Mijn brief uit amerika aan Ingrid, 1990

Door Motorfietsgerrit gepubliceerd op Saturday 26 January 13:19

In 1990, ik was toen 27 jaren jong, ging ik naar mijn broertje die in Silicon Valley was gaan wonen. Ik combineerde dat met een rondtrip door West Amerika met een huurauto. Mijn belevenissen legde ik vast in een brief die ik aan Ingrid, een collega van me, opstuurde als was zij mijn dagboek...

Williams, arizona, maandag 30 april 1990

Lieve Ingrid,

                     Stel dat je een jongen was en dat je nodig plassen moest en je kon kiezen tussen een miezerig denneboompje om het tegen te doen en een steile afgrond van meer dan duizend meter. Zou jij dan -net als ik- ook voor het laatste kiezen?. En als je daar dan staat, met een wijde boog over de rand waterend, zal je je dan ook niet afvragen hoe lang de straal zou zijn op het moment dat jij de toevoer afknijpt? Welnu, het is natuurlijk een rare vraag, maar het leek me wel een leuke anekdote om deze brief mee te beginnen.

Vandaag overkwam me dat probleem namelijk weer: hoge nood. Voor mensen met een piemeltje -mannen of jongens dus- is dat meestal geen probleem, want als er een boompje of een paaltje (liefst zonder schrikdraad) in de buurt is, is Kees zo klaar. En eigenlijk hoefde het vandaag voor mij ook geen enkel probleem te zijn, want er waren op dat moment bomen genoeg in de buurt. Maar d'r was ook nog die afgrond waar ik zojuist over sprak; je weet wel, die van zo'n duizend meter diep. Niemand in de buurt te zien, dus Gerrit koos voor het creëren van een kleine waterval. De plaats van het gebeuren -Ingrid- was het eigenlijke hoofddoel van mijn reis naar de Verenigde Staten, namelijk de Grand Canyon. Maar ach, helaas hoe spijtig echter trof ik die immense kloof in de aardkloot aan gehuld in een dikke wolkendeken, waaruit tot overmaat van ramp ook nog eens zoveel sneeuw viel dat het openbaar vervoer van Nederland zou uitvallen als het daar viel. En koud dat het er was zeg!, zodoende moest ik me wel afvragen hoe een lange ijspegel ik op de ravijnbodem afstuurde en welk een gekletter dat zou geven als de boodschap de grond zou raken.

.

Tussen de flarden mist door kon ik zo nu en dan wel een klein stukje Grand Canyon ontdekken (niet te vergelijken met klein Zwitserland) en dat heb ik zo snel mogelijk op de dia gezet. Als je een luie toerist bent hoef je in zulke condities niet eens op te letten of het zicht goed genoeg is om een foto te nemen, want als je gewoon je fototoestel voor je ene oog houdt en het andere oog gesloten, dan druk je gewoon af op het moment dat je "klik-klak-kluk ploep rrrrr" hoort, want dat zijn dan de japanners die ook op dat geschikte moment stonden te wachten. Goed, dat was dan de Grand Canyon in de sneeuw, wel iets heel anders dan de woestijnen die ik de afgelopen dagen met mijn witte Chevrolet heb doorkruist. Toen stond het dashboardknopje niet op "HEATER", maar op "AIRCONDITIONING" en dat is wel nodig ook, want warm is het daar zeg. Maar mooi bovendien, er zijn zoveel hoogtepunten dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen met het opsommen van de leuke dingen. Zoals gisterenavond bijvoorbeeld, al een paar uur had ik op de gok gereden omdat de weg waarop ik zat op een T-splitsing uitkwam waar ik dus links- of rechtsaf moest, zonder dat er een bord bij stond wat er dan wel te vinden zou zijn als ik voor een richting zou kiezen. Mijn kaart sprak helemaal niet over een T-splitsing, maar gaf slechts een kaarsrecht stuk aan. Tsja en dan moet je kiezen met het risico dat als je verkeerd kiest je daar pas na misschien wel honderdtweeëntwintig kilometer achter komt. Nou ja, ik kies dus links en kom na honderdéénentwintig kilometer (gelukkig dus niet zó ver) op weer een kruising met -gelukkig- wél een bord met plaatsnamen. Maar tot mijn schrik kwam geen van die plaatsen op mijn kaart voor. Gelukkig stond er aan de overkant van de kruising een bruine slee (nee geen ar maar een car) met een echtpaar daarin die zo te zien ook problemen hadden met de navigatie. Omdat gedeelde smart in dit geval een derde smart is en ook omdat drie meer weten dan één stapte ik op die limousine af en sprak in mijn beste amerikaans toen de chauffeur het raampje naar beneden had gedraaid: "Skjuus mie zeur, doejoe hevvu bedder mep den aai hèèv?". En de man begon in gebroken engels me te zeggen dat zij ook moeite hadden om d'r uit te komen. En toen dacht ik "Hee, wacht eens even, dit accent dat ken ik, dat lijkt m'n moeder wel als ze met haar kleinkinderen probeert te praten", dus zei ik: "Nou, dan gaan we het op z'n Nederlands oplossen". Alsof ze water zagen branden, zo keken ze (vooral zij) en niet in de laatste plaats omdat ze hun moerstaal herkenden. Nou ja, je snapt het wel, het kruispunt was toen het decor van een verhalen-uitwisselings-schouwspel van heb-ik-me-jou-daar en het was reuze gezellig, maar goede raad is duur en ik wilde snel weer verder. Omdat die twee uit de richting kwamen waar ik heen wilde en ik kon vertellen waar ik geweest was wisten we allen welke arm van de driesprong we moesten kiezen en gingen ons weegs.  Daar passeerde ik nog een kleine begraafplaats en niet om het één of het ander, daar heb ik een zwak voor, dus heb ik daar overheen gewandeld. Een heerlijk vervallen kerkhofje was het met echte stenen, maar ook houten en ijzeren kruizen, sommige graven voorzien van zelfgemaakte hekjes met plaatjes blik waarin de tekst met een spijker was geslagen.

Na enige paadjes te hebben doorkruist ontdekte ik een bepaalde gelijkenis in de teksten van sommige graven en na het beter te hebben bekeken bleek dat wel minstens vijf graven het lichaam bevatte van een doodgeboren kind van steeds weer dezelfde ouders. Wat een tragedie voor die familie in de jaren dertig hè?. Goed, ik liep weer terug naar de auto en stapte in, startte het ding en draaide elegant de weg weer op. En -meid- je raad nooit wat ik toen zag; de rillingen liepen over m'n rug, daar over de weg -niet ver vandaan waar ik net gelopen had- kronkelde een heusechte slang met z'n tongetje in-en uitstekend. Als de foto die ik daarvan maakte niet te erg is bewogen -want daar schrok ik wel even van- dan krijg je die nog wel te zien.

Ach, weet je, ik kan echt uren doorschrijven, want er is zoveel gebeurd en er valt nog zoveel te verwachten, ik kan beter maar een andere keer verder gaan - of voer me maar eens dronken en zet me op de praatstoel. Morgen ga ik richting Las Vegas en Death Valley. Nu ga ik effe douchen, want de afgelopen drie nachten sliep ik in de auto, dus moet ik van de dubieuze luxe van dit achterafhotelletje in een godvergeten wild-west stadje profiteren.

Zeg, ik hoop dat alle veranderingen in je werksituatie verbeteringen zullen blijken en dat we mekaar weer in goede gezondheid zien.

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een mooi verslag...van een prachtige omgeving. Lang geleden ben ik in de grand canyon afgedaald. Een tocht van twee dagen...zo diep is tie