Noblesse oblige, een lenteverhaal

Door Nonnie gepubliceerd op Monday 25 March 16:27

9fa03067355294a7886e2a94f51a3bb3_1351004

In een wereld, niet eens zo ver van onze eigen wereld, leefden eens een lentekoning en een lentekoningin met hun zeven dochters, de lenteprinsessen. Ze luisterden naar namen als Dovenetel, Stinkende Gouwe, Lenteklokje, Impatiens, Speenkruid en Zoete Erwt. De jongste prinses heette Narcis. Ze was betoverend mooi met lang blond haar, een sierlijk lichaam en een levendig karakter. Haar lach klonk luider dan de lach van de andere prinsessen, haar tranen waren vochtiger en ze had een geheel eigen charme, waarmee ze al haar zussen om haar vinger wond. Narcis luisterde naar geen enkele naam.

Zeven lenteprinsessen

Een heerlijk leven hadden de prinsessen. Dagen, weken, maanden regen zich aaneen tot een eindeloos feest van dartelen, lachen en spelen, tot op een mooie winterdag plotseling een bijzonder geluid hun aandacht trok.
‘Whhhhhhooooooooooooooooheeeeeeeeehooooooooooheeeeee, lenteprinsessen. Dit is jullie vader. Willen jullie allemaal terugkomen naar het paleis? Ik wil jullie spreken.’ Het was alsof de wind de stem voortbracht en verspreidde naar alle uithoeken van het speelbos. Alle prinsessen raakten direct in grote staat van opwinding. Wat kon dit betekenen? Dovenetel begreep dat er iets aan de hand was en keek vragend naar Speenkruid. Zij haalde voor de gelegenheid haar duim uit de mond en gebaarde, dat ze allemaal naar het paleis terug moesten. Dovenetel knikte begrijpend en voegde zich bij haar zusjes. De prinsessen maakten zich klaar om gezamenlijk naar huis te vliegen. Allemaal, behalve Narcis. Zij was nog zo heerlijk aan het spelen boven de vijver.
‘Narcis, ga nou mee. We kunnen vader toch niet laten wachten.’ had Impatiens nog aangedrongen.
‘Oh, ga maar vast, ik kom er zo aan. Nog even deze dans afmaken’, kwam het luchtige antwoord. Impatiens stampvoette bijna van ongeduld en beet haar uiteindelijk toe: ‘Nou, bekijk het dan maar. Ik ga!’ en vloog weg, achter de anderen aan.
Als een volleerd kunstschaatser op het ijs bewoog Narcis zich waarbij ze haar eigen reflectie in de vijver nauwlettend volgde.
Oh, kijk eens hoe mooi mijn haar achter me aandanst als ik ronddraai, hoe vloeiend mijn bewegingen zijn. En als ik mijn linkerbeen hoog optil en mijn armen sierlijk op en neer beweeg, lijk ik wel een vogel. Zo kan ik wel uren doorgaan, deinend op het ritme van de wind.
Ze danste en danste en vergat de tijd volledig. Plotseling stak een ijskoude wervelwind op. Narcis verkleumde en kromp ineen en hoewel ze zich direct had vastgegrepen aan een rietstengel, bleek haar lichte gestalte niet opgewassen tegen de harde wind. Ze kon niet anders dan de rietstengel loslaten en terwijl ze huiswaarts werd geblazen, zag ze nog juist Cosmos, één van de prinsen, wegduiken achter een dikke eik.
‘Ik zag je wel, hoor, Cosmos!’ riep ze boos. Als antwoord hoorde ze slechts het ruisen van de wind, begeleid door een zachte, triomfantelijke lach. ‘Ik krijg je nog wel, mannetje,’ dacht ze terwijl ze haar nagels in de muis van haar hand drukte tot het pijn deed.


