Plant Kalamondijn

Door Lathica gepubliceerd op Thursday 26 December 20:21

  Als u zelf voor de bestuiving van de  bloemen zorgt, heeft uw Kalamondijn in de huiskamer witte, geurende bloemen en kleine groene en oranje vruchten tegelijk.

Ze komen van ver:

Oorspronkelijk groeiden sinaasappelbomen alleen in het zuiden van China. Via India kwam de boom snel naar West-Europa. Tegenwoordig worden overal waar het klimaat dit toestaat sinaasappelbomen geteeld.

In de 17de en 18de eeuw kwamen op de buitenplaatsen van de adellijke kringen orangerieen in zwang. Orangerieen zijn kunstig gebouwde, lichte huizen die geen ander doel dienden dan de soms kostbare kuipplanten in de winter te beschermen. De beroemde Deense koning Christian IV bijvoorbeeld was een enthousiaste kweker van sinaasappelbomen. Zomers stonden de bomen in het park, 's winters verhuisden ze naar de orangerie.

Echte sinaasappelbomen worden heel groot, veel te groot voor de huiskamer. Maar gelukkig kwam er tegen het einde van de 15de eeuw vanuit de Filippijnen een laagblijvende soort naar Europa, Citrofortunella microcarpa geen doornen. Verder zijn er geen opvallende verschillen.

Citrofortunella microcarpa groeit, net als de grote soorten op tot een leuke groenblijvende struik of boom met glanzende groene, leerachtige bladeren. De plant krijgt witte, heerlijk geurende bloemen en kleine oranje vruchten, die wel eetbaar zijn, mmaar een beetje bitter smaken. Reeds als jonge plant ontwikkelt Citrofortunella microcarpa bloemen en vruchten.

 

De meeste kalamondijnen bloeien het hele jaar onafgroken door, het mooist in de zomer. Zonder bestuiving kunt u echter geen vruchten verwachten. Bestuiven vereist geen ingewikkelde handelingen. Haal met een pincent een paar meeldraden uit de bloem en leg deze op het bovenste gedeelte van de stamper. Ukunt ook met een penseeltje het stof (stuifmeel) van de helmknoppen op de stamper overbrengen. Deze handeling moet u na enkele dagen herhalen.

Het is niet moeilijk zelf een kleine sinaasappelboom op te kweken. Het is echt het proberen waard. Leg de pitten van een gewone, rijpe sinaasappel in een pot met turfmolm. Houd de grond goed vochtig tot de sinaasappelplantjes 3 tot 4 bladeren hebben. Daarna ieder plantje apart oppotten en wekelijks een beetje mest geven.

De kalamondijn kunt u alleen vermeerderen door stekken. Snij in het voorjaar de toppen van de jonge scheuten af en zet ze in een mengsel blijven in de pot totdat de pot te klein is geworden.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.