Pas op voor de heks! Een voorleesverhaal

Door Nonnie gepubliceerd op Tuesday 21 May 16:57

258fae9caa8682df482a243e17a7640b.jpg

Thomas heeft een nieuwe bal, een rode met witte stippen. Blij loopt hij naar zijn buurjongen Pascal.
“Ik heb een nieuwe bal. Mooi, hè?”
Pascal is het er helemaal mee eens: het is een supermooie bal. Rood met witte stippen: het lijkt wel een paddenstoel, vindt hij.
“Ga je mee voetballen?” Daar hoeft Pascal niet lang over na te denken.
“Natuurlijk!” Hij grijpt zijn jas van de kapstok en samen lopen ze naar het trapveldje, dat er helemaal verlaten bij ligt. De meeste kinderen vinden het te koud om nu nog buiten te spelen.
De jongens schieten eerst over naar elkaar, maar al snel stappen ze over op een partijtje. Eén tegen één. Met hoofden bijna net zo rood zijn als de bal proberen ze langs elkaar heen te komen om een doelpunt te scoren.
“8-7!” roept Pascal, maar Thomas hoort hem niet. Als aan de grond genageld kijkt hij toe hoe de oude vrouw van nummer 16 langs het veldje schuifelt. Ze leunt zwaar op haar stok. Pascal gaat naast zijn vriendje staan.

 

Ze is een heks, hè!

“Ze is een heks, hè!” fluistert Thomas.
“Een heks?” vraagt zijn kameraadje met ogen zo groot als schoteltjes.
Met een ruk kijkt de oude vrouw op. Heeft ze Pascal gehoord? Scherpe kraaloogjes kijken het tweetal doordringend aan. De jongens voelen allebei een rilling langs hun rug gaan.
“Ssssst, stil nou toch!” sist Thomas zijn vriendje nerveus toe.
De oude vrouw bekijkt de bezwete ventjes aandachtig, draait zich om en loopt door.
“Hoe weet je nou dat ze een heks is?” dringt Pascal aan, als het vrouwtje buiten gehoorsafstand is.
“Nou, dat lijkt me nogal duidelijk. Ze heeft een dikke wrat op haar kin, loopt helemaal voorover gebogen en toevallig weet ik dat haar stok in werkelijkheid een bezemsteel is. Als niemand kijkt, stapt ze erop en vliegt hoog door de lucht, terwijl ze krijsende geluiden maakt. De meeste mensen denken dat het de vogels zijn die zo krijsen, maar wij weten wel beter.”
Samen kijken ze toe hoe de oude vrouw het krakende tuinhek voor het met klimop bedekte huis opent en weer krakend achter zich sluit. Daarna verdwijnt ze achter een hoge, dikke haag van struiken.
“Wij?” pakt Pascal de draad weer op.
“Mijn zus en ik. Wij hebben haar een keer bespied toen ze bezig was in de tuin. Op haar schouder zat een pikzwarte kater. De tuin stond helemaal vol met tuinkabouters, maar er was iets vreemds met die dwergjes. Het leken wel gewone mensen, die waren betoverd door de heks. Toen we zo tussen de struiken door stonden te gluren, was ze net bezig om alle kabouters rode puntmutsen op te zetten. Daarbij sprak ze zachtjes tegen de kabouters alsof ze haar echt konden verstaan. Wij konden niet horen, wat ze zei, maar het was vast erg grappig, want ze moest steeds heel hard lachen, een krijsende lach. We kregen er de kriebels van.
Opeens keek ze snuivend op alsof ze ons had geroken en toen ze ons door de struiken zag gluren, kwam ze dreigend op ons af. Ze riep: “Hé, wat moet dat daar?” Toen we die krassende stem hoorden, wisten we het zeker. Ze is een heks! We wisten niet hoe snel we ons uit de voeten moesten maken. Op dat moment begonnen allemaal vogels boven ons hoofd te schreeuwen. Een oorverdovend lawaai! We zijn direct naar huis gerend, zo hard als we maar konden.”
Pascal knikt begrijpend. Hij is onder de indruk van Thomas zijn avontuur en zucht: “Wil je nog verder voetballen… of durf je niet meer?” Uitdagend kijkt Pascal zijn vriendje aan. Thomas twijfelt. “Als we stoppen, heb ik gewonnen. Het is 8-7!” dringt Pascal aan. Thomas trekt zijn schouders op, zegt dan: “Oké, we gaan verder. Je hebt nog niet gewonnen, hoor!”

6541f378e1c5e92f45efed34837df594.jpg

Je hebt nog niet gewonnen, hoor!

