Belevenissen van een verpleegster 7 - Poep. Èn poepchic.

Door Toontjehoger75 gepubliceerd op Friday 03 May 01:30

Over de chic-de-la-friemel van Nederland.

Het is even een tijdje terug, zelfs nog vòòrdat ik me officieel verpleegster mocht noemen. Ik was nog met m'n opleiding bezig en werkte in de vakantie als verpleeghulp in een particulier verzorgingstehuis. Via een uitzendbureau had ik deze plek gevonden en ik zou er en maand werken, vijf dagen in de week.

Een particulier huis? Ik vroeg me af wat dat zou inhouden. Nou, gewoon; iedereen betaalde uit eigen zak. De hele sjiek-de-la-friemel uit de verder toch al poepie buurt zat daar. En dat zou ik weten!

bbdf53a0df6cbcc843cceb6387d82f5aU2NoaWxk

Het begon al goed, toen ik door een collega rondgeleid werd. We liepen door de brede gangen. Het zag er duur uit: er stond een antieke houten kist ter decoratie (ja, dan kun je niet "als versiering" zeggen, tenslotte), er hingen grote schilderijen in dikke, goudkleurige lijsten aan de wanden (omdat ze daar natuurlijk niet zomaar aan de múren hingen), en alles straalde - nou ja - centjes uit. En om die schilderijen gaat het nu eerst. Ik liep daar dus door die gangen, met die collega. Er hing een schilderij wat scheef, dus automatisch reikte ik al met m'n hand om het ding recht te hangen. "Nee, nee, niet doen!", riep ze verschrikt, "dan gaat het alarm af!" Zó'n huis dus, met zùlke schilderijen. In de gang. Even om de sfeer te beschrijven, hè?
Om nog even bij die schilderijen te blijven: een paar weken later kreeg ik de opdracht de gangen te stoffen en te zuigen. "Ook de schilderijen?", vroeg ik. Ja, die moesten ook. Ik vroeg of het alarm dan niet af zou gaan. "Ja, maar dan weten we dat jij het bent", was het bemoedigende antwoord. Nou, fijn. Heel voorzichtig stofte ik die dingen af, me afvragend of dit “achteraf-giften” waren van mensen die hier gewoond hadden. Bij het allerlaatste schilderij ging me daar tòch dat alarm nog af. Nou ja, dat alarm was dus gelijk getest...

Er werd van me verwacht dat ik in uniform kwam, had men bij het uitzendbureau gezegd. Toen ik vroeg of het huis die voor me had, vertelden ze van niet. Daar moest ik zelf voor zorgen. O, nou, die had ik zelf ook niet. Als ik ergens stage liep waar een uniform nodig was, had de betreffende organisatie die er altijd bijgegeven. Moet ik er wel bijzeggen dat je als stagiaire meestal de versleten en (dus) doorschijnende afdankertjes kreeg. Maar je had wàt. En als iedereen in een ander uniform zou lopen, was het geen “uniform”- eenvormig meer, toch? Gelukkig had het uitzendbureau ergens nog een passende witte jurk voor me liggen, al was het er maar één. Ik moest die dus elke avond wassen, met het strijkijzer zo ongeveer droogstrijken, ophangen en de volgende dag weer aandoen. En hopen dat je niet plotseling een reserve nodig zou hebben.caab60174ecc38d6745a3977b114ee96U3RyaWpr

En dan aan het werk! Want daar kwam ik tenslotte voor. Ik deed van alles, van wassen en aankleden tot toilethulp, zalfjes en thee rondbrengen.
O nee, alwèèr fout! Die thee bracht je natuurlijk niet rònd, die servèèrde je. Dus niet vanaf je kar: inschenken en naar binnenbrengen, nee, dat diende netjes op een dienblaadje te gebeuren. Ach, voor sommigen smaakt thee uit een kopje van een dienblaadje nu eenmaal beter dan enkel uit een kopje. Dus daar hoorde je me niet over klagen hoor. Wat ik - niet voor mezelf, maar voor die ouwetjes - wel te beklagen vond, was dat er flink verbouwd was. Men wilde de mensen de ruimte geven, vooral als ze ervoor betaalden. Dus waren er van twee, soms zelfs drie apartementen één appartement gemaakt. Kijk even met me mee: Ik bel aan om de thee te serveren. We wachten een paar minuten tot er opengedaan wordt door een oude dame met rollator. We komen in appartement nummer één binnen. Voor ons als kijkers in het linkse appartement, dat nu als hal en keuken dienstdoet. We lopen, niet voetje voor voetje, maar slofje voor slofje, met dat wiebelende dienblaadje in de linkerhand, achter de dame aan, een deur door, het middelste appartement in. Dit is nu als huiskamer in gebruik, of eigenlijk als salon natuurlijk. Die sloffen we helemaal door, naar nòg een deur, waarachter zich de slaapsuite bevindt. In de uiterste punt ervan staat een bed. En dáár moet de thee heen. Slof, slof. Snap je het probleem? Het arme mens slofte elke dag een halve marathon...

b269764da16ec77ccf55e0a88cf00babSG91dGVu

Al snel kwam ik erachter dat alles er dan wel mooi uitzag, maar dat er flink beknibbeld werd op personeelskosten. Van het “verplegend en verzorgend” personeel kwam de één uit een kledingwinkel, een ander kwam vanachter een bar en weer een ander was eigenlijk kapster. Iemand die er ook werkte vertrouwde me toe dat mocht er controle komen, zij huishoudelijk personeel heetten. Juist. Nou, dat huishoudelijk personeel verzorgde wèl de bewoners. Waar was de rest van het personeel? Heel makkelijk: dat was er niet.

