Memo samenvatting: Leven in een massasamenleving (hoofdstuk 11)

Door H_justin gepubliceerd op Sunday 19 January 11:49

Hoofdstuk 11:

     'Leven in een massasamenleving'

 

 

 

Samenvatting/begrippenlijst

Methode: Memo

Klas: VWO

 

 

§11.1   Een moderne wereld

  • Ontwikkelingen na de Parijse tentoonstelling in 1900:
  1. Enorme bevolkingsgroei. (oorzaak: betere hygiëne en betere kennis van ziektes)
  2. Er konden grotere afstanden worden gemaakt. (oorzaak: komst van nieuwe vervoersmiddelen)
  3. Komst van nieuwe communicatiemiddelen (gevolg: cultuur, kennis en informatie kon sneller worden overgebracht aan een groter publiek, bijv. radio en bioscoop)
  • Door bovenstaande ontwikkelingen kan ook worden beschreven als een moderne samenleving, die later eigenlijk steeds meer begon te lijken op een massasamenleving.
  • Tweede Industriële Revolutie: Een snelle technologische ontwikkeling rond 1875.
  1. Gebruik van elektriciteit, staal en verbrandingsmotoren op benzine en diesel werden belangrijk.
  2. Er ontstonden nieuwe industrieën. 
  3. Er kon sneller en goedkoper worden geproduceerd.
  • De vooruitgang in wetenschap en techniek bracht optimisme bij de mensen, maar ook cultuurpessimisme (= mensen gingen twijfelen of deze vooruitgang wel zo goed was voor de samenleving)
  • Een kleine groep mensen profiteerden van de ontwikkelingen, het grootste deel van de bevolking leefde in armoede.
  1. Gevolg: Overheden verbeterden de wetgeving om het welzijn van de bevolking te verbeteren (bijv. van gezondheidszorg, woningbouw en onderwijs)
  2. Gevolg: Nieuwe technieken in de industrie leidde tot een rivaliteit/wedstrijd tussen landen wie nu de beste had.

§11.2   De Eerste Wereldoorlog

  • Kenmerkende aspect: De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie. 
  • 1914: oorlog uitgebroken tussen Centralen (=Duitsland/Oostenrijk-Hongarije) en de Geallieerden (=Frankrijk/Groot-Brittanië/Rusland).
  1. Aanleiding: Moord op Frans Ferdinand
  2. Gevolg: Eerste Wereldoorlog.
  • Verschillen met ander oorlogen:
  1. moderne wapens in massaproductie (= aan de lopende band) (Bijv. gifgas, tanks, vliegtuigen en mitrailleurs)
  • De oorlog raak te burgerbevolking.
  1. Mannen moesten als soldaten meevechten in het leger (veroorzaakte zowel veel lichamelijke als psychische ziektes). 
  2. Steden werden getroffen door de wapens. 
  3. Vrouwen werkten in de massafabrieken en berichtten de massamedia over de oorlog.
  4. Soldaten uit kolonies moesten meevechten met de Europese legers.
  • Einde van de oorlog: Duitsland niet meer op tegen de geallieerden.
  1. Gevolg: wapenstilstand op 11 november 1918.
  2. Gevolg: Verdrag van Versailles op 28 juni 1919. (Duitsland moest schadevergoeding betalen, leger werd ingekort, gebied moest worden afgestaan)

