Nooit verzonden brief aan Ingrid

Door Motorfietsgerrit gepubliceerd op Friday 18 January 14:08

Deze brief is nooit ter post gegaan en pas nu, 22 jaar later, zal 'ie door iemand gelezen worden.

Bathurst, New South Wales, Australië, 13 maart 1991.

Dearest Ing.,

     Oké, er is op het moment van schrijven dezes brieves niet erg veel inspiratie, maar; beloofd is beloofd, er moet en zal een vervolgverhaal in Gouda aankomen. Vandaar dat ik nu op de tweezitsbank van mijn zus in haar's en m'n zwagers' eenvoudige woning het schrijfblok ter hand heb. Als ik diep graaf in m'n geheugen, dan geloof ik dat de brief die ik je eerder stuurde in Kandi - Sri Lanka- of zo geschreven is. Na Kandy ben ik weer naar Colombo gebracht. Aldaar heb ik anderhalve dag rondgewandeld. Het is bijna onbeschrijfelijk om als enige westerling je te begeven tussen ontelbare aziaten. Op de markt van Colombo was ik althans de enige blanke die ikzelf ben tegengekomen en meestal is het weinig positief om jezelf tegen te komen. Maar het was zeker niet  negatief hoor, zelfs zeer leuk; je maakt van alles mee. Zo kwamen er twee lieve vrouwtjes met gerimpelde gezichten op me afgestiefeld en vroegen "belangstellend" waar ik vandaan kwam. Holland vonden ze een prachtig land en omdat ik daar woonde kreeg ik van hen het dubieuze voorrecht om op een geheel nieuwe pagina mijn naam te noteren. Wat was namelijk het geval; ze hadden een notitieblok bij zich met een engelstalige verklaring, met als doel om elke niet-srilankaan aan te spreken op zijn/haar geweten. Men mocht dan haar/zijn naam invullen op de lijst, met erachter het bedrag dat aan de dames werd gegeven -bestemd voor 't één of andere liefdadig doel- (blinden, melaatsen, gokverslaafden, ongetrouwden). Zeer vereerd vulde ik de lijst in -op een blanco pagina-, maar toen de twee kleine feeksen zagen dat ik slechts vijftig rupees wilde schenken (ze zeiden dat 1000 Rupees wel een aardig streefgetal was: ca. fl.35,-) werd de schone pagina verwijderd en mocht ik m'n naam opnieuw invullen, maar toen op een half volle bladzijde. Steeds weer wordt je -als je door de smalle straatjes loopt- aangesproken door zeer vriendelijk aandoende jongemannen die vertellen dat ze het ontzettend leuk vinden om iemand uit europa te kunnen rondleiden. Elke keer blijkt ook binnen vijf minuten dat ze eigenlijk alleen maar geld uit je zak willen praten. Als iemand ooit een assertiviteitscursus nodig heeft, dan raad ik hem/haar aan om naar SriLanka te gaan, want binnen de kortste keren ben je in staat om voet bij stuk te houden of zelfs mensen af te snauwen of dood te zwijgen; het is de enige mogelijkheid om ze weg te krijgen.

...Ooit is Ceylon onder nederlands bewind geweest en er zou -volgens m'n geleende reisboekje- een kerk vlakbij de markt zijn die zo rond 1700 door nederlanders gebouwd werd en waar grafstenen met nederlandse opschriften te vinden zouden zijn. Die grafstenen wilde ik best wel zien, want daar ben ik gek op. Maar hoe goed ik ook zocht, ik kon het maar niet vinden en toen ik al een portugese en een engelse kerk was binnengeweest besloot ik om het maar eens aan iemand te vragen. Slenterend door een stoffig straatje vond ik een gelegenheid bij uitstek om dat te doen. M'n oog viel namelijk op een 'reclamebord' op de gevel van een bouwvallig huisje waarop stond dat het pand een drukkerij huisvestte. Daar ben ik naar binnen gegaan -en je gelooft je ogen niet- daar stond een man in het halfdonker te drukken; velletje voor velletje met de hand in een degelpersje invoerend. Zeer verguld met de buitenlandse belangstelling wees hij mij de weg naar de oude kerk en waarschijnlijk begrijpt hij nu nog steeds niet waarom iemand die een oud heiligdom zoekt ook verrukt is van zijn machinepark en hem zelfs een visitekaartje overhandigt. Ik kreeg hem maar niet aan z'n verstand gepeuterd dat ik ook in het drukkersvak zit. In ieder geval vond ik het heiligdom, daar ging het tenslotte om, waar inderdaad het wapenschild van de Vereenigde Oostindische Compagnie boven de deur prijkte (niet preek, want dat deed de dominee). Binnen waren de grafstenen -zoals in m'n boekje was vermeld- te vinden, maar ook een gastenboek met vrijwel uitsluitend nederlandse namen erin. De toegesnelde kerkbeheerder wees vol trots naar de regel waar de prins der Nederlanden (Claus) zijn naam had gezet - getuige de smoezeligheid op die regel doet hij dat bij elke bezoeker. Johan Maasbach is klaarblijkelijk minder bekend, want toen ik die een paar bladzijden terug vond en aanwees wist de goede koster niet wie dat was. Veel mensen kennelijk niet, want ook m'n zwager en zus weten niet wat de vader van mijn zwager weer wél weet; dat J. Maasbach een radiopredikant is van o.a. radio Miamigo en de wereldomroep. Maar goed, zo lanterfanterde ik het bloedhete verblijf in Colombo door en fotografeerde hier en daar wat (o.a. een grafsteen van ene George Michael) om het vertrek van het kleine eiland naar dit grote eiland af te wachten. Vrijdagavond 8 maart was het zover; toen kwam Palli me voor de laatste maal met zijn taxi afhalen. In het donker rijden in SriLanka is nog vééééé'l enger dan overdag. De 35 km die het vliegveld van de stad ligt leken er wel honderd. Zelf moesten we onderweg een noodstop maken voor een onverlichte koe midden op de weg, maar een paar honderd meter verderop trof een ambulance het minder; of eigenlijk trof hij het beter, want die raakte zo'n beest met volle vaart frontaal. Algehele ravage en totale opstopping als gevolg. Toch nog op tijd  op het vliegveld aangekomen -gelukkig- om de laatste plaats aan een raampje te kunnen bemachtigen. Oké, het was wel roken. Negen uur vliegen was ik toen nog van Sydney verwijderd.

