Vuile was, Omo en Cola

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 25 November 08:02

Sofia en Thomas accepteren eindelijk dat hun feestje niet doorgaat. Don had een half uur nodig om uitgelegd te krijgen dat mijn vriendinnen niet komen logeren en dat werd niet al te sappig ontvangen. Gepikeerd draaide de vrouw des huizes zich af. Thomas was minder aangedaan, leek het wel te begrijpen en in de afgelopen week deed Sofietje gelukkig weer normaal. Zou Pee eigenlijk wel begrijpen hoeveel impact haar onbegrijpelijke beslissing op iedereen hier heeft gehad? Ik denk eerlijk gezegd van niet. Het is niet voor niets dat EmjE mijn allerbeste vriendin is. Met haar deel ik echt alles en nooit veroordelen wij elkaar. Wederzijdse acceptatie van ieders eigenheden. Pee en ik hebben het op een heel andere manier wel leuk. We zijn drie keer met elkaar op vakantie geweest en dat ging altijd prima. We houden beiden van snuffelen in tweedehands winkels, doen regelmatig een 'rondje kringloop', eten graag bijzondere dingen samen, die haar man niet lust. Ze is erg begaan met minder bedeelden, snel en accuraat in haar werk, maar veel diepgang bezigen wij nooit en als ik eens iets van mijn innerlijk deel, reageert ze daar amper op. Ze luistert, meer niet.

Normaliter kom ik na zessen, wanneer het donker is, niet meer buiten, maar straks wel. Om elf uur mag ik naar het vliegveld. Eindelijk. Gegeten, afgewassen, de bagage staat ingepakt naast de deur en mijn huis is voor het oog aan kant. Tidgi komt zaterdag kleding wassen en de twee kamers soppen. Naast de mand met vuile was staat een zakje Omo op tafel plus een flesje cola. Voor deze keer liggen er twee Marsen bij. Ook één voor Negist. Voor de zekerheid heb ik  er de namen op geplakt met drie vet gedrukte kusjes. Eronder ligt zakgeld voor de volgende weken. Dat wil ik niet geven als we met hen uit eten gaan. Had ik nu maar zo'n supersterke dubbeldubbel zoute drop. Al een half uur zit ik opgeprikt klaar en trommel met de vingers op tafel, wippend op de vermoeiende veel te rechte eetkamerstoel. Standaard model. Ze maken ze in mijn prijsklasse niet anders. De één na de andere peuk paf ik weg nu het nog kan want bij Pee in de buurt roken we niet.  

Klokslag elf uur klinkt buiten de poort de toeter en ik maak een hels kabaal als ik over het grove grind naar de ingang storm. Van deze onverwachte interumptie blaft de hond de hele, in aardedonker gehulde, buurt wakker. In mijn ooghoek zie ik nog net hoe Almaz als een schim in de opening van haar domein verschijnt en geschrokken in haar ogen wrijft. Naast koken, wassen en strijken is het haar taak om als een waakse hond bezoek binnen te laten, maar op een dergelijk onzalig tijdstip slaapt ze uiteraard. Ali laat de motor van de antracietkleurige Landrover draaien terwijl hij meeloopt om mijn koffer en rugzak op te halen. Nog even een laatste check, het licht uit en met een opgewonden lachje draai ik de deur op slot, zenuwachtiger dan ik zou willen. Sofia en Thomas staan ondanks alles in de deuropening en ik zwaai hen een kushandje toe. De hond kent me, ligt inmiddels weer rustig in zijn hok en ik sluit voorzichtig de poort om niet opnieuw herrie te maken. Oef, de vakantie is begonnen. Ik ben er echt met huid en haar aan toe.
Moeizaam klim ik op de hoge bijrijdersstoel en voorzichtig hobbelen we even later de steile zandsteeg ophoog. Het is gelukkig geen roekeloze rijder, merk ik gerustgesteld en als we kalm de asfaltweg op draaien zucht ik mijn zenuwen weg. Als een rechtgeaard gastheer spreekt Ali voor het vaderland weg. Om de stilte te overbruggen. Kennelijk voelt hij mijn spanning aan? Dan merkt hij vast ook de blijdschap om het weerzien met EmjE?  Ik laat me alleen daarom al graag door hemafleiden. 

Voor een tientje per dag zijn we bij Ali in goede handen, weet ik al halverwege Bole Road en ik voel bijna letterlijk hoe de last van me afvalt. Tenslotte moet ik er niet aan denken hoe het zou zijn geweest om drie weken lang afhankelijk te moeten zijn van een roekeloze snelheidsmaniak. 
Zijn gebrekkige Engels was bij de eerste ontmoeting veel moeizamer, meen ik op te merken.
We zaten in dat drukke koffiehuis bij Mercato, waar de Jeep voor de deur geparkeerd stond opdat ik hem beoordelen kon. We werden uiteraard voortdurend aangestaard. Wat doet die oude blanke met een veel jongere donkere man? Het zat er bomvol met welgestelde markt kooplieden, die zich de luxe gebakjes daar kunnen permitteren. Ali weigerde echter om zich erop te laten trakteren want hij kwam niet om te eten. Ik moest flink puzzelen op zijn Engels. Het leek een raar soort koeterwaals tot ik een kwartiertje later al meer grip kreeg op zijn uitspraak. Hij heeft die taal nooit op school geleerd, gaandeweg opgestoken, begreep ik bij die gelegenheid. Nog zie ik de verlegen blik toen hij een voorstel deed over de rondreis die hij voor ogen had.

