Droesige honing en strooien mandjes

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 04 November 13:32

Al sinds het plan in me opkwam, houd ik er rekening mee dat ik haar nooit meer zal zien. Dat ze daar te gelukkig is om terug te komen, een manier zal vinden om zich bij haar familie te handhaven als enige die tenminste iets kan lezen, of zo. Dat vermoeden, of is het angst, heb ik met niemand gedeeld. Zelfs verzwegen voor Mattie en Maria, tot ik een telefoontje krijg en het gerustgesteld eerlijk beken.
“Maar Mattie, hoe weet ze dan waar ze naartoe moet? Een mobieltje heeft ze immers niet?”
“Maak je geen zorgen Dora, ze is niet dom,” stelt hij me gerust. Hoe ze haar huisje moet vinden is me een raadsel, maar inmiddels ben ik inderdaad bijna opgehouden me over dat soort organisatorische zaken zorgen te maken. Op één of andere manier komt alles hier ook zonder mijn inmenging op zijn pootjes terecht en meestal hoor ik daar het fijne niet eens over.

In ieder geval zorg ik de bewuste woensdagmiddag bij Tidgi te zijn zodat we Negist op kunnen wachten. Om half drie zet mijn pleegdochter, naar het schijnt volgens een ingeving, een grote pot thee. Tien minuten later, alsof ze wist dat ze in aantocht was, loopt Negist lachend om de onwillige, mij bekende rolkoffer, over de binnenplaats. Voor de twee treetjes bij de ingang laat ze de dikke trolley staan en stapt met een overvolle plastic tas het huisje binnen alsof ze het al kent en er altijd al heeft gewoond. Even kijkt ze verrast naar de imposante nieuwe kerosine stoof in het kookgedeelte, knikt goedkeurend en zet de zware zak op tafel om me in de armen te vallen.  Links, rechts, links belandt een ferme natte kus op mijn wangen en haar sterke armen klemmen zich om mijn schouders alsof ze me nooit meer los wil laten. Met een brok in de keel zie ik over haar schouder hoe Tidgi gelaten, met toch iets van een ontroerde glim, quasi nonchalant afwacht. Negist, extravert en blij, valt ook haar enthousiast om de nek.  

Ze ziet er goed uit, straalt van zelfvertrouwen, vind ik, terwijl zij vanalles op de eettafel uitstalt.
“Mama, papa,” wijst ze trots. 
“Dit heeft familie meegegeven, alles uit de streek, door mama, papa, broers en zusjes gemaakt,” licht Tidgi toe.

Zo te zien doet het haar goed dat ze als tolk weer haar steentje bij kan dragen. Met een welgemeende omarming bedank ik voor de grote pot droesige honing, die ze me overhandigt. Ik vrees dat de blauwe plastic container alle regels der hygiene met voeten treedt, maar ondanks dat smaakt de dikke prut erin wel méér dan overheerlijk. “Voor Dora,” zegt mijn oudste en duldt geen tegenspraak als ik ook de verfijnd kleurige strooien mand met deksel in de handen krijg gedrukt. Ik kan me niet voorstellen hoe iemand zo iets prachtigs maken kan en bewonder hem uitgebreid. 
“Ik zal er thuis zeker een heel goede bestemming voor vinden,” laat ik Tidgi vertalen. De turkooisen plastic doos komt gevuld terug met eieren van hun eigen kippen. Daar krijg ik er ook zes van mee in de groene etui. Protesteren heeft geen enkele zin. Voor hen zelf zijn er nog enkele geborduurde hebbedingetjes. Allemaal dolgelukkig met dit weerzien genieten we glunderend van de zoete thee, waarna de meisjes zich giebelend terugtrekken in hun slaapruimte. Ik hoor hen honderduit kakelen, regelmatig voluit lachen. Het klinkt heerlijk. Volgende week vraag ik aan Mattie hoe het Negist bij de familie is vergaan, nu eerst een pafke doen.

