De dove geslagen hond (3)

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 02 December 15:24

Inmiddels ben ik aan de welhaast onfatsoenlijke nieuwsgierigheid in Ethiopië gewend. Vanmorgen bij het ontbijt heb ik daarom één en ander uit de doeken gedaan over wat ons te wachten kan staan, “want we zullen onderweg ook ergens moeten eten en aangezien we zelf geen bestek bij ons hebben moeten we het doen met wat we tegen komen.” Het was duidelijk dat Pee ergens mee zat en liever geen oren had naar wat ik vertelde.
“Jongens, het kan ook nogal irritant zijn als ze zich aan ons opdringen. Schenk er geen aandacht aan, anders loopt het met die brutale kinderen vreselijk uit de hand. Dat is me, toen ik hier net was, door iedereen verteld en ik heb zelf ook gemerkt dat hen negeren de beste methode is.”
Mede daardoor ben ik benieuwd hoe we door het volgende avontuur zullen rollen.
Dat wij zonder Ali vreselijk onthand zijn is mij inmiddels pijnlijk duidelijk. In feite zijn we volledig aan zijn goede zorgen overgeleverd. Voordat de auto is geparkerd zie ik dat de tamtam ook hier zijn werk al heeft gedaan. Tadomtada: Drie rijke ferengies gesignaleerd. Tomdabom: Komt dat zien. Ze staan met hun dikke auto plus de gids bij het restaurant, tararabom. Voor de zekerheid herinner ik de dames er nog even aan te doen alsof we niets van al die mensen merken.

Het reclamebord kunnen we lezen, maar de verzameling golfplaten heeft nergens iets van een eethuis weg. Het terras is een stoffig erf voor een zwart open gat en het enige meubilair dat er staat is de wankele kniehoge ronde houten tafel met blikken asbak waar vier wiebelige driepoot krukjes in hetzelfde design omheen horen. Volgens Ali moeten we daar toch echt plaats nemen. Hijzelf lijkt iets te zijn vergeten, loopt naar de auto terug waar hij meteen een praatje maakt met een drom toegestroomde slungelige pubers. Ze schijnen hem te kennen? 

“Ik hoop dat ze endjerra met Dorrowat serveren, dan weet ik zeker dat het te pruimen is,” zeg ik niets vermoedend. “Ja, want ik heb wel zin en iets warms gaat er nu wel in.“ vult EmjE aan. 

Inmiddels stromen dorpelingen toe en een stel stukadoors in wit bestoven overall, neemt tien meter verderop plaats, ieder op een grote zwerfkei, om hun lunch te verorberen. Zij kunnen de ogen niet van ons afhouden en maken onderling stevige lol, zijn de dames al voor zichzelf aan het reserveren, lijkt het en ik grap tegen mijn vriendinnen dat ze hier erg goed in de markt liggen.

Al snel komt een meisje met een wondermooie ongewassen lach uit het donkere hol. Meer dan een jaar of twaalf schatten we haar niet en ze biedt mij een met vetvlekken bespat papieren floddertje aan. 
Of ze endjerra hebben zal ik echter nooit weten want, al woon ik hier straks vijf jaar, het Armhaars zal ik dan ook nog niet kunnen ontcijferen, dus hebben we Ali's hulp weer nodig. 
“Zou hij bang zijn dat we worden beroofd?“ vraagt EmjE zich af aangezien hij de Jeep geen moment uit het oog verliest. We wenken hem, maar hij gebaart dat hij niet hoeft te eten. Ineens breekt het zweet me uit en fluister ik hoofdschuddend. “Wat een ongelooflijk oen ben ik.”Mijn reisgenoten staren me verbaasd aan, hoezo, wat heb ik fout gedaan?
“Daar is niets over afgesproken. Ik bedoel qua maaltijden. Is hij moslim? Mag hij wel met ons samen eten en hoe regelen we het met de centen?”
Het meisje komt waarschijnlijk vragen of we al gekozen hebben en ik loop naar de auto toe.
“Kom op Ali, eet met ons mee. Wij betalen.” Hij weigert echter vastberaden.
“Waarom niet?” Hij kan het me echter niet duidelijk maken en als ik zeg dat we hem nodig hebben, “want we kunnen het menu niet lezen.” schiet hij in de aller charmantste lach van die dag, sluit de Jeep af en loopt mee, onderweg drie keer zeggend: “Sorry miss Dora, hihi, mie stoepit, haha” Natuurlijk ontken ik dat in alle toonaarden. Bekeken door een gevarieerd publiek komen we er met zijn viertjes en handen en voeten uit. Hij bestelt iets veiligs, “want het meeste eet niet goed voor  lavvely Holland leedies” We voelen ons gevleid om dat lady’s, maar hoe we ook aandringen, hij wil niet met ons eten. Een drankje is hem na hevig zeuren wel aan te smeren en daarna verdwijnt hij weer. Op afstand herken ik enjerra en rode saus die hij naast de auto uit een zakje op staat te eten.
“Ach, zijn vrouw heeft eten voor onderweg meegegeven,” fluistert Pattie vertederd waarmee ze me compleet verrast. Ineens blijkt je tot inlevingsvermogen in staat terwijl je met Ali of mij nog niet één normaal woord hebt gewisseld? Wie weet, draai je bij? Of onze chauffeur getrouwd is blijft voor mij een open vraag maar de tamtam werkt hier wel uitstekend. Steeds meer volk kijkt vanaf een afstand toe en de dames worden er wat zenuwachtig van.
“Jongens, hoe moet dat nu? Ik ben er van uit gegaan dat hij met ons mee zou eten, dat wij naast het salaris met zijn drietjes zijn koek en zopie plus onderdak betalen.” EMje, die de huishoudpot beheert, knikt, maar Pee weet de oplossing al: “Ja hoor eens, dat hoor jij met hem te bespreken.” Het commanderen deert me al niet meer. De bouwvakkers op hun stenen stoelen bedwingen zich in feite nog, maar een drietal kinderen met vuile snoeten kent zoveel gene niet. Op een halve meter afstand staan er twee breed lachend ons te hypnotiseren, de derde tuurt met een ouwelijke blik, alsof ze wil doorgronden welke verf we op hebben gesmeerd.  Ali roept iets tegen hen, ze stappen drie passen achteruit, maar helemaal verdwijnen? Geen denken aan. Deze vertoning laten zij zich niet ontnemen want op dit nieuws kunnen ze de hele week nog teren en anderen, minder gelukkigen, er op trakteren.

