x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Heffingskortingen 2013: regels en bedragen

Door HenkX gepubliceerd op Friday 14 December 00:05

Met heffingskortingen krijgt u geld terug van de Belastingdienst. Lees hier op welke heffingskortingen u recht heeft.

Heffingskortingen in 2013: waar heeft u recht op en hoe werkt het?

Met heffingskortingen kan iedere belastingplichtige geld terugkrijgen van de Belastingdienst. Het is zo langzamerhand erg onoverzichtelijk geworden, met 6 heffingskortingen voor loonheffing en nog eens 7 voor inkomstenheffing. In dit artikel worden kort en duidelijk de belangrijkste vragen beantwoord:

  1. Wat is een heffingskorting nu eigenlijk?
  2. Welke heffingskortingen zijn er?
  3. Hoe maakt u gebruik van een heffingskorting?
  4. Welke uitzonderingen gelden er?

Een overzicht van alle bedragen in 2013 vindt u in mijn artikel Heffingskortingen 2013: bedragen en voorwaarden (noot: zoals afgesproken in het Lenteakkoord zullen de bedragen van 2012 in 2013 ongewijzigd blijven).

1. Wat is een heffingskorting?

Een heffingskorting is een bedrag dat in mindering wordt gebracht op uw belastingen en premies volksverzekeringen (PVV), de premies op de AOW, AWBZ en Anw. Als u dus bruto bijvoorbeeld 1.000 euro belasting moet betalen en voor 300 euro in aanmerking komt voor heffingskortingen, is de belasting die u in totaal netto verschuldigd bent 700 euro.

Er is sprake van twee groepen verschillende heffingskortingen: zes loonheffingskortingen en zeven overige inkomstenheffingskortingen. Voor al deze heffingskortingen geldt: ongeacht de hoogte van de korting, kunt u nooit meer ontvangen dan u eerst belasting was verschuldigd. Concreet betekent dit dat als u bijvoorbeeld 1.000 euro belasting bent verschuldigd en u in aanmerking komt voor heffingskortingen die gemaximeerd zijn op € 2.000, u in uw specifieke geval € 1.000 heffingskorting krijgt en u dus geen belasting hoeft te betalen. Als u € 3.000 belasting was verschuldigd, zou dit wel met de maximale 2.000 euro worden verlaagd tot € 1.000 netto verschuldigde belasting.

Ook is het niet toegestaan te verrekenen met een ander fiscaal jaar, waarin u netto na aftrek van alle heffingskortingen wel belasting moet betalen.

Uitzonderingen hiervoor gelden indien u een zgn. fiscale partner (bijvoorbeeld uw eventuele echtgenoot) heeft. Als die zelfs na aftrek van alle heffingskortingen netto nog belasting moet betalen en u niet de volle heffingskorting kunt benutten, mag u in speciale uitzonderingen uw heffingskorting toepassen op de belasting van de partner. Dit wordt verder behandeld onder punt 4, uitzonderingen.

2. Welke heffingskortingen gelden er?

Er gelden als gezegd 13 heffingskortingen. Elk wordt hier kort behandeld. Ook zullen in de afgelopen jaren geschrapte heffingskortingen worden genoemd, indien deze relevant zijn. Niet genoemde heffingskortingen zijn afgeschaft. Dit geldt voor met name de Kinderkorting, die per 2008 is afgeschaft.

Een overzicht van alle bedragen in 2012 en 2013 vindt u hier.

1. Algemene heffingskorting (maximaal € 2.033)

Iedere belastingplichtige in Nederland komt in aanmerking voor de algemene heffingskorting (soms denigrerend "aanrechtsubsidie" genoemd; zie ook mijn artikel Fiscaal Partnerschap: regels en voorwaarden). Deze vervangt sinds 2001 de belastingvrije voet. Voor mensen jonger dan 65 bedraagt deze ruwweg € 2.000. Dat betekent dus, dat, als inkomen in de eerste belastingschijf 33% belast wordt, u ruwweg € 6.000 mag verdienen voordat u inkomstenbelasting moet gaan betalen. Het betekent echter niet dat u met een inkomen lager dan € 6.000 geen aangifte hoeft te doen!

Heffingskortingen voor werkenden

2. Arbeidskorting (maximaal € 1.611)

De arbeidskorting is een inkomensafhankelijke heffingskorting die geldt voor iedereen die inkomsten uit salaris of loon krijgt of winst uit een onderneming heeft. Het geldt ook voor inkomsten uit tijdelijke arbeidsongeschiktheid, maar niet voor uitkeringen in de WW, WIA of WAO. In 2012 is de arbeidskorting fors versoberd ten opzichte van 2011. Mensen tussen de 57 en 65 jaar krijgen niet langer een met hun leeftijd oplopende heffingskorting. In plaats daarvan gaat de heffingskorting gelden die ook reeds voor mensen onder de 57 jaar gold. Het maximum van € 2.362 is dus verlaagd naar € 1.611.
In praktisch alle gevallen zal de arbeidskorting door de werkgever reeds verrekend worden.