“Not luksjerie toer, miss Dora,” waarschuwde hij bezorgd.
“Joe noow...Bet roots, poer piepel, zee olwees kraai kiff mannie, Birrbirr... But bjoetifoel, maai Ethiopia.” Ik maakte er wel uit op dat hij het noorden, waar we naartoe gaan, als zijn broekzak kent en ook nu praat hij weer honderduit over vroeger, toen hij nog chauffeur was bij de VN voedselhulp. Hoewel de laatste hongersnood al een eeuwigheid geleden is, hij sindsdien al heel veel ander werk heeft gedaan, is Ali daar tot op de dag van vandaag kennelijk nog heel trots op. Athans, dat zie ik aan de blik in zijn ogen, die dromerig wordt. Het is ook heel goed te horen. Het timbre van zijn melodieuze stem verandert als hij over die gelukkige periode spreekt, wordt zachter, liefkozend bijna. Het is weer even wennen, want als onbezoldigd reisleidster moet ik  uiteraard Ali’s woordenschat leren doorgronden, maar ik voel me wel meteen veilig bij hem. Zijn kennis van het Engels mag dan beperkt zijn, dat wordt ruimschoots gecompenseerd door een merkwaardig sterke maar lieve, open lichaamstaal. Dit is een man waar ik heel goed verliefd op zou kunnen worden. Zodra we de parkeerplaats van Bole Airport opdraaien realiseer ik me geschokt dat ik zomaar even de reden van deze nachtelijke rit door Addis, mijn vriendinnen, ben vergeten. Dora toch…je hebt al zo lang naar hen verlangd. Nu heb je in je eentje de verantwoording over hun welzijn in een wereldstad die jij wel, maar zij niet, kennen. Je kunt je nu helemaal geen wulpse gedachten over mannen en liefde permitteren.  Ali ja, Derenge nee en Katama! 

Ach…Katama. Ik ben hem de afgelopen tijd uit de weg gegaan en ik vermoed hij mij ook. Telkens verzin ik andere smoezen, wil niet hoeven ontdekken dat hij mij niet ziet zitten… maar zodra ik hem in het oog krijg, knispert tussen ons ritselende elektrische lading, die probleemloos honderd meter overbrugt. Ik schaam me om te moeten constateren dat mijn lijf meteen reageert nu ik aan hem denk. Ik ben nota bene op weg om iets geweldigs met EmjE en Pee te gaan beleven en dan word ik nat alleen al bij de gedachten aan Katama? Foeifoei, oude taart....

De situatie in de moderne, goed verlichte ontvangsthal is nu honderdtachtig graden omgekeerd, wat mij het vreemde idee geeft de traumatische ervaring van mijn eerste paniekerige aankomst- wat is dat lang geleden- te verwerken. Nu sta ik ongeduldig tussen opgedirkte Ethiopische gezinnen te wachten om ‘mijn familie’ op te halen. Oh wat zal ik janken als ik EmjE zie. In blijde verwachting klopt mijn hart een weemoedig deuntje want al die onderhuidse, weke stromen van emotie? Liever niet. Ik ben in Ethiopië een gevoelige drol, een snel huilend kruidvat van boterzachte ontroering, heel anders dan in Nederland, waar ik me altijd groot moet houden. Niet omdat ik dat zelf wil, meer omdat de hardheid en het onvermogen van mijn familie me ertoe dwingt. Men kan in het koude kikkerland met mijn emotionele huishouding en vrije denken weinig aanvangen.

Ali houdt zich beschaafd afzijdig.
Oef, wat zullen ze moe zijn en hoe blij zal ik hen om de nek vallen Als een kind dat moeder is kwijtgeraakt. Het wachten is bijna onmenselijk en nergens is een plekje om te zitten. De verwarming voor de hoge glazen wand, die uitkijkt over de parkeerplaats, is na drie minuten al geen alternatief meer, de ribbels snijden venijnig in mijn afgeslankte billen. Mijn rug begint ook op te spelen van dat heen en weer gedrentel, wat meestal het geval is als ik te lang roofbouw op mijn lijf heb gepleegd. Tegenwoordig herken ik de allarmende voortekenen gelukkig wel op tijd. De klok tikt ondertussen tergend langzaam verder, vooral nadat hun vliegtuig is geland. Half twee en er is geen enkel teken dat de passagiers snel zullen worden vrij gelaten. We hadden net zo goed een uur later kunnen komen.

Eindelijk gaan de matglazen schuifdeuren open en de dikke bulk blij volk wolkt, al dan niet in traditionele kleding, op ons af, waaiert uit en wordt meteen verzwolgen door de opgewonden kirrende en roepende wachtenden. Blijdschap alom. Smakkende kussen, oh's en ah 's om me heen, maar ik kan er niet op letten want ik zoek twee blanekn tussen al die mooie donkere mensen.
Waar blijven ze? Na een kwartier is de eerst overvolle aankomsthal bijna leeg, komt er nog maar sporadisch een enkele los lopende reiziger naar buiten.
Ze zullen het vliegtuig toch niet hebben gemist?

Vervolg

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Spannennnnndddd
en weet je .. dit herinner ik me ook niet van vorig lezen :-)
Het is een beetje Sinterklaasspanning zoals heel vroeger!
Ja, zo voelde het ook voor mij inderdaad...
Ik had deze gemist, maar ik begrijp nu de titel van de volgende aflevering beter....
Ik had deze gemist, maar ik begrijp nu de titel van de volgende aflevering beter....
Laat je ons in spanning achter?
Ze komen toch wel?
Waar zij ze inderdaad? Aangehouden door de douane of het vliegtuig gemist?