Neder Land Beter moet leren van de fouten van vroeger 143.

Door DRIMPELS gepubliceerd op Sunday 24 November 19:30
 

143.

Neder Land Betermoet leren van de fouten van vroeger.

  DRIMPELS- Sr gaat morgen naar de vergadering, junior verzet zich.

http://plzcdn.com/ZillaIMG/44efe001486a83a213c77ac6bf486460_medium.jpg

 

DDRIMPELS jr. kijkt naar het verleden van de Politiek.

 

 

  http://plzcdn.com/ZillaIMG/67b44be09e919d4bad41442545b6b8ad_small.jpg

Naam:           Pieter S Gerbrandy.

Geboren:      Goënga, 13 april1885

Overleden: Den Haag,7september 1961.

Partij:         ARP.

Titulatuur:  Prof,mr,dr.

 

 

   

 

 

   

 

1917-1920

Lid gemeenteraad van Sneek

 

 

1919-1930

Lid Provinciale Staten van Friesland

 

 

1920-1930

Lid Gedeputeerde Staten van Friesland

 

 

1939-1942

Minister van Justitie

 

 

1940-1945

Minister-president

 

 

1941-1942

Minister van Koloniën

 

 

1942-1945

Minister voor Algemene Oorlogsvoering

 

 

1945

Minister van Justitie (ad interim)

 

 

1948-1959

Lid Tweede Kamer

 

 

1955-1961

Minister van Staat

 

 

 

   

 

 

   

 

 

   

 

 

 

 

           

Levensloop.

De gereformeerde Gerbrandy werd geboren in het dorpje Goënga bij Sneek.

 Zijn vader was wethouder van Wymbritseradeel en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland.

Gerbrandy volgde het gymnasium aan een internaat te Zetten.

Daarna studeerde hij rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij in 1911 promoveerde.

Na een periode als advocaat in Leiden vestigde hij zich in Sneek.

In 1918 maakte hij, als reservekapitein, deel uit van de eerste groep vrijwillige militairen die naar Den Haag kwamen na Troelstra's poging de socialistische revolutie uit te roepen om deze de kop in te drukken.

Van 1920 tot 1930 was Gerbrandy voor de ARP lid van Gedeputeerde Staten van Friesland.

In 1930 keerde hij terug naar de Vrije Universiteit als hoogleraar.

In 1934 werd hij daarnaast lid van de Radioraad.

 

 

 

Premier.

In 1939 werd hij minister van justitie in het Kabinet - De Geer II.

Hij vluchtte op 13 mei1940 met het kabinet naar het Verenigd Koninkrijk en werd in september 1940 door Koningin Wilhelmina eigenhandig tot premier benoemd in de zogenaamde Londense kabinetten.

In februari 1945 stapten de socialistische ministers uit zijn kabinet.

 Gerbrandy formeerde een nieuw kabinet, dat aftrad toen Nederland was bevrijd.

 Vanuit Londen inspireerde hij met zijn kenmerkende stemgeluid in radiopraatjes het verzet.

Lid Tweede Kamer.

Gerbrandy was vanaf 1948 lid van de Tweede Kamer.

Na de oorlog was hij als voorzitter van het Comité tot Handhaving van de Rijkseenheid fel opposant van de Indiëpolitiek van de achtereenvolgende kabinetten.

Hij trok zich als Kamerlid vaak weinig aan van de lijn die door de fractie was uitgestippeld. Hij zette zich sterk in voor een gelijkwaardige positie van het Fries.

In 1955 werd hij benoemd tot Minister van Staat en in 1956 werd hij lid van de Commissie van drie die een oplossing moest vinden voor de Greet Hofmans-affaire.

In 1959 stelde hij zich niet herkiesbaar als Kamerlid.

 

 

 

http://plzcdn.com/ZillaIMG/86325d1ddca3147f94ab9d80996a80e2.jpg

 

 

Gerbrandy in de hal bij de entree vanaf het Binnenhof

 

SCHRIK NIET VAN DIT GEREFORMEERDE BOEFJE.

http://plzcdn.com/ZillaIMG/3d4506d73659e048565ebf5e24fb9729_medium.jpg

Plannen voor een staatsgreep.

