Erotisch verhaal: De indiaan met blauwe ogen (deel 1)

Door Maansteen gepubliceerd op Saturday 08 December 21:29

Dit is het eerste deel (inleiding) van een erotisch / romantisch verhaal over een indianen-avontuur.

Ik was met een kleine groep mensen op excursie ten noordoosten van Noord-Amerika toen de aarde begon te beven en de grond onder mijn voeten scheurde. De mensen om me heen gilden, schreeuwden, renden en grepen zich vast aan elkaar of aan de bomen. Bomen werden ontworteld en het gekraak en gedender maakte dat mijn leven aan me voorbij flitste. Het duurde waarschijnlijk allemaal vrij kort, maar met de vertraging waarin de beelden tot me door drongen duurde het gevoelsmatig afschuwelijk lang. De angstige ogen, de kreten en de scheurende schuddende grond werd als een ongevraagde nieuwe herinnering opgenomen. Ik wilde richting de boot vluchten, het water leek me veiliger dan de grond onder mijn voeten en overlevingsdrang kolkte door mijn aderen. Mijn blik vond in de chaos en tumult de grote geschrokken ogen van Floor maar mijn beeld vervaagde toen het van buiten naar binnen toe zwart werd.


Ik knipper met mijn ogen, mijn blik is wazig en mijn hoofd doet pijn. Eigenlijk doet mijn hele lichaam zeer terwijl ik probeer te verliggen. Mijn vingers gaan over een harige deken die merkwaardig aanvoelt en ik moet wennen aan de kruidige muffe lucht die mijn neusgaten in stroomt. Mijn ogen kijken behoedzaam om zich heen terwijl mijn hersenen proberen om de beelden te plaatsen. Ik zie dat ik in een soort kegelvormige tent lig met houten stokken als constructie die bovenin allemaal samen komen. Zwarte afbeeldingen van dieren zie ik op het doek en terwijl ik zoveel mogelijk wil opnemen voel ik mijn ogen zwaar worden en val ik ongewild terug in een diepe onrustige slaap. De daarop volgende dagen word ik geregeld even wakker, maar nauwelijks echt helder of in staat om iets te ondernemen.
 

Als ik een week na die afschuwelijke dag waarop alles schudde opnieuw wakker word voel ik me iets beter, minder pijnlijk en helderder. Ik kijk wederom naar de afbeeldingen op het tentdoek. De wolf is zo mooi weergegeven dat ik er gefascineerd naar blijf kijken tot het ineens tot me doordringt dat ik niet alleen ben in de tent. Ik draai mijn hoofd in de richting van het geritsel, kijk behoedzaam opzij en zie daar een oudere dame zitten. Ze lacht een vriendelijke tandenloze lach en begint te praten in een taal die ik niet versta. Ze heeft een kom in haar hand en begint draaiende bewegingen te maken met een steen, rondjes over de bodem wat een ritmisch schrapend geluid maakt. Even later slaat ze mijn deken voorzichtig terug en haar handen pakken mijn arm vast. Een pijnscheut gaat er door me heen als ze mijn arm verlegt en bijt op mijn lip als ze de reep leer met ‘groen’ zorgvuldig los knoopt en optilt. Als ik naar mijn arm kijk zie ik een wond van ongeveer 8 centimeter lang, zorgvuldig gehecht met een dikke zwarte draad. Ik kijk haar vragend aan en ze begint zacht te zingen terwijl ze mijn wond verzorgd met een vers groen goedje uit de kom wat ze weer netjes afdekt met een soepele reep leer. Ik leg mijn hoofd neer en vraag me af of dit een droom is, wat is er gebeurd ? Die kleine simpele vraag maakt dat de beelden van de aardbeving boven komen kolken als hete lava terwijl de vrouw mijn naakte lichaam na loopt met haar ogen en handen. Ze beoordeelt de ene na de andere beurse plek, bloeduitstorting, snee en schaafwond, smeert en verzorgt. Mijn gedachten dwalen verder af, ik vraag me af hoe het de andere vijf leden van de groep is vergaan en vooral mijn maatje Floor.