‘Zo, ben je daar eindelijk?’ snauwde Koning Ridderspoor. Alle hoofden draaiden in haar richting. Narcis kleurde licht, maar haalde vervolgens onverschillig haar schouders op.
‘Sorry, papa, ik was de tijd vergeten, dus je mag blij zijn dat ik toch nog ben gekomen!’ Iedereen hield van schrik de adem in toen de koning met een woedende blik in haar richting bulderde: ‘De tijd vergeten? Wil je wel je brutale mond houden en luisteren.’ De arme koning hapte naar adem, terwijl Koningin Forsythia hem met zachte hand kalmerend op zijn arm klopte. Dat hielp, want even later vervolgde de koning duidelijk rustiger: ‘Enfin, nu Narcis ons met haar aanwezigheid heeft vereerd, kunnen we eindelijk beginnen. Lieve kinderen… en Narcis’, de koning grinnikte even om zijn eigen grapje, ‘tot nu toe konden jullie spelen, dansen, zingen en plezier maken naar hartenlust in het grote speelbos, maar hier komt binnenkort een eind aan, want het is bijna lente en…noblesse oblige.’ Vragend keken zes paar ogen hun vader aan.
‘Wat bedoel je, papa?’ klonk de welluidende stem van Lenteklokje.
‘Lenteklokje, om de achttien jaar is het de eer aan ons koninkrijk om de lente in te luiden. Dit jaar is het weer onze beurt. Dat betekent dat jullie de rivier moeten oversteken naar de wereld van de mensen. De mensen zijn de winter beu en kijken reikhalzend uit naar het voorjaar. Dan verdrijft de zon de kou en het is jullie taak om ervoor te zorgen dat de natuur weer tot leven komt.’ De koning keek even rond en zag dat al zijn dochters aandachtig zaten te luisteren, zelfs de jongste, zij het met een verveelde uitdrukking op het gezicht.
‘Eenmaal in de mensenwereld aangekomen zullen jullie als eerste een grote kastanjeboom zien. Dit is de magische kastanje. Kijk omhoog en je ziet zeven baretten hangen aan de takken, voor elk van jullie één. Aan de binnenkant van de baret zit een schilderspalet met penseel. De baret zet je op en je gaat aan het werk.’
‘Werk, vader?’ Zoete Erwt keek de koning met grote, vragende ogen aan.
Koning Ridderspoor lachte om de reactie. ‘Ja, met het palet en penseel kleur je de lente in alle kleuren van de regenboog. Je hoeft een bloem alleen maar aan te raken met je penseel. Zo veranderen jullie samen de wereld in een kleurig schilderij. Pas dan kan de lente beginnen.

712844ab419a60ffec73553a2beefa50_1351004

 

Pas op voor de mensen!

 

Toen de koning zweeg, barstte een opgewonden gekakel los en ook Dovenetel werd met gebaren bijgepraat door Lenteklokje. Toen alle prinsessen wilden gaan, popelend om het lenteavontuur te beginnen, riep de koning ze nog even terug.
‘Nog één ding, lieve kinderen. Pas op voor de mensen. Zij mogen je niet zien, want als ze je zien, verander je ter plekke in lentestof en word je verspreid door de wind. Dan zul je nooit meer terugkeren naar ons koninkrijk. Dus pas goed op dat je onzichtbaar blijft. Ga nu maar gauw en ik wens jullie heel veel plezier met het brengen van de lente!’ Verbeeldde Narcis het zich of bleef papa’s waarschuwende blik wat langer op haar rusten? Narcis trok haar braafste gezicht en beantwoordde zijn strakke blik met een stralende glimlach. Op de een of andere manier kon het Koning Ridderspoor niet geruststellen.
‘Zo, dat viel mee.’ Met een zucht liet de koning zich op zijn troon vallen.
‘Je hebt het prima gedaan, hoor.’ Forsythia lachte haar man vriendelijk toe.
‘Alleen Narcis,’ zuchtte hij, ‘ze haalt me werkelijk het bloed onder de nagels vandaan.’
Forsythia knikte begrijpend.


‘Ja, ik maak me ook het meeste zorgen om haar, vooral omdat al onze meisjes zijn verloofd, behalve Narcis. Het is immers traditie dat alle lenteprinsessen trouwen op het grote bruiloftsfeest aan het eind van de lente, maar er is nog geen enkele prins om de hand komen vragen van Narcis,’ zuchtte de koningin.
‘Dovenetel is verloofd met Ratelpopulier. Ze passen uitstekend bij elkaar, vind je niet?’ Zonder zijn antwoord af te wachten, vervolgde Forsythia. Handig dat hij al van jongs af aan gebarentaal ‘spreekt’. En voor ons Lenteklokje luidt de huwelijksklok nu voor de derde keer. Na die twee nare scheidingen heeft ze eindelijk het geluk gevonden bij Fladderiep. Hij heeft zelfs afstand van de troon gedaan om met haar samen te zijn. Onze Stinkende Gouwe loopt op roze wolken sinds ze verloofd is met de immer verkouden Nieskruid. En Boksdoorn en Impatiens zijn een gezellig, tamelijk explosief stel. Voor Speenkruid is de vaderlijke Berendruif perfect; ze zijn zo schattig samen. De grootste verrassing komt toch wel van  Zoete Erwt. Zij heeft de ware liefde gevonden bij prinses Madelief, die nu al speels door de zussen ‘de prinses op de erwt’ wordt genoemd.’ Forsythia’s parelende lach schalde door de ruimte en haar echtgenoot gniffelde goedmoedig mee tot Forsythia’s lach opeens abrupt stopte en ze verdrietig vervolgde: ‘Maar er heeft zich helemaal niemand aangemeld die het aandurft met die eigenwijze spinnenkop van ons. Hoe moet dat nu toch, Ridderspoor?’
De koning sloeg een troostende arm om de schouders van zijn lieve vrouw.
‘Ik zal wel met de zomerkoning gaan praten. Het komt allemaal goed met Narcis. Dat beloof ik je.’

