Weg met de gebeten hond (2)

Door Weltevree gepubliceerd op Sunday 01 December 16:26

Om vanavond in Bahar te kunnen overnachten verlaten we de weg naar Campoldja en rijden de volgende bergketen in. Hier heerst de natuur en af en toe komen we een volgepakte bus tegen, maar personen auto’s zijn tot een uitzondering te rekenen. De rest is hoofdzakelijk vrachtverkeer dat deze route gebruikt. Stokoude dieselende rammelkasten met een wiebelende huif van zeildoek bulken zwarte kwalmen uit. Iets nieuwere witte tankwagens grommen traag maar gestaag omhoog. Ali toetert nooit zoals de vrachtknotsen voor iedere onoverzichtelijke bocht doen en op de meest onverwachte momenten, nergens een dorpje te zien, komen we mensen tegen die gebruik maken van de nog steeds redelijk goede weg. Stapvoets rijdend, passeert hij hen met een veilige wijde boog of wacht eerst het dalende verkeer af.

“Schilderdoek. Reis en fotoboek, inspiratiebron, om de rest van je leven op te teren.” Het besef dat zich als bij toverslag opdringt geeft me vleugels. Gelukkig, ik hoor mijn stemmetje weer, dat zich van schrik had teruggetrokken. Mijn vader had het ook en het roept: “Geniet zonder gene of schuldgevoel. Deze episode in je leven mag je nooit vergeten. Ooit zul je er iets positiefs mee doen voor dit land.” Het is zo duidelijk te horen dat je verwachten zou dat iedereen het horen kon, maar ik heb niemand ooit verteld dat het meestal met me meereist

“Je hebt hiervoor bij je geboorte het gereedschap gekregen. Het is jouw taak, Dora. Laat voorlopig Addis los en laat je niet van de wijs brengen, nergens door. Maak hiervan een uniek herinneringsdocument. Zie, hoor en voel voor twee, want deze reis is het méér dan waard om tot in alle finesses vast te leggen. Ook het achterland is te belangrijk om het ene oor in en het ander uit te laten gaan. Haarscherp hoor ik tevens, dat zodra het project draait er geen gelegenheid meer zal zijn om deze reis nogmaals te maken.

Nu begrijp ik nog beter wat Derenge bedoelde toe hij zei dat Ethiopiërs trotse mensen zijn. Ook in het binnenland is men zijn fijn gebouwd en de gelaatstrekken hebben inderdaad, ondanks het duidelijke gemis aan geld, iets koninklijks. Veehoeders herken je aan de onvermijdelijke herderstok, een stevige tak die van de bast is ontdaan. Men gebruikt hem als houvast bij het klimmen over rotsen of draagt hem nonchalant over beide schouders als het juk dat onze melkmeisjes vroeger droegen. Dan hangt aan weerskanten een ontspannen slanke hand. Volgens Ali slapen ze onzichtbaar voor ons in de open lucht onder herdershutjes wat niet meer schijnt te zijn dan tussen takken gespannen bouw plastic. Af en toe zijn ze ook vergezeld door vrouw en kinderen, die net als de herder blootsvoets in de streekdracht met ruwe omslagdoek, relaxt met hem omhoog lopen.

In totale verlatenheid verschijnt om de volgende bocht zo’n familie. De magere jonge man in gerafelde korte broek draagt een lammetje over de schouders en het Salomonsoordeelverhaal schiet door mijn hoofd, Ali snapt mijn blik al en zet de auto aan de kant opdat we dit gezin kunnen portretteren. De dames komen niet naar buiten, tot ik de kans neem om ook nog twee herders vast te leggen die voor een schilderachtig overblijfsel staan, een scheefgezakt skelet van zwarte palen, dat voor het kunstenaars oog een ware streling is.

Ook zij lachen, vinden het geen enkel probleem om straks in Nederland te worden bekeken. Wellicht realiseren ze zich niet eens dat zij later zullen worden bewonderd? Ze vragen er tenminste geen geld voor, wat uiteraard ook wel voorkomt.

