Zeg ken jij de mosselman? Ja, die uit Scheveningen

Door Yrsa gepubliceerd op Saturday 25 January 17:38

Ken je ze nog? Die oude kinderliedjes die nergens over lijken te gaan? De witte en zwarte zwanen - het meisje dat loos was?

Wie kent ze niet? Die oude kinderliedjes waar je soms over de tekst na zit te denken, maar jaren na dato nog altijd niet begrijpt waar het liedje over gaat of wat het kennen van de mosselman toevoegt aan de algemene ontwikkeling van het kind. Dat deze goede man in Scheveningen woont is een ieder nu wel bekend.

 

Zeg ken jij de mosselman?


Zeg ken jij de mosselman
De mosselman
De mosselman
Zeg ken jij de mosselman
Die woont in Scheveningen

Ja ik ken de mosselman,
De mosselman
De mosselman
Ja ik ken de mosselman
Die woont in Scheveningen

Samen kennen we de mosselman
De mosselman
De mosselman
Samen kennen we de mosselman
Die woont in Scheveningen

 


Omdat bewegen goed  is en de geur van de zee hem voedt met herinneringen, is Harm dagelijks op de boulevard in Scheveningen te vinden. Een wandeling die met de dag steeds moeilijker wordt. Immers, zijn ledematen doen pijn en zijn benen willen niet altijd meer wat hij wil. Toch dwingt hij zichzelf die wandeling te maken, omdat hij van thuiszitten niet vrolijker zal worden.

Elke dag neemt hij, na een bezoekje aan de mosselenkraam plaats op hetzelfde bankje. Het bankje precies voor de zee, met achter zich de boulevard en de vele mensen die net als hij genieten van al het mooie om hen heen en misschien ook wel de winkeltjes.
Het geroezemoes van de mensen op de boulevard wordt overstemd door het geruis van de soms woeste zee met zijn golven en bijna als automatisch ziet hij zichzelf weer in zijn jongere jaren. De tijd waarin hij onbevangen over het strand gerend had met Spike de hond.  Waarin hij avonturen beleefd had als zogenaamde strandjutter met zijn vrienden. Vele dingen hadden ze gevonden. Het was ongelooflijk wat allemaal wel niet aanspoelde op het strand.

Die tijd ligt achter hem. Nu is hij oud. Te oud om te rennen of zelfs maar een minuut of vijf door het mulle zand te lopen. De stabiliteit is er gewoon niet meer. Het hoeft ook niet, want altijd als hij komt zijn het eerst de mosselen die hij koopt voor hij gaat zitten op het bankje om daar weg te dromen in dat wat hij had en niemand hem ooit meer af zal nemen.

Hij is de mosselman. De mosselman van Scheveningen. Niet omdat hij mosselen ving, maar wel om zijn dagelijkse portie mosselen die hij eet op het bankje voor die grote, woeste zee - die neemt en geeft.

 

Witte zwanen - zwarte zwanen

Witte zwanen - Zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen!
Wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engelland is gesloten
De sleutel is gebroken
Is er dan geen timmerman
Die de sleutel maken kan?

Laat doorgaan
Laat doorgaan
Wie achter is moet voorgaan!

 

Lang geleden, toen er nog geen dagelijkse tochten van en naar Engeland waren, was het Aaron die met zijn boot mensen over wilde zetten. Omdat hij de enige was die dat durfde vroeg hij veel geld voor die overtocht.
De mensen noemde hem dikwijls ''de zwarte zwaan.''  Niet omdat er van hem verwacht werd dat hij ooit een prachtig mens worden zou, maar puur omdat hij op het water anders was dan iedereen hem zien wilde.

De witte zwanen waren zij, die over wilde. Die meer van de wereld zien wilde en dus dat bedrag maar aan de zwarte zwaan gaven. Hoe anders konden zij in Engeland komen?

Aaron was niet aardig. Aaron was gek op het geld dat hij ontving en door dat vele geld werd hij steeds onaardiger omdat hij dacht daarmee macht gekregen te hebben. Macht over die witte zwanen die met hem de draak staken en macht over iets dat zij wilden.
Hij bedacht daarom een sluw plan.
Een heel sluw plan.

''Tot hier en niet verder''' sloeg hij opeens zijn anker overboord. Vele kilometers voor Engeland.
''WAT?''  Vol ongeloof keken de witte zwanen hem aan.
''Je kunt ons hier niet uit laten stappen''  riep één van hen boos.
''Ik zal wel motte''  gromde Aaron, de zwarte zwaan, ''Engeland is gesloten en de sleutel is gebroken.''
''Gesloten? Hoe kan Engeland nu gesloten zijn en waar heb je een sleutel voor nodig?''
''Je wit ok niks gij''  snoof Aaron, ''ut kost mi ok duuten om jullie aan land te kriegen en die he'k nie.''

Hij speelde het spel vals, maar de witte zwanen doorzagen zijn plannetje.
''Ouwe gek - niks Engeland is gesloten. Laat doorgaan!''
De zwarte zwaan werd van zijn plaats geduwd en enkele mannen trokken het anker weer binnen.
De zwarte zwaan protesteerde, maar zijn passagiers hadden zich nu tegen hem opgezet en leken nu alle ouwe koeien uit de sloot te halen van de overtochten waarin hij hen al had uitgebuit.
''Hier jij mag voorgaan - om te kijken of Engeland echt op slot is. Ik ben timmerman en de sleutel is weer gemaakt heur!''

