Monty Python bij de Nijl

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 05 December 18:35

Ik weet wel dat ik anders ben. Dat ik altijd teveel merk, maar ben ik echt de enige die last heeft van de ijzige stilte tijdens het ontbijt? We laten de kaart, die ons zo bij de neus heeft gehad, thuis. Ali rijdt op tijd voor en binnen tien minuten is van Bahar Dar’s welvaart buiten niets meer te bespeuren. We vreten in stilte vele kilometers, schieten langs vruchtbaar groen, door bijna vlak land over goed geasfalteerd wegdek met amper verkeer. Langs krom getrokken houten stallen, af en toe een stel lemen hutten en uiteraard, hier en daar, blootsvoetse mensen in rommelige grove omslagdoeken.
Van toestromende volle toeristenbussen is echter geen sprake en ik heb een onbedwingbare behoefte om de grafstemming in de auto aan gort te slaan.
“Ik dacht dat we nu onderhand wel wat touringcars zouden zien.”
“Oh ja, waarom?”wil Peetje weten.
“Bij ons zouden we nu allang in de file staan tussen grote glimmende bussen vanwege de horde mensen die het grootste fenomeen van ons land wil bekijken.” 
“Misschien komt die hoos toeristen pas ‘s middags los?” gokt EmjE.

Tiserat. We zijn er, denk ik. Een redelijk grote plaats, platte huizen met echte ramen en deuren, maar meer dan één woonlaag is er nergens. Van verkeerschaos is niets te merken en het enige immense totaal lege kruispunt zonder stoplichten steken we probleemloos over zonder vaart te minderen. Verderop is een piepklein bordje met leesbare letters, waarop staat dat we voor Tiserat linksaf moeten, maar Ali draait rechts een smaller asfaltpad in. Na een paar kilometer, bij de volgende kruising gaat de weg over in een verhard zandpad waar we heel lang in sukkeldrafje overheen hobbelen. Vanwege het steeds groter wordende aantal mensen met of zonder pakezeltjes die allemaal ook onze kant op moeten. Een ware volksverhuizing waartussen wij met de grote grijze auto vreselijk decadent opvallen. 

Ben ik de enige die erg onder de indruk is? Voelen de anderen zich ook ongemakkelijk, bijna een voyeur?
Wij hoeven niet te lopen. Rijk en goed beschermd op mijn luie kont gezeten schaam ik me bijna en als ik even omkijk zie ik hoe Emje net zo gulzig als ik deze beelden in zich opneemt. Het besef dit hierna nooit meer mee te maken, dat dit uniek is om te zien, maakt ons allemaal stil,  vermoed ik. 

“Er is vast ergens een markt en Ali neemt uit respect de tijd, wacht tot zij vanzelf eens aan de kant gaan,” doe ik in het Engels een gokje. Hij glimlacht, kennelijk blij dat we toch nog praten kunnen. 
“Ik geef hem geen ongelijk,” reageert EmjE, “want dit is hun land, wij zijn gasten, moeten ons maar aanpassen en wachten.” Meer dan instemmend gehum, peuteren we niet los. De kleding hier past prachtig bij de okergele aarde en de diverse tinten groen langs de weg. Het is stoffig, droog en stil, binnen en buiten, realiseer ik me net als we het bordje 'Tisisat' passeren. 
De weg is overgegaan in redelijk geplaveide leistenen keien, maar van overvolle parkeerplaatsen is niets te bekennen. Het gehucht is niet meer dan een langgerekte strook blauwe en groene open sjuks of golfplaten daken op boomstampalen, een sjerp van kleurige plastic teilen, jerrycans en serviesgoed. Groente en wat frisdrank, maar zonder kopers die belangstelling hebben voor de uigestalde waar. 

Stapvoets rijden we verder tot voor een rood-witte slagboom waar alweer Tisisat op te lezen is. De brug er achter is afgesloten. Wat nu? We worden meteen belaagd door nieuwsgierige kinderen en ouder volk dat iets aan ons wil slijten. Het eindpunt van de reis per auto? 

