Teenage Drama: Hoofdstuk 8

Door Starchucks gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Hieronder vinden jullie het achtste hoofdstuk van mijn verhaal...

“En heb je nog iets gehoord van je fotomodel? Die, euh, Jim, dat was het! Jimmyboy!”, vroeg Sean. “En wil hij toevallig zijn auto niet verkopen?”
“Spaar liever zelf een beetje voor dat geld,” grijnsde Illeke. “En we hebben nog eens gebeld sindsdien. En jij? Nog iets gehoord van de jouwe?”
“Nee, en ik ben er nochtans zeker van dat ze een geweldige date heeft gehad. Ze smeekte om gekust te worden, maar op een eerste date… Je kent mij, hé, altijd even klassevol.”
Laura zond hem een vernietigende blik toe. Julie trok één wenkbrauw bedenkelijk op en Leen zei sceptisch: “Je hebt je dates meestal al in je bed voor de eerste date nog maar afgelopen is.”
Plots ging de gsm van Leen en ze bekeek de afzender even. “Sorry, deze moet ik even opnemen, het is het werk.”
Ze liep naar buiten met de telefoon tegen haar oor gedrukt, om de muziek in het restaurant buiten te sluiten.
“Dat muziekje is exact hetzelfde als de ringtone die ik vroeger had als ik zo’n dagelijkse mop toegestuurd kreeg,” merkte Rani op.
“Ah nee, hé, geen Ronny-moppen vandaag!”, zuchtte Julie.
“Oh jawel! Vertel nog eens een mop, dan kan iedereen lachen omdat het eigenlijk totaal niet grappig is!”, zei Sean en hij keek haar verwachtingsvol aan. Rani keek hem quasi geschokt aan. “Nee, maar ik weet er toevallig wel een goeie… Luister, luister: Twee krieken hangen in een kriekenbom. Zegt de ene: ‘Ik heb een scheet gelaten’, waarop de andere zegt: ‘’k Riek et.’”
Ze lachte zelf luidop en klapte in haar handen.
“Euh, je beseft toch dat je die mop vrijwel elke week vertelde vroeger?”, schraapte Leander zijn keel, maar ook Sean moest lachen.
“Nee, wacht, wacht… Ik heb er nog één! Een visje wilt de zee in. En dan –” Ze moest zelf al een glimlach onderdrukken. “Sprong hij er toch niet naast zeker!”
Nu had ze het pas echt niet meer en gierde ze het uit. Alleen Laura en Sean moesten eigenlijk lachen.
“Dat, euh, dat is echt niet grappig,” grijnsde Illeke. Rani knikte vasthoudend. “Jawel, je… Je moet het voor je zien!”
Net op dat moment kwam Leen binnen? “Laat me raden. De visjesmop?”
Rani knikte en de tranen rolden over haar wangen.
“Laat mij raden… Je hebt nooit iets gedaan met je droom om stand-upcomedian te worden, hé?”, grijnsde Leander. Rani probeerde hem boos aan te kijken, maar kreeg haar gelach niet onder controle. Toen ze ietwat bekomen was, ging ze verder: “Ik had dat heel goed gedaan, dank je wel! Maar nee, ik ben leerkracht lager onderwijs geworden. Ik sta nu in het vierde leerjaar.”
“Arme klas,” grijnsde Sean. “Ik zit in de PR, maar dat boeit niet echt, zeker?”
Rani schudde haar hoofd. “En jij, Julie?”
Julie woelde haar blonde meches door elkaar, alsof ze er een paardenstaart in wilde maken en liet het toen los. Dat was iets wat ze blijkbaar nog niet afgeleerd had. “Ik zit in de toeristische sector. In de zomer ben ik dikwijls animatrice voor Jetair en doorheen het jaar werk ik in een hotel in Mechelen.”
“Wauw, iedereen heeft echt wel zijn droomjob te pakken gekregen…” zei Leen onder de indruk.
“Wat wil je? We zijn een goede generatie!”, zei Sean. Hun ober ruimde het voorgerecht af, terwijl Illeke geïnteresseerd vroeg wat Julie dan zoal deed in dat hotel.
“Wel, je kent ‘Het Hotel Eburon’ nog wel? Weet je nog welke rol Kevin Janssens speelde? Wel, dat ben ik zo’n beetje,” antwoordde Julie.