  Die negen uren -geachte lezer(e)s- gingen ongemerkt voorbij, want gelukkig serveerde air-lanka vrij snel na de start haar warme maaltijd. Met twee scotchjes vooraf, een wijntje erbij en een cognacje achteraf was ik letterlijk in de wolken en figuurlijk onder zeil!. Des middags ter ééner ure raakten de wielen van het luchtschip het land van Oz; downunder. Aldaar verliet ik het toestel en schreed (schrijdde?) naar de transportband om m'n koffer eraf te pakken. De douane had gelukkig weinig zin in een grondige controle; dus al vrij snel stond ik in de aankomsthal. Er was afgesproken dat ik niet zou worden afgehaald, maar toch keek ik even om me heen om te kijken of er niet iemand op me stond te wachten. Dat was niet zo, dus gooide ik m'n tas over de schouder en tilde de koffer met de rechterhand. ...Althans, dat was de bedoeling. De koffer bleef staan; het handvat brak af.  Toen aan de riem beetgepakt; ....koffer stond nog, riem was los... Gelukkig had ik op Schiphol van de reisorganisatie waar ik bij boekte een kofferriem gekregen, die ik dus toen om het geval heb gedaan om het daaraan te kunnen dragen. Met de één of andere shuttledienst (nee, niet de space-...) geraakte ik op het centrale station, alwaar de  loket-meneer me begroette met "G'day mate, howaye!" Ik zei maar niks terug, althans niet op zijn begroeting maar bestelde wel een enkel reisje naar Campbeltown. Vanaf spoor 21 vertrok de metro-achtige trein en het duurde een goed half uurtje totdat de suburb van Sydney bereikt was. Vervolgens heb ik het nummer van de ouders van mijn zwager (die in Campbeltown -jawel, in de campbeltown avenue- wonen) gebeld om me af te laten halen. Zo geschiedde  het.

De volgende dag ging de oma van mijn neefjes toch op verjaardagsvisite van de jongste, dus kon ik die zondag met haar meerijden naar Bathurst. Ruim twee uur kletsen met een domineesvrouw op leeftijd valt normaal gesproken niet mee, maar deze vrouw is geen gewone. Trouwens haar man was (hij is gepensioneerd) dan ook geen doorsnee-dominee. Ik heb me bijkans kapotgelachen om dat mens; bij d'een of andere maandelijkse borrel zal ik misschien eens een poging doen om haar na te doen- het zal me waarschijnlijk niet lukken. Nou en toen kwam ik dus bij de familie van bestemming aan; zus, zwager, neefje Ad en neefje Tim. Eigenlijk niets nieuws meer onder de zon en het was haast net of ik sinds de eerste maal dat ik bij hen was -twee en half jaar geleden- niet naar huis ben geweest .Het 'ge-uncle Zeggit' is er nu wel zo'n beetje afgesleten; de jongens zeggen nu gewoon (nou ja, 't klinkt wel een beetje raar uit die kleine engelstalige kindermondjes) Gerrit.

   Zondag 17 maart is het ondertussen geworden. Een week ben ik hier al en echt veel heb ik nog niet gedaan. 'N beetje gewinkeld, rondgekeken, plattegrondendrukkerij bezocht etc. Maar het belangrijkste; de auto die ik voor de grote rondtocht ga gebruiken bekeken. Het is een zeventien (!) jaar oude, gigantisch grote Ford Falcon, met zes cilinders. Vier ervan deden het een week geleden nog, maar ik heb 'm een grote beurt laten geven zodat ze het nu allemaal doen. Rondom heb ik nieuwe banden laten omleggen, twee nieuwe remtrommels laten monteren en op de sloop haalde ik een AM-radio + speaker die ik er zelf in heb gezet. Vandaag (zondag!) gaat de auto nog even terug omdat de remmen toch nog te sponzig aanvoelen en omdat ik twee lekjes vond in de radiateur.