Floor had ik ruim twee weken geleden aan het begin van deze reis bij ons eerste slaap adres ontmoet. Een slanke vrouw van middelbare leeftijd met kort blond stekeltjes haar, kwiek en vol humor. Omdat we beiden deze avontuurlijke reis alleen waren begonnen trokken we naar elkaar toe en genoten we van elkaar gezelschap. Drie dagen eerder hadden we samen een flesje wijn open getrokken en geproost op mijn 26ste verjaardag, gelachen en in één nacht ons hele leven op tafel gegooid inclusief angstige gedachten, hoopvolle gevoelens, pijnlijke herinneringen en gekoesterde dromen. In deze korte periode waren we bijzonder veel over elkaar te weten gekomen. Met een vreemde over je leven praten heeft blijkbaar andere grenzen. Floor had al veel gereisd, bezat een talenknobbel zodat ze belachelijk veel talen kon spreken en verstaan en wist bijzonder veel over de plaatselijke inheemse volkeren en culturen hier in Noord Amerika. Deels uit eigen ervaring verworven, maar ook door het bestuderen van vele boeken en ander informatiebronnen, de manier van leven in en met de natuur fascineerde haar. Eigenlijk was ze er van overtuigd dat ze zelf in een vorig leven ook zo geleefd moest hebben als verklaring voor haar bijzondere interesse wat eigenlijk gemakkelijk door zou kunnen gaan voor een verslaving. Om deze reden had ze naast haar werk als tolk, wat haar op het lijf geschreven was, geen tijd voor een man in haar leven.


Als ik eenmaal ontwaak uit de stroom herinneringen en overpeinzingen merk ik dat ik weer toegedekt ben en sommige plekken op mijn lichaam prikken of kloppen op het pompende ritme van mijn hart. Ik weet niet precies wat er gebeurd is, alleen dat ik in de ogen van Floor keek en naar de boot wilde vluchten. En nu lig ik hier, verzonken in mijn eigen gedachten, de oude mevrouw heeft de tent verlaten zonder dat ik iets heb gemerkt. Ik hoor stemmen en geroezemoes, gerommel en gepruttel en een heerlijke geur komt de tent binnen waar mijn maag op reageert. Voorzichtig ga ik rechtop zitten waarbij een pijnlijk kreetje ongewild uit mijn keel ontsnapt en ik klem mijn kiezen op elkaar. Het geroezemoes stopt en ik hoor geritsel net buiten de tentopening. Twee vrouwen komen achter elkaar aan naar binnen en bekijken me nieuwsgierig. Ik voel me enigszins opgelaten en naakt onder hun onderzoekende blikken. De vrouwen lijken erg op elkaar en zouden goed zusters van elkaar kunnen zijn, maar met de taalbarrière die tussen ons in staat kan ik dat niet vragen.


Één van de vrouwen komt aanlopen met een bundeltje dierenhuiden terwijl de andere vrouw een kom dampend water neer zet en me begint te wassen. Ze wast voorzichtig om de nare, zere plekken heen of zacht deppend erop. Als de vrouw van de lappenbundel het gevlochten paardenhaar los knoopt zie ik dat het uit verschillende stukken en koorden bestaat. Na het opfrissen krijg ik een soort slip aan dat aan weerskanten van mijn heupen wordt vast gestrikt met lederen veters. Een lange, brede strook leer vouwt de vrouw praktisch vanaf mijn rug schuin om mijn borsten omhoog langs mijn nek en knoopt het daar vast. Daaroverheen krijg ik een soort bruin ponchoachtig model aan met wijde hals, een punt van voren en achteren wat ook om mijn middel wordt vastgemaakt met een soepel gevlochten leren veter. Nu ik voorzien ben van kleding voel ik me een stuk prettiger in het bijzijn van deze twee vrouwen.  De vrouw van de lappenbundel kijkt me opnieuw aan, ze zegt ‘Eyota’ en wijst met een vinger op haar borst. Ik probeer haar naam zo goed als ik kan na te spreken en na de derde pogingen knikt ze vriendelijk en goedkeurend. Dan wijst ze naar de vrouw naast haar en zegt ‘Fala’, wat ik ook herhaal. Ik zet ook de vinger op mijn borst en zeg ‘Nina’, wat beide vrouwen moeiteloos herhalen.