Op een dag werd ik gevraagd om bij een meneer te komen kijken. Ik deed toch een opleiding voor verpleging? Men wist niet goed wat ze met hem moesten. Ik was er wel eens geweest om eten en drinken te - serveren, wat overigens meestal voor het grootste deel weer mee terugkwam. Hij gebruikte ook een extra soepkom, die als rochelbakje dienstdeed. Dus ik wist waar ik moest zijn. Daar aangekomen begreep ik dat het niet goed met hem ging. Hij was zo vermagerd, slap, lusteloos, een ingevallen gezicht dat je nog slecht geschoren kreeg... Wat ik ervan dacht; moesten ze de dokter voor hem bellen? Wetende hoe het personeelsbestand in elkaar zat, heb ik ze op het hart gedrukt dat altíjd te doen als ze het zelf niet wisten. En ik vroeg hoeveel deze meneer de laatste dagen gegeten en gedronken had, want volgens mij kon dat niet veel zijn. Ze wisten het niet. Dus ik stelde voor dat ze in ieder geval alsnog een vochtbalans zouden bijhouden. Deze meneer aansporen te drinken en in ieder geval noteren wat hij binnenkreeg. Maar van een vochtbalans of zelfs maar vochtlijst hadden m'n collega's nog nooit gehoord...

ac18607e7017283b41454613badbcd0aU2FwamUuOp zich was dat niet moeilijk, dus ik schreef bovenaan een papier hoeveel cc. er gemiddeld in een glas, schaaltje, kom en dergelijke gaat, maakte daaronder een lijst waarop iedereen moest bijhouden wat meneer gedronken had en wanneer. Gelukkig werd dit aardig goed opgepikt, vooral doordat ik erachteraan zat. Helaas voor die meneer was het te laat. Een paar dagen later hoorde ik dat hij overleden was...

Ik vroeg me af wat de reden was geweest. Natuurlijk, hij had zelf de laatste tijd niet veel gegeten en gedronken. Dus: wilde hij niet meer? Of kon hij niet meer, en had hij geholpen moeten worden? Had ik meer kunnen doen? Maar ik was als verpleeghulp niet verantwoordelijk. Ik had al meer gedaan dan van me verwacht werd. Probleem was: wie was er dan wèl veratwoordelijk?

Er was nòg een probleem met het personeel. Ik heb door het land op veel plekken gewerkt, maar ik ben nog nooit ergens een plek tegengekomen waar er onderling zó geroddeld werd. Dat was echt niet leuk. Je zat niet voor je lol naast sommige collega's je boterham op te eten. En bijna iedereen daar deed eraan mee. Een enkeling die dat niet deed, en er ook niet tegen kon, koos ervoor om de pauzes bij eenzame bewoners door te brengen, om maar niet in het geroddel te hoeven zitten. Dat had ik ook wel gewild, maar dat kon ik als tijdelijke kracht niet maken. De bewoners kenden me ook niet goed, dus waar zou ik heen moeten?

b87b1923bd8be1e23668d2b0a25fd18dUm9kZGVs

Één collega ging vaak met haar boterhammetje naar een mevrouw in een rolstoel. Zij kon die zelf niet voortbewegen. Het was een heel lieve vrouw, maar erg eenzaam. Dit werd erg versterkt door die rolstoel. O, ze werd netjes verzorgd hoor. Gewassen, aangekleed, in de stoel geholpen, ze kreeg net als ieder ander op tijd eten en drinken... maar tussen die momenten door zat ze daar maar alleen in die rolstoel. Niemand die haar eens mee naar buiten nam. Niemand van het personeel die eens bedacht iets gezelligs te organiseren, al was het maar een bingo. Hadden ze die personeelskamer wel voor kunnen gebruiken, tussen de roddelpauzes door. Nee, die dame in de rolstoel had het niet getroffen. Want wat had je aan die dure luxe? Wat maakte het uit dat er kostbare schilderijen in de brede gangen hingen, als iedereen in z'n eigen uitgebreide appartementje zat? Ze konden die dingen beter gaan verkopen, om betere zorg te kunnen geven. Had die dame in de rolstoel zich niet zo stierlijk hoeven vervelen!

Wie woonden er nog meer? Een echtpaar, dat elkaar daar in het huis had leren kennen en vervolgens getrouwd was. Ze woonden boven, waar nog niet verbouwd was. Hun éne appartement werd nu door hen gebruikt als slaapkamer, het andere als woonkamer. Ik weet niet of het een goed idee voor hen was te trouwen. Ze ruzieden de hele dag door...