 

Paarden zie je opvallend weinig, wel af en toe een ezelskar met een baal ongeregeld goed erop. Het regent niet meer, de wegen worden stoffiger. en zodra we een dorpje naderen lopen er meer mensen langs de weg. Met of zonder zwaar beladen ezels, op de rug een grof geweven doek met iets groots erin of de bekende enorme takkenbossen. Al die onvergetelijke beelden brengen me steeds meer terug bij mij. De geslagen hond is opgekrast nu de kunstenaarsziel gulzig alles in zich opneemt om er ooit mee aan de slag te gaan. Vanaf de achterbank komt geen op- of aanmerking, geen goed- of afkeuring over Ali of zijn land noch bewondering voor het uitzonderlijke uitzicht dat we op rustige wijze doorkruisen. Geen aanwijzing ook over plas of eetpauze. Het zij zo. Soms krijgt een mens eenvoudig tegen wil en dank een rol opgedrongen en kennelijk ben ik toch tot onbezoldigd reisleidster uitgeroepen? Het zij zo. De twee uur zijn om, mijn been roept me tot de orde. "Dames, wat denken jullie ervan? Zullen we zo eens stoppen? Koffie drinken, iets te eten misschien?" EmjE knikt, een plaspauze komt zeker niet ongelegen en Ali heeft er ook wel oren naar omeven te kunnen stoppen. “Tien minuten dorpje, jullie kan drink en eet, mevrouw Dora,.”zegt hij glimlachend zonder op de kaart te kijken die uitgevouwen op mijn schoot ligt, zoals bij EmjE onze Europareizen

Dieper het binnenland in worden de huizen in dorpjes authentieker en ik geniet met heel mijn oude hart nu we eindelijk door onbekend terrein rijden. Zo komen we ook nu weer aan bij zo’n typisch langgerekt dorp. Een lang lint van rommelige in elkaar geflanste lemen hokken dat per ongeluk tussen onstuimige bossen lijkt te zijn neer gedaald. Tevens een verzameling naar het zich laat aanzien, van panlatten en stro opgetrokken bouwsels, waar het schreeuwt over niet te stelpen armoede. De mensen op de stoffige asfaltweg lijken echter zonder uitzondering vrolijk. Niet meer op mijn hoede, vergeten dat sommige onderwerpen wellicht niet in goede aarde vallen, kijk ik om en laat me ontvallen, “och jongens, kijk, toen ik met Alemu naar Campolja ging kwam ik dergelijke dorpjes ook tegen. Geen griemeltje welvaart en nergens het vooruitzicht dat het er snel komen zal, maar zij overleven hier met een levenslust en doorzettingsvermogen waar wij nog een puntje aan mogen zuigen”

EmjE kijkt haar ogen uit en knikt heftig, beaamt hoe opvallend het is dat ze tot nu toe nog nergens vechtende lieden heeft gezien. “en je snapt gewoon niet dat die huizen niet voor je ogen in elkaar zakken. Wat een Godvergeten ellende, maar ik zie niet anders dan opgewekte gezichten.”zegt ze en ineens betrap ik me erop dat ik trots ben op haar en de bevolking. Kinderen die onze langzaam rijdende auto aan willen raken en gillend meerennen. Birr-birrr. Haha Birrebirre. Duidelijk ook veel kooplieden op weg naar de markt met hun waar op de rug, die er beslist niet over denken om voor ons antracietkleurige welvaartsymbool aan de kant te gaan. Ali prakkiseert er trouwens ook niet over om ongeduldig te toeteren.

“Dat schiet zo natuurlijk niet erg op zo,”mompelt Peetje en ik meen op te pikken dat de armoede haar de strot uit komt, maar helaas, we zullen hier toch echt midden in deze afgekloven wereld stoppen om iets te eten. Zodra we voor een bord stoppen waarop het woord restaurant te lezen staat blijkt dat Pee ons overleg helemaal niet heeft meegekregen. Hoe hulpeloos we zonder Ali zijn blijkt niet snel daarna...

Vervolg

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Je maakte er weer een pareltje van .. de beschrijving was zo supergoed beschreven ... ik was mee met jullie en zeg het zo voor me!
En ... wat schaft de pot nu ..?
Het lijkt me een prachtig land
Maak va de nood een deugd
Wat prachtig is Ethiopië toch als je dit zo leest. Daar moet jij als kunstenaar ongelofelijk genoten hebben.
Heerlijk reisverslag, genieten ondanks de stoorzender
Bijzondere reis. Ben benieuwd wat jullie eten.
Bijzondere reis. Ben benieuwd wat jullie eten.