Donderdag 21 maart is het inmiddels. De tour is al vier dagen oud, met nog eens een nieuwe hoofdremcilinder in d'auto. Het beest slurpt benzine! hoeveel precies kan ik niet uitrekenen omdat de kilometerteller niet werkt. (Zodoende moet ik de snelheid die ik aanhou ook maar gokken). In ieder geval gaat m'n geplande budget als een razende storm uit m'n portefeuille en als het zo doorgaat (om van grote autopech maar niet te spreken) dan zal dat bedrag ca. drie maal over de kop gaan. Iemand die mij een beetje kent zou moeten weten dat me dat zeer aan het hart gaat, maar ja, ik denk maar zo "je kan altijd nog een baantje in de weekends zoeken, bij een benzinestation of zo..." Tot nu toe is de route me een beetje tegengvallen; langs de kust omhoog over de  highway. Oké, de kust is best wel mooi, met diepblauw water en stralend witte stranden en zo, maar elke plaats die je doorkruist is bijna hetzelfde als Scheveningen en Zandvoort. Super commercieel dus en uitermate gecultiveerd. Gisteren ben ik nog gestopt voor twee lifters; een jongen en een meisje die naar Maryborough wilden. Daar kwam ik toch langs en normaal gesproken rijd ik alle lifters voorbij (meiden alleen zie je niet, behalve net die ene keer toen ma Hofman me naar Bathurst reed en zij stopte niet) maar deze twee personen zagen er zeer correct uit en voor de tachtig kilometer waagde ik de gok. Ze kwamen uit engeland en hadden vanaf november in Sydney wat gewerkt om nu op vakantie te kunnen. In Maryborough kenden zij een persoon waar ze konden overnachten en ik bracht ze keurig tot aan de voordeur. Zelf reed ik door naar Childers, een plastsje waar de highway dwars doorheen snijdt. Boven een pub sliep ik in een pover kamertje om vandaag door te trekken omhoog naar Rockhampton. De driehonderd kilometers waren om één uur reeds verreden, dus 'k had nog wel verder gekund, maar ik heb besloten om het wat rustiger aan te doen. Liep ik hier wat in het centrum te dwalen, wordt er ineens  naar me gefloten. Geen meisje helaas (Nee, 'k ben niet gefrustreerd) maar de twee engelsen. Zij hadden vandaag ook weer een lift gekregen. Snap je dat nou?; ik betaal me scheel, maar zij reizen bijkans gratis. Ze overnachten notabene in dezelfde jeugdherberg als ik. Morgen buig ik denk ik af van de noordelijke route om het kale binnenland in te duiken. Dan gaat het avontuur pas goed beginnen.

Sjeetjemineetje, ik moet hoognodig een einde aan dit schrijven breien, want ik wacht en wacht maar met versturen zodat er iedere keer weer méér te schrijven valt. Het is nu woensdag 27 maart en ik ben net neergestreken in de woestijnstad Mount Isa. Om hier te komen heb ik zo'n 750 km afgelegd vanaf Longreach. Longreach is een plattelandsstadje, zo'n 800 km van de kust verwijderd. Daar stopte ik afgelopen vrijdag om een rustpauze in te lassen in m'n trip hiernaartoe. Ik informeerde bij de plaatselijke jeugdherberg of er plaats was om te slapen. En dat was er zondermeer. Er heeste een uiterst jolige sfeer in de herberg en voor ik het wist werd...

Hier wordt verwezen naar blaadje 4. Maar blaadje 4 is verdwenen. Wellicht is blaadje 4 nooit afgemaakt en is de brief daardoor niet verstuurd.

Maar de draad van het verhaal zou zijn geweest dat ik door de herbergier ben overgehaald om met alle aanwezigen met de landrover op excursie te gaan. In brief 2 (Eigenlijk dus brief 3) rep ik daar ook over. Grappig om hier te vermelden is dat tijdens mijn laatst ondernomen reis door Australë -in maart 2000- samen met Ineke met wie ik in 1997 ben getrouwd zoon Scott van toen twee en half jaar oud en dochter Alice (naar Alice Springs!) die herbergier weer toevallig tegenkwamen in Rockhampton. Daar was een congres over toerisme dat hij met zijn echtgenote en kinderen -in dezelfde leeftijdscategorie als de onzen- bezocht. Zijn echtgenote was één van de reizigers die bij die excursie aanwezig waren.

Einde verhaal...voorlopig.

Gerrit.

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hartelijk dank DRIMPELS, je gelooft het niet maar je bent al jaaaaren fan van motorfietsgerrit. (Nog maar een paar weken geleden ontdekte ik dat ik me ooit op een schrijverssite had aangemeld onder 'motorfietsgerrit'. Had toen 4 fans!...zonder actief te zijn!.) Pork een kriebel onder zijn voetkussentje!.
Genoten van dit verhaal.
Pork de rode kater geeft de DUIM.
DRIMPELS zijn als dromen in het water.