In Balans: Management en Organisatie - samenvatting hoofdstuk 10: Vermogensmarkt

Door H_justin gepubliceerd op Friday 29 November 09:37

558f6a9c6df478e491f39b59cec1bf95.jpg

Hoofdstuk 10

'Vermogensmarkt'

 

Samenvatting/begrippenlijst
Vak: Management en Organisatie
Boek: In balans (theorieboek 1a)
Klas: VWO

§10.1: Vragers van vermogen

  • Vragers van een vermogensmarkt:
  1.  Consumenten (bijv. als consumenten geld lenen. Hierbij komen er natuurlijk wel extra kosten bij, de financieringskosten)
  2. Overheid: Door middel van een staatslening (bijv. obligaties) kan de overheid een financieringstekort dekken. De staatsschuld kan die een overheid kan hebben, kan worden betaald als de overheid een keer een begrotingsoverschot heeft (bij teveel inkomsten van de overheid worden dus de schulden afbetaald)
  3. Ondernemingen: Winst die een onderneming maakt kan worden uitgekeerd of als reserve worden gehouden. NV's kunnen extra inkomsten krijgen door aandelen te verkopen. Een onderneming waarbij de aandelen zijn genoteerd aan de effectenbeurs wordt een emissiefonds genoemd.

§10.2: Aanbieders van vermogen

  • De aanbieders van een vermogensmarkt:
  1. Institutionele beleggers: Hierbij worden pensioenpremies ingehouden van het werkloon van werknemer en gegeven aan pensioenfondsen. Deze fondsen keren geld uit wanneer de werknemers met pensioen zijn.  De institutionele beleggers beleggen in die tussentijd met het geld of verstrekken onderhandse leningen.
  2. Spaarders: Zetten hun geld op een spaarrekening bij een bank. De bank leent met dat geld weer uit.  Spaarders met een hoog inkomen kunnen aandelen kopen. De vergoeding uit die aandelen (= dividend) of de koerswinst (=verkoopprijs van aandelen is hoger dan dat de vorige eigenaar ze heeft gekocht) kan voor meer geld zorgen bij de spaarder.
  3. Beleggingsfondsen/beleggingsmaatschappijen: Particulieren geven geld aan beleggingsfondsen. De fondsen beleggen het geld in verschillende aandelen van verschillende bedrijven. De particulier krijgt hiervoor een participatie (=bewijs dat particulier voor een deel eigenaar is van het belegginsfonds) Hierdoor hoeft de particulier het niet zelf te doen en is het risico om alle aandelen kwijt te raken minder groot.
  4. Ondernemingen: Door extra winst kan een onderneming ervoor kiezen om aandelen en/of obligaties te kopen. Hierdoor belegt de onderneming dus. (Dus niet investeren, wat het aanschaffen van productiemiddelen betekend.)
  5. Overheid: De overheid belegt geld door de extra inkomsten die zij verdient heeft. (kan dus alleen als de inkomsten hoger zijn dan de uitgaven.) Gebeurt meestal bij gemeentes en sociale fondsen.

§10.3: Geldmarkt en kapitaalmarkt

  • tVermogensmarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen.
  • Soorten vermogensmarkt:
  1. Geldmarkt (wordt het vermogen op verhandeld op korte termijn)
  2. Kapitaalmarkt (wordt het vermogen op verhandeld op lange termijn)
  • Geldmarkt:
  1. Belangrijkste aanbieders: banken.
  2. Belangrijkste vragers: consumenten, ondernemingen, overheid en banken.
  3. De kredieten van een geldmarkt bij ondernemingen: rekening-courantkrediet, leverancierskrediet (de verkoper levert eerst de goederen/diensten, daarna betaalt de koper), afnermerskrediet (= de koper betaalt eerst en daarna levert de verkoper de goederen/diensten)
  • ​Kapitaalmarkt: 
  1. Belangrijke aanbieders: banken en institutionele beleggers.
  2. Belangrijke vragers: consumenten, ondernemingen, overheid en banken.
  3. Bestaat uit een onderhandse kapitaalmarkt (= markt die voor iedereen toegankelijk is, meestal 1 aanbieder, veel onderhandse leningen) en een openbare kapitaalmarkt (= obligaties/waardepapieren worden hier verhandeld die iedereen mag kopen, veel aanbieders van vermogen)
  • Zie pagina 183 voor alle verschillen tussen onderhandse leningen en obligatieleningen.

§4: De Amsterdamse effectenbeurs

  • Effecten: Waardepapieren die kunnen worden gekocht en verkocht (bijv. aandelen, obligaties)
  • Wanneer je effecten wilt kopen moet je naar de leden van de Vereniging van Effectenhandel gaan. Zij voeren de opdracht uit (hiervoor wordt wel provisie/extra kosten betaald)
  • Orders die een belegger kan geven:
  1. Limietorder: De belegger geeft een maximale koopprijs of een minimale verkoopprijs aan waar de opdrachtuitvoerder (bijv. een bank) zich aan moet houden (weinig kans op uitvoering van de opdracht, veel zekerheid op de prijs)
  2. Marketorder: Er mag zonder een limiet gekocht worden. De order wordt dan tefen de eerstvolgende prijs uitgevoerd. (Veel kans op uitvoering van de opdracht, weinig zekerheid op de prijs)
  • Emissie: Uitgeven van nieuwe aandelen.
  • Redenen voor een onderneming om naar de beurs te gaan:
  1. De NV die zijn aandelen op de beurs zet krijgt een grotere naamsbekendheid en status.
  2. De aandelen zijn makkelijker te verhandelen.
  3. De eigenaren van de onderneming die naar de beurs gaat kunnen veel verdienen. (de aandelen kunnen veel opbrengen)
  • Prospectus: Staan de gegevens van een onderneming in en wat het doel van de onderneming is om de aandelen uit te geven.
  • De koersen van aandelen wijzigen vaak,
  1. Kan te maken hebben met de vooruitzichten van de onderneming.
  2. Kan te maken hebben met een fusie (= samenvoeging van bijv. bedrijven) van de onderneming.
  3. Kan te maken hebben met economische ontwikkelingen op nationaal niveau.
  4. Kan te maken hebben met de rentestand.
  • Index: Een overzicht waarin de koersverloop wordt weergegeven van een bepaalde beurs met effecten. (bijv. AEX-index en de Dow Jones)

 

Lees hier meer samenvattingen van het vak management en organisatie
(Zowel HAVO als VWO!)

 

____________________________________________________________________________________

15ff6ba19b5b784f4b59feffd604abc5.jpg

Gemaakt door: H_Justin
Op dit artikel zit Copyright.
Dit artikel is geschreven tbv opleiding.

____________________________________________________________________________________

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.