Tweede (eigenlijk derde) brief aan Ingrid...

Door Motorfietsgerrit gepubliceerd op Friday 18 January 12:03

Uluru, (Ayers Rock), Australië, 8 april 1991.

Interessante Ingrid (stafrijm),

   Ik was zo'n twee weken geleden al lang en breed een brief aan je aan het schrijven. Die brief werd steeds langer en langer, want elke keer wachtte ik met posten tot de volgende dag, zodat er steeds weer wat te schrijven viel. Op een gegeven moment besloot ik om die brief maar helemaal niet te versturen, want hij tendeerde heel erg negatief te worden. En het lijkt me nu nog te vroeg om mezelf te etaleren als een oude brombeer. Helaas kom ik er nu gehéél niet meer onderuit om negatieve verhalen op te schrijven, maar als je ze leest met een positieve inslag, dan valt het allemaal wel  mee. Adakadabra?, ja nog wel misschien, maar niet lang meer; lees snel verder! (Hoe zal ik het inleiden?).

..."BOEM" is Hó, "PLONS" is water, dat wisten we al. Elke keer als ik het waarschuwingsbord "pas op voor overstekende kangoeroes" passeerde en vooral bij elk dood huppeldier dat aan de kant van de weg lag, vroeg ik me af welk geluid dat zou maken als je zo'n beest zou raken. Natuurlijk hoopte ik niet dat ik er zelf één voor  m'n asociale grote fordbumper zou krijgen. Het boeken van een excursie naar een zgn. "outback-station" (een 'boerderij' ver van de bewoonde wereld) bleek een goede zet, want de landrover hobbelde over de donkere gravelroads toen er plotseling een schim uit het donker pardoes in de lichtbundel van de koplampen sprong. Zodoende weet ik nu dat een kangoeroe die zich voor een vierwielaangedreven Toyota werpt het geluid 'KLAP-pok-bom' oplevert. Dankzij de stalen buizen voorop het voertuig ging het niet met schade gepaard. De lekke band die we later opliepen moet dan ook een andere oorzaak hebben gehad. (bijvoorbeeld als gevolg van de wilde achtervolging van een -eveneens- wilde big). Welnu, zelf kwam ik er achter dat 'PFJJIETSJ" (Van laag naar hoog) het geluid is van de laatste druppel water die uit een totaal lege en dus oververhitte radiateur ontsnapt. Gelukkig net genoeg reservewater opgespaard in lege limonadeflessen om de bewoonde wereld te bereiken en het gat te laten dichtsolderen. Maar gisteren overkwam me bijna het vervelendste wat je maar bedenken kan. Eén van m'n gloednieuwe autobanden klapte met een luid 'KSJOEPFblrblrblrblr', en m'n zojuist opgepikte liftster riep in paniek dat ik please not go off the road moest doen. Typisch een australische moeder; grote bek tot er wat gebeurt; petje af voor haar dochter die achterin geen kik gaf. Wellicht was ze te moe, want ze hadden beslist uren op een lift gewacht in de verzengende hitte met een netje over de kop tegen de vliegen. Ach, ze waren beiden behulpzaam bij het uitzoeken van hoe de krik eigenlijk werkte en met het omwisselen. Onbegrijpelijk hoe een nieuwe band op dergelijke wijze kan verslijten en een visuele controle van de linkervoorband joeg me de schrik om het hart; het staal was daar óók zichtbaar. Met kloppende keel legden we de resterende veertig kilometers af naar dit vakantiedorp waar gelukkig ook een garage is. ....maar een garage die GÉÉN onderdelen heeft om de oorzaak van de abnormale slijtage op te lossen (stuurstangen e.d.). Die onderdelen zijn nu wel besteld, maar moeten van 500 km ver weg komen  en dat kan wel drie of vier dagen duren. En in dit vakantiedorp is niets anders te doen dan de rots bezoeken die 20 km verderop ligt en die zonder eigen auto alleen met een peperdure bus te bereiken valt. Bovendien is een overnachting hier twee keer zo duur als ergens anders en een biertje maar liefst drie keer. En ik baalde al zo dat ik m'n geraamde budget al drie maal had overschreen omdat die auto zoveel zuipt en de prijzen van accomodatie en recreatie sinds twee-en-half jaar geleden vrijwel zijn verdubbeld. Het is dus een schrale troost te weten dat je banksaldo wel wat kan lijden, maar drie weeksalarissen is wel wat veel voor een sterke borrelpraat, niet waar?. Bovendien wordt ik toch nooit geloofd als m'n verhalen spannend zijn. Nou ja, wie weet wat me allemaal nog te wachten staat, dus 't beste is om maar te blijven lachen.