Dan moet ik gaan zitten, mijn spieren zijn verzwakt en ik voel dat alleen staan al een behoorlijke inspanning is voor mijn herstellende lichaam. Fala verlaat de tent door de smalle ovale opening terwijl de flap achter haar neer valt en de opening afsluit. Als ze terug komt heeft ze een heerlijk geurende dampende kom in haar handen en reikt me die aan. Eyota wijst naar de inhoud van de kom en zegt ´Wahapi´ waarop ik  haar benaming herhaal voor wat eruit ziet als soep. Ik hou de kom onder mijn neus, snuif de kruidige geur op en blaas voorzichtig voor ik het aan mijn lippen zet. De smaak is met niets te vergelijken van wat ik ooit geproefd heb en nip het met kleine slokjes naar binnen terwijl ik me realiseer dat mijn maag gekrompen is. Als ik de kom leeg neer zet komt de oude vrouw de tent in en achter haar aan nog iemand. Als de oude vrouw een stap opzij doet zie ik een bekend gezicht met kort blond haar dat alle kanten op staat en ik begin spontaan te huilen. Floor staat met drie stappen voor me en houdt me zo stevig vast dat het pijnlijk is, maar de blijdschap van het weerzien maakt het meer dan dragelijk. “De anderen ?”, vraag ik Floor met een hoopvolle blik. Maar de trieste uitdrukking in de ogen van Floor zegt me genoeg. “Alleen wij  zijn bij toeval gevonden door de jagers van deze stam kilometers ver van hier ruim een week geleden, er is weinig hoop al zijn er nog twee mannen van de stam opzoek naar overlevenden”. Aangeslagen laat ik het nieuws tot me door dringen en bezinken.


Na deze inspanning en emotioneel weerzien met Floor moet ik weer een dag rusten om op krachten te komen. Mijn eetlust neemt met sprongen toe en Floor laat me zien hoe en waar men hier naar het toilet gaat, wat even wennen is. Ik blijf de dagen erna steeds langer wakker, mijn lichaam kan steeds meer hebben en ik heb weer het gevoel te leven nu ik regelmatig de frisse boslucht op kan snuiven. Op mijn derde ‘wakkere’ dag mag ik verhuizen naar een kleine tent aan de rand van het kamp die ik samen met Floor moet delen. Het is fijn om regelmatig met Floor te kunnen praten, onze gedachten, belevenissen en zorgen te delen of te relativeren. En omdat Floor langer in het stamleven mee draait is haar vocabulaire in deze vreemde taal aanzienlijk groter dan de mijne en spijkert ze me bij. Aangezien we overdag onze verschillende dagtaken gescheiden van elkaar uitvoeren is het van belang dat ik mezelf kan redden. In mijn beleving lijken alle woorden op elkaar en komen er bijzonder veel A’s, W’s, T’s en K’s in deze taal voor, maar Floor met haar talenknobbel lijkt daar geen enkel probleem mee te hebben waar ik een beetje gefrustreerd van kan raken als woorden niet willen blijven hangen.


