moeten. De tankwagens waren al eerder onderweg want wij zijn er géén van tegen gekomen en de bierwagen er tussen lijkt van hulpmiddelen aan elkaar te hangen. Die houdt dus al het verkeer niet op. Het schemerde nog toen we achter aansloten, maar als we terug zijn is de temperatuur minstens tien graden gedaald en het is nu echt aardedonker. Duizenden sterren flonkeren aan de inktzwarte hemel. Het zal snel nog veel kouder worden. De dames in de bewasemde Jeep hebben wonderlijk genoeg een goede zin en voorlopig verzwijg ik dat de mogelijkheid bestaat de nacht hier door te moeten brengen.

“En?” is EmjE opgewekt nieuwsgierig. ”Wat is er aan de hand?” Nooit snel in paniek, bezit ze het vermogen om juist als het spannend is doodnuchter te blijven. Wat dat betreft werkt het bij mij ook zo, maar als het drama goed is doorstaan kan ik soms trillend als een rietje worden teruggevonden in een stil donker hoekje.  

“We zijn niet tot vooraan gelopen. Misschien staat er een auto met pech op de brug.”

“Oh, die slepen ze wel snel weg,” denkt Pee onlogisch want dan hadden we hier immers niet gestaan? Als ik vertel dat de brug helaas maar één rijstrook heeft komt er ja-maar en nee-maar, waar ik sinds mijn moeder zaliger geen energie meer aan wens te verliezen.

“Ja maar is ongeveer nee, Pee, dus laten we ons daar niet in verliezen. Jongens, is het een idee dat we nu hier een picknick organiseren? Ik vraag Ali mijn koffertje met jam achteruit te pakken want daar kun jij niet bij, toch EmjE? Hier voorin heb ik wel de broodjes maar geen jam.” Er wordt achterin een appeltje geschild, waarvan er partjes aan Ali en mij worden doorgegeven terwijl ik met mijn zakmes de broodjes te lijf ga, met jam naar achteren schuif. We kletsen daarna wat, wikken en wegen over wat er aan de hand kan zijn tot het uiteindelijk stil wordt in de donkere Landrover. En koud.

We staan al twee uur stil.

Van sterren is niets meer te zien en af en toe komt de regen met bakken de lucht uit. Ik moet nodig naar de WC en ga onder EmjE's dunne ponchootje in het donker vlak naast de auto zitten. Wie kent mijn kont in Frankrijk, zou EmjE zeggen. Om het half uur laat Ali de motor lopen om het weer warm te krijgen maar hij zegt tevens dat hij in Gondar meteen moet tanken. Klaarblijkelijk is er niet veel benzine meer om op te stoken. Terwijl om ons heen in het donker constant schimmen met zaklantaarns rondspoken zitten we verkleumd naar dekens te snakken als de film me te binnen schiet waarin een lift vast komt te zitten. Juist in tijden van hoogspanning komt boven drijven wie zich staande weet te houden en EmjE kruipt in de achterbak, rukt koffers open om de dikke huispakken en vesten er uit te plukken. Twee vrachtwagenchauffeurs komen terug waar Ali een praatje mee maakt. Zij hebben een kijkje vooraan de file genomen, maar Ali vertelt hun bevindingen niet, wat ik een veeg teken vind. Op de heuvels achter ons zien we nog regelmatig lichtjes afdalen en ik schat dat we nu al evenveel kilometers achter ons hebben staan als ervoor. Bussen, Four Wheel drives, een enkele oeroude sedan en diverse vrachtauto’s. De streekbus naast ons zit vol met mannen, maar ineens gaat de voordeur open en loopt hij luidruchtig leeg. Lallend en schreeuwend lopen ze door de plenzende regen te springen en hebben nergens last van.  Ali vind het veiliger dat we ons niet laten zien en niet op hen te letten, zeker de deuren vergrendeld houden. Hij verbiedt tevens zaklampen te gebruiken en legt fluisterend uit waarom deze voorzorgsmaatregelen nodig zijn.

“Zij met veel, groep meer moed, Ali alleen, niet sterk. Zodra ze weet  jullie blanke vrouw, zij misschien niet beheers, zin in, jaja, ahum…jij weet wel Dora.” Inwendig moet ik lachen omdat hij bij het karige licht van de snelheidsmeter zo aardig verlegen kijkt. Het zou zo maar kunnen denk ik, want de jongens en mannen hebben hun voorraad drank aangesproken en zeker ook de verdovende chat van een hele week opgekauwd.