Al snel zijn de jongens weer druk bezig met de bal en is de oude heks verdwenen naar de achtergrond. Ze zijn enorm aan elkaar gewaagd; als de één een doelpunt maakt, duurt het niet lang voordat het tegenpunt wordt gescoord. Ze joelen en lachen en vergeten de tijd. Als het een beetje schemerig wordt, maakt Pascal de gelijkmaker. Het is 83-83.
“Ik moet naar huis!” zegt Thomas. “Het begint al donker te worden.”
“Aaaaaaaah, nog één puntje”, smeekt Pascal. “Wie het volgende goal scoort, heeft gewonnen.”
“Oké, dan. Het laatste doelpunt. Daarna moet ik echt naar huis. Anders wordt mijn moeder boos.”
De jonge voetballers staan weer tegenover elkaar, allebei vast van plan het laatste punt te scoren. De bal rolt van de ene kant van het veld naar de andere kant, terwijl de jongens verbeten strijden om de overwinning. Dan krijgt Thomas de bal en passeert Pascal, maar van pure blijdschap struikelt hij en valt voorover. Pascal grijpt zijn kans en gaat er met de bal vandoor, maar wordt al snel getackeld door zijn vriendje, die bliksemsnel weer was opgekrabbeld. Nou niet meer struikelen, schiet het door Thomas heen. Pascal valt aan, maar Thomas is hem te snel af, haalt uit en geeft de bal een laatste, harde trap. Hoog vliegt de bal door de lucht. Ademloos kijken de jongens de bal na. Het is alsof de wind de bal extra vaart geeft. Hoog in de donkergrijze lucht lijkt het gekrijs van de vogels aan te zwellen. De bal suist door de lucht en vliegt over de heg van nummer 16, gevolgd door het gerinkel van glas. Geschrokken kijken ze elkaar aan. Is de bal nu uitgerekend bij de heks door de ruit gegaan?
“Oh, nee!” Thomas zijn kreet snijdt door de lucht. Verschrikt houden de vogels op met schetteren. Het is opeens akelig stil. De jongens kijken elkaar aan.
“Ga jij de bal halen?” Thomas wordt al bleek bij de gedachte. Natuurlijk wil hij zijn bal terug, maar hij durft niet. Hij kijkt er niet bepaald naar uit om de rest van zijn leven als tuinkabouter door te brengen in de tuin van de heks.
“Ik durf niet”, bekent Thomas kleintjes. “En jij?” hoopvol kijkt hij zijn vriend aan. “Durf jij aan te bellen?” Langzaam schudt Pascal zijn hoofd. “Kunnen we niet gewoon naar huis zonder bal?” oppert hij.
“Mijn vader vermoordt me!”
“Wat als je nou zegt dat we de bal per ongeluk in de bosjes hebben geschoten en niet meer konden terugvinden?” Thomas schudt moedeloos zijn hoofd. Hij vreest dat hij moet kiezen tussen de toorn van zijn vader of zijn verdere leven doorbrengen als kabouter in de tuin van de oude heks. Dan krijgt Pascal een idee. “Als we nou samen gaan…”
“Ja, da’s een goed idee!” vindt ook Thomas.
Op dat moment horen de jongens het tuinhekje piepend open gaan. Hun nekharen staan recht overeind. Dan krast een stem: “Is deze bal van jullie, jongens?” Langzaam draaien de jongens zich om. Daar staat de heks. Eén hand steunt op haar stok, in de andere houdt ze de voetbal in de lucht.
“Nee, mevrouw!” zegt Thomas beleefd. Daarna snel, maar een stuk zachter: “Ja, mevrouw!” Schuldig laat hij zijn hoofd hangen en wacht lijdzaam het moment af, dat de heks haar toverstaf tevoorschijn haalt om hem te straffen.
“Die verdomde bal is bij mij door de ruit gegaan”, vervolgt de stem. “Gelukkig was het het schuurtje maar.” Haar scherpe, onaangename lach vult de vroege avondlucht. Onzeker lachen de jongens mee.
“Dus u bent niet boos?” vraagt Pascal.
“Nou, voor deze keer zie ik het door de vingers”, zegt ze fronsend, “maar laat het niet nog een keer gebeuren, want dan bel ik bij je ouders aan voor de rekening, zowaar als ik Eucalypta heet.” Ze gooit de bal naar Thomas, die hem dankbaar vangt.
“Dank u wel, mevrouw. We zullen het nooit meer doen.” De jongens draaien zich om en rennen naar huis. Thomas houdt de bal stevig onder zijn arm geklemd. Hoog in de lucht krijsen de vogels.

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Terug naar mijn jeugd met Paulus de boskabouter mooi geschreven.
Pork de DUIM.
DRIMPELS.
Kinderen met een rijke fantasie. Fijn dat die er nog zijn.
Leuk verhaal.
Een rijke fantasie is nooit weg, lijkt me.
Dank voor het compliment!
Leuk!
Die bewaar ik voor mijn kleinzoon! Duim taco
Dat vind ik lief!
Laat je ook nog even weten wat hij ervan vond? Ben ik wel benieuwd naar.
Prachtig voorlees verhaal.
Dank je wel!