“Wat een vraag! Natuurlijk ken ik Kevin Janssens nog,” grijnsde Illeke. “Maar wat hield zijn job in? Ik keek meestal alleen naar zijn hoofd.”
“Hij regelde er alles – nu ja, ik regel er dus alles. Ik zorg ervoor dat mijn mensen bellen naar zijn mensen,” legde ze uit en ze knikte naar Sean.
“Cool, en wat is zo je opmerkelijkste hotelverhaal?”, vroeg Laura. Julie dacht even na en dan lichtte haar gezicht op bij de gedachte aan een sappige roddel: ‘”Nu je ernaar vraagt… Vorige week kwam er zo’n halve clochard binnen. Grijs, lang haar, een al even lange baard met etensresten in, een veel te grote militaire jas met van dat lelijk kaki groen. Hij zag er echt vies en arm aan en uitgerekend hij kwam aan de receptie vragen of hij de suite kon bestellen. Ik moest de receptioniste even vervangen, gaf hem die kamer en hij kon nog betalen ook!”
Julie pauzeerde haar verhaal even, wanneer het dessert op tafel werd gezet. Illeke zag Leen uit haar ooghoek al glimlachen, alsof ze wist hoe Julie’s verhaal zou aflopen. Terwijl Illeke een eerste hap van haar frambozensorbet nam, ging ze verder met haar verhaal: “Nee, echt waar, je had hem moeten zien! Een echte Johnny! Zo van een Harley Davidson gestapt, gestolen weliswaar.”
“Ja, we weten al dat ik er slecht uitzag, Julie,” grijnsde Leander. Julie lachte even, maar negeerde zijn commentaar en zette haar relaas verder: “Een weekend heeft hij er gelogeerd en niemand heeft hem ooit buiten de vier muren van zijn kamer gezien. Hij bestelde roomservice – véél roomservice – en er hing altijd zo’n bordje omhoog met de boodschap dat hij niet wilde dat ze kwamen poetsen. Toen hij uitcheckte – drie uur te laat! –, liep hij wel niet alleen zijn kamer uit. Dat was precies de familie Flodder, echt waar. In een rijtje kwamen ze de kamer uit. Minstens zes kinderen, waarschijnlijk zijn vrouw en dan nog zo’n oude mémé, waarschijnlijk zijn moeder. En allemaal dat vreselijke, vettige, klittende kapsel. Ieuw, echt waar! En ze liepen gewoon naar buiten, hé! Zonder ons een blik waardig te gunnen, zonder zelfs maar beschaamd te zijn!”
“Wat een schande!”, grijnsde Leander. Julie keek hem minachtend aan. “Maar je hebt het ergste nog niet gehoord! Onze kuisploeg is nog bezig met zijn kamer. Alle kippenbouten lagen op de grond, alle putjes in de badkamer zijn ontstopt door van dat vies haar – en ik wil niet weten waar dat vandaan komt – en de jacuzzi is kapot!”
“Hoe durven ze?!”, trad Sean Leander quasi verontwaardigd bij.
“Je moet het lef maar hebben…” mompelde Rani.
“Inderdaad! Hé, als jullie een advocate nodig hebben…” knipoogde Illeke.
“We werken al met een vast, gerenommeerd advocatenbureau, maar ik kan het altijd eens voorstellen!”, zei Julie, het sarcasme in haar stem niet opmerkend.
“Dat was eigenlijk een grapje, maar toch bedankt, Julie,” grijnsde Illeke. Julie geloofde echt alles wat je haar wijsmaakte, maar vaak maakte dat haar ook net zo grappig.
“Mag ik eens van die crème brûlée proeven?”, vroeg ze aan Leander en zonder op antwoord te wachten zat ze met haar lepel in zijn bord.
“Dat ga je ook nooit afleren, hé,” grijnsde hij een tikje afkeurend. Ergens deed het haar deugd dat hij dat zei. Dat betekende dat zij niet de enige was die zulke stompzinnige details onthield.
“Weet je waar dit me aan doet denken?”, vroeg Leen plots. “Aan onze restaurantbezoeken in Rome.”
“God, ja…” mijmerde Illeke. “Ken je die typische Italiaanse mamma nog? ‘Wat willen jullie? Pizza, pasta, pizza, pasta?’”
“Ja, dat was die met die vuile schort,” gruwelde Julie.
“En ze vergat constant mijn bestelling te noteren, dus kreeg ik mijn pizza pas als iedereen al rechtstond om re vertrekken en dan moest ik hem nog uitdelen ook!”, vervolgde Illeke.