Het eten wordt gebracht. De ijzeren schaal, waaruit we gezamenlijk zullen eten, beslaat de halve ronde tafel en het slappe ei-gerecht gaat vergezeld van een grauwe homp die ik als zelf gebakken gerstebrood herken. Meteen verschijnen er vieze glazen naast met een troebel drankje dat Ali erbij heeft besteld. Geen bestek uiteraard en ineens wordt Pattie weer haar vertrouwde kordate zelf. Ze staat op en is al halverwege het zwarte gat. “Ik ga binnen wel even bestek voor ons te halen.” Het klinkt bezorgd, maar ze bewijst dat het gesprek bij het ontbijt geen uitwerking heeft gesorteerd. 
“Pee, we worden geacht met onze vingers te eten.” Verbijsterd ploft ze terug op de handgemaakte driepoot, die vervaarlijk wankelt. De werklieden schieten in de lach want het scheelt niet veel of ze ligt languit op haar rug. Gelukkig kan ik haar nog op tijd vastgrijpen.
“Hieraan doe ik niet mee,” mokt ze en neemt met een pruimenmondje een muizenslokje van de drank, staart als prinses op de erwt voor zich heen, alsof wij in Turkije nooit vreemdsoortig aten. Ik wil geen rel, doe liever voor hoe je met een afgescheurd stuk brood het ei van de geklutste omelet kunt peuteren terwijl het kindertrio bijna in trance onze handen volgt, onwillekeurig gelijktijdig langs hun mond likt. “Zouden ze honger hebben?” piept Pee bezorgd en maak het gebaar naar Ali dat ze haar eten aan de kleintjes wil geven. Hij haast zich naderbij, schudt uitdrukkelijk nee en stuurt het drietal resoluut weg. “Neenee mis Pettie. Doe nooit. Niet goed. Geen honger, niet opgevoed goed. Ze nooit zien alle dagen dikke vette toeristlady’s ” Oeps, als dit maar niet verkeerd valt, denk ik en weet dat onze verlegen Ali zich van geen kwaad bewust is. Waarom ook? Dik zijn is hier bewijs van rijkdom, zoals ik naar Nederland schreef, maar ja...
“Haha, exemplaren zoals wij komen hier dus zelden voor! Het eten is goed te doen, hoor Pee, het doet je vast goed, al is het jammer dat er geen zout voorhanden is.” blijf ik stoïcijns mijn best doen terwijl EmjE en ik ons omzichtig door de schaal met slunzige omelet graven . Zonder zout smaakt het nergens naar, maar we hebben toch iets in de maag. De sterke koffie toe geeft ons, een fikse stoot energie en  Pee wil geen koffie of thee. Na een half uurtje rekent EmjE met Ali 's hulp voldaan af. Zij vindt het al met al een heel avontuur en geniet ervan


Ik begrijp na heen en weer gebaren, op de kaart wijzen en Ali 's gebrekkige woordenschat, dat we nog een lange moeizame rit voor de boeg hebben, want de weg door het hooggebergte is uitermate slecht en het weer ziet er ook erg wisselvallig uit. Nageschreeuwd door een stoet rennende kinderen laten we het dorp achter ons. Hoewel we uit piëteit voor Ali enkel Engels hebben gesproken denk ik nu toch even gebruik te moeten maken van onze moedertaal. Ik zal zijn naam niet noemen. Zo pijnlijk om over hem te spreken zonder dat hij er iets van begrijpt, lijkt me.

Vervolg

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (13) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Was het een beetje lekker?
Een groot avontuur zo'n vakantie. Gelukkig dat EmJe het ook zo ziet
In het Engels zei hij Big Fat Tourist lady's, dus dat grapje moet er wel in. hihi.
Haha ... ik kan me zo voorstellen hoe die kinderen jullie 'aangaapten' en zoals Ali zei 'negeren is het beste'
Maar uit ondervinding weet ik dat dit moeilijk is en zeker voor mij (in Sri Lanka, Java en het arme zuiden van Cuba zou ik alles weggegeven hebben!
Dat van die 'dikke vette toeristladyâ??s' bracht me toch goed aan het lachen hoor!
Het wordt een bestseller ...
Zonder tolk ben je daar dus nergens
Ook in het binnenland vind je uiteraard met een beetje rond zoeken altijd wel iemand die iets van Engels verstaat. Dat hoefde nu gelukkig niet.
Het deel met de vraagtekens vermoed ik!
Ik snap niets meer van Pee... wat zit haar dwars? Nu is het toch vakantie? Daar verlangde ze toch zo naar? Nou dan...
Ga zo voort, en gij zult eieren eten......