 

Narcis gaat naar de mensenwereld

Narcis zat helemaal alleen aan de rand van het speelbos bij de oever van de rivier. Haar zussen waren allang vertrokken naar de mensenwereld, maar Narcis draalde nog een beetje. Eigenlijk wilde ze helemaal niet werken. Waarom kon ze nou niet voor altijd blijven spelen? Ingespannen tuurde ze over de rivier in een poging een glimp op te vangen van die mysterieuze mensenwereld, maar de overkant was gehuld in een dichte mist.
‘Hé Spinnenkop, wat doe jij hier nog?’
Narcis draaide zich om.
‘Mama,… ik… ik wil nog even hier blijven in het speelbos.’
‘Maar meisje, dat kan echt niet. Weet je wat het betekent voor de mensen als jij niet aan de slag gaat?’
‘Wat kan mij nou die mensen schelen.’ mopperde Narcis opstandig. ‘Ze mogen ons niet eens zien. Wie weet wat voor griezels het zijn! En daar moet ik dan voor werken?’ Forsythia moest glimlachen om haar rebelse dochter, maar onderdrukte het snel, voordat Narcis het zou merken.
‘Lieverd, als jij jouw taken niet vervult in de wereld, blijft een deel van de wereld verstoken van de lente. En dat kan toch niet! Iedereen heeft schoon genoeg van de winter. Het is tijd voor het voorjaar, de vogels moeten weer gaan zingen en de bloemen bloeien. Er komt weer kleur in de wereld. En zo hoort het ook.’
‘Nou mam, ik zal erover nadenken of dit is wat ik wil doen met mijn leven, maar ondertussen speel ik nog even verder. Goed?’ kwam de spinnenkop haar moeder schoorvoetend tegemoet. Forsythia haalde zuchtend haar schouders op.
‘Wacht er in elk geval niet te lang mee. Het is al bijna april en de tijd begint te dringen.’
‘Nee, mam, ik beloof je dat ik heel snel zal nadenken.’
Alleen spelen was toch wel saai, vond Narcis. Op een smalle boomstronk zat ze uit te rusten, toen ze vlakbij een takje hoorde kraken. Ze keek verschrikt op en zag Cosmos staan, nonchalant met één been op de andere kant van de boomstronk. Voordat hij kon beginnen over haar aanwezigheid aan de verkeerde kant van de rivier, zette ze maar meteen de verdediging in.
‘Ja, ik weet het. Ik ben nog hier, maar ik heb niet zo’n haast om te werken, hoor, ik ben nog zo jong!’
‘Hahaha,’ lachte hij, ‘Geen haast! Je durft gewoon niet!’
‘Natuurlijk wel, maar misschien wil ik gewoon nog even wachten. Mijn vleugels zijn nog niet zo sterk. Straks haperen ze en dan val ik in de rivier.’
‘Zie je wel. Je bent gewoon bang.’
‘Denk je soms dat ik daar in trap, dat ik me laat uitdagen? Vergeet het maar, echt niet.’
‘Voor mij hoeft het anders niet, hoor. Ik vind het wel gezellig dat je hier in het speelbos blijft. Tenslotte ben je mijn favoriete prinses.’
‘Oh, echt?’ Blij verrast keek Narcis hem aan.
‘Ja, om te pesten!’ Op datzelfde moment tilde Cosmos zijn voet op en liet zijn been met kracht op de andere kant van de boomstam neerkomen, waardoor Narcis werd gelanceerd. Haar lichte gestalte vloog over de rivier. In haar vlucht draaide ze zich woest naar Cosmos om.
‘Wat doe je nou? Ik zei toch, ik ben nog niet zover.’ schreeuwde ze hem toe. Cosmos zwaaide alleen met zijn arm.
‘Dag, schat. Werkze en veel plezier, hè.’

6971145c9f1d5feb9e87e9b6f08be23a_1351004

Zei hij nou schat tegen haar?