De werkzaamheden die ik gekregen heb zijn aangepast aan mijn lichamelijk herstel en zo heb ik wat vrijheid om regelmatig de paarden op te zoeken die verderop op de open plek in de kraal staan. Ik bouw een bijzondere band op met een wit met zwarte mustang hengst en ik fantaseer over samen rijden over de vlakte met wapperende haren in de wind. Een verlangen naar een gevoel van vrijheid die ik mis sinds ik in het kamp wakker werd. Ik ben niet gevangen, maar toch ken ik de omgeving niet goed genoeg om me vrij te bewegen en voel ik me afhankelijk van Floor en de mensen van deze stam. Bovendien ken ik de gebruiken en rituelen nauwelijks en ben ik voorzichtig in mijn doen en laten omdat ik  geen ongenoegen wil wekken bij de mensen die me zo gastvrij hebben opgenomen ter herstel. Zonder hen had ik het niet overleefd en ik was ze meer dan dankbaar al beleefde ik moeilijke emotionele momenten. Gelukkig geven de dieren en mijn dagelijkse karweitjes me enige vorm van afleiding zodat ik niet elke minuut van de dag aan mijn ouders hoef te denken of aan mijn broer en zus. Ik voel me misselijk bij het idee aan mijn familie omdat ik weet dat ze ziek zijn van onzekerheid en bezorgdheid om mij, hun jongste dochter. Ik had hen vanaf het begin van mijn reis om de dag een teken van leven gegeven, het laatste teken was inmiddels twee weken geleden.

     
Nadat ik bij de paarden geweest ben verken ik een nieuw stukje bos en tot mijn genoegen vind ik op tien minuten loopafstand een stroompje wat ik voor ongeveer vijf minuten licht stroomopwaarts volg. Tot mijn verbazing kom ik uit bij een klein maar natuurlijk meertje waarin een klein watervalletje uit komt die me doet denken aan mijn douche thuis. Ik kan de verleiding niet weerstaan, kijk vluchtig om me heen en kleed me dan snel uit en laat me met een gevoel van verrukking het water in glijden. “Dit is niet te vergelijken met een kommetje water”, bedenk ik me met een glimlach op mijn gezicht, “wat een rijkdom !” Ik ga op een steen onder de kleine waterval staan en laat het water op me neer kletteren, het is koud, maar in deze warmte een ware traktatie. Genietend van het moment heb ik blijkbaar mijn ogen gesloten want als ik stemmen hoor schieten ze open en kijk ik verwilderd om me heen. Ik hoor de stemmen naderen, opgewonden en zwaar. “Mannen stemmen, help, dat zijn mannen”. Zo snel als ik kan zwem ik naar mijn kleding, gris het weg en verstop me achter een uitstekende rots. Mijn hart bonkt in mijn keel van schrik, het was ook wel wat naïef geweest om zo dicht bij kamp uit de kleren te gaan. Ik kleed me aan terwijl ik me zo klein mogelijk hou en luister aandachtig naar de stemmen, ze zijn zo dichtbij ! Als ik doodsbenauwd om de rots heen gluur zie ik een groep mannen te paard van me afrijden richting kamp en ze trekken dode bizons voort. Ik dacht altijd dat de buit van de jacht ter plekke gevild en geslacht werd, wat kan betekenen dat deze mannen deze dieren in de buurt te pakken hebben gekregen. Floor had al verteld dat onze vondst halverwege de jacht had plaatsgevonden en de groep genoodzaakt was om te keren om ons naar het kamp te brengen. Daarna moesten de jagers van vooraf aan beginnen met als enige voordeel dat ze nieuw proviand konden inslaan en van paarden konden wisselen. Floor had me verteld dat we misschien grotendeels konden worden terug gebracht naar het begin van onze excursieplek tijdens de eerst volgende jacht als we mee mochten reizen. Met ons tweeën was dat een gevaarlijke onderneming die te riskant was vanwege het gebrek aan ervaring en kennis van de omgeving. Om die reden hadden we ons ook aangesloten bij een reisgezelschap met gids, waarvan het onzeker was of we hen, de kleine groep, ooit nog terug zouden zien.