Nu ga ik slapen en ik wacht met posten tot morgen, dan krijg ik uitslag of alle onderdelen aangekomen zijn en of ik in staat zal zijn om hier binnen afzienbare tijd weg te komen. Zodra ik thuis ben zoek ik eerst de cassette op met de -begin tachtigerjare hit- 'I gotta get out of this place' van weetikveelwie. Dat gaat de laatste uren herhaaldelijk door m'n kop. Welterusten.

Donderdag 4 april inmiddels. Terwijl jij werkte (of vrij had) beleefde ik een warme en welhaast slapeloze nacht. Slapeloos vanwege de kopzorgen, maar zeker niet in de laatste plaats vanwege de enorme hitte. En dan te bedenken dat er notabene airconditioning in de 4-persoonskamer aanwezig was, maar het japanse wicht wilde dat ding niet aan hebben. Ach ja, da's ook een leuk verhaal: toen ik in dit backpackershotel had ingeboekt was ik nog de enige in de kamer. Dus je zoekt dan het beste bed uit. Uren later, nadat ik wat had rondgewandeld kwam ik weer terug op m'n kamer om m'n toiletartikelen te pakken. In het douche-blok nam ik een heerlijke douche, een wat armetierige waterstraal weliswaar, maar affijn, 't was een heerlijke douche. Kom ik me daar terug in de kamer (in d'onderbroek) en constateer dat intussentijd een kamergenoot intrek had genomen. 'T enige dat ik kon zien was de rug, dus zei ik maar "G'day!", Het hoofd draaide om en er zullen maar weinig mensen zijn die ooit -net als ik- hebben kunnen zien hoe groot de twee spleetogen van een japans meisje kunnen worden. Geheel verbouwereerd (of is dat met 'au'?) keek ze me aan, waarop ik m'n hand maar uitstak om me voor te stellen. Maar wat ik ook zei, wie ik was en waar ik vandaan kwam...antwoord kwam er niet. Dus trok ik de conclusie dat ze geen engels sprak. "You don't speak english, do you?" zei ik dus maar en droogde m'n oren. Toen bleek dat ze wel engels sprak, al was het gebroken, want ze gaf te kennen verbaasd te zijn dat ze de kamer met een jongen  moest delen. Normaal gesproken hebben jeugdherbergen en trekkershotels namelijk gescheiden kamers. Gelukkig geloofde ze me toen ik haar vertelde dat ze beslist niet ongerust moest zijn. Ik kwam immers niet naar Ayers Rock Hotel voor mijn vleselijke lusten, maar om vreselijk te rusten. Nou ja, dat lukte dus niet erg, maar dat schreef ik net al. Vanmorgen heb ik uit pure ellende toch de knip maar weer opengetrokken en een tour betaald naar de 'Rock' om 'm te beklimmen. Wat een waanzin, al die mensen die zich afpeigeren om de top van het ding (één stuk steen met immense afmetingen) te bereiken. Een hele geruststelling voor me dat ik niet erg veel onderdeed aan alle jonge sportieve reizigers die minstens evenveel rustpauzes inlastten als ik. Wel jammer dat ik altijd kiespijn krijg als ik moe ben. Maar ik heb het gehaald!, m'n naam staat in het gastenboek (wordt volgens mij meteen weggegooid als 't vol is). De weg naar beneden was minstens even zwaar als omhoog, doch eenmaal boven zal je toch naar onder moeten, want de bus die wacht niet op je. Nou was ik toch een half uur te vroeg beneden hoor, dus nog wat tijd om een stukje erlangsop te lopen om de muurschilderingen van de aboriginals te bekijken. Wat mij betreft zijn die wezens met hun weide neusvleugels de uitvinders van graffity, gelukkig ontdekten zij de spuitbus nog niet. De bus arriveerde net op tijd bij het hotel om bijtijds te kunnen uitchecken, want anders had ik zowiezo een nacht extra moeten betalen. Die kans zit er natuurlijk toch al in vanwege de autoraparatie, maar ja je weet het maar nooit hè?. Na het uitchecken toch de garage maar gebeld om te vragen of de onderdelen aangekomen waren en of ze in staat zouden zijn om het vandaag te fiksen. Wonder boven wonder waren de antwoorden bevestigend. Als het maar niet zo gaat als bij drukkers en garagehouders in Nederland; van alles beloven en als het puntje bij paaltje komt gaat 't niet door. Hoe dan ook, hoop doet leven, nietwaar?.

Een prachtig moment om nu deze brief op de post te zetten (excuus voor de SriLankaanse enveloppe, maar 'k heb effe geen andere) Dan gaat 'ie waarschijnlijk met de bestelauto naar Alice Springs (500km), met 't vliegtuig naar Sydney, vliegtuig naar Amsterdam, trein naar Gouda en de fiets naar je voordeur (Of die van je ouders, want je kan al best verhuisd zijn). Zeg, sterkte met de rotzooi, de groeten aan Goop en onze collega's en ik hoop dat de techniek me thuis brengt!.

Gerrit.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.