Ja, nou was ze toch al onderweg. Nu ze was gedwongen om a te zeggen, moest ze ook maar b zeggen. Ze zou haar verantwoordelijkheid nemen. Had ze dat trouwens goed verstaan? Zei hij nou ‘schat’?
Narcis merkte nog net op tijd dat ze hoogte verloor en bijna het water raakte, dus ze begon als een bezetene met haar vleugels te flapperen. Oef, dat scheelde niet veel. Ze vloog en vloog tot ze bij de oever van de mensenwereld aankwam. Daar vond ze direct de magische boom, precies zoals papa had gezegd. Er hing nog één eenzaam baretje aan een kale tak. Narcis pakte de baret, zette hem op en inspecteerde nog even in de weerspiegeling van het water of het niet raar stond. Vervolgens pakte ze haar palet en penseel en ging aan het werk. IJverig als een duizend-en-één-dingendoekje zwaaide ze met haar penseel. Ze werkte hard om haar achterstand in te halen en tot haar eigen verbazing kreeg ze er steeds meer plezier in.

Tot ziens winter, hallo lente

‘Ik haat de winter! Bah, sneeuw, ijs en viezigheid. En dan die verschrikkelijke kou, brrrrr. En alles is zo saai, grijs, kleurloos. Waarom duurt deze winter zo lang? Binnenkort is het april, maar daar merken we nog weinig van. Het lijkt verdorie wel hartje winter. Die dikke winterjas ben ik zo langzamerhand ook beu. Ik wil lente! Waar blijft de lente?’
‘Zit toch niet zo te mopperen, Bart. Die lente komt heus wel, een beetje laat misschien, daar heb je gelijk in, maar het kan niet anders of vandaag of morgen begint de lente. Heb geduld. En zit me alsjeblieft niet zo stom uit te lachen.’
‘Lachen? Hoe kom je erbij? Ik lachte helemaal niet. Daar ben ik echt niet voor in de stemming, met deze lange rotwinter. Elke dag word ik chagrijniger. Dus beschuldig me niet van lachen, want ik weet niet eens meer hoe dat moet. Hahaha. Zoiets?’
‘Oké, je hebt me overtuigd, boer met kiespijn. Jij was het niet. Het klonk heel anders. Heel vrolijk en zacht als een belletje. Trouwens, heb je gezien hoe onze forsythia uitbundig in bloei staat en die krokusjes, stonden die er net ook al? Wat vreemd, ik knipper even met mijn ogen en onze hele tuin is gehuld in lentetooi, wat een explosie van kleur. Net was het nog winter en nu… Snap jij het?...En nou hoor ik weer dat lachje. Waar komt dat geluid toch vandaan? Hé, wat was dat? Daar onder dat blaadje, daar zag ik iets bewegen…’ Miranda bukte zich om het blaadje op te pakken.
Narcis verstijfde helemaal onder het blad, hield haar adem in. Vlug, ze moet iets bedenken. Anders zien die mensen haar. Dat mag niet gebeuren. Als ze nu onder het blad vandaan kruipt, zien ze haar zeker. Ze kan geen kant op. Misschien als ze zich vastklampt aan de randen. Dan tillen ze haar op met blad en al en als ze geluk heeft, zien ze haar niet. Vluchten kan in elk geval niet meer. Ze kon de warmte van de naderende hand al voelen. Nog even en dan zou ze worden opgetild. Narcis sloot haar ogen stijf dicht en klampte zich als een drenkeling vast aan het blad, terwijl ze zich in gedachten al uit elkaar voelde vallen en verkruimelen tot lentestof. Op dat moment stak een koude wind op die het blaadje naar de andere kant van de tuin blies, waar het zachtjes landde achter een struik. Ze slaakte een zucht van verlichting, maar dat was van korte duur, want vrijwel direct voelde ze een plotselinge beweging achter zich. Ze wilde gillen, maar een hand werd razendsnel voor haar mond geschoven.
‘Ssssst, stil nou!’ fluisterde een stem.
‘Cosmos?’ Ongelovig draaide Narcis zich naar hem om. Cosmos gebaarde met zijn vinger voor zijn mond dat ze stil moest zijn.
‘Oh, nou is het weggewaaid. Nou ja, in elk geval ben ik blij dat de lente nu echt is begonnen. Ik heb opeens een geweldig idee, Bart: zullen we vanmiddag de tuin eens onder handen nemen? Ik heb er echt zin in. Heerlijke lentekriebels!’
‘Pfff, dank je wel, Cosmos,’ fluisterde Narcis, ‘dat scheelde niet veel. Bijna hadden die mensen me gezien. Ik moest ook zo lachen, kon ik absoluut niks aan doen.’
‘Ik dacht al dat je in de problemen zou raken, dus heb ik besloten een oogje in het zeil te houden. Iemand moet toch op jou passen, want anders loopt het helemaal uit de hand. Dat heb ik allang door.’ En weer klonk heel zacht het ondeugende belletje, maar ditmaal hoorden Bart en Miranda niks. Ze waren druk bezig om plannen te maken voor de tuin.