3. Levensloopverlofkorting (maximaal € 205)

Als u voor een onbetaald verlof geld opneemt uit een levenslooptegoed, krijgt u hier deze heffingskorting op. Deze staat gelijk aan het opgenomen bedrag per jaar dat u in de levensloopregeling hebt ingelegd, met het genoemde maximum per ingelegd jaar en een maximum ter hoogte van het opgenomen bedrag.

Dit betekent dat het zeer interessant kan zijn om voor kleine bedragen toch deel te nemen aan de levensloopregeling. Stel dat u vier jaar lang 1 euro inlegt en het vijfde jaar € 500. Als u dan het gehele tegoed van € 504 opneemt, komt u in aanmerking voor een heffingskorting van 5 × € 205 = € 1.025. Deze korting wordt dan gemaximeerd op het opgenomen bedrag, zijnde € 504. Als u € 2.000 had ingelegd in het laatste jaar en opgenomen, kwam u wel in aanmerking voor de gehele korting.

4. Doorwerkbonus (maximaal € 4.070)

Om oudere werknemers te stimuleren langer door te werken is per 2009 de doorwerkbonus ingevoerd. Deze geldt voor iedereen van 61 jaar en ouder is en een inkomen uit tegenwoordig werk heeft van minimaal € 9.295 en maximaal € 57.166. Dit inkomen is preciezer gedefinieerd als het inkomen waarover de arbeidskorting geldt (in jargon de arbeidskortingsgrondslag).

De doorwerkbonus is een bepaald percentage van deze arbeidskortingsgrondslag. De precieze percentages en maxima staan hier.

Heffingskortingen voor ouders

5. Inkomensafhankelijke combinatiekorting (maximaal € 2.133)

De inkomensafhankelijke combinatiekorting vervangt de vroegere combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting. In aanmerking komen werkenden die een kind jonger dan 12 verzorgen en minstverdienende fiscale partner zijn of geen fiscale partner hebben.

6, 7. (Aanvullende) alleenstaande-ouderkorting (maximaal € 2.266)

Deze heffingskorting bestaat uit twee delen. Iedere alleenstaande ouder met een thuiswonend kind tot 27 jaar komt voor het eerste gedeelte in aanmerking. Hiermee is een heffingskorting van maximaal € 947 gemoeid.

Daarnaast is er een aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Die geldt alleen voor werkende ouders en indien zij een kind jonger dan 16 hebben. Deze is maximaal € 1.319.

8. Ouderschapsverlofkorting (€ 4,18 per verlofuur)

De ouderschapsverlofkorting is bedoeld voor belastingplichtige die gebruikmaakt van het wettelijke recht op ouderschapsverlof. De heffingskorting bedraagt € 4,18 per verlofuur en is maximaal gelijk aan de terugval aan belastbaar loon resulterende als gevolg van het opgenomen verlof.

Om deze te kunnen aanvragen moet u bij uw aangifte over een door uw werkgever ingevulde ouderschapsverlofverklaring kunnen beschikken. Deze hoeft u niet mee te sturen! Deze kunt u bij uw werkgever aanvragen. Er moet in vermeld staan: naam, adres, woonplaats en loonheffingennummer van uw werkgever, uw naam en burgerservicenummer, en de verlofperiode en het aantal uren.

9. Jonggehandicaptenkorting (maximaal € 708)

Voor de jonggehandicaptenkorting komen mensen die recht hebben op een Wajong (Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten)-uitkering en geen ouderenkorting onvangen (zie onder). In de regel valt iedereen van 65 en jonger daar dus onder.

10, 11. (Alleenstaande) ouderenkorting (maximaal € 762 + € 429)

Belastingplichtigen ouder dan 65 en met een loon of uitkering op jaarbasis van niet meer dan € 35.450 krijgen automatisch van hun werkgever of uitkeringsinstantie een heffingskorting van € 762.
Indien een AOW-pensioen voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt ontvangen heeft u ook recht op een alleenstaande-ouderenkorting van € 429. Hiervoor geldt geen inkomensgrens. Ook deze korting wordt automatisch toegekend.

12. Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen (0,7% van de vrijstelling in box 3)

Directe beleggingen  in durfkapitaal en culturele beleggingen worden minder belast. De heffingkorting bedraagt 0,7% van de vrijstelling die hiervoor in box 3 geldt. Direct betekent in deze context ten aanzien van durfkapitaal: beleggen in startende ondernemingen (ook tante-Agaathleningen of TAR-leningen genoemd).  Culturele beleggingen zijn beleggingen in een cultuurfonds.

13. Korting voor maatschappelijke beleggingen (0,7% van de vrijstelling in box 3)

Hiervoor geldt hetzelfde als bij punt 12. Maatschappelijke beleggingen zijn groene en sociaal-ethische beleggingen.

3. Hoe krijgt u al deze heffingskortingen?

Als u eenmaal in aanmerking komt voor één of meerdere van de bovenstaande heffingskortingen, moet u wel nog zorgen dat u ze ook echt krijgt. In de regel gaat dit zeer eenvoudig. Er is allereerst een aantal heffingskortingen die uw werkgever of uitkerende instantie met uw loon verrekend:

  • Algemene heffingskorting
  • Arbeidskorting
  • (Alleenstaande) ouderenkorting
  • Jonggehandicaptenkorting
  • Levensloopverlofkorting.

