Het lot beslist altijd zelf

Door Rose_love gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

9. Het lot beslist altijd zelf

Achter Damianos zie ik plotseling een schim wegrennen. Wie was dat? Wie had daar vanuit de schaduwen naar ons staan kijken? Weer loopt er een rilling over mijn rug en dit keer weet ik wel waar die vandaan kwam.

Het is nu een week geleden dat ik de schim heb gezien en ik heb er haast niet meer aan gedacht. Natuurlijk, het blijft vreemd, maar het is niet zo dat het constant in mijn gedachten rond blijft malen zoals sommigen dingen kunnen doen. Ik zit op mijn geliefde plekje op het strand te kijken naar het ondergaan van de zon. Damianos is met enkele vrienden naar een avond. Ik weet niet wat voor avond en eigenlijk interesseert het me ook niet veel. Ik denk na over ons huwelijk. Gek, dat alles zo kan lopen. Dat je geboren wordt, dat je ouder wordt, dat je trouwt… Ik kan er niet bij. Wat ik ook onbegrijpelijk vind, is dat je leven geleefd wordt. Anderen denken wel voor je. Zeker als je de pech hebt een vrouw te zijn. Ik voel me opstandig worden, maar probeer die gevoelens te onderdrukken. Immers, wat zou het me helpen? Ik probeer mijn verstand uit te zetten, sluit mijn ogen, geniet van de zon op mijn gezicht en het zachte kabbelen van de zee.

Plotseling voel ik een hand op mijn schouder.

http://plzcdn.com/ZillaIMG/492c7b27521aac87d36dfeafe9695286.jpg
Ik veer omhoog van schrik. Wat is dit?! Er staat iemand voor me, maar ik kan niet zien wie, omdat ik naar boven moet kijken, met de zon in mijn ogen. Mijn hart klopt wild, wat moet ik doen? Dan hoor ik een bekende stem: “Niet schrikken, Rhoda.” De woede wordt me bijna teveel. Ik ben me naar geschrokken en hij zegt simpelweg dat ik niet moet schrikken? Wat komt hij hier doen? Mijn leven overhoop gooien? Bijna, bijna had ik me gewoon geschikt in mijn lot. Nu staat Aykan plotseling voor mijn neus, alsof er niets aan de hand is. Ik sta op, kijk hem zo koel en waardig mogelijk aan. Dan zie ik de intens verdrietige blik in zijn ogen en ik voel hoe mijn eigen blik al verzacht. Oh nee, denk ik nog, terwijl hij me voorzichtig omhelst. Ik ben niet in staat te verroeren. Toch vind ik het erg dat hij me bijna direct weer los laat. “We moeten praten,” zegt hij. “Maar dat kan niet hier.” Ik knik, kan nog steeds niets zeggen. Hij gebaart me hem te volgen en al snel zijn we in een kleine verborgen plaats tussen de bomen en struiken. Ik kijk om me heen, het lijkt van buitenaf alsof het zo gegroeid, maar tussen de struiken lijkt het meer of dit zorgvuldig met handen is gemaakt. Ik besluit hem er niet naar te vragen. Eerst maar horen wat hij te vertellen heeft. “Ga zitten.” zegt hij.


“Ik blijf staan.”

zeg ik vastbesloten en voel me sterk, omdat ik tegen zijn gebod inga. Hij kijkt me met dezelfde trieste blik aan van daarnet. “Is dit wat het huwelijk van je gemaakt heeft?” vraagt hij zacht. Ik vraag me in stilte af of het huwelijk dit van me gemaakt heeft, of Damianos me mijn jeugd afgenomen is. Maar ik weet dat het de volwassenheid is, die onverbiddelijk haar intrede heeft gedaan. Zacht aait hij me over mijn wang, als om zijn woorden goed te maken. Ik knik naar hem, plotseling vermoeid. Hij trekt zich terug. “Wat brengt je hier?” vraag ik dan onverhoeds. Het overvalt hem, ik zie het. Toch is hij net zo direct als ik. “Jij brengt me hier.” zegt hij en kijkt me aan vanonder zijn donkere wimpers. 

Ik voel kriebels in mijn buik, toch blijf ik een zo afstandelijk als ik kan. Ik knik kort en probeer duidelijk te maken dat ik meer verwacht. Hij zwijgt echter en daarom stel ik hem nog een vraag. “Waarom ging je weg?” Hij zwijgt lang, dan zie ik dat hij zijn lippen van elkaar doet om me te antwoorden. “Ik hoorde je antwoord. Ik hoorde je de Delphische Hymn zingen. Terugkomen kon ik niet, dat zou jou in gevaar brengen. Als ik terug zou komen, zou ik je gelijk mee moeten kunnen nemen. Het duurde lang voordat ik een boot geregeld had en toen het me gelukt was, kwam ik terug. Je zat nog onder onze boom, het werd licht en het huis ontwaakte. Ik riep je, maar je liep van me weg, naar je moeder. Toen kon ik je niet meer bereiken.” Ik luister naar zijn relaas, hoe hij langzaam ons lot uittekende. Weer verwonder ik me over de wonderlijke loop van het leven. Door schijnbare toevalligheden zit er een lijn in je leven waar je zelf niet voor kiezen kunt. Plotseling merk ik dat hij me vragend aankijkt. Hij verwachtte een antwoord.

 

Reacties (26) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Neerpenner, ik had net weer mijn normale tintje en dan kom jij aan met zo'n compli! Gloeiende wangen hier...
Ik zal nu maar ook zeggen dat met een paar aanpassingen dit echt wel een roman kan worden.
Ik kijk vol spanning naar het volgende deel. Wat is de vraag en belangijker nog: wat zal het antwood zijn.
duim
Dankjewel, Huub!
Bedankt, Yrsa, IGL, Tipgever!
dikke duim van je fan voor je neergeschreven artikel ! echt zeer mooi en goed geschreven !
Mooi geschreven zeg.
goed geschreven.goed opgebouwd en leest lekker weg.