De aardige jonge universiteitsstudent, altijd in voor een praatje met mij, is blij dat ze nu samen zijn, bekent hij in correct Engels terwijl ik buiten een Njalla opsteek, “want voor Tidgi is het veel veiliger, gezelliger ook.”  Het is een bezorgde, welopgevoede en ijverige jongeman. Stiekem verdenk ik hem ervan een beetje verkikkerd te zijn op de alweer gegroeide, mooie zelfverzekerde en intelligente Tidgi. Van het roze zuurstokkenmeisje in haar gescheurde vodden is gelukkig niets meer te bekennen. Het is alweer hoog tijd om te vertrekken. Vanavond om zes uur moet ik in Vatican bij de buurtsuper aan de hoofdweg staan, waar Arjen me zal oppikken. We gaan tijdens het eten in een restaurantje dat hij kent een constructieve boom opzetten over eventuele mogelijkheden van samenwerking. Met de meisjes spreek ik af dat ik vrijdagmorgen kom om met de chipproductie te beginnen, leg wat huishoudgeld op tafel en neem met een heerlijk humeur afscheid. 

Nieuwsbrief

Daar ben ik alweer. Wel wel… Het gesprek met Arjen, de manager van de zuivelfarm, heeft heel wat te denken gegeven. We reden naar een wijk waar ik nooit kom en ergens buitenaf stopten we bij een aan de buitenkant onooglijk vierkant geval met een overdekt terras.  Tot mijn verrassing serveerde men er Westers eten. Het viel me een beetje tegen dat Arjen niet had gekozen voor een typisch Ethiopisch restaurant, zoals waar die Nederlandse vrijwilligster in de eerste periode mij mee naartoe had genomen. Maar goed, bijzaak, tenslotte waren we er om zaken te doen, voor zover je daarover kunt spreken als je nog in de brainstormfase zit. Het was op dat terras best koud, maar het is een zinnige uitwisseling van kennis geworden.