“En hij was niet eens lekker!”, zei Sean.
“Hé, je kreeg wel een deel van mijn spaghetti! Je vergeet het beste, meest genereuze uit het verhaal!”, zei Leander grijnzend. Dat was waar ook! Hij was prompt naast haar komen zitten en ze hadden vreemde spaghetti met een nog vreemdere smaak gegeten als Lady en de Vagebond. Wat een walgelijk koppel waren ze toch! Toen ze hem even aankeek en de blik in zijn ogen las, wist ze dat hij daar ook aan moest denken en ook al betekende het niets, ze kon het niet helpen dat dat goed voelde.

De volgende dag werkte Illeke van thuis uit. Ze was bezig met opzoekingswerk over Amanda en dan vooral over haar ex. Ze had een afspraak gemaakt met Velders’ nieuwe vriendin en sprak vanmiddag af met zijn baas. Als het een beetje meezat, was hij daar zelf ook en kon ze hem ook persoonlijk spreken. Op dat moment leek haar job eigenlijk meer op die van een politieagente die mensen ging verhoren, maar dat vond ze eigenlijk wel leuk. Ze weigerde de saaie advocate te zijn die alleen maar achter haar bureau vandaan kwam om te gaan pleiten en ellenlange monologen te houden.
Ze opende op de laptop van haar werk een paar documenten over een gelijkaardige zaak, die een collega haar had doorgestuurd. Ze was er eerst eigenlijk een beetje op tegen geweest omdat ze ervan overtuigd was dat elke zaak anders was en ze zich niet mocht blind staren op mogelijke overeenkomsten, maar zoals altijd won haar nieuwsgierigheid het van haar verstand. Uit concentratie beet ze op haar duimnagel en zag op haar laptop dat het al kwart na twaalf was. Hierna zou ze maar eens middagpauze moeten nemen en naar het werk van Velders vertrekken. Met een beetje geluk kon daarna ook haar weekend beginnen. Het was een bewogen week geweest en Illeke was echt kapot. Ze keek uit naar een avond met een voorspelbare romantische komedie, een extra large zak paprikachips en een glas wijn. Ze hoopte dat Laura niet verwachtte dat ze mee uitging vanavond, want daar had ze echt geen zin in. Ze zuchtte even terwijl ze de documenten vluchtig doornam en besloot dat de twee zaken niet genoeg op elkaar leken om verder te zoeken naar gelijkenissen. En zelfs als ze die vond, zou ze er toch niets mee doen. Daarna sloot ze het hele systeem af en bestudeerde de koelkast even. Tot nu toe had Illeke alleen nog maar moeten poetsen en had Laura de boodschappen gedaan en dus zat de koelkast vol opwarmmaaltijden, Dr. Oetkerpizza’s en dessertjes. Het zou haar ook niet verbazen als dat telefoonnummer op de buitenkant van de koelkast dat van de afhaalchinees was. Ze weerstond de neiging om pastasalade te maken omdat ze te lui was die te koken (en eerlijk gezegd ook omdat het groene spul op de pasta haar lichtjes alarmeerde) en maakte dan maar een broodje smos klaar. Trots op zichzelf nam ze een eerste hap. Even goed als bij Panos. Alleen kraakte het stokbrood daar. En smaakte de hesp niet zo zuur. Maar goed, dat lag niet aan haar. Nog voor haar middagmaal half op was, gooide ze een flesje cola light in haar handtas en trok ze de deur achter zich toe. Hoe sneller ze weer terug was, hoe eerder ze zich kon concentreren op twee luie dagen. ‘I can’t wait for the weekend to begin’ had nog nooit zo toepasselijk geklonken.

“Dus meneer Velders heeft zijn dochter nooit mee naar het werk genomen?”, recapituleerde Illeke de hoofdzaak van het gesprek.
“Nee,” antwoordde de bazin, een vrouw rond de vijftig met een kort, pittig, bruin kapsel en een chic brilletje dat ze constant op en afzette. “Of toch wel! Ja, een paar keer toen zijn vriendin een hardnekkige griep te pakken had. Het was de bedoeling dat zijn ex erop zo letten, maar die was niet komen opdagen. Arme Jan…”
Illeke zuchtte hoorbaar. Ze begon stilletjes aan te wensen dat ze Velders’ advocate was en niet die van Amanda. Die zou nu waarschijnlijk al in het midden van een verlengd weekend zitten…
Elke keer ze het met iemand over Jan en Amanda als koppel had, leek Jan er zoveel beter uit te komen. En Amanda had fouten gemaakt, maar het was aan Illeke om die op te lossen en dat zou ze doen ook.