Een ding is zeker: 

Hier is niemand stinkend rijk geworden van een uitbundig bloeiende toeristenindustrie. Ondanks de meute roepende kinderen om de auto heen, stappen we meteen uit, stram en met houten billen, want het was een lange zit. EmjE laat zich niet intimideren door de armoedige om Birr roepende voddenbalen en het opgeschoten grut kijkt toe hoe Ali ons, de dunne en dikke dame, voorgaat naar een wit gebouwtje. Langs zigzaggend ijzeren dranghekjes, bedoeld om de niet aanwezige grote toeloop van toeristen in goede banen te leiden. Tisisat betekent natuurlijk waterval, denk ik plotseling voor de dichte deur waarop dat woord ook staat Ali neemt EmjE nu echter even apart.

“Miss EmjE, missie Dora alleen moet mee.” Oeps, maakt hij na het misverstand van gisteren nu een statement? De enige baas waar hij orders van aanneemt ben ik?
Binnen werken nog meer ijzeren dranghekken op mijn lachspieren. Ik krijg het gevoel bij Monty Python mee te spelen. maar ik kuier keurig achter Ali aan, van links naar rechts de aangewezen weg volgend. Tot bij de twee belangrijk ogende loketten. Daar achter maakt één geüniformeerde man in grijs overhemd met korte mouwen, strak gezicht en rechte rug, zich uitermate belangrijk. Bij het linkse raampje moet ik vier kaartjes kopen á vijftig Birr om me daarna te vervoegen bij loket twee. De man aan de andere kant van het glas loopt mee. Daar word ik geacht me te legitimeren. Het paspoort wordt van voor naar achter en weer terug, door gegespeld. Het is kostelijk hoe bloedserieus de man zijn taak opvat en bijna kan ik de lachstuip niet bedwingen. Hij vindt geen aanleiding om me terug te sturen,  pakt in de grote kast achter zich, van het enige stapeltje dat er in ligt, het bovenste velletje, stelt vragen aan Ali en vult één en ander in. Met een stalen gezicht legt hij dat flodderige stukje papier nauwkeurig op de gouden kroon van mijn rode boekje, schuift het pakketje indrukwekkend precies door de gleuf en staat stram in de houding, wijdbeens en met de armen over elkaar, af te wachten.

In mijn hand wappert een kwart van een voorgedrukt a-viertje, minutieus in vieren gescheurd. Om geen papier te verspillen, neem ik aan en Ali zegt dat ik het onderaan op de stippeltjes moet ondertekenen.
“Hebben ze dit niet in het Engels? ”vraag ik, maar zoals te verwachten was schokschoudert hij, zegt nee en legt uit waarvoor dit indrukwekkende ritueel nodig is.

“Hier staat, miss Dora, dat u is mijn baas. Ali privégids voor groep drie Holandia toerist.” Plechtstatige gewichtigheid alsof ik hiermee de Nijlwaterval heb aangekocht, hihi. Doodjammer dat de vriendinnen deze komedie niet kunnen volgen.

“Op de stippellijntjes is jouw naam ingevuld?” vraag ik en hij knikt. Verderop staat het getal drie in blauwe vulpeninkt en Ali neemt de tijd om uit te leggen hoe belangrijk dit document is.
“Is ongeluk, zegt papier dat Ethiopië niet is schuld,”  In geval van schade is de staat gevrijwaard van enige aansprakelijkheid? Natuurlijk moet ik protesteren, maar het zal me toch een worst wezen en ik krabbel onderaan de brave Europeesche paraaf  DW. 

Zodra het goedkope dunne vodje ondertekend terug geschoven is naar de controleur in grijs ontvangt het van hem een gewichtige blauwe stempel op Ali’s naam. pats. Nog één, pats, op 3 Hollandia. Jammer dat er géén in mijn paspoort is geknald, denk ik giebelig terwijl Ali trots zijn wettige bewijs aanpakt. Nu moet ik volgens hem terug naar loket één, maar ik weiger lacherig, want het moet niet gekker worden, toch? Ali is echter onvermurwbaar. Tot mijn grote verbazing ontvang ik van het strenge grijze overhemd met rode Tisisat-embleem het geld voor één persoon retour. Bijna zou ik salueren en ik moet me beheersen om niet met een zéér opvallend loopje gierend naar buiten te stappen, maar wie zou daar de lol van inzien? Pee zeker niet, hihi. 

