Consumentenprijsindex (CPI) en inflatie: betekenis, verschil en relatie.

Door Thijs-Wetemans gepubliceerd op Saturday 25 May 23:12

2990703332d7d4358eebadfef191c689.jpgWat is de betekenis van de consumentenprijsindex (CPI) en inflatie? Of het verschil en relatie tussen de consumentenprijsindex (CPI) en inflatie? Hier lees je de eenvoudige uitleg, achtergrond en toepassing van deze twee economische termen. Ik licht alvast een tipje van de sluier op: het uitrekenen van de inflatie gaat niet zonder de berekening van de consumentenprijsindex. De CPI heb je eerst nodig om de inflatie of deflatie met een formule uit te kunnen rekenen. Hier lees je hoe dat in z'n werk gaat.

 

Consumentenprijsindex (CPI)

Het woordje index verklaart al veel: een indexcijfer is een getal om iets te vergelijken met het basiscijfer 100. In het geval van de CPI wordt elke maand de waarde (of de kosten, de consumentenprijs) van een vastgesteld mandje goederen en diensten bekeken. Deze waarde wordt dan vergeleken met het basisjaar 2006 dat op 100 staat. Het mandje van ruim 1300 goederen en diensten hadden dus in 2006 een bepaalde waarde die naar 100 werd omgerekend. Overigens: om de zoveel jaar wordt het basisjaar verlegd naar een recenter basisjaar, de basisverlegging (1). In april 2013 stelde het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) de omgerekende waarde van het mandje vast op het indexcijfer 114,97.

11e3fd0521feac5d18bc90bde81de12f.jpg

Formule voor inflatie

Nu we de CPI van april 2013 weten, kunnen we ook de inflatie uitrekenen. Hiervoor heb je het indexcijfer van een jaar eerder nodig. In april 2012 stelde het CBS dit cijfer vast op 112,06. Met een eenvoudige formule kunnen we nu gemakkelijk het inflatiecijfer uitrekenen:

(huidig cijfer - vorig jaar cijfer) / vorig jaar cijfer = uitkomst x 100 = inflatiepercentage

(114,97 - 112,06) / 112,06 = 0,0259682 vermenigvuldigd met 100 = 2,6% (afgerond)

Simpel gezegd: het pakketje goederen en diensten kostte in april vorig jaar 100 euro en nu 102, 60 euro.

14796d099f3e5215172fe0d57db8019a.jpg

Betekenis inflatie

Hoewel we eigenlijk met inflatie de toename (to inflate, het opblazen) van de geldhoeveelheid bedoelen, wordt er tegenwoordig alleen nog maar de stijging van het algemeen prijspeil mee aangeduid. In beide gevallen echter daalt de waarde van geld indien we te maken hebben met inflatie. Je kunt ook stellen dat de koopkracht daalt bij inflatie: als de waarde van geld daalt heb je steeds meer nodig om hetzelfde product te kunnen kopen en dus is je koopkracht gedaald.

 

0cbf19802480c97829c15ea1a72cc0c6.jpgDeflatie is ook mogelijk

Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie: het mandje van goederen en diensten ter berekening van de consumentenprijsindex is goedkoper geworden ten opzichte van een jaar eerder. Fijn, zul je denken maar Centrale Banken zien dit anders: als goederen en diensten goedkoper worden, gaan consumenten hun uitgaven uitstellen want misschien is het de volgende maand nog iets goedkoper. Hierdoor zal de economie stagneren en mogelijk zelfs krimpen. In de praktijk kan dit echter meevallen, kijk maar naar Japan. Daar is een lage werkloosheid en zijn de winkelstraten vol. Een inflatie van 2 tot 3 procent wordt door Centrale Banken als acceptabel beschouwd. Maar alleen als de lonen meestijgen, blijft de koopkracht dan gelijk.

 

Toepassing van het inflatiecijfer

De overheid, bedrijven en vakbonden houden het inflatiepercentage heel goed in de gaten. Het mag niet te hoog of te laag worden. Een stijgende inflatie kan doorslaan naar hyperinflatie en een dalende inflatie kan leiden tot deflatie. Centrale Banken kunnen en zullen de inflatie beïnvloeden door het rentetarief aan te passen. Vakbonden zullen een loonsverhoging eisen bij CAO-onderhandelingen maar bedrijven willen natuurlijk de loonkosten zo weinig mogelijk laten stijgen. Belastingen, heffingen en toeslagen worden soms aangepast aan de prijsinflatie; de inflatiecorrectie.