“Oké, dank u wel om even tijd voor mij vrij te maken en geniet van uw weekend,” zei ze beleefd. De waarheid was dat ze over elke vraag had getwijfeld en minstens twee keer van antwoord was veranderd, maar goed.
“Oh, graag gedaan, hoor. Maar op zaterdag werken wij nog. Wij moeten nog even wachten op ons weekend,” antwoordde de vrouw hartelijk. Brr, werken op zaterdag… Nu ja, haar werkweek was ook niet ideaal. Ze werkte van acht tot zes, wat lange dagen waren, maar ter compensatie had ze op dinsdag wel vrijaf. Bovendien waren er af en toe eens perioden waarin mensen beslisten om geen misdrijven te plegen en trouw te blijven aan hun jawoord, waardoor het dan uitzonderlijk kalm was. Gelukkig voor haar bankrekening waren die periodes uiterst zeldzaam en nooit van lange duur.
Ze glimlachte vriendelijk en terwijl ze naar buiten liep, dacht ze opeens aan iets: “Is het misschien mogelijk dat meneer Velders hier vandaag ook is?”
“Hij is wel aanwezig, maar zit midden in een vergadering. Zal ik hem halen?” Het was duidelijk dat ze dat alleen maar uit beleefdheid vroeg en hem eigenlijk liever wilde laten zitten waar hij zat. Illeke twijfelde even, maar zei dan: “Nee, het is wel goed zo. Dank u voor uw tijd.”
De vrouw liet haar uit en Illeke twijfelde of ze er goed aan had gedaan. Ze hield ervan om de tegenpartij altijd even ontmoet te hebben voor de uitspraak viel, dat stelde haar op haar gemak. Maar woensdagnamiddag had ze een afspraak bij zijn vriendin thuis en waarschijnlijk was hij daar ook. Als ze hem zag, kwam ze er misschien achter vanwaar ze zijn naam kende. Met een snelle blik op haar horloge besloot ze dat haar werkdag erop zat en nog even langs de supermarkt te rijden. Het was haar beurt om te koken en ze had geen zin in alweer een opwarmmaaltijd.

“Illeke, je mocht hier komen wonen van mij, maar je gaat te ver! Mijn appartement heeft er nog nooit zo netjes bij gelegen en nu staat mijn koelkast ook nog vol konijnenvoer!”, foeterde Laura.
“Je hebt niet eens konijnen, dus wij eten dat allemaal op. Maar zaterdag blijft frituurdag natuurlijk! En mijn pastasalade is lekker, dat moet je toegeven!”, protesteerde Illeke.
“Oké, gezond is inderdaad niet altíjd saai en ik dacht nooit dat ik dat nog eens zou zeggen. Maar thank God dat het morgen zaterdag is, ik heb mijn wekelijkse portie friet nodig! Nog even over die konijnen –”
“Ik eet geen konijn bij mijn frietjes!”, waarschuwde Illeke haar.
“Wat? Ieuw, nee, wat ik bedoel zijn mijn huisdieren. Ik heb geen konijnen, maar wel een papegaai, remember? Die is nu nog bij mijn ouders door mijn werk in Amerika, maar ik wil hem graag terug. Dat vind je toch goed, hé?”
Illeke sloeg haar hand voor haar mond. “Wodka, juist! De eerste zin die je hem leerde zeggen was ‘Er zit een banaan in je oor’, hij was superschattig!”
Laura grijnsde. “Dan haal ik hem morgen nog op. Hoe was het op je werk?”
“De situatie ziet er nog even uitzichtloos uit als daarvoor. Ik denk dat ik nog eens met Amanda – ja, dat is de cliënte – moet gaan praten. Ik heb echt nieuwe informatie nodig. Maar goed – hoe was jouw eerste werkdag in België?”
“Eerlijk? Ik mis Amerika nu al. Echt waar, ik heb genoeg vijfjarigen en goudvissen gefotografeerd voor de rest van mijn leven,” zuchtte Laura. “Gelukkig is het weekend en woon ik nu bij mijn beste vriendin en kuisvrouw.”
Illeke mepte haar venijnig. “Als je erin geslaagd bent om je stempel te drukken op Amerika, lukt dat hier ook wel. Je moet geduld hebben.”