f8cb83cd212b25a8cf6c715e023d7efd_1351005

De grote lentebruiloft

‘Geachte aanwezigen, vandaag is een bijzondere dag. Niet alleen vieren we samen de afsluiting van de lente, maar vandaag is ook de dag dat alle lenteprinsessen in het huwelijk treden met hun geliefden.’ Vanuit de paleiszaal steeg een oorverdovend applaus op. ‘Zeven bruidsparen zullen elkaar zo het ja-woord geven.’ Narcis trok haar vader aan zijn mouw en fluisterde in zijn oor: ‘Maar papa, ik ben toch niet verloofd. Aan wie moet ik dan het ja-woord geven?’ Ridderspoor rechtte trots zijn rug en keek Narcis geruststellend aan.
‘Jawel, lieve dochter. Dat heb ik voor je geregeld. De zomerkoning heeft om jouw hand gevraagd en ik heb namens jou geaccepteerd.’
‘De zomerkoning?’ tierde Narcis. Stoom kwam uit haar oren.
‘Ik ga toch niet trouwen met die stokoude man met die aardbeineus? Ik hou helemaal niet van hem. Papa, dat kun je me niet aandoen! Ik loop weg, hoor, dat beloof ik je. Wat denk je wel? Ik word doodongelukkig met hem…Papa?’
Narcis zag de grijns op haar vaders gezicht en realiseerde zich dat ze was beetgenomen.
‘Grapje!’, Ridderspoor grijnsde van oor tot oor.
‘Oooooooh’, Narcis stompte hem bestraffend tegen zijn arm.
‘Maar’, ging Ridderspoor verder, ‘er heeft zich wel een dapper jongmens aangemeld, die me officieel om jouw hand heeft gevraagd.’ Zijn jongste dochter stond inmiddels bijna op en neer te springen van nieuwsgierigheid.
‘Oh, ja? Wie, wie, wie, papa?’ Op dat moment deed koning Ridderspoor een stapje naar achter en als uit het niets kwam prins Cosmos tevoorschijn. Hij ging op zijn knieën voor Narcis, maar voordat hij ook maar één woord had kunnen uitbrengen, riep Narcis: ‘Ja, ik wil!’ en viel hem om de hals, waardoor ze samen omrolden. Ridderspoor en Forsythia keken glimlachend en met verdacht vochtige ogen toe. Ook de andere aanwezigen moesten lachen en er werd enthousiast geapplaudisseerd.
En zo geschiedde. Acht bruiden en zes gommen werden vol overtuiging in de echt verenigd en het hele koninkrijk vierde feest.
En daar in die wereld, niet eens zo ver van onze eigen wereld, leefden ze nog lang en gelukkig.

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gefeliciteerd 100 e met een mooi sprookje! Duim Taco
Merci, Taco.
Van harte meid... lieflijk, met een aardige londeraag en goed gevonden ook. Kan er zo mooie illustraties bij bedenken...
Ik ben benieuwd naar die illustraties, vind het wel een lief compliment.
Awwhh, wat een lief sprookje! Zonde dat er nooit een uitslag is gekomen op die schrijfwedstrijd, want dit was zeker een goede kanshebber geweest!
Misschien wel, misschien niet. We zullen het nooit weten. Dank voor jouw lieve reactie.
Heel goed bedacht, erg leuk om te lezen. En je 100e, nog van harte met deze mijlpaal op Plazilla!
Hartelijk dank voor alle complimenten, Asmay.
Een mooi en vrolijk sprrokje.
Ik kan bijna de lente voelen. Zo helder en duidelijk heb je het beschreven.
Het enige wat me stoort, was de plotse omslag. Eerst mocht Narcis hem niet, en daarna trouwde ze met hem. Ik vond dat het wat langer mocht duren.
Maar verder is het een goed sprookje, uitstekend voor een schrijfwedstrijd. jammer dat de hond het opgegeten had. ;)
De namen zijn leuk bedacht, trouwens!
Niets wispelturiger dan een lenteprinses.