Zembla toont asbest in bakkerijen: niet alleen supermarkten zijn schuldig

Door De-realist gepubliceerd op Wednesday 15 January 19:20

In een uitzending van Zembla van 9-1-14 wordt een boekje opengedaan over steeds verdere kostenbesparingen bij de toeleveranciers van  supermarkten. De supermarkten, die met vijf grote spelers (Albert Heijn, de Superunie, Jumbo, en de prijsvechters Lidl en Aldi) een oligopolie positie innemen, hebben veel macht in de keten, zo wordt gesteld. Dat uit zich in een sterke onderhandelingspositie naar de producenten toe, en onder die druk kunnen de inkoopprijzen steeds verder naar beneden. Tot soms onder de kostpprijs, zo wordt gesteld, en o.a. bakkerijen reageren daar op door nog verder te snijden in de kosten. Zo ook in de schoonmaakkosten, in tijdige vervanging van versleten machines, en in de aanschaf van de ingrediënten. Door deze kostenreducties ontstaat er een gevaar voor de volksgezondheid, aldus Zembla.

Een ietwat eenzijdig beeld, zo tracht ik hieronder uiteen te zetten

zie hier de tekst op de site van Zembla
zie hier de uitzending van Zembla van 9 januari

Het tv-programma wist daarbij beslag te leggen op een verslag van de Voedsel en warenautoriteit, die een controle bij een bakkerij uitvoerde. Ziehier een tweetal ‘shots’, die wat beter leesbaar maken wat er bij deze controle allemaal mis was.

Toch is het een eenzijdig verhaal, alsof alleen de supermarkten boosdoener zijn. Er kleven een tweetal haken en ogen aan.

Oligopsonie
Om te beginnen is het juist om deze markt met maar vijf grote spelers een oligopsonie te noemen. Echter, de voortdurende prijsdruk ontstaat in dit geval niet doordat deze vijf spelers onderlinge prijsafspraken maken, al dan niet bewust, en zo bovenmatige winsten opstrijken.
De prijsdruk ontstaat doorat deze spelers in een langdurige prijzenoorlog met elkaar verwikkeld zijn. Een op het eerste gezicht onbelangrijk detail, omdat de insteek is dat het linksom danwel rechtsom leidt tot een druk op de inkoopprijzen. Maar toch zit daar een belangrijk onderscheid: in een situatie van onderlinge prijsafspraken zal er weliswaar ook druk komen op de toeleveranciers, als die minder sterk georganiseerd zijn, doch het is zeer aannemelijk dat dit niet zal leiden tot een ongezonde druk waarbij er noodgedwongen onder de reële kostprijs geproduceerd zal worden.

Dat dit het geval is, ligt toch echt aan de prijzenoorlog, waarbij er een cut-throat competitie is losgebarsten waarin het leven of overleven is. En juist dát feit leidt tot een steeds verdergaande prijsdruk.

Het marktmechanisme
Zo’n prijsdruk is eigenlijk een heel gewoon fenomeen in onze kapitalistische wereld. Onder de werking van het marktmechanisme gaat de klant op zoek naar de laagste aanbieder. Kan een ander nóg goedkoper produceren, dan stapt de klant over. Wellicht niet à la minuut, soms zijn er overstapkosten mee gemoeid, of gaat er een periode overheen, maar op langere termijn wel. Zo gaat de eindconsument op zoek naar de goedkoopste boodschappen, en gaat de supermarkt op zoek naar de goedkoopste leverancier. Ook bijkomende kosten, zoals het even later in de uitzending nogal zwartgemaakte oprekken van de betalingstermijn behoort hierbij.

Wanneer een leverancier niet meer kan voldoen aan deze nog lagere prijs, of aan de andere scherpere voorwaarden, heeft hij twee keuzes: meegaan in een verder dalende prijsspiraal, of aan de eigen kostprijs vast blijven houden. Dat bakkerijen en slagerijen continu mee gaan in de lagere prijzen komt ook, omdat men zelf bezig is collega leveranciers uit de markt te drukken. Door continu toe te geven aan nóg lagere prijzen creëert men ook voor zichzelf dit probleem. Uiteraard is dat onder zware druk van concurrentie, maar, zoals gesteld, dit is het systeem. Dat er bij de ene partij wat meer onderhandelingsmacht ligt dan bij de ander is daar eigenlijk inherent aan.

Snijden in de kosten: tot welke prijs ?

Wat genoemde toeleveranciers nu echter doen, is nóg verder snijden in de kosten, en wel, zo meldt Zembla, tot over de grenzen van het toelaatbare. Er wordt zwaar gekort op schoonmaakkosten, op controles, op vervanging van oude machines, en productielijnen gaan sneller lopen met meer kans op vervuiling. De volksgezondheid is in het geding. (foto: een oude bakkersoven. In de oudere types zit vaak asbest verwerkt als isolatiemateriaal)

Drie partijen hebben invloed op de productie en productiewijzen:
1. Ten eerste de bakkerijen/slagerijen zelf. Zij bepalen wat er gebeurt, zij kiezen er (soms bewust) voor het productieproces nóg goedkoper te organiseren. Het zijn managers, projectleiders en afdelingschefs zelf die dergelijke ‘verbetervoorstellen’ doen. Dat dit onder een immense druk van hun klant (de supermarkt) gebeurt is wel duidelijk. Niet evident is, dat hierdoor dan ook maar regels voor de voeselveiligheid zo structureel moeten worden overtreden.

2. In tweede instantie de Voedsel- en Warenautoriteit NVWA. (http://www.vwa.nl/) Deze instantie is er speciaal voor in het leven geroepen om de kwaliteit van productie van levensmiddelen te waarborgen.  Zij moet regels stellen voor een veilige productie van ons voedsel, en moet middels controles nagaan of deze regels nageleefd worden.

3. Pas ten derde kunnen wij denken aan de supermarkten. Zij gaan wel heel ver in hun zoektocht naar nog scherpere inkoopsprijzen. Terecht ? Zolang dat binnen de grenzen van de wet gebeurt, zie ik er geen erg in om continu de goedkoopste op te zoeken. Morrelen aan andere aspecten dan alleen de prijs, zoals leveringsvoorwaarden, betalingstermijnen en zelfs het mee-adverteren, behoort gewoon bij dit spel.

Het is niet aan de supermarkten, maar aan de voedselproducenten zelf én aan de controlerende instanties om de veiligheid van ons voedsel te garanderen.

De realist

15-1-14

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.