Laura keek haar aan alsof ze de grootste onzin ooit uitkraamde. “Kijk naar mij, dat heb ik niet.”
“Weet je, ik maak me klaar en we gaan nog iets drinken. Ik had er geen zin in, maar jij hebt het nodig!”, zei Illeke impulsief en terwijl ze naar de badkamer liep, riep ze nog: “Jij wast af!”

De volgende dag lag Leander om half elf nog steeds lui in bed. Hij krabde aan zijn beginnend baardje en bedacht dat zijn enige taak vandaag was om die baard af te scheren. Line was een hele dag gaan shoppen met haar vriendinnen en voor hem was het weekend ook goed begonnen. Hij was gisteravond gaan stappen met de mannen – Sean, Charles, Corentin, Willem, Quentin, Remi en Enki. Met net een paar pinten te veel op, hield Charles vol dat Vlamingen enkel goed waren voor hun Kabouter Wesley-filmpjes, waarop Sean zijn wenkbrauwen had gefronst en zei: “Oh ja? Nee, wacht, ik ken nog een goede mop. Luister, deze moet je horen. Nee, Leander, ze is echt goed! In een appartementsgebouw wonen negenennegentig Walen en één Vlaming. Een meteoor stort in op het gebouw en alle Walen gaan dood. Waarom overleeft de Vlaming?”
Hij had de groep verwachtingsvol aangekeken en grijnsde dan: “Die was gaan werken.”
Er heerste algemene hilariteit en Willem merkte in zijn lage stem op: “Die stond in de Humo!”
Hij gaf Enki een high five omwille van hun favoriete blad. Corentin was – onder zijn Zuiders temperament – uitgevlogen toen Leander hem Braziliaans in plaats van Spaans had genoemd en Remi was dan weer furieus geworden toen iemand opmerkte dat Anderlecht nog nooit zo slecht gespeeld had. Hij had iets gemompeld over bedrog, maar feit bleef wel dat ze die avond met 3-0 verloren hadden – op eigen veld. Tegen de tijd dat Quentin een monoloog begon over hoe hockey de plaats van voetbal moest innemen in dit land, was iedereen toe aan meer bier. En dat had geleid tot nog meer bier tot een gat in de nacht. Zo’n mannenavond was dan ook al veel te lang geleden.
Hij geeuwde nog even, maar toen Murphy – zijn labrador – bij hem in bed sprong, besefte hij dat hij niet te lang meer kon blijven liggen. Het beest werd ongeduldig. Hij schoot in een oude joggingbroek en een wit t-shirt en greep een appel uit de schaal.
“Kom, Murph, we gaan lopen,” zei hij enthousiast en samen liepen ze de deur uit. Om een al te luie dag te voorkomen, ging hij joggen. Daar kreeg hij energie van voor de hele dag. Bovendien passeerde hij op het einde een geweldige koffieshop waar hij een zwarte koffie bestelde en met het hete bekertje nog in zijn hand, opende hij de brievenbus. Line en hij waren gisteren na het werk pas laat thuisgekomen, anders maakte zij die altijd leeg. De rekeningen legde hij op tafel en hij wilde dat ok met de reclame doen als hij er een brief van Sanoma Magazines tussen zag steken. Fronsend scheurde hij die open en overlas de getypte woorden. Ze – ze boden hem een plek aan bij Humo, het blad waarvoor hij oorspronkelijk gepostuleerd had. Zijn mond viel haast open bij de woorden die hij las. Twee jaar geleden zou hij niets liever gewild hebben, maar nu lagen de kaarten anders. Hij mocht dan wel de enige man zijn tussen al die Flairvrouwen, maar dat vond hij onderhand wel best en bovendien werkte zijn eigen Flairvrouw daar ook… De job die ze hem aanboden, was geweldig en hij zou zelf wat meer mogen schrijven in plaats van steeds te interviewen, maar was dat alles waar hij rekening mee moest houden? Onderaan de brief stond dat ze al een antwoord voor maandagavond wilden en plots wenste hij dat hij nu kon beslissen – anders zou hij er toch maar een heel weekend over piekeren.
Hij wilde dat hij Line kon bellen, maar dan zou zij erover gaan nadenken en dat wilde hij nog even niet. Ze verdiende nog een paar uurtjes zorgeloze vrije tijd met haar vriendinnen. Maar dat nam niet weg dat hij er met iemand over wilde praten. Terwijl hij de televisie opzette en zomaar wat heen en weer zapte om de stilte te doorbreken, belde hij Sean op. Goede raad was welkom en Sean was een goede tweede keuze.
“Hallo, u spreekt met de voicemail van Sean Miller. Ik ben er even niet, maar spreek een boodschap in na de biep,” zei een beleefde stem die in het niets op die van Sean leek. Hij klapte zijn gsm toe zonder op de biep te wachten, hij deed niet mee aan voice-mailberichten. Je belde iemand omdat je hem direct nodig had, boodschappen kwamen toch altijd te laat aan.  Murphy kwam aan zijn voeten liggen en hij aaide even rusteloos over zijn hoofd. Hij leek hem aan te kijken alsof hij zei: “Twee jaar lang zeur je de oren van mijn hondenkop dat je naar Humo wil overstappen en nu je de kans hebt, twijfel je!”
Maar hé – hij was een hond. Wat wist hij ervan? Hij had een derde keuze in zijn hoofd, maar het was gewoon raar dat hij daaraan dacht. En toch… Hij moest hier echt met iemand over praten. Impulsief draaide hij Illeke’s nummer. Zo vreemd was het uiteindelijk ook weer niet. Ze was een groot deel van zijn leven geweest, stond altijd voor hem klaar en misschien konden ze dat gevoel nog eens oprakelen.
“Leander? Ben jij dat?”, vroeg Illeke verbaasd aan de andere kant van de lijn.
“Ja, euh… Goeiemorgen, Ill! Luister, ik weet dat het vreemd is dat ik jou bel, maar ik moet echt met iemand spreken,” begon hij.
“Uh uh…” zei Illeke bedenkelijk. “En daarom bel je mij op een zaterdagochtend in plaats van een goed gesprek met je vriendin te hebben?”
“Sorry, dit was een slecht idee. Je had meteen kunnen zeggen dat ik stoorde,” rolde Leander met zijn ogen. “Dag, –”
“Nee, wacht! Je hebt geluk. Ik ben met Laura onderweg naar haar ouders in Antwerpen om Wodka op te halen,” begon Illeke.
“Haar papegaai,” grijnsde Leander. Wat een geweldig beest… Dat was gewoon Laura in een dierlijke, vuil gebekte vorm.
“Inderdaad, ja,” antwoordde Illeke. “Zullen we afspreken? Je klinkt alsof je het nodig hebt.”
“Perfect. Spreken we af aan het Centraal Station? Je hebt nooit je weg kunnen vinden in Antwerpen,” grijnsde Leander.
“Dat lukt nog net. Tot over – een half uurtje?”, stelde ze voor.
“Perfect,” stemde hij in.

“Verandering van de plannen! Je zal alleen om Wodka moeten gaan. Kan je me afzetten aan het Centraal Station?”, vroeg Illeke, terwijl ze haar telefoon vergrendelde.
“Natuurlijk. Zo, dat was Leander, hé?”, vroeg Laura veelbetekenend. Nee, het was niet eens een vraag, maar een simpele vaststelling.
“Ja, Laura. Hij wilde praten. Want dat is wat vrienden doen: praten,” zei Illeke geïrriteerd.
“Ik ben ook zijn vriendin,” merkte Laura op.
“Ja, hij kan toch niet elke vriendin bellen om zijn problemen aan toe te vertrouwen?”, vroeg Illeke. “Doe nu niet zo moeilijk en zet me gewoon af. Je hebt mijn erewoord: we gaan niet kussen.”

Illeke keek Leander vragend aan. “Ik snap je vraag niet echt, Leander. Al vanaf ik je ken, wilde je voor Humo gaan werken. En nu krijg je de kans om die droom eindelijk waar te maken en je twijfelt of je die kans moet grijpen? Noem mij gerust dom of oppervlakkig, maar ik zie niet in wat je tegenhoudt.”
Hij zuchtte. “Ik weet het… En als je alles zo opsomt, snap ik het zelf ook niet, maar het is…”
“Line?”, gokte ze. Hij zweeg en nam veelbetekenend een slok bier. “Leander, ze is je vriendin, ze zou je moeten steunen. Weet je hoeveel koppels er niét samenwerken? En neem het van mij aan: dat zijn veel betere koppels. Veel van mijn cliënten die willen scheiden, werken samen.”
“Zo zit het niet,” sprak hij haar koppig tegen. Illeke keek hