Ren voor je leven, of ik schiet

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 14 November 22:17

Al van veraf was de blauw-witte opstopping te zien toen ik na een half uur Mexico Square naderde. Nog zonder besef van enig gevaar bekeek ik met een zeker plezier- zoiets maak je immers niet vaak mee-  het compacte woud van gepokt en gemazelde taxi’s in de meest uiteenlopende maten. Zo ver mijn oog reikte blokkeerden ze de brede weg. Plotsklaps schrok ik op van een groep schreeuwende mensen die me tegemoet renden. Stijf tegen een hek gedrukt kon ik hen net  laten passeren en in de verte gilden ineens meerdere sirenes, wat in Addis sporadisch voorkomt. Ik kreeg er de zenuwen van, maar vanbinnen maakte ik me sterk, had een serieus doel, de afspraak met Anannia en ik liep na deze interventie dan ook vastberaden door.

Hoe meer ik het belangrijke verkeersplein naderde, des te duidelijker werd het dat er ongewoon veel opgefokte mensen op de been waren, die gelukkig géén van allen op me letten. Groepjes fel discussiërende mannen versperden de weg en naast hun stilstaande broodwinning maakten zij driftige gebaren. Hier en daar spatte de verontwaardiging ervan af. Het lijk wel of werkelijk alle taxi’s uit de hele stad zich hier hebben verzameld, dacht ik met een vreemd soort trots, maardoor de smalle looppaadjes tussen mannen en busjes schoot ik niet hard meer op. Dicht langs de gebouwen schuivend trachtte ik stoïcijns te doen of deze situatie mij totaal niet beroerde en sprak mezelf in gedachten krachtig toe, want ik moest nog om het hele plein heen om er aan de overkant de weg naar CHAD-ET in te slaan . Ik ben te onbelangrijk om in deze opwinding op te vallen, laat staan om te worden aangevallen, overvallen of nog erger. Trouwens, als het mijn tijd is, ga ik toch wel dood, bang of niet. 

In het bekende sap- en koffiehuis, dat altijd stampvol zit, kon je nu een kanon afschieten en de vrouw met het weggevreten gezicht was in geen velden of wegen te bekennen. Ze zit daar steevast iedere dag naast de ingang tegen de muur om de nodige centimes te vergaren. Ik was nu voorbij het beruchte café en stak over waar voor het grote vleeshuis de rochelende man hoorde te liggen. De eerste keer dat ik hem zag, met zijn gerafeld open gescheurde broek waaruit een immens opgeblazen been steekt, was ik pas een paar dagen hier en moest er bijna van overgeven. Sindsdien kijk ik meestal langs de etterende wonden op, maar dat hoefde vandaag niet. Ook hij lag niet op de stoep met zijn altijd verwarde haar en smerige paardendekens. 
 

Wel krioelden er mensen, met en zonder uniform, door elkaar, scandeerde opgewonden groepjes in koor protesten die ik niet kon verstaan. Hier en daar sloeg men met knuppels om zich heen, maar een blanke doen ze niets, bezwoer ik mezelf. Zeker deze bejaarde ferengie niet, die iedereen hier kent vanwege de eeuwige baseballpetten. Mij laten ze met rust. 
Ik ben veilig, veilig, herhaalde ik als een mantra in mijn hoofd om mijn toch steeds banger slaande hart tot rust te brengen. Ik keek alsof er van angst geen sprake was toen ik gehaast achter een politiecordon langs moest glippen, dat woedende mannen voor zich uit dreef en op het moment dat ik de hoge kantoorflat, die uitkijkt over Mexico Square, achter me liet, nam het rumoer rond het plein met de minuut toe.

Gelukkig hoefde ik nu nog maar twee drukke verkeerswegen over te steken, die ook kilometers lang vol verweerd blauw blik stonden. Ik moest daar tussendoor zien te wringen om bij het tankstation aan de rechterkant te komen, waar ik onder het dak tussen de benzinepompen beschutting zou vinden.
Net aan de overkant, schrok ik me wild van een zwaar bewapende politieman met helm, opgeheven wapenstok en ijzeren schild, die me woedend aan de kant duwde. Weg jij, vuile blanke, oprotten, leek hij te snauwen, totdat hij begreep dat ik hem niet verstond en even verontschuldigend probeerde te lachen.

Voor de groep chauffeurs die plotseling wild gebarend onder het afdak bij de Shell weg vluchtte, kon ik echter niet snel genoeg opzij en ik viel nog net niet languit in de stekelige struiken naast het paadje. Daaronder schuilen meestal een vijftal stinkende daklozen als de plenzende regen het zandpad weer eens blank zet. Ik had geluk. De arme lieden hadden een ander heenkomen gezocht en hijgend bereikte ik de veilige schuilplaats, waar de chaos op het plein eindelijk te overzien was.
Geen één particuliere auto was op de grote rotonde te vinden, waar in rustigere dagen het verkeer probleemloos zijn weg zoekt. Wel was er een overmacht aan gepantserde politiebussen en volgeladen militaire vrachtwagens in grote wanorde opgesteld. Aan de hoge kantoorflat, waar ik nog vrij gemakkleijk voorbij gekomen was, zag ik nu pas de spandoeken wapperen en uit de ramen hingen woedende jonge mensen die met gebalde vuisten leuzen schreeuwden. Nogmaals belde ik Maria. Nu was ik veel dichterbij, maar weer bleef de lijn dood. 
“Go, go, joe go, dangerous hier,” siste de pompbediende in mijn oor en inmiddels vervloekte ik ook de goed bedoelde keuze om naar kantoor te willen. Volkomen gevangen in een kolkende fuik kon ik geen kant meer op. Toch moest ik het wagen om de laatste drie volgepakte rijbanen over te steken waarna ik achterlangs het daar samengedromde publiek bij de doorgangsroute naar het hoofdkantoor kon komen. De spanning tussen de twee elkaar bestrijdenden groepen leek inmiddels explosief. Er zou zomaar een gevecht kunnen ontstaan tussen de gewapende overheid en het armoedige hardwerkende volk, realiseerde ik me net op het moment dat er vanuit het centrum van het plein een serie harde knallen klonk. Zonder na te denken, op of om te kijken, vloog ik tussen de oude blauwe auto’s door, terwijl het aanzwellende gejoel van het plein nog angstaanjagender werd.

De woedende menigte, die nog vrij rustig aan de kant had staan kijken, kwam als één blok in beweging. Ineens rende iedereen krijsend op de politie en schietende militairen af. Ik wrong me er in tegenover gestelde richting tussendoor, in de hoop dat mijn rugzak het, in het gedrang, niet zou begeven en rende voor mijn leven. Langs het International Hotel. Over de vrijgekomen zanderige strook voorbij de lege groente-fruitshuk en eveneens gesloten sigaretten- en krantenkiosk. Onderweg hoorde ik mitrailleur geweren ratelen en zag verbijsterd hoe de militairen  meedogenloos met scherp op het kantoorgebouw schoten. Aan het eind van het plein vloog ik dicht langs de met graffiti bespoten schutting om het oefenterrein van de autorijschool waar de tientallen vrolijk kleurige Fiatjes 500 ineens een aanklacht vormden tegen dit geweld. Ik, die nooit een oorlog meemaakte, geen schreeuwende mensen verdraag, vloog als een laffe haas de hoek om, zonder op te letten waar ik liep. Natuurlijk plonsde ik door de met olie vervuilde plas, die nog steeds voor de Fiat-garage lag, maar dat was wel het minste waar ik me druk om kon maken. Zo snel mogelijk vluchtte ik uit de vijandige sfeer en over de toeren probeerde ik zo hard mogelijk de heuvel op te blijven rennen. Dwars tegen de stroom van woedend gesticulerende studenten in, die naar Mexico Square wilden om de chauffeurs in hun verzet bij te staan. Halverwege kon ik amper nog verder en struikelde uiteindelijk buiten adem het zandpad naar het hoofdkantoor in. Toen ik daar amechtig hijgend uitgeput op de poort te bonkte, trots dat ik het toch had gered om me aan de afspraak te houden, was het daar binnen opmerkelijk stil.

Vervolg

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (16) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik had ergens bij een deel de vervolglink gemist maar ik was ZO gebeten om verder te elzen dat ik het je vergeten melden was. Ik heb het opnieuw nagekeken en blijkbaar heb je die ondertussen zelf al bijgeplaatst :-)
Ja, ik blijf er altijd wel happig op... maar soms vergeet ik het toch, die link...
Nu ben je weer helemaal bij en ik moet eerst het vervolg nog verder schrijven. Dit stuk was weer lekker schrijven, want ik beleefde het weer helemaal, maar soms duurt het wat langer voor de rest erop staat want dan voel ik dat het zichzelf niet schrijft, (zou Mijler zeggen)
Oef, nee er staat nog een deel... Dat liep ook wel als een trein...
En stil daarbinnen ?
zeg niet dat er niemand is hé ... dat je voor niks gekomen bent ...
snel naar het vervolg ...
Ja, ga maar snel verder, haha, want nou ja...
Jeetje .... ik zat hier met de schrik op mijn lijf te lezen!
Je werd als het ware meegezogen ... en met al dat geweld om je heen.
puur op adrenaline ..!
En toen was je de enige zo te zien
Ja, je zou het wel denken...
Heftig, phoe ik was spontaan een paar kilo afgevallen als ik daartussen had gezeten, niets voor mij.
Nou, ik zoek zulke dingen zeker niet vrijwillig op, maar als je er plompverloren midden in terecht komt... moet je toch iets...
Een angstig avontuur, wat moet je bang geweest zijn
Heftig verhaal hoor.