In Balans: Management en Organisatie - samenvatting hoofdstuk 21: Voorraadwaardering

Door H_justin gepubliceerd op Wednesday 04 December 14:00

558f6a9c6df478e491f39b59cec1bf95.jpgHoofdstuk 21

'Voorraadwaardering'

 

Samenvatting/begrippenlijst
Vak: Management en Organisatie
Boek: In balans (theorieboek 1a)
Klas: VWO

§21.1: Economische en technische voorraad

  • Bruto winst: verkoopprijs van verkochte artikelen - inkoopprijs van die verkochte artikelen.
  • Het is belangrijk om bij een handelsonderneming een voorraad te hebben, hierdoor is het risico op weglopende klanten het minst groot.
  • Een voorraad hebben geeft veel risico's (bijv. bederf, diefstal, brand en prijsdaling)
  • Technische voorraad: Voorraad die werkelijk in het bedrijf aanwezig is en door te tellen/inventariseren te bepalen is.
  • Economische voorraad: Voorraad waarover een onderneming prijsrisico loopt. (ook wel te berekenen als de technische voorraad + ingekochte goederen die nog niet ontvangen zijn -  verkochte goederen die nog niet zijn geleverd.
  • Een prijsrisico verdwijnt wanneer de goederen verkocht zijn.
  • Zie pagina 343 voor de tabel wanneer voorraden toenemen en afnemen.

§21.2: Fifo-systeem

  • Fifo-systeem (first in, first out): De goederen worden bij verkoop afgeboekt tegen de prijs van de langst aanwezige partij (dus de partij die je als eerste hebt ingekocht.)
  • Bij Fifo-systeem is de inkoopprijs van de verkochte goederen de inkoopwaarde van de goederen die het langst in het magazijn aanwezig zijn.
  • Het Fifo-systeem is het makkelijkst te gebruiken wanneer een bedrijf één artikel verkoopt, bij meerdere artikelen wordt het systeem lastiger om in te voeren.
  • Nadelen Fifo-systeem:
  1. Bruto winst wordt op een verkeerde manier berekend. (Bijv. bij stijgende prijzen is de brutowinst hoger dan eigenlijk het geval is.)
  2. De inkoopprijzen zijn de prijzen die eerder werden gebruikt (historische prijzen). Wanneer je de prijzen boekt op de balans kunnen de prijzen al weer verandert zijn (dus anders dan de actuele prijzen).

§21.3: Lifo-systeem

  • Lifo-systeem: (last in, first oud): De inkoopwaarde van de verkopen worden bepaald door de inkoopprijs van de goederen die het laatst zijn ingekocht.
  1. Dit is administratief gezien, in het echt hoeft dit niet zo te zijn (goederen die het langst in het magazijn liggen worden bijv. als eerste verkocht)
  • Net zoals bij het Fifo-systeem is het Lifo-systeem het makkelijkst te gebruiken wanneer een bedrijf één artikel verkoopt, bij meerdere artikelen wordt het systeem lastiger om in te voeren.
  • Nadelen Lifo-methode:
  1. Bruto winst wordt op een verkeerde manier berekend. (Bijv. bij stijgende prijzen is de brutowinst hoger dan eigenlijk het geval is.) Het verschil met het fifo-systeem is dat het lifo-systeem meer uitgaat van recentere prijzen.
  2. De voorraadwaardering is onjuist. (de waarde van de voorraad is gelijk aan die van de oudere partijen.

§21.4: Vaste verrekenprijs

  • Vaste verrekenprijs (= vvp): Een schatting van de gemiddelde inkoopprijs voor een komende periode (de geschatte inkoopkosten zijn hierin ook al verrekend)
  •  I nkoopkosten:  Alle kosten die te maken hebben met de inkoop. (bijv. de kosten die bij offertes maken of bij controle van de producten komen)
  • Bij de vvp is de verwachte brutowinst gelijk aan: verwachte afzet x (verwachte verkoopprijs - vvp)
  1. De vvp bestaat uit geschatte inkoopprijs + geschatte inkoopkosten
  2. Dit wordt ook wel de voorcalculatie genoemd (= calculatie die vóór de periode dat je het gaat gebruiken gedaan wordt)
  • Nacalculatie: Een calculatie die je na afloop van een periode maakt. Hiervoor worden 3 formules gebruikt:
  1. Gerealiseerd verkoopresultaat: werkelijke afzet x (werkelijke verkoopprijs - vvp)
  2. Resultaat op inkoopprijs: werkelijke inkopen x (geschatte inkoopprijs - werkelijke inkoopprijs)
  3. Resultaat op inkoopkosten: geschatte inkoopkosten - werkelijke inkoopkosten
  • Laatste stap bij nacalculatie is de berekening van het resultaat op inkopen. Dit kan op 2 manieren:
  1. Resultaat op inkopen: resultaat op inkoopkosten + resultaat op inkoopprijs
  2. Resultaat op inkopen: werkelijke inkoop x vvp - (werkelijke inkoopwaarde + werkelijke inkoopkosten)

§21.5: Vervangingswaardemethode

  • Vervangingsprijs: De inkoopprijs die geldt op het moment waarop de waarde van de voorraad wordt bepaald.
  • Bij de vervangingswaardemethode wordt de als inkoopprijs van de ingekochte goederen de inkoopprijs genomen die geldt op het moment dat de goederen verkocht worden.
  • Verkoopresultaat: aantal verkochte producten x (verkoopprijs - vervangingsprijs)
  • Voor- en nadelen van de vervangingswaardemethode:
  1. Nadeel: Het kost veel tijd wanneer het om de vervanginsprijs vast te stellen bij heel veel producten.
  2. Voordeel: Door de actuele prijzen is het berekenen van de brutowinst of het verkoopresultaat veel eerlijker dan bij andere methodes. (de prijzen uit het verleden zijn namelijk niet van belang bij deze methode)

 

Lees hier meer samenvattingen van het vak management en organisatie
(Zowel HAVO als VWO!)

 

_______________________________________________________________________________________

15ff6ba19b5b784f4b59feffd604abc5.jpgGemaakt door: H_Justin
Op dit artikel zit Copyright.
Dit artikel is geschreven tbv opleiding.
_______________________________________________________________________________________
 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooie studie!