Allereerst vindt hij ons plan origineel, zinvol en zeker haalbaar en hij zei van zijn baas carte blanche te hebben gekregen om, waar mogelijk, mee te helpen en denken. Kennis delen kan hier zeker geen kwaad en waarom zouden we als buitenlanders hier afzonderlijk het wiel opnieuw uit willen vinden. Dat was uiteraard stimulerend om te horen en hij vertelde veel over zijn eigen leidinggevende werk op de boerderij en de Ethiopische arbeiders die zij opleiden. Waar ik nogal van schrok was zijn ervaring met ongeschoolde arbeiders, hun arbeidsethos die niet getuigt van veel inzicht. Uiteraard was dat zijn invulling ervan, nam ik aan en vroeg om voorbeelden.
"Zodra wij bijvoorbeeld een teamleider hebben opgeleid, er veel tijd en aandacht in hebben gestoken opdat hij die groep goed leidt, kan het maar zo gebeuren dat zo iemand naar een andere werkgever vertrekt voor een schijntje meer." Ik keek daar erg van op. Zijn ze niet blij met al die ervaring, vroeg ik en hij schokschouderde.
"Uiteindelijk telt alléén het geld en dat schijntje meer, daar draait het uiteindelijk om. Wij kunnen hen niet meer betalen, moeten woekeren met ons budget. Het gaat medewerkers niet zo zeer om het opdoen van ervaring en kennis. Om moedeloos van te worden, want dan moet je telkens weer van onder af aan beginnen, in de wetenschap dat ze die ervaring straks bij een andere baas te gelde maken." Hij klonk wat vermoeid, waarschuwde me ervoor dat dit niet alleen op hun boerderij zo gaat. Het schijnt schering en inslag te zijn want van andere ontwikkelingswerkers had hij ook iets dergelijks gehoord.
"Uiteraard redeneert men vanuit armoede anders dan vanuit rijkdom," dacht ik hardop en daar keek hij wel even vreemd tegen aan. Hoezo, wat bedoelde ik met 'denken-vanuit-armoede'.
"Misschien is het via die insteek wel te begrijpen, Arjen. Wij zijn geschoold, weten dat een vaste baan met doorgroeikansen via een contract nou eenmaal met zich meebrengt dat je het geleerde ook in de zaak steekt. . Bijvoorbeeld vanuit opvoeding kennen wij een loyaliteitsbeginsel. Men bijt de hand niet af die je voedt."
"Haha, je kun vanalles vastleggen in een contract, maar daar trekken ze zich niets van aan zodra ze ergens anders iets meer kunnen verdienen." Duidelijk teleurgesteld hierover wist hij helemaal niet wat ik bedoelde toen ik zei dat zij hun verwachtingen daarover kennelijk bij moeten stellen.
"Dat is dus erg ontmoedigend,"gaf ik toe, "maar ik schrijf dit nu meteen op als geheugensteuntje, ga het er met Atu Anannia over hebben. Hij heeft me duidelijk gemaakt dat Ethiopiers niet dezelfde arbeidsethos kennen als wij en ik heb dat zelfs bij CHAD-ET ook gemerkt. Mensen zonder een toekomstbeeld hanteren totaal andere beweegredenen. Dit wordt dan iets wat we de meisjes van het begin af aan bij moeten brengen." Hij knikte, maar was er niet van overtuigd dat men dit fenomeen succesvol aan zou kunnen pakken.
"Het is natuurlijk heel vervelend dat ze niet trouw zijn, het zal ook te maken hebben met het gemis aan scholing, niet op de lange termijn hebben leren denken," ging ik door en merkte dat Arjen het kennelijk van deze kant nooit had bekeken.
"Ongeletterden, armoedzaaiers, de onderste laag van de bevolking, leeft nou eenmaal bij de dag, neemt wat toevallig op hun pad komt. Er valt niets te plannen. Dan kun je ook niet leren om een lange termijnvisie te ontwikkelen. Niet over gelijkheid, noch over loyaliteit of trouw. Wie voor iedere Birr moet vechten, niet weet hoe morgen de kinderen te eten krijgen, leeft natuurlijk anders dan wij. Voor hen is ieder klein beetje méér een kapitaal. Da's uiteraard iets heel anders dan bij ons. Laat staan dat zoiets als carrièreplanning aan bod komt als je vandaag niet weet of je morgen nog wel eet." liet ik mijn gedachten de vrije loop. Hij keek me verward aan boven de goed gepaneerde schnitzel met gemende sla. 
"CHAD-ET is gelukkig wel mee bezig met bewustwording op dat gebied. Zij leren mensen, die een bedrijfje willen opzetten, dat ze nu moeten investeren voor later." legde ik hem uit waarna hij meer over onze NGO wilde weten.
"Het zit volgens mij wel goed met de ideeën die de directeur daarover heeft, "gaf hij toe en daarna zijn we over gegaan naar ons eigenlijke doel. De hoogblonde Arjen kwam met een geheel nieuwe, voor mij zeker ook verrassende insteek.
"Uiteraard zal er onderzoek moeten worden gedaan naar het soort aardappels dat geschikt is voor friet en hier het beste groeien wil." Hij had natuurlijk volkomen gelijk. Inderdaad, niet iedere aardappel geeft het goede resultaat. Hij kwam met een steengoed voorstel, maar daarover meer als ik volgende week het gesprek met de Wings of support achter de rug heb…

Tot zover jullie razende reporter en veldwerkster ter plekke, Do

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat fijn om Negist zo teug te zien! Ik kan me voorstellen dat je de tranen moest bedwingen als ze je zo om de nek viel!
Maar ... tjonge, tjonge ... wat een verhaal weer
en ja ... wat een geluk dat je daar niet alleen staat
dat er mensen zijn die je bijstaan ..!
de vervolglink van vorig deel werkt nog niet
Je hebt het maar getroffen met iedereen daar die je bij kunnen staan met allerhande zaken.
Gelukkig kun je altijd terugvallen op de know-how van Atu Anannia.
Inderdaad,
en op Mattie, Maria, Senaid, Derenge en nu dan ook Arjen...
Er komt nog heel wat bij kijken......
Lijkt me moeilijk om al die cultuurverschillen te onderkennen!
Gelukkig ben ik daar wat "ontwesterd" kwa hygiene en de overvloed aan regeltjes,ook nooit ziek geworden van het eten. Vond het wel vreemd dat Arjen het van die armoedekant nog niet echt bekeken had. Zo kun je elkaar wederzijds iets leren.
Ik vind dit toch wel zo´n apart verhaal, sis.. het is ook moeilijk om de twee werelden te verbinden .. misschien kandat wekl niet en ja als je voor elke birr moet vechten..wat verwachten wij dan nog aan levensvisie..
Wat dat betreft heeft Atu Anannia zeker een Westerse kijk en kan hij die brug met hen en ons prima slaan.