Bewust loop ik buitenom om het kamp heen zodat ik redelijk ongezien mijn tent kan bereiken. Het kamp zelf staat net als de paarden op een open plek, maar is omgeven door bos en struikgewas. Floor staat voor de tent met een bezorgde frons. Als ze me ziet slaakt ze een diepe zucht en vraagt op de vrouw af waar ik zolang gebleven ben. “Ik heb een natuurbron met kleine waterval gevonden, maar werd tijdens mijn douche gestoord door mannen op paarden”, legde ik Floor uit. “Wees voorzichtig Nina, je kent nog niet alle leden van de stam en voor hetzelfde geld waren het jagers van een andere stam. Niet alle volken zijn vriendelijk weet je, geruchten beweren eerder het tegendeel”! Samen kijken we naar de enthousiaste bedrijvigheid in het kamp, iedereen is samengekomen bij de centrale vuurplaats om de jagers te verwelkomen en ook wij lopen samen in die richting. Als we naderbij komen splitst de menigte zich voor onze ogen op in kleine groepjes om verschillende taken uit te voeren. De bizons worden geveld en het vlees moet worden gedroogd, de huiden moeten worden bewerkt en er moet gekookt worden. De jagers verwachten een feestmaal vanwege hun thuiskomst en de paarden moeten worden verzorgd na hun lange reis. Kapotte reis kleding en jachtgerei moet worden hersteld en eventuele opgelopen wonden verzorgd. Terwijl iedereen zich aan zijn of haar taak weidt lopen de jagers in trage pas richting de jagerstent die speciaal voor hen is ingericht. Daar verzamelen ze zich voor de jacht en worden kleine specifieke rituelen met betrekking tot de jacht uitgevoerd. Ook worden hun jachtattributen en reisbenodigdheden daar opgeslagen en kunnen de jagers rusten na een lange reis waarop ze op een later tijdstip terug kunnen keren naar de tent van hun gezellin of gezin als hij die heeft. De jagerstent bevindt zich tegenover de grote tent van het opperhoofd aan de andere kant van de centrale vuurplaats met daarachter het mannenkamp voor de mannen die alleen wonen. Jongens vanaf 14 jaar die hun persoonlijke ceremonie achter de rug hebben wat hen tot man maakt mogen daar hun intrek nemen. En naast de tent van het   opperhoofd staan twee tenten naast elkaar die de sjamaan en de medicijnvrouw toebehoren vanwege hun verwantschap en nauwe samenwerking. Aan de andere kant van de tent van het opperhoofd woont de naaste familie, zijn dochters en een oudere zoon met hun gezinnen. Jagers wonen vanwege hun status relatief dicht bij de centrale vuurplaats en hoe minder status hoe verder van het kamp je tent staat, hoewel elk lid van de stam gewaardeerd word voor zijn of haar kwaliteiten en bijdrage. Daarnaast worden jong volwassenen gemotiveerd  om zich op te laten leiden in navolging van een ouder stamlid zodat vakkundigheid binnen het kampleven gewaarborgd blijft.

  
De jagers zijn grote gespierde en imposante mannen om te zien met een lange zwarte staart of vlecht. Floor en ik kijken hoe de mannen naderbij komen en onzeker van onze taak in het geheel staren we de mannen aan terwijl ze richting de jagerstent slenteren. Ze zijn met elkaar in gesprek en merken ons nauwelijks op tot een paar blauwe ogen fel in de mijne kijken. Van schrik doe ik een stap achteruit terwijl de blauwe ogen mijn aandacht vast houden breekt het zweet me uit, stroomt er teveel bloed naar mijn wangen, bonst mijn hart bijna uit mijn borst en sta ik te trillen op mijn benen. Mijn onderbuik gloeit op en mijn tepels reageren onder zijn blik waarop ik mijn armen over elkaar sla ter bescherming en afsluiting. Als hij ons passeert en zijn blik me eindelijk los laat, laat ik mijn ingehouden adem ontsnappen. Totaal van slag kijk ik Floor aan waarop we direct samen met snelle passen terug lopen naar de tent om ons terug te trekken en laten ons binnen op onze slaapmatten vallen. “Wie was dat Floor”, hijg ik opgelaten en ontdaan? “De jongste zoon van het opperhoofd Nien”, “wat gebeurde er in Godsnaam”? “Ik weet niet eens of ik het je uit kan leggen, maar mijn hele lichaam reageerde op hem, alsof we elkaar kennen, wat natuurlijk de grootste onzin is”, vervolgde ik. “Die ogen Floor, zag je die ogen ?” “Blauwe ogen in combinatie met een gebruinde huid en zwart haar, hoe bestaat het?” “Daarom heet hij ‘Yahto’ Nina, dat betekend blauw”. “Weet jij alles Floor, Jezus”! “Sorry, ik vloek doorgaans niet en al helemaal niet met deze termen, maar ik ben in de war van dit alles”…


Dat blanke meisje met haar bruine haar en grote groene ogen, ik ken haar, de weg van de Grote Geest ‘tunkasila’ is ondoorgrondelijk en ik had eerlijk moeten zijn tegen vader. Ik had hem moeten vertellen over mijn visioen op de ‘Waki Ya Berg’ met Sjamaan op de dag dat ik een man werd”.