 

6949f81575c2fd9b7492baeaf49d65b1.jpgManipulatie en trucs

Dat het basisjaar regelmatig wordt verlegd, is enerzijds logisch maar anderzijds verlies je zo wel het overzicht van inflatie op de lange termijn. Indien we de huidige CPI zouden vergelijken met de CPI van april 1970, zouden we schrikken van het inflatiepercentage en de mate waarin ons geld  minder waard wordt. Ook wordt het mandje of de wegingsfactor van goederen en diensten jaarlijks aangepast waarbij manipulatie op de loer ligt: bij een fors stijgende olieprijs kan men besluiten om de weging van energie te verlagen, bijvoorbeeld, waardoor de stijgende energieprijzen minder zwaar doorwegen in het uiteindelijke inflatiecijfer. Sommige Amerikanen noemen de CPI dan ook de CPlies. Ook zijn er verschillende neven-indexen (mandjes) waardoor er verschillende inflatiecijfers ontstaan en beleidsmaker kunnen juist die inflatiecijfers gebruiken, die hen op een bepaald moment het beste uitkomen. Blijf steeds op je hoede!

 

In  van Edin Mujagic lees je meer over de rol van de Centrale Banken bij de waardevermindering van ons geld.

25 mei 2013, Thijs.

(1) Vanaf 2016 is 2015 het nieuwe basisjaar, dus 2015 = 100.

 

Updates INFLATIE (jaarbasis):

  • 2,8% - mei 2013
  • 2,9% - juni 2013
  • 3,1% - juli 2013
  • 2,8% - augustus 2013
  • 2,4% - september 2013
  • 1,6% - oktober 2013
  • 1,5% - november 2013
  • 1,7% - december 2013 (2,53% gemiddelde inflatie Nederland 2013)
  • 1,4% - januari 2014
  • 1,1% - februari 2014
  • 0,8% - maart 2014
  • 1,2% - april 2014
  • 0,8% - mei 2014
  • 0,9% - juni 2014
  • 0,9% - juli 2014
  • 1,0% - augustus 2014
  • 0,9% - september 2014
  • 1,1% - oktober 2014
  • 1,0% - november 2014
  • 0,7% - december 2014 (0,98% gemiddelde inflatie Nederland 2014)
  • 0,0% - januari 2015
  • 0,2% - februari 2015
  • 0,4% - maart 2015
  • 0,6% - april 2015
  • 1,1% - mei 2015
  • 1,0% - juni 2015
  • 1,0% - juli 2015
  • 0,8% - augustus 2015
  • 0,6% - september 2015
  • 0,6% - oktober 2015
  • 0,7% - november 2015
  • 0,7% - december 2015 (0,64% gemiddelde inflatie Nederland 2015)
  • 0,6% - januari 2016
  • 0,6% - februari 2016
  • 0,6% - maart 2016
  • 0,0% - april 2016
  • 0,0% - mei 2016
  • 0,0% - juni 2016
  • -0,3% - juli 2016
  • 0,2% - augustus 2016
  • 0,1% - september 2016
  • 0,4% - oktober 2016
  • 0,6% - november 2016
  • 1,0% - december 2016 (0,32% gemiddelde inflatie Nederland 2016)
  • 1,7% - januari 2017

Hier vind je mijn andere artikelen.

© Thijs Wetemans 2013 (voor ieder gebruik van de tekst van dit artikel is toestemming nodig zoals beschreven op http://www.auteursrecht.nl/auteursrecht/22090/ )

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Eindelijk een beetje begrepen.
Goed en duidelijk stuk, ook voor de beginner.
Evengoed rijst er een vraagt bij het lezen. Nu is het duidelijk dat de samenstelling van het "mandje" en dus de vastgestelde inflatie zeer afhankelijk is van een stelletje aannames. Zo had (heeft?) het CBS ook een tool waarmee burgers voor hun specifieke uitgavenpatroon de inflatie kunnen berekenen.
Op zich allemaal logisch. Maar hoe zit het eigenlijk internationaal? De hamburgerindex is altijd leuk en, zou je zeggen, goed te vergelijken omdat het maar één ding betreft, maar tegelijkertijd dus ook erg beperkt. Maar in breder verband: hoe zit dat dan? Is het "mandje" bij de verschillende Europese landen bijvoorbeeld hetzelfde (zou onzin zijn), of aangepast op het uitgavenpatroon van de gemiddelde consument (logischer, maar dat maakt de vergelijking tegelijkertijd wel weer veel ingewikkelder, zou ik zeggen). Weet jij dat?
Wikipedia zegt het volgende over je vraag:
Naast de nationale consumentenprijsindex (CPI) is er ook een Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (Harmonized Index of Consumer Prices, HICP). Met de HICP is het mogelijk de inflatie tussen de lidstaten van de Europese Unie te vergelijken. Definities, indelingen en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in regelgeving vastgelegd. Er wordt een HICP berekend voor de afzonderlijke lidstaten, voor de groep landen die de euro hebben ingevoerd en voor de Europese Unie als geheel.
Elk landje z'n mandje:)
't Heeft dus inderdaad wel wat voeten in de aarde... Bedankt voor je antwoord!