Virtuele rouwkaarten

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 07 November 15:24

 Nu het herfst is 

en het wintert in zijn leven

tref ik hem amper nog buiten

 

Wim's sleutel

Dilemma’s te over en ik zie met lede ogen aan wie er allemaal met Wim in zijn maag zitten. Mijn buurman is nou eenmaal graag alleen en sociaal gedoe is hem te veel. Zo af en toe koffie drinken doen we derhalve niet. Het heeft lang geduurd totdat hij me voldoende vertrouwde en vroeg of ik, “alleen voor noodgevallen hoor,” zijn sleutel wilde bewaren, “want ik wil al die toestanden van vreemden niet.” 
In de laatste twee weken is het nut ervan al drie keer bewezen.
Eerst belde een vrouw aan die de sleutel na een uurtje terugbracht en me meedeelde dat hij in de stoel had zitten slapen, dáárom de bel niet had gehoord. Vorige week kon de vaste verpleger, die hem ’s morgens helpt, er niet in. Ik herkende hem meteen. Hij was een paar jaar geleden één van de de vaste begeleiders van Marianne, mijn oersterke stervende vriendin en ik was, net als zij, blij met hem. Om zijn respectvolle geduldige wijze van zorgen. Die man is lief en als verpleger erg bedreven. Wim zal het goed met hem kunnen vinden, dacht ik meteen gerustgesteld. 
De dame die gisteravond om negen uur gehaast aanbelde verontschuldigde zich eerst drie keer, wat ik je reinste onzin vond. Kleine moeite immers en ik ben al blij dat ik iets kan betekenen in deze.
“Zijn dochter belde mij zojuist. Mijnheer Rechter van Door reageert niet op haar telefoontje, vandaar dat ik even kom kijken. Ja weet u, eigenlijk kan het zo niet langer met uw buurman,” vertrouwde ze me bezorgd toe.
“Mijnheer wil niets, weigert een codesleutelkastje naast zijn voordeur en nu moeten wij u steeds…” Ik verzekerde haar dat het geen probleem is. Lang duurt het met Wim immers niet meer, dacht ik er achteraan.
“Ja maar, wat als u er nu eens niet bent? U kunt toch niet altijd thuisblijven omdat buurman...”
“Momenteel heb ik een hondje te logeren, ben ik bijna altijd thuis, behalve als ik haar uit moet laten.”
Een uur later gooide de bezorgde vrouw met haar zachte geduldige stem, Wim ’s sleutel door de brievenbus. Omdat ze me niet lastig wilde vallen.
 

De man zonder zeis

Vanmorgen, ik ben nog in ochtendjas, staat Wim 's andere buurvrouw overstuur voor de deur.
“Kom gauw…Wim ligt in de gang en ik kan er niet in!” stoot ze bezorgd uit en gaat in één adem door.
“Ik dacht, wat hoor ik toch, wilde gaan douchen, maar was er niet zo gerust op.”
Meteen ruk ik de meterkast, vlak achter de voordeur, open, waar zijn sleutel voor het grijpen hangt.
“Ja, sorry meid, het is niet zo gehorig hier en bij Wim is het altijd muisstil,” zeg ik.
“Ach gossie toch. Dit kan zo toch niet langer, ” fluistert ze samenzwerend. Naar haar zeggen heeft hij misschien wel een uur lang liggen roepen. Zelf lijdt ze aan een ongeneeslijke vorm van kanker, is piepklein en inmiddels al mager als een lat, maar houdt de moed er stevig in, wil zich niet zonder slag of stoot gewonnen geven.

Het halfronde tafeltje hangt scheef tegen de muur,  de rollator, waar hij niet aanwilde, ligt achter de voordeur in de weg. Aan het eind van de gang, languit liggend tussen de uiteen gewaaierde kranten en reclameblaadjes van drie weken, roept Wim:  “Oh, wat erg, ik ben helemaal naakt!” Ach gossie, denk ik, ook dat nog.
Een wc-blokje, dat hij in zijn val kennelijk uit de pot heeft gerukt, ligt als een schreeuwend relikwie van machteloosheid tegen zijn witte knieën. Ergens in die wanorde vinden we zijn dunne lege pyjamabroek terug.
Zouden we er al sterk genoeg voor zijn geweest om hem op de been te helpen, is dat nu duidelijk geen optie. Hij ligt er zo onhandig bij dat we hem nergens vast kunnen pakken en we leggen die dunne katoenen pyjamabroek over de magere blote billen. Na rijp beraad bel ik zijn dochter en krijg diens man aan de lijn. Overrompeld vraagt hij me wat hij nu moet doen want. “sjonge, we zijn net wakker, nog niet eens aangekleed.” Jij bent minstens net zo oud als ik, denk ik verbaasd, als hij verder geen enkele oplossingsgerichte reactie geeft. Uiteindelijk vraag ik maar om het nummer van de thuiszorg, wat hij na lang zoeken weet op te diepen.
“Oei, alweer? Ik kom meteen,” zegt de dame van gisteren en ik gris een plaid uit mijn textielkastje om Wim onder warm te houden. Buurvrouw heeft er inmiddels ook al één ergens vandaag geplukt.
Een uur later zie ik Wim, dik ingepakt, met de ambulance vertrekken en bel bij zijn huis aan met de vraag of er iets bekend is. "De huisarts is geweest, kon niets constateren," zegt schoonzoon korzelig, bijna beledigd.
“Ach, ze onderzoeken hem, maar als het gaat zoals altijd, brengen ze hem vanavond terug,” zucht de man terneergeslagen en de dame van de thuiszorg schudt meewarig haar hoofd.
“Ze willen, de regering en zo,  dat we zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, maar misschien dat Wim nu eindelijk begrijpt...?” De rest van de zin blijft in de bedormpte donkere gang hangen en schoonzoons moedeloze hoofd smeekt om medelijden. Met hem!  Schoonpa is immers altijd zo eigenwijs.

De ultieme zekerheid in ons leven is de dood die ons aan het eind van de rit opwacht. Toch vermoed ik dat een deel van onze keuzes vanuit doodsangst wordt gemaakt. De man met de zeis is voor velen te confronterend om tijdens het leven recht in de ogen te durven kijken en hem als onderdeel ervan te accepteren . Dat men steeds meer probeert de natuur langer en onmenselijker te slim af te zijn komt mij echter zinloos voor. Volgens mij is dat net zo wreed en oppervlakkig als ons af te poeieren met een digitale identiteit. Opdat we lekker makkelijk geautomatiseerd kunnen worden afgehandeld. Als digitale gevallen, naamloze pakketjes met op maat gesneden computerhulp in callcentra, niet meer weg te denken doorkiesmenu's plus veel te dure minimale echte zorg. 

De motivatie - als je de spatie vergeet staat er démotivatie- is de plicht om het leven zo lang mogelijk te rekken of als arts te redden. Er zijn inmiddels slinkse oplossingen gevonden om de dood uit het leven te bannen en men kan via ons aller feestboek het laatste restje sociaal meelevend ritueel, óók virtueel afhandelen.

Met een kunstzinnig verantwoorde rouwkaart kondigde zoonlief aan:  
"Deze pagina zal over drie maanden worden opgeheven."
Met leedwezen delen wij u mede dat
ons aller geliefde moeder 
Digidee de Wewewee 
dato dd-mm-jj 
is overleden.
"U kunt onder code FB 3012390

tot drie weken na datum van overlijden

het condoleanceregister tekenen.

 

 

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (19) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gatverdarrie, is dat nu leedwezen en kommeren om elkaar? Bah,Bah en nog eens Bah.
Een goede buur is blijkbaar beter dan een stuursee schoonzoon
Ja, dit is echt erg en je vraagt je af wat de kwaliteit van leven is van deze afhankelijke mensen, het is triest gesteld in ons land.
Doe mij ook maar een ouderwetse papieren kaart en een advertentie in de krant.
Mensen hebben tegenwoordig nog zo weinig waarde voor de medemens. Alles moet sneller en sneller en het liefst digitaal. Dat we te maken hbben met mensen, lijken velen te vergeten.
Ik ben blij dat jij er voor hem was en dat er nog een paar anderen die het principe van naastenliefde ook nog begrepen.
Als je blijft geloven in het goede van de mens, kun je je voorstellen dat de virtuele rouwkaart een aanvulling was. Voor de vage bekenden die er door geglipt waren bij het schrijven van de papieren rouwkaarten. Toch?
Als het alleen virtuele rouwadvertenties en kaarten zijn vind ik persoonlijk dat een verarming
Ijzersterk neergezet.
Slik.. Wat een drama voor de buurman, hulpeloos, alleen, naakt.. zooo triest..
Tja, en zo gaat dat met eens stoere en hardwerkende vaders en moeders. Toch kan ik mij wel voorstellen, dat je als oudere zo lang mogelijk zelfstandig wilt blijven (de gevoelens van een uitslapende schoonzoon ten spijt).
Zo'n virtuele rouwkaart is wel erg 'clean'; je krijgt er een beetje het gevoel van 'opgeruimd staat netjes' bij.
Inderdaad, Wim...met het grijze vest. Dat had hij dus nu even niet aan.
Deze onthoud ik:
"er met het leed van een ander vandoor gaan," das mooi gezegd, meid
Dat is mijn oude lijfspreuk...;-)