Voor de tent maken we samen wat soep met de verzamelde groenten en kruiden van Floor. ‘Nara’, onze alleenstaande buurvrouw met een zoon van vijf en dochter van zes komt ons vertellen dat er vanavond een ritueel feest zal worden gehouden vanwege de terug keer van de jagers en de succesvolle jacht. De mannen zullen een dans uitvoeren om de Grote Geest te bedanken waarnaar iedereen mag dansen terwijl de sjamaan met de drum het ritme aangeeft. Ze verteld dat sommige mensen tijdens het dansen een visioen kunnen krijgen door de gespeelde ritmes van de sjamaan die het contact met de geestenwereld mogelijk maakt. Ze biedt ons feestelijke witte kleding aan en vlecht een deel van mijn lange bruine en nog vochtige haren schuin in zodat de rest los op mijn rug hangt. Ik kan het gevoel dat ik een avondje ga stappen niet onderdrukken en loop een uur later met Floor richting de centrale vuurplaats. Ik voel me lekker in deze nieuwe kleding, de witte leren strook die omgeknoopt dienst doet als bh is smaller als de bruine die ik eerder had gekregen en eleganter vast te strikken omdat de strook vlak boven mijn borsten al over gaat in en gevlochten veter. Ik heb een witte slip die net als mijn bruine aan weerskanten wordt vast gestrikt op de heupen en een wikkeljurk van licht soepel vallend leer dat mijn slanke postuur mooi uit laat komen door de brede met kralen versierde centuur.


Als we bij de centrale vuurplaats aankomen zie ik dat er een verse lading zand ligt in de cirkel waar in het midden zich de centrale vuurplaats bevind. Het strand blijkt redelijk dichtbij te zijn al ben ik er nog niet geweest. “Gaan de mannen echt om het vuur dansen Floor”, fluister ik vragend in haar richting. “Ja, dat denk ik wel ja, maar ik moet toegeven dat ik deze stam niet ken en de gebruiken kunnen verschillen van de dansen en rituelen die ik eerder heb gezien of over heb gelezen”. Dan zie ik voor het eerst sinds ons verblijf van ruim twee weken de sjamaan en het opperhoofd van de stam uit de grote tent komen en ik bekijk ze vanuit mijn ooghoeken om niet openlijk te staren. Het opperhoofd is groot met een krachtige uitstraling al is hij op leeftijd, wat te zien is aan zijn getekende gezicht en enigszins gebogen houding. Het is duidelijk een prachtige man geweest in zijn jongere jaren en goed te herkennen als vader van Yahto. De sjamaan daarin tegen is klein en rank van postuur, zijn ogen staan helder en hij draagt een drumtrommel aan een koord over zijn smalle schouder.


Als de zon zakt wordt het vuur wat hoger opgestookt en nemen de oudere mensen plaats rondom de vuurplaats op de boomstammen die dienst doen als bank en zo op de voorste rij zitten. Tussen de ouderen en het vuur ligt een breed rond pad van zand waar twee mannen gedroogd groen in het vuur gooien wat een aparte geur en wat rook verspreid. Floor fluistert dat het salie zou kunnen zijn om boze geesten of een andere vorm negativiteit te weren tijdens de dans. De geur is bijzonder sterk en kruidig als een bries het in mijn richting blaast, ik moet sowieso erg wennen aan de rokerige omgeving van het kamp vanwege de vele vuren die gestookt worden onder de kookpotten.             

