Schaap in wolven kleren

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 15 November 14:27

Mijn koffiekopje hangt al een tijdje leeg aan de wijsvinger, terwijl ik de afgelopen dagen nog eens recapituleer en ik sta op om de benen te strekken. Met een pijnlijk achterwerk van het lange zitten realiseer ik me nu pas echt goed hoe bezorgd mijn collega’s zijn geweest. Niet geheel onterecht. Verveeld, lamlendig en met een dubbel gevoel, want ik wil zo veel en kan helemaal niets, schenk ik een tweede kopje koffie in. Om iets te doen te hebben besmeer een gedroogd toastje met het restje boter voor onder de -bijna laatste- Goudse kaas van de Wingsdames. In doodse stilte, kleine muizenhapjes knabbelend, ga ik vanzelf toch weer terug naar drie dagen geleden.


Geen enkel gerucht was er bij het hoofdkantoor te horen en ik kreeg onmiddellijk al pissige visioenen. Had ik echt mijn leven voor niets gewaagd? Moest ik onverrichter zaken dat hele stuk terug lopen en hoe vond ik dan een veilige weg zonder weer over Mexico Square te moeten?

Ik bonsde nog eens tegen de grijze ijzeren poort en deze keer kon men het waarschijnlijk drie straten verder nog horen. Eindelijk ging er een kiertje open, wenkte de portier nadrukkelijk om snel naar binnen te schuiven, waarna hij onmiddellijk de zware deur weer sloot. Midden in de patio stond Derenge wijdbeens te kijken of hij een spook zag.

“Ben je gek of zo?” siste hij woest. Meteen was ik de weg kwijt. Was hij niet blij dat ik eindelijk heelhuids voor hem stond? Maria kwam op een drafje naar buiten, bekeek me van alle kanten met een blik die het midden hield tussen schrik en... ja wat? Boosheid? Wat raar, schoot het onwillekeurig door me heen, terwijl in mij blijdschap vocht met het onvermogen om hun boosheid te plaatsen.

“Sorry dat ik zo laat ben, heb twee keer gebeld maar de telefoo-“ Verder kwam ik niet. Ineens stond Atu Anannia voor me in een houding alsof hij me vermoorden wilde.
“Miss Dora, wat doet u in Godsnaam hier?" blafte hij en ik hapte overrompeld naar adem.

"Hoe komt u op het idiote idee om hier naar toe te komen?” Alles had ik verwacht, bezorgdheid, vreugde of opluchting, maar zeker deze woede niet.
“Omdat ik een afspraak met u heb,” flapte ik er dan ook onbeheerst uit, met een blik die hij waarschijnlijk makkelijker voor brutaal dan onderdanige gehoorzaamheid kon verslijten. Hij greep me bij de arm en nam me mee naar binnen, terwijl Maria en Derenge verstijft op de leistenen achterbleven. Ik keek nog even grimassend achterom maar ze hadden zich omgedraaid. Wilden ze niet zien wat de baas met me ging doen?

Hij pootte me op de stoel voor Maria’s bureau, sloeg de armen over elkaar en keek kwaad op me neer. Meteen sprong het verleden haarscherp tevoorschijn. Het ging als een ridder achter me staan om rugdekking te geven en vanzelf schoot ik in de houding die me als kind al door intimiderende situatie redde. 

“Maar Miss Weltevree. U bent toch niet gehhek?” kwam hij uiteindelijk kil uit de hoek. Het stakt toch! Ja kijk jij maar woedend. Ik ben me van geen kwaad bewust. Ben je niet trots dat ik het heb gered? Ik ben uiteindelijk maar drie kwartier te laat. Spuw maar woedend vuur. Ik weiger weg te kijken, al zit ik lager dan jij. Waarschijnlijk ben jij, als het rijke opperhoofd van de hele clan, niet gewend dat een onderdaan jou aan blijft kijken? So be it, mister Anannia.

“U komt toch niet vanwege zo’n afspraak die hele weg hier heen lopen?” Het klonk snerend, vernederend, kleinerend ook en het kind in mij, dat al zo vaak werd bedolven onder wat anderen wel of niet goed vinden, wilde niet janken. Ik knikte heftig dat ik dat nou juist wel had gedaan en na wat ik voor deze afspraak had doorstaan,  stond er versteld van dat hij niet net zo trots op mij was als ik. Hij zuchtte, schudde zijn hoofd en zei beduidend zachter dat hij mijn trouw waardeerde, dat hij er op rekent dat men afspraken nakomt, “maar met gevaar voor eigen leven? Dat grenst aan het onmogelijke. Dat is pure waanzin in deze gevaarlijke situatie.” Hij had helemaal gelijk. Ik deed alsof hij me niet had aangevallen en sprak doodkalm. “Inderdaad, als ik dit geweten had was ik niet gekomen,”

Aan de schittering in zijn ogen zag ik dat het kwartje, misschien wel een heel kapitaal, viel.