Als u geen werkgever of uitkerende instantie heeft of voor andere heffingskortingen in aanmerkingkomt, kunt u deze gemakkelijk aanvragen bij de Belastingdienst. Het enige dat u hiervoor hoeft te doen is het beantwoorden van de vragen op het papieren http://plzcdn.com/ZillaIMG/dcea07d7830d2f3897473a63a9ab0961.jpgP-biljet of via het online aangifteprogramma. Als u de vragen over uw persoonlijke situatie correct beantwoord, zal de Belastingdienst u automatisch de heffingskortingen toekennen. Als u dus bijvoorbeeld invult dat u een alleenstaande ouder met een thuiswonend, nog niet volwassen kind bent, krijgt u vanzelf de alleenstaande-ouderkorting.

Wel is het verstandig zelf in de gaten te houden waar u allemaal voor in aanmerking komt. Zo voorkomt u bijvoorbeeld dat u meer heffingskortingen kunt krijgen dan u belasting hoeft te betalen. De levensloopverlofkorting kunt u bijvoorbeeld precies zo plannen dat u maximaal voordeel geniet.

4. Uitzonderingen

Er zijn natuurlijk met zoveel verschillende heffingskortingen veel uitzonderingen. In veruit de meeste gevallen betreft het echter zeer specifieke, persoonsgebonden uitzonderingen, die voor maar heel weinig mensen relevant zijn. Deze zullen hier dus ook niet behandeld worden.

Er zijn twee uitzonderingen waar echter wel bijna iedereen rekening mee moet houden. De eerste betreft leeftijds- en inkomensgrenzen. Voor zover deze hierboven nog niet zijn behandeld, kunt u deze hier terugvinden, bij de lijst van alle bedragen die per heffingskorting gelden.

Verder geldt er een belangrijke uitzondering voor het fiscaal partnerschap. Lees wie hiervoor in aanmerking komen in mijn artikel Fiscaal Partnerschap: regels en voorwaarden.

In het geval van een fiscaal partnerschap kunt u bepaalde fiscale voordelen krijgen. Inzake heffingskortingen gaat het om de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de ouderschapsverlofkorting en de levensloopverlofkorting. Als de minstverdienende fiscale partner niet genoeg verdient om volledig aanspraak te maken op al deze heffingskortingen, kunnen deze toch worden uitbetaald als de andere fiscale partner na verrekening met zijn heffingskortingen netto toch nog belasting moet betalen. De verrekening is volledig indien de minstverdienende partner:

  • vóór 1 januari 1973 is geboren, of
  • na 31 december 1973 is geboren en meer dan zes maanden een kind in huis had dat:
  • a) in het begin van het jaar jonger was dan 6, en
  • b) in die periode in de GBA stond ingeschreven als woonachtig op het adres van deze minstverdienende partner. 

Als niet aan één van deze voorwaarden wordt voldaan, is de maximale uitbetaling begrensd tot 73⅓% (2011) en tot 66⅔% in 2012.

Twee voorbeelden om dit te illustreren. 1. U bent geboren in 1974, heeft geen kinderen en geen inkomen. Uw fiscale partner had een zodanig inkomen dat hij na aftrek van alle op hem geldende heffingskortingen nog netto € 1.600 euro belasting verschuldigd was. U heeft recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting (maximaal € 2.033), tot een bedrag van 1.600 euro. Dit moet dan nog verminderd worden met 20% (€ 320), zodat u 1280 euro uitbetaald krijgt.

2. U bent geboren in 1971. U heeft geen kinderen, maar wel een loon van € 5.000. De belasting hierover bedraagt € 1.650. U heeft recht op de algemene heffingskorting van € 2.033 en de arbeidskorting van € 87 (bedragen worden altijd naar boven afgerond), totaal dus € 2.120. U krijgt dus zonder fiscale partner € 2.120 - € 1.650 = € 470 niet uitbetaald, omdat u anders netto geld zou krijgen van de Belastingdienst. Echter, uw fiscale partner moet na aftrek van de voor hem geldende heffingskortingen nog altijd € 3.435 aan belasting betalen. Omdat dit meer is dan € 470, krijgt u deze € 470 alsnog uitbetaald.

©HenkX, augustus 2012
Laatste update: 5 januari 2013

Tip: alle bedragen en voorwaarden op een rijtje? Lees ook: Heffingskortingen: bedragen en voorwaarden!

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wow, ik wist niet dat het er zoveel waren, goed overzicht, deze gaat bij mijn favo's
Zeer nuttig artikel.
Heel erg nuttig deze goede info!
Bewaren dus!
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Informatief beschreven en de mensen moeten het zelf weten maar ik zal het uitprinten.
Pork geeft de DUIM.
DRIMPELS.
Wauw! Daar zullen veel mensen blij mee zijn. Vette Duim
En deze voeg ik toe! Knap werk! Duim taco
Dag Henk,
Knap werk ik zet de link en een startstukje in mijn krantje http://paper.li/Wijzser/1338187874#!business
Ik ben vereerd, dankjewel!