“En wat nou…als er daar een overstroming is?” piept iemand achterin, “dan  komen we hier niet eens meer weg.” Het klinkt een stuk benauwder dan de misplaatste grap over het eten dat we op de naad van de buik kunnen schrijven. We doen met zijn allen vreselijk ons best de moed erin te houden en Ali geeft het op om ons gerust te stellen. Ik probeer een dutje te doen, maar met de adrenaline die door mijn lijf giert komt er weinig van. Achterin is de opgewekte stemming tot een dieptepunt gedaald als Ali ineens alert rechtop schiet. Hij was waarschijnlijk, net als wij, erg in gedachten verzonken. We hebben immers in het donker de tijd om onze zonden te overzien. 

Volgens mij trekt hij zich dit vervelende ongemak persoonlijk aan en Ik zou hem graag een klopje op zijn hand geven, wat uiteraard niet gepast zou zijn. We zijn pas vier dagen onderweg, ik weet nog steeds niet waar en hoe hij eet of slaapt, maar het voelt zo vertrouwd alsof we al weken samen zijn. Onwerkelijk soms. Zo eigen is deze man mij nu al, en zo ongrijpbaar is Pee een totale vreemde voor me geworden terwijl ik haar notabene al zoveel jaar ken. Of kende ik haar niet? Komt door de spanning omhoog dat ze meer op mijn moeder lijkt dan ik ooit zag? Met ma kon ik via humor haar commanderende aanpak heerlijk relativeren, maar Pee snapt mijn kwinkslagen niet. EmjE is een heerlijke constante factor. Rustig, empatisch, mediator zonder kunstjes, onveranderlijk stevig als een rots in de branding. Net als Ali wiens achternaam ik niet eens ken. Ali is Ali ook zonder dat ik alles van hem weet. 

Hoe oud zou hij zijn? Hier zit hij dan onverwachts opgescheept met de zorg over drie Westerse vrouwen die hij misschien wel aardig vindt, bewondert wellicht, maar ik zie ook wel dat hij voorkomender met Emje omgaat dan met Pee, waar hij enkel nog het hoognodige tegen zegt. Heeft ze door dat ze dit aan zichzelf te danken heeft, weet ze niet hoe stuitend haar afstandelijke superieure houding overkomt, zeker als je elkaars taal niet spreekt? Zint het haar niet dat hij onze leider is, het Ethiopische klappen van de zweep kent? Dat een mens op haar zestigste nog niet doorheeft hoe onhebbelijk ze haar basisonzekerheden vertaalt is me een raadsel. Is ze bang voor dat dronkenmansgelal dat Ali als onbeschaafd typeert? Wat gebeurt er als die horde kerels doorkrijgt dat zijn wagen is volgeladen met blanke, naar hun idee, wellustige dikke vrouwen plus één te magere met een mannenpet op?  Is zo’n groep nog wel in de hand te houden zodra armoedige werklieden veranderen in een stel hitsige hanen die wel eens een graantje mee willen pikken uit de ruif van deze vreemde vette buitenlandse kippen?

Vervolg

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Amai hoor ... van miserie gesproken.
gelukkig dat ik weet dat jullie daar weg geraakt zijn ... anders bleef ik hier zitten beven ...
weer prachtig geschreven!
Dank je meis
Hopelijk hoefde je er de nacht niet door te brengen. Dat is al oncomfortabel als het niet steenkoud is.
Je kunt daar moeilijk tot het einde der dagen hebben gestaan. Toch benieuwd wat er aan de hand is.
Nee ze hadden daar geen internetpunt, dus dan hadden jullie dit niet gelezen, hihi
Niks doen en toch het nodige beleven!
Ik begin achter te lopen, je schrijft ook zoveel......Maar het blijft een bijzonder verhaal, ik kijk steeds uit naar het vervolg!
Ik begin achter te lopen, je schrijft ook zoveel......Maar het blijft een bijzonder verhaal, ik kijk steeds uit naar het vervolg!
Je beschrijft het weer smakelijk.
Ja de gebraden hanen komen zo wel lekker bij de vette kippen, vond ik zelf al stiekempjes voor mezelf. hihi