De cirkel stroomt vol met stamleden en alleen één pad blijft vrij voor de jagers om bij de vuurplaats te kunnen komen. De sjamaan neemt op zijn knieën plaats op een groot leren kussen gevuld met gedroogd gras en begint te spelen. Hij bespeelt het met zijn handen aan de rand van de ronde platte trommel afgewisseld met een stok met een soort lappen prop wat een diepe bastoon maakt bij het aanslaan van de trommel. Naast hem staat een man met een instrument dat klikt als vele belletjes en een man met een fluit. Samen maken ze muziek waar ik stil van word en het raakt me in mijn diepste wezen als de sjamaan begint te zingen. Met mijn ogen gesloten neem ik de muziek in me op alsof ik mezelf ermee kan vullen.

Dan komen er zingende mannen stemmen bij en zie ik de jagers stuk voor stuk, een man of twintig vanuit de tent richting de vuurplaats lopen. Ze dragen allemaal een lendendoek, wat eigenlijk niet meer is dan een koord of centuur met daaraan voor en achter een lap. Ze dragen ook een jachtwapen in de zin van pijl en boog, speer, mes of bijl wat ik vermoed symbool staat voor de jacht. Hun grote, sterke en gespierde lichamen glanzen van zweet als ze de hitte van de tent achter zich laten en hun plaats in nemen om de vuurplaats. Ze lopen een aantal grote passen linksom en vervolgens rechtsom in een kring om het vuur, en elke keer komen er een aantal passen bij zodat ze langer linksom lopen en daarna even lang rechtsom. Als het ritme van de drum veranderd lopen de mannen stampend alleen nog rechtsom en ik kijk gefascineerd naar Yahto. Bij elke stap rollen de spieren onder zijn huid en af en toe vang ik een glimp op van een compact en perfect vormgegeven bil tot hij uit zicht verdwijnt en danst aan de andere kant van het vuur. De spanning in mijn lijf met betrekking tot Yahto neemt toe en maak me zorgen over de impact die hij klaarblijkelijk op me heeft. Terwijl ik mijn zorgen overpeins en mezelf bestook met vragen hou ik mijn ogen zo lang mogelijk op hem gericht. Dan voel ik een kleine warme hand op mijn arm en een beetje geschrokken, uit mijn overpeinzing getrokken zie ik ‘Imala’, de oude medicijnvrouw naast me staan. Ze biedt me een drinknap aan, gebaard me te drinken en fluistert iets in het oor van Floor. Als ik een grote slok neem vertrekt mijn gezicht van afgrijzen, dit is echt heel vies en kan mijn spontane gezichtsuitdrukking niet voor haar verbergen. Ze lacht naar me en ik heb even het gevoel dat het leedvermaak is tot Floor aangeeft dat het een kalmerend effect moet hebben, Imala had dus opgemerkt dat ik gespannen was.

Deel 2: http://www.xead.nl/erotisch-verhaal-de-indiaan-met-blauwe-ogen-deel-2

Liever een kort erotisch verhaal ? 

http://1-erotische-verhalen.plazilla.com/erotisch-verhaal-de-nieuwe-buurman-deel-1

http://1-erotische-verhalen.plazilla.com/erotisch-verhaal-onderhoudsbeurt-bij-de-fietsenmaker

http://1-erotische-verhalen.plazilla.com/erotisch-verhaal-mannen-mogen-jagen

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Jeetje wat kan jij schrijven zeg:) leuk
ga snel naar het vervolg!
@ Jack, dank je wel, een duim op goed vertrouwen vind ik ook een mooi compliment :).Verder is dit eerste deel een inleiding, dus denk dat je 'm gerust zou kunnen lezen. Maar ook alle recht om het te laten.
@ Neuffie, Taco en Marinus, bedankt voor de positieve reacties !
Een veelbelovend begin. Ik blijf het volgend. D
........mag geen erotische verhalen lezen van Lies! een duim op goed vetrouwen dan maar!
Ja ik les het vol verwachting...dan komt het vervolg ben benieuwd! Duim mooi opgebouwde spanning!
duim erbij voor je mooie verhaal.