Een gesprek op gevorderde leeftijd

Door Neerpenner gepubliceerd op Monday 25 November 18:41

 

‘Hoe lang is het geleden dat jouw kinderen zich nog eens lieten zien bij jou?’ vroeg Ernest terwijl hij traag met zijn lepel in het kopje thee roerde .
‘Al heel lang,’ antwoordde Bernadette en nipte daarna van haar kopje koffie. Toen ze het kopje weer terug op tafel zette met een kordate klap, mompelde ze ‘En om eerlijk te zijn, ik ben er niet bepaald rouwig om, dat kan ik je wel vertellen.’
De grove lijnen op Ernest zijn voorhoofd rimpelden even boven de witte, opgetrokken wenkbrauwen.
‘Jij bent blij dat ze niet vaak bij jou komen?’
Bernadette staarde hem even aan en met een zucht draaide ze haar hoofd even opzij, haar kin ondersteunend met haar rechterhand.
‘God ja, Ernest. Natuurlijk kennen we wel die tehuisreclames waarin de gelukkige opoe of omoe wordt omringd door stralende en glimlachende familieleden.” De moderne familiebanden van nu! “,staat er dan in vette en jubelende letters. Nou, zo is het niet. Althans bij mij niet. Wanneer mijn kinderen zich verwaardigen om hun oude moeder weer eens te zien, denk je dan dat ze staan te glimlachen en stralend naar mij te kijken? Nou, laat ik zeggen, dat ze meer naar de deur kijken, wanneer ze bij mij zijn.’
Ernest was nu gestopt met roeren, hij keek even hoe de rimpelingen vervlakten en hief het kopje thee bijna vlak onder zijn kin.
Hij richtte zijn blik nu op Bernadette, hij zag hoe haar zwarte ogen uit het raam staarden. Naar de wolken, wist hij.
Hij wachtte even, trok met zijn schouders, ademde rustig in en zei: ‘Bernadette, ik snap dat het niet leuk voor jou moet zijn, met jouw kinderen die liever weg willen. Maar zelfs hun gezelschap is toch beter dan zo alleen in je kamertje te zitten?’
Met een ruk draaide ze haar hoofd om naar hem. Alle dromerigheid van haar gezicht verdween op slag en lichtroze vlekken verschenen op haar wangen.
‘Hun gezelschap?’ zei ze op een kalme toon die niet strookte met de vurige blik uit haar ogen. ‘Noem je dat gezelschap? Altijd met die lange tanden van hier tot daar zichzelf in mijn kamer komen binnenslepen? Eerst zeggen ze op die onwillige manier, zoals ze al die keren daarvoor hebben gedaan: “Hallo, moedertje, hoe is dat hier met jou?”, dan antwoord ik altijd: “Als je nou eens luistert, weet je dat meteen.”  Dan lachen ze, kort en ongemakkelijk, en binnen een kwartier nemen ze afscheid terwijl ze zeggen dat ze toch wat vaker moesten komen. Dat is nauwelijks een belofte, en dan nog een waarvan we allebei weten dat hij niet wordt gehouden.’
Ze verviel in stilte en speelde even met de witte parels van haar halssnoer. Haar ogen zwenkten traag over het tafelblad, zonder dat ze daar echt acht op sloeg.
Ernest begon wat ongemakkelijk te schuiven in zijn leunstoel. Dat had hij altijd in een gesprek met Bernadette. Zij was voor hem zo resoluut dat hij daar zenuwachtig van werd. Zelfs nu ze zo afwezig leek, school er nog iets hards en vastberaden in haar houding. In haar kaarsrechte rug, in haar beide voeten die aan de vloer gelijmd leken.
Hij nam een slok thee, hij voelde hoe de kalmerende geur in zijn neusgaten kroop, hoe de thee zelf zijn keel verwarmde. Daarna zette hij het kopje weer terug, tegenover het kopje koffie van Bernadette.
‘Goh,’ begon hij, ‘Wanneer Elise bij mij komt, gaat het toch heel anders.’
Bernadette liet haar halssnoer los en keek op van het tafelblad.
‘Ja, ze komt vaker,’ gaf ze toe, ‘Maar wie zegt dat ze ook niet op jouw geld uit is?’
‘Elise??’
‘Ja, die Elise, dat zeg ik.’
‘Waarom nou? Ik heb niet zoveel geld als jij, sterker nog, een heel pak minder.’
Ernest pakte zijn kopje weer op, een beetje thee vloeide over de rand.
‘Ha, je zou ervan staan te kijken hoeveel dingen mensen zouden doen voor ook maar een beetje geld,’ zei Bernadette en ze stak haar neus lichtjes omhoog.
‘Veel mensen misschien, maar Elise toch niet,’ zei Ernest, ‘Ze heeft er nog nooit vragen over gesteld.’
Hij dronk opnieuw van het kopje thee, dit keer tot het leeg was.
‘En jij weet dan ook zeker wat ze aan het denken is?’ zei Bernadette en ze sloeg haar ogen even omhoog. ‘Enfin, dat van vragen stellen kan ik zelfs niet eens zeggen over mijn eigen familie. Het is zowat het enige onderwerp waarbij hun ogen oplichten en ze glimlachen. “Zeg, moedertje,” , zeggen ze dan opeens wél enthousiast, “Uw centen, allee, dat gaat toch naar mij, hé. Ik bedoel, die broer en zus van mij, die kunnen daar toch niets mee aanvangen?”  Dan knik ik altijd braaf en gedwee, dat is dan vaak het moment waarop ze dan opeens besluiten dat het tijd is om op te stappen.’
Ze lachte even, niet met veel vreugde. ‘Natuurlijk, want wat hebben ze nog meer te zoeken bij mij?’
‘Maar geef je het geld dan ook echt aan je kinderen? ’ vroeg Ernest behoedzaam.
‘Ze hebben niet bepaald veel voor mij gedaan. Op mijn kosten gegeten en geleefd, ja, dat wel. Nu, als ik eindelijk vertrokken ben, dan zullen ze snel moeten leren om hun boontjes zelf te doppen,’ glimlachte ze vaag.
Ernest zuchtte op dezelfde manier als hij praatte. Stil en rustig. ‘Akkoord, ze mogen dan niet de beste kinderen zijn die je kan hebben. Maar toch, het blijven je kinderen, net zoals jij hun moeder blijft. Ga je nou echt niets geven?’
Haar zwarte ogen keken weer in de zijne. ‘Ik zal niet lang hun moeder blijven, zolang ik leef, ja, dat wel. Maar als ik weg ben, dan ben ik dat niet meer. Moederschap? Hop, weg ermee.’ Ze maakte een wegwerpgebaar.
‘O, je gaat nog niet direct dood, hoor.’
‘Bedankt dat je me wilt geruststellen, maar dat is niet nodig. Ik ben er niet bang voor, integendeel, ik kan nauwelijks wachten om voor eens en altijd verlost te worden van al dat gezeur.’
‘Ach…’ kon Ernest alleen nog maar zeggen.
‘Precies,’ zei Bernadette.
Er viel even een stilte tussen hen, die ze allebei niet onaangenaam vonden.
Opeens hoorden ze het geratel van wieltjes over de vloer.
‘Oh, hallo meneer Aalsma en mevrouw de Liederkerke , hoe is het met jullie?’ lachte een bruinharige zuster, geflankeerd door nog een andere, ietwat nors kijkende zuster.
‘Goed, dank u wel,’ mompelde Ernest, die zijn hoofd wat gebogen hield.
‘Als jullie nou eens luisteren, dan weten jullie dat meteen,’ sneerde Bernadette, die hen recht aankeek.
‘Oh, wat goed om te horen,’ lachte de zuster weer, maar dit keer haastig. ‘Hier zijn jullie pilletjes, neem ze op tijd in, oké?’
Voor ze nog hadden kunnen antwoorden, ratelden de wieltjes weer en stapten de zusters verder.
Ernest en Bernadette keken elkaar even aan, en daarna naar de twee veelkleurige pillen. Ze lagen te glanzen op een witte schotel.
‘Troep,’ zei Bernadette, meteen haar pil oppakkend. En al even snel slikte ze het in.
‘Waarom?’ vroeg hij.
Ze haalde haar schouders op.
‘Wie weet gaat het dan nog sneller.’