 

Ze staat inmiddels al wel naast de auto, bekijkt spottend hoe ik bijna dubbel lig. EmjE blijkt te zijn omsingeld door vier jongemannen die haar smeken om onze gids te mogen zijn, maar Ali houdt hen het bestempelde vodje voor en met enkele vriendelijke woorden duwt hij hen weg. Wat een stempel hier al niet vermag, denk ik, want zonder morren druipen ze af. Zo'n ding helpt echter niets tegen het weer. Inmiddels is het kil en gevaarlijk bewolkt. Ik heb zo’n  donkerbruin vermoeden dat men hier geen patatje-oorlog serveert, maar onderhand moeten we wel iets eten, zeg ik tegen onze gids. Hij troont ons door de modder mee naar een afdakje boven zeegroene muren waar één van de vier tafeltjes vrij is. Door het halve dorp aangegaapt speelt Pee heldhaftig dat hun lompen en de afbladderende verf, de vuile glazen, plastic borden en smekende kinderen er niet zijn. Ze treft het niet. Een stomdronken man in een opvallend Westers regenpak is plotsklaps hevig verliefd op onze kleine Pee en hij valt haar lallend om de hals. Ik heb het nu toch echt met haar te doen. We hoeven er echter niet tussen te springen, want zonder een greintje paniek wimpelt ze hem succesvol af met een scherp in Nederlands uitgesproken vloek. Het wordt met applaus door de toeschouwers ontvangen en eindelijk verschijnt er een pretlichtje in haar ogen. Ik neem mijn pet voor haar af, zeg dat ik haar aanpak bewonder en ben blij dat ze eindelijk even tegen me lacht. Het brood met rode saus smaakt niet onaardig en Ali eet deze keer zelfs mee tot de motregen overgaat in een gestage bui

“Als weer nog meer slecht, waterval kan niet.”fluistert hij me toe en we vertrekken subiet dwars door een grasveld waar in de regen toch de markt doorgaat. Al het volk dat we onderweg tegenkwamen heeft hun koopwaar op doeken in het natte gras uitgestald, maar Ali blijft nu streng. De om geld vragende kinderen geven het op en wij mogen nergens kijken want we hebben haast. Ali weet ook hier precies welk pad we moeten nemen om droge voeten te houden in de zompige grond.

Twintig minuten banjeren we in ganzenmars achter elkaar over felgroene weiden met indrukwekkend rundvee tot we eindelijk tussen struiken de beroemde Blauwe Nijl zien glinsteren. Inmiddels is het droog geworden en meteen brandt de zon ook meedogenloos. Na nog een kwartier buigt het bijna onzichtbare pad, dat hoofdzakelijk uit grote keien bestaat waar we op moeten stappen, naar een wankel steigertje. Het is van boomstammetjes in elkaar geknutseld en ziet er niet echt betrouwbaar uit. Door Ali vastgehouden dienen we er om de beurt overheen te balanceren om in de kleine, klaar liggende, ijzeren sloep te stappen. Het bootje kan hooguit tien man dragen, maar het heeft wel een luxe 'overkapping' van bouw plastic. Het is droog maar de zon is weg en inmiddels is het alweer zwaar bewolkt. Voor mij is de Blauwe Nijl met zijn poëtische naam een volkomen onverwachte idiote verrassing! De rivier stroomt rustig, breed, tussen lage groene oevers, waar ik tussen het riet makkelijk een biezen mandje met baby bij verzinnen kan, maar het water is ondoorzichtig drabbig okergeel, zoals de klei waarvan terracotta potten worden gebakken.

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat ene belevenissen weer!
en wat moest ik lachen toen je schreef van die dronken man in westers pak die op Pee viel :-)
Ja er gebeurden best veel hè?
Een toeristische dag met verrassingen
Ik zie het ook allemaal a la Monty Python voor me
Heel pythonesk, ik verwachtte bijna John Cleese achter het loket
Blijft boeiend !
Bureaucratie stempels :-))