Gerbrandy was in 1947/1948 nauw betrokken bij plannen tot het, desnoods met geweld, afzetten van het Kabinet Beel in 1948.

 Gerbrandy en andere conservatieve prominenten, zoals de generaals Hendrik Johan Kruls (toenmalig chef-staf van het leger), Michael Rudolph Hendrik Calmeyer (sous-chef Generale Staf), Simon Spoor (bevelhebber Ned-Indië), oud-generaal Henri Gerard Winkelman en de admiraal Conrad Helfrich, waren samen met in het bijzonder de ARP-politici zeer verbolgen over de concessies die het Kabinet-Beel I had gedaan ten aanzien van de route, die tot zelfstandigheid van voormalig Nederlands-Indië zou moeten leiden, welke bij de zogenaamde Overeenkomst van Linggadjati was vastgelegd.

 Men noemde de concessies onder meer ongrondwettig.

 Sommige leden hadden fundamentele bezwaren tegen 'Indische' onafhankelijkheid per se. Anderen, zoals Gerbrandy zelf, tegen onderhandelingen met een 'collaborateur', zoals Soekarno door vele Nederlanders werd gezien vanwege zijn samenwerking met de Japanse bezetter tijdens de oorlogsjaren.

 Enkele van de voornoemde lieden brachten onder leiding van Gerbrandy en Charles Welter de bezwaren in een buitenparlementaire entiteit, het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid, naar buiten.

Gerbrandy, lid van de Tweede Kamer voor de ARP, zou zich in de media fel keren tegen het Kabinet, en een radiotoespraak houden, die leiden zou tot een twee maanden durend radioverbod van staatswege.

Er leefden onder de leden van het Comité echter ook plannen, die het daglicht minder goed verdroegen.

De christelijk-antirevolutionaire  samenzweerders zetten plannen voor een staatsgreep op touw, waarbij geweld niet zou worden geschuwd als dat noodzakelijk zou blijken te zijn om het doel te bereiken.

Toen bleek dat de zaken al waren uitgelekt, liet men de plannen varen.

Later, begin 1948, werd opnieuw een poging gedaan, welke door generaal Kruls  uitvoerig, maar wellicht niet geheel onbevangen, in zijn memoires werd weergegeven.

Kruls  wees een gewelddadige actie af.

Gerbrandy deed toen pogingen de rechterhand van generaal Spoor, de generaal-majoor Engles, voor zijn opvattingen te winnen.

Hoewel de conservatieve legertop niet onsympathiek tegenover Gerbrandy zijn opvattingen stond, zag men geen kansen hem te steunen of te faciliteren.

Opvallend genoeg werd geen der prominente deelnemers door de veiligheidsdienst of justitie over de plannen bevraagd, hoewel archieven van de veiligheidsdiensten en politie bewijsstukken van de zaak bevatten.

Het bleek ook geen belemmering  om Gerbrandy in 1955 tot Minister van Staat te benoemen.

Nog op 4 december 1979 werden over de zaak Kamervragen gesteld door Tweede Kamerlid Henk Waltmans van de toenmalige PPR.

Loe de Jong besprak de opmerkelijke en weinig belichte episode uitgebreid in zijn epiloog op het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog in deel 12 (tweede helft), in het hoofdstuk Commissie Generaal / Linggadjati.

Standbeeld en zendmast.

Ter herinnering aan Gerbrandy is in het centrum van Sneek een bronzen standbeeld van hem geplaatst. Het is vervaardigd door de beeldhouwster Maria van Everdingen uit Loënga, in opdracht van het Comité Oprichting Nationaal Gedenkteken Prof. P.S. Gerbrandy.

Op 14 oktober1976 werd het onthuld door koningin Juliana.

Tevens is de zendmast in Lopik (Gerbrandytoren) in 1965 naar hem genoemd.

     
     
     
     

Overgenomen van "http://nl.wikipedia.org .

 

http://plzcdn.com/ZillaIMG/76252182d0bf7f0d5e1886deaee31998_medium.jpg

 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen, geen commentaar.
Toch was het een groot staatsman dat ze dan toch zulke rare gedachten krijgen,
Junior heeft de smaak van de oude.
Moortje geeft de DUIM.
A