Het karretje ratelde en met een vertederde glimlach zei de ene zuster tegen de ander: ‘Zijn ze niet prachtig om te zien? Twee oude mensen die samen over eenvoudige dingen praten.’

 

 

Foto afkomstig van Flickr

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi
Mooi neergezet, jonge vriend. Een diep tragisch gesprek dat wordt afgedaan als een gezellig onderonsje door twee verplegende voorbijgangers.
Op een prachtige manier de contradictie neergezet ..... .
Heel mooi geschreven. En als ik dit lees ben ik blij dat mijn moeder dit nooit zal over komen met haar drie kinderen die dol op haar zijn en twee kleindochters die haar ook fantastisch vinden. En als ik zelf oud ben, ach wie dan leeft wie dan zorgt....
Een stuk wat ja aan het denken zet. Mooi weer gegeven twee ouderen in het gesprek. En de zuster die denkt dat het gesprek eenvoudig is.;-)
Triest eigenlijk dat mensen zo weinig echt aandacht voor elkaar hebben. En die oudjes die lijken afgeschreven, door de kinderen maar zeker ook de verpleegsters.
Als ik jou stuk zo lees verheug ik me niet echt erop om oud worden.
Heel mooi geschreven Neerpenner.
De eenvoud van het gesprek op een prettige manier neergezet.
Heel beeldend ook, al moet ik zeggen dat de pillen doorgaans niet op een wit schoteltje aangereikt worden :)
Ze worden meestal aangegeven en er wordt gewacht tot ze ingenomen zijn of ze worden gewoon lekker makkelijk op tafel gelegd :)
Maar ja, dat is Nederland :)
Maar ik las dit graag, neerpenner. Ik hou wel van dit soort verhalen. ze hebben veel te vertellen en het hoeft helemaal niet diep te gaan om geboeid te blijven in een verhaal.