Nog meer vuile was die niet buiten hangen mag?

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 25 November 10:30

Ali en ik zoeken naarstig naar een loket waar we kunnen informeren of ze in het vliegtuig zaten tot de schuifdeuren nogmaals open zoeven om als toegift toch mijn Jut en Julleke plus wat personeel door te laten. Het beeld van die twee zal ik niet licht vergeten. 

EmjE duwt de weerbarstige kar met wiebelende stapel koffers. Zelden lacht ze zo uitbundig boven haar weelderig borst waar heel de wereld zich aan kan koesteren. Petieterige Pee -eigenlijk heet ze Pattie, maar daar wil ze niet aan worden herinnerd- stapt er pontificaal naast. Krampachtig vrolijk lachend tracht ze te verbloemen dat haar rolkoffer een wieltje mist. Het sportieve loshangende regenjack doet enigszins afbreuk aan de prachtige lange kaftan. Van top tot teen geven kunstige witte vormen op de zwarte ondergrond haar gedrongen gestalte optisch meer lengte. Dat overdreven emoties in deze grote, bijna lege hal niet gewenst zijn merk ik meteen aan minieme flintertjes lichaamstaal die woordloos voorschrijven dat wij, stoer en sterk, ons in overdreven vrolijkheid beheersen. Ik slik de brok in mijn keel weg, houd me niet aan Peetjes code en ren op hen af. EmjE vindt het geen probleem dat ik haar aflebber en omklem. Pee krijgt een meer passende luchtkus links, mwaps, terwijl ze zegt: “Nou ja zeg, wat een gedoe is dat hier.” Onverstoorbaar druk ik toch nog één nepkus langs de rechterwang. Je toon weerlegt het hyper vrolijke masker, meid. Ik grimas naar EmjE die aanvult dat ze een formulier verkeerd hebben ingevuld wat Pee luidruchtig beaamt met een kilo extra verontwaardiging.

“Pfft en daarom kwam onze bagage niet los, na zo'n lange zit wel veel onnodige heisa.” Ik ga er niet op in, wijs naar onze stille gids, die op gepaste afstand doodkalm wacht.

 “Dit is Ali, onze gids en chauffeur. Ali, this is miss EmjE and Pee.” Ze schudden handen en hij neemt slagvaardig de weerbarstige bagagekar over.Ik probeer Peetje van haar koffer te bevrijden, maar dat hoeft niet, sjouwen kan ze héél goed zelf. Het klinkt kortaf, verwijtend.

“Jullie zijn vast wel heel moe na die lange vlucht en dat gedoe?” Ze knikken en in stilte lopen we onder het oranje licht naar de enige auto die nog op de parkeerplaats te vinden is. Met een automatisme waar ik misselijk van word zegt Pee dat ik naast Ali moet zitten en het kost me moeite niet te sneren dat zij hier niet de dienst uitmaakt. Ik ben verkeerd bezig, want op deze manier hebben we binnen een uur de grootste bonje. Dat lijkt me niet verstandig op dit moment. Straks eerst maar eens een borreltje op de goede aankomst. Niettemin slaat toch alles in mij op slot. De eerste helft van onze nachtelijke rit kan ik enkel even kinderlijk blij achterom lachen, maar draai ik me onthuts weer om. Verbeeld ik het mij dat Peetjes spottende blikken als dartpijltjes om mijn oren spuiten? Ik zal blij zijn straks alleen met EmjE...horen of er tijdens de reis iets vervelends is gebeurd.

Ook nu weer is er weinig verkeer op de weg en we naderen na een doodstil kwartier de grote trotse gouden leeuw voor het Nationaal Theater. Eindelijk vind ik mijn stem terug en als we het helverlichte roze gebouw passeren draai ik me nogmaals om en wijs. “Kijk, hier is ooit het hele avontuur begonnen. Het Ras Hotel, toch precies zoals ik het in de nieuwsbrieven beschreef?” Ze knikken beleefd. Hierna komt het lege Mexico Plein waarvan zij weten hoeveel doden er gevallen zijn. Terwijl we om het monument- een grote bal in drie betonnen moderne gebogen vormen- heen draaien steekt de stilte meedogenloos om zich heen en Ali kijkt me even vragend aan. Heeft hij iets verkeerd gedaan? Van dik hout zaagt men planken, denk ik en om de schier vijandige atmosfeer te verzagen ratel ik de hele lange rechte weg omhoog aan één stuk door. “Je wilt niet weten hoe ik jullie heb gemist, zo blij ben ik dat jullie er zijn, zo naar verlangd weer eens even in simpel Nederlands te kletsen,” maar op de achterbank wordt niemand warm of koud van de woordenwaterval over opgelucht, dat ik al dacht dat zij, maar nee toch de vlucht niet hadden gemist en zo bladiebladerdeeg ik eigenwijs door. Aan het eind, meteen rechts om de hoek, is ons pension waar Ali de Landrover op de zandstrook voor het bijbehorende restaurant parkeert. Hij zet alle koffers voor de grijzendeuren er naast. Bepakt en bezakt staan we rillend voor de ijzeren poort waar onze voortvarende reisleider stevig tegen aan beukt. Klabambambam. 