En daar in de koude zee spartelde Aaron - als zwarte zwaan, naast zijn eigen boot.

 


Daar was laatst een meisje loos

 


Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen
Die wou gaan varen
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen als lichtmatroos

Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen
Maken de zeilen
Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen met touwtjes vast

Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen
Sloegen de zeilen
Maar door storm en tegenweer
Sloegen de zeilen van bovenaf neer

Zij moest komen in de kajuit
Kreeg een pak ransel
Kreeg een pak ransel
Zij moest komen in de kajuit
Kreeg en pak ransel en toen kwam het uit


Ach kapteintje sla mij niet
Ik ben uw liefste
Ik ben uw liefste
Ach kapteintje sla mij niet
Ik ben uw liefste zoals u ziet


Het leven als loos meisje was hard, dat wist het meisje als geen ander. Er was niemand die naar haar omkeek. Toch wilde ze niet terechtkomen in een weeshuis, want daar zou alle vrijheid haar afgenomen worden voor een beetje eten wat ze op straat ook wel vinden kon.
Het was alleen geen leven dat vol te houden was. Jaar na jaar na jaar. Om die reden sprak ze een kapitein aan van een boot die net voor anker was gelegd en bood haar haar diensten aan.
''Ik kan een prima hulp zijn''  probeerde ze hem te overtuigen, zonder daar al teveel gesmeek in door te laten klinken.
De kapitein keek haar minzaam aan en het was overduidelijk dat hij in haar geen hulp zag.
''Ik weet dat ik klein ben - maar zie het als voordeel. Ik kan overal bij en kan klimmen als de beste.''
Ze keek naar de grote mast.
''Het zou wel handig zijn'' mengde een baardige matroos zich in het gesprek, ''Tjoris is ziek en bovendien nog zo lomp als een nijlpaard ook.''

Het was Pier die de kapitein zijn keuze liet maken en het meisje was dolblij met het onderdak dat ze kreeg. Welliswaar moest ze daar best wel wat voor doen, maar dat maakte dat de dag een stuk korter duurde.

Met de bemanning en ook de kapitien kon ze het goed vinden. Ze prezen haar handigheid en zij op haar beurt keek op naar die grote mannen met baarden. De echte zeebonken.
Toch kon het er op tijden hard aan toe gaan. Vooral wanneer de wind zijn grip op de boot wilde krijgen en er geen tijd was voor een gezellig praatje.
Er werd dan geschreeuwd en verwacht dat alle taken zo uitgevoerd werden dat ze er ongehavend uitkwamen.

Maar hoe woest en boos kon een storm zijn. Het meisje had wel eens sterke winden meegemaakt. Regen bovendien, maar de storm die er nu stond kende ze niet en vreesde ze.
Haar lichtheid en handigheid had haar al die weken in enkele minuten bovenin de mast gebracht, maar nu was ze een speelbal voor die storm geworden.

Ze was geen opgever en moedig als ze was klom ze. Klom ze hoger en hoger tot ze uitgeblust bij de zeilen aankwam.
De regen tikte woedend op haar schouders en de wind blies haar bijna naar benee, maar ze moest de taak volbrengen. Ze moest!
Vol inspanning en taakgerichtheid begon ze aan de zeilen. De zeilen die nodig waren om er goed uit te komen. Dezelfde zeilen waarmee de wind speelde en waar zij totaal geen grip op krijgen kon.
Van beneden hoorde ze geroep, maar kijken durfde ze niet, omdat ze al haar krachten nodig had voor die zeilen.
Zonder resultaat. De zeilen sloegen neer en niets dat daar nog verandering in brengen kon.

De kapitein was woest. Zo woest dat hij haar wilde slaan.
''Je was toch zo handig?'' verweet hij haar, ''hoe kun je daarin nu falen?''
''De wind''  piepte ze, ''het was de wind. Ze was te sterk voor mij. Toe sla me niet. Ik was toch u liefste?''
Ze nam een gezichtsuitdrukking aan waarvan ze inmiddels wel wist dat die mannen met baarden dat niet konden weerstaan en waarmee zij ze allemaal om haar kleine vinger winden kon.

De glimlach van de kapitein liet zien dat ook hij daar gevoelig voor was.

©Yrsa

 

Al die willen te kaap'ren varen

 


Al die willen te kaap'ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee

 

* voor de juiste songteksten gekeken op  www.kinderliedjes.info

 

Lees ook: Er zat een klein zigeunermeisje

 

 

Reacties (27) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Eindelijk de eerste gevonden. Gappig hoe je der je eigen draai aan geeft ;) Wel jammer geen verhaal bij "Al die willen te kaap'ren varen" lijkt me wel iets mee te doen. VB Korneel die eigenlijk Cornelia is, het liefje van Pier. En vermomd als man mee gaat varen :)
thnxxx voor je reactie interjos.
Leuke liedjes en goed geschreven, een duim heb je verdiend !
soms kun je opeens geraakt worden ja.
sterkte.
bedankt voor je reactie!
Bij 't liedje Daar was laatst een meisje loos kreeg ik ff een brok in m'n keel en ik voel de tranen branden achter m'n ogen branden. Het heeft niets met jouw prachtige artikel te maken. Ships... de tranen lopen nu...... Dat was een van de liedjes die mijn oma zo graag zong.
heerlijk die oude liedjes( met een bijzondere verklaring)
dank je wel!