120b58da8ab5974a80cfc50d9b6b2831VmlvbGlz

En er was ook nog een meneer. In m'n geheugen was hij lang, dun en recht. En hij kon zó mooi viool spelen... Hij had niet veel zorg nodig, dus ik zag hem niet veel. Veel tijd had ik ook niet, maar twee keer wist ik even tijd te maken om naar hem te luisteren. Pràchtig! Hij was blij dat hij eens een toehoorder had - en ik dat ik naar zulke mooie muziek kon luisteren!

En dan de dame waar een deel van de titel vandaan komt: mevrouw Def-tig. O, wat een hèèrlijke nickname. “Tig” is natuurlijk veel en “Def” is in de verzorgingswereld de afkorting voor defacatie; ontlasting. Begrijp me goed; ze poepte niet meer dan een ander mens, maar die def, daar was wel wat mee. Als mevrouw Def-tig naar het toilet ging, moest je haar even helpen. Lopen ging niet meer zo goed en achter zich reiken om zich af te vegen wilde ook niet meer. Dus als ze klaar was hielp je haar even. Heel normaal. Totdat je er achter kwam waarméé ze afgeveegd wenste te worden. Niet met wc-papier, o, nee, dat was veel te hard. Daar gebruikte ze liever een handdoekje voor. Nou, moet kunnen, toch? Misschien wil ik dat ook wel, als ik ouwe of auwe billen heb. Maar dan toch wel graag elke keer een schóón handdoekje. Ik moest hem bij mevrouw Def-tig namelijk steeds weer terughangen over een handdoekenbuis. Kon 'ie drogen. En dat was niet vies, want ze nam elke dag een schone...

2b2a9ee41bfbc1910dd4d7694415ecacSGFuZGRv

Verder een heerlijke dame hoor. Best vrolijk ook, en dat kan ik altijd waarderen. En toen ze hoorde dat ik me zou gaan verloven, trok ze zomaar vijftig gulden uit haar portemonnee. Ik kon dat natuurlijk niet aannemen en dat zei ik haar ook. Wel kon ik vragen waar er een fooienpot was, om er eerlijk met de rest van het personeel iets leuks van te doen. Nee hoor, die was er niet, wist ze me te vertellen. En als zij vond dat ze iemand geld wilde geven, moest ze dat zelf weten. Wat moest ze er anders mee doen? Ze had anderen ook wel eens iets gegeven en iedereen had het aangepakt, al kreeg lang niet iedereen iets van haar. En in een gewoon huis kon zoiets niet, nee, maar dit was een particulíér huis. Hier mocht dat wèl. Bij navraag bleek er inderdaad geen fooienpot. Die vijftig gulden heb ik dus toch zelf maar meegenomen. Met een dankbaar gevoel voor mevrouw Def-tig!

Later is voor zover ik kan nagaan de zorg er best ten goede veranderd. Maar in de tijd dat ik er werkte? Het mocht dan werkelijk póépchic zijn, ik had m'n ouders er nooit willen hebben. En dat lag niet aan de mensen die er woonden, maar aan degene die aan ze wilde verdienen. Èn aan het roddelende personeel. Als dat beide veranderd is nu, en als het huis nog bestaat, nou, dan zou ik, als ik ooit oud(er) ben, misschien best in zo'n luxe omgeving willen wonen. Tenminste, dat zou ik best eens willen overwegen... :-)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Weetje: qu, c of k?

Het Taaluniversum zegt over chic:

Het bijvoeglijk naamwoord chic, dat overigens ook als zelfstandig naamwoord voorkomt (de Haagse chic), heeft de Franse spelling behouden. Bij de verbogen vorm voegen we in de regel een buigings-e toe aan de grondvorm, maar dat zou in dit geval chice opleveren, een vorm die tot een verkeerde uitspraak zou leiden. Daarom werd in de Nederlandse spelling gekozen voor de afwijkende vorm chique. Ook de spelling van de vergrotende trap wijkt af: chiquer. De overtreffende trap is gewoon chicst.
De spelling chique ziet er Frans uit, maar is het niet: in het Frans komt chique alleen voor als zelfstandig naamwoord met de betekenis 'tabakspruim' of ' pruimtabak'. Dit woord komt ook als leenwoord voor in het Nederlands, maar hoewel het minder gebruikelijk is, wordt het wél vernederlandst als sjiek gespeld.

f7a1d2ee9eb7a718a0f547131edc4b08b3VkZS1k

Gelinkte artikelen van mijn hand:

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
M'n carrière, haha! Ja, zo zou je het wel kunnen zien ja.
M'n moeder las het en reageerde met "Leuk om te lezen, maar ik moet er niet aan denken er te wonen. Gelukkig zoek jij voor mij een betere plek... als het zover is."
Dat zal ik dan maar doen!
Wat een verhaal, poeh te chic!
Tsja, dus zo begon jouw carriere zo'n beetje? Een start "op stand". Mooi hoor. En goed geschreven natuurlijk.
Mooi! Duim!
Poep chic verhaal :-))
Tjonge, wat een verhaal zeg. Duim van mij.