Drie uur plaatselijke tijd. Alles is in doodse nacht gehuld op één dronken man na, die in gescheurde lompen onder het enige brandende peertje bij de deur van het restaurant met een goed humeur, maar uiterst vals zingend de stenen gevel aanbidt. Ik ben immuun voor zulke beelden geworden, maar Pattie huivert en trekt een vies gezicht 

“Dat is onze lallende lompenman,” fluister ik olijk tegen haar, maar Alie ziet het ook, dat als blikken konden doden... Als hij zo gevoelig is als ik vermoed weet hij nu al hoe de verhoudingen liggen, tussen ons drie. Ineens wordt het me duidelijk en ik vind het onattent van mezelf dat ik me dit nu pas realiseer dat zij nu de cultuurschok door gaan maken die ik al heb verwerkt. Aan de andere kant hebben zij zich er op voor kunnen bereiden, via alle nieuwsbrieven en ik kan hen er niet voor behoeden. Wie weet snapt Pee aan het eind van deze vakantie ook beter wat er hier komt kijken om tussen al die armoede je mannetje te staan en zicht te blijven houden op de koers die we hebben uitgezet?

Nu wordt het erop of eronder, denk ik zonder te weten  waarom het voelt alsof we met zijn drietjes een nieuw tijdperk gaan betreden. Dit pension was het beste van de drie die ik heb beoordeeld, maar ik weet dat de kamers in Nederland zelfs voor daklozen opvang zouden zijn afgekeurd. Pattie hoeft niet te gaan zeuren... want...

Ons onderkomen voor de eerst drie dagen is in een rechthoek rond een zanderige middenplaats gebouwd. Ik gniffelde meteen om onze kamer want op de deur staat 107 terwijl er maar dertien kamers zijn. Het is een muf hok met hobbelig tweepersoons bed waarachter de kromgetrokken deur die niet helemaal open kan en ook niet goed meer sluit. Daar achter zit de sanitaire hoek: de wc met spoelbak waarboven een spiegel zonder planchet. In de krappe doucheruimte zit wel de stang met menkraan aan de muur die uitmondt in de douchekop uit 1950, Daar verwacht ik echter weinig warm water uit. Vóór de kamers langs loopt een gezellig aandoende overdekte gaanderij met tegelvloer. Daaronder kunnen we gezamenlijk ontbijten, verzon ik meteen, want met de stoelen en het tafeltje uit onze kamer plus de ene armetierige stoel in Pattie’s hok kunnen we er alle drie zitten. Gezellig. Pattie krijgt één van de drie eenpersoonskamers, aan de korte kant van de rechthoek. Die hokjes zijn nog een maatje kleiner, maar van onze vakanties weet ik dat ze zich, net zo min als EmjE en ik, opwindt over ongemak zolang we maar slapen kunnen. Ze moet niet proberen daar iets op aan te merken, want...

Vervolg

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Vanaf de eerst blik zie ik dat het met mij en EmjE zou klikken - een gezellige dame!
Maar Pee ... amai een vervelend mens hoor. Het moet een nogal gespannen nacht geweest zijn. bbbrrr ... best dat je je nog wat hebt kunnen bedwingen !
De foto bewijst het. Ze zijn er en EmJe is in ieder geval blij je te zien.
Ga je in dat arme land met Hollands Glorie pronken. Maar de andere trofee compenseert dit wel in negatieve zin!
Bladiebladerdeeg, oho wat voel je je dan ongemakkelijk.......
Nou en of... Ik had me zo op dit weerzien verheugd, maar ja... ademen en net doen of het allemaal normaal is...
Yep, dat is EmjE daarachter die volgeladen kar, gelukkig maar. Ze zijn er!
Ze zijn er... inderdaad.
Wat een schitterende lach van EmjE. Een voorbode voor een leuk verblijf hoop ik.
Wat een schitterende lach van EmjE. Een voorbode voor een leuk verblijf hoop ik.