“U had wel in dat oproer gemolesteerd kunnen worden. Doodgeschoten zelfs,” verzuchtte hij rustiger. Omdat ik met stomheid geslagen voelde hoe de doorstane spanning toch in een volwassen jankpartij dreigde te eindigen, keek ik naar mijn schoenen. Goh, wat zijn die smerig geworden. Nu komt de schoenpoetsjongen natuurlijk óók niet langs. Kijk, de broekspijpen zijn tot aan mijn knieën drie tinten donkerder geworden. Door de water-olieplas, natuurlijk. Ik zie er niet meer uit als een respectvolle dame, maar daaronder ben ik nog wel helemaal intact, oh zo en wat nu? Zijn we weer vriendjes of is er nog meer te mauwen?  

“Sorry, Atu Anannia, ik wist niet wat een staking hier betekent. Niemand heeft me hiervoor gewaarschuwd of gezegd dat ik niet hoefde te komen. Mijn mobieltje werkte niet toen ik vertrok en op dit geweld heb ik helemaal niet gerekend. Ik dacht alleen maar, dan moet ik dus gaan lopen.” Kennelijk realiseerde hij zich dat ik inderdaad onwetend ben geweest en hij wist tenslotte ook niet dat ik mijn hele leven lang al volkomen vrijwillig, grote menigten schuw, behalve als ik acteren kan en een zaal vanaf een toneel bespelen moet.

“Sorry, miss Dora, maar wij hebben ons namelijk vreselijke zorgen om u gemaakt. Misschien ben ik iets te hard van stapel gelopen. Waarschijnlijk bent u zulke toestanden ook niet gewend.  In deze situatie had u uiteraard thuis moeten blijven. Dat had ik wel begrepen, u niet kwalijk genomen, maar enfin. U bent nu veilig hier. We verzinnen wel een manier om u heelhuids thuis te krijgen, ” eindigde hij vriendelijk, stapte zijn kantoor in en liet me verbouwereerd achter. Maria kwam binnen met twee glaasjes thee, die ze zelf had gezet want Ahlem was ook niet op komen dagen. Net als Senaid, Aklilu en Atu Alemu.
“Gettu heeft halverwege een vaste telefoonverbinding gevonden om te bellen. Hij is onderweg, maar met deze chaos in de stad weet hij niet hoe laat hij hier kan zijn,” zei ze sussend en ik vroeg hoe het mogelijk was dat zij hier zat. Hadden Derenge en zij als enige wel een taxi kunnen bemachtigen? Ze legde haar wijsvinger voor de getuite mond en lachte ondeugend, fluisterde dat ze daar nu niet op in kon gaan. Aan haar gezicht zag ik dat het niet voor ieders oren bestemd was. Ik zal er ooit wel antwoord op krijgen, dacht ik. Derenge was inmiddels ook bijgedraaid, kon voorlopig nergens heen, helaas. Uiteindelijk wilde hij wel weten hoe ik het had klaargespeeld om zonder kleerscheuren door die opstand heen te komen, want inmiddels had hij via een clandestiene radiozender gehoord, dat er doden waren gevallen. 
“Net als bij de studentenrellen van enige jaren geleden.”

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Zijn woede was een ontlading van zijn angst om jou!
Ik denk dat het een 'bijna normale reactie' was.
Maar wat jij gedaan hebt was ECHT gevaarlijk!
Ja, als ik het van te voren had geweten, maar het mobiele netwerk deed het niet. Maria heeft me proberen te bereiken, dus die mensen hebben daar met angst en beven op me zitten wachten, wetend dat ik van niets wist en ja, die directeur voelde zich verantwoordelijk voor mijn welzijn.... Alleen kwam het zo rauw op mijn dak...na al dat geweld waar ik dan toch maar doorheen was gekomen. Ik was beretrots op mezelf, dat kan ik je wel vertellen.
Ik kan het me voorstellen dat je beretrots was ... maar toch eerst met knikkende knieën! :-)
Je hebt in ieder geval een hoop meegemaakt en er van geleerd. We lezen het vervolg wel weer!
Je hebt in ieder geval een hoop meegemaakt en er van geleerd. We lezen het vervolg wel weer!
Heel herkenbaar de reactie van de anderen. En ook hoe jij je voelde. Gelukkig is alles goed af gelopen
Tja, al die opluchting na zoveel zorgen kan zich uiten als de woede, gevoed door machteloosheid. Niet zo gek eigenlijk, het lijkt een heel normaal menselijk verschijnsel te zijn.
In elk geval ben je van de straat.
Inderdaad, soms uit verdriet of bezorgdheid inderdaad in boos en kwaad... Niet zo gek dus, maar je kunt er wel eens van in de war raken, of althans ik.
Nou ja voorlopig even veilig, pffff
Ja, pffft. Nu ik het opschrijf beleefde ik het weer even.