§11.3   De Sovjet-Unie

  • Kenmerkende aspect: Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en facisme/nationaalsocialisme.
  • Sovjet-Unie: verbond van staten die de leer van het communisme volgen, met de ideologie van Karl Marx (arbeiders nemen de macht over zodat er een ideale samenleving ontstaat, waarin alles van iedereen is)
  • Josef Stalin : leider van de Sovjet-Unie. (1928-1953)
  1. Hij vond dat iedereen gelijk was en dat de economische vrijheid moest worden beperkt.
  2. Voorstander van het vijfjarenplan (in zeer korte tijd fabrieken bouwen, vaststellen wat iedereen toebehoort en moest produceren) Gevolg: de staat bepaalt de hoogte van lonen en prijzen en geen vrije concurrentie. 
  3. Maakte een begin met collectivisatie (= zelfstandige landbouwbedrijven samenvoegen tot één groot staatslandbouwbedrijf, groot deel van de opbrengsten afstaan aan de staat.)
  4. Vond dat de Landbouw gemoderniseerd en productiever moest worden.
  5. Maakte door de zware industrie/productie van wapens de Sovjet-Unie tot een machtig land.
  • Gevolgen komst van Stalin voor de Sovjet-Unie
  1. Sovjet-Unie telde mee in de wereldmachten.
  2. Arbeiders moesten keihard werken tegen een slecht loon en slechte rechten.
  3. Productie ging niet volgens plan (er werd te weinig geproduceerd)
  4. Door collectivisatie moesten de boeren zoveel aan de staat afstaan dat de boeren honger lijdden.
  • Wanneer je ije verzette werd je aangepakt door de communisten.
  • Stalin's manier van regeren kreeg totalitarisme als gevolg (= Staat heeft volledige controle op leven van de bevolking in politiek, godsdienstig, sociaal en economisch opzicht, de staat beheerst dus eigenlijk het leven van de bevolking)
  • Door propaganda van het communisme werden idealen van het communisme verspreid.
  • Oorzaken toetreden van het communisme in Rusland:
  1. Rusland had een grote armoede en de bevolking had weinig invloed op het bestuur. (Oorzaak= zware verliezen in de eerste wereldoorlog. Gevolg: revolutie)
  2. Door de revolutie pleegde de communisten een staatsgreep, met als leider Lenin.
  3. Gevolg: Andere landen kregen door onrust ook communistische partijen.
  4. Door een interne machtstrijd kwam Stalin na Lenin aan de macht.

§11.4   De Verenigde Staten

  • Kenmerkende aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.
  • Verenigde Staten was na de Eerste Wereldoorlog een wereldmacht geworden, met een grote welvaart en nieuwe producten (ook wel de roaring twenties/uitbundige jaren twintig genoemd).
  1. De oorzaak hiervan was het kaptalisme met zijn economische en politieke vrijheid, waarmee vertrouwen de basis vormde.
  2. De slogan ''Live now, pay later'' stond centraal en was het symbool voor ''de Amerikaanse droom''.
  3. Er kwamen steeds meer technologische vernieuwingen (bijv. lopende band).
  4. Er ontstond een consumptiemaatschappij (= Door de lage prijzen kon nu ook de middenklasse luxeproducten veroorloven).
  • Jaren 30 in de VS:
  1. Ondanks de vrijheden was er voor de Afro-Amerikaanse bevolking geen vrijheid, maar werden ze het slachtoffer van racisme en discriminatie. Hierdoor ontstond er een segregratie (=een samenleving die gescheiden leefwerelden kent voor mensen met een bepaalde huidskleur, etniciteit of religie)
  2. 1929: Welvaart was kwetsbaar, begin van een crisis (mensen leenden geld van de banken, maar konden het niet meer terugbetalen. Ook nam de export van landbouw af door de opkomende markt van Europa.)
  3. Grote werkloosheid.
  • Er kwam een nieuwe president aan de macht, Franklin Roosevelt, die kwam met de New Deal. (= de nieuwe aanpak om de economische problemen in de VS in de jaren 30 aan te verbeteren)
  1. Koopkracht bevorderen en industriële productie stimuleren.
  2. Met overheidsgeld werkgelegenheid creëren.
  3. Devalutie/waardevermindering van de dollar invoeren om eigen goederen in het binnenland te verkopen.

Kenmerkende aspecten

  • Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en facisme/nationaalsocialisme.
  • De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
  • Het voeren van twee wereldoorlogen.
  • De crisis van het wereldkapitalisme.
  • Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

 

Klik hier voor meer samenvattingen/begrippenlijsten uit de methode 'MEMO'. Klik hier voor samenvattingen/begrippenlijsten uit de methode 'Geschiedeniswerkplaats' (wat aansluit  bij de methode van 'Memo')

Begrippen zijn dikgedrukt aangegeven en extra begrippen onderstreept.

____________________________________________________________________________________

Gemaakt door: H_Justin
Op dit artikel zit Copyright.
Dit artikel is geschreven tbv opleiding.
____________________________________________________________________________________

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Interessant, ik heb hem bij mijn favorieten gezet en lees hem nog eens door en de eerdere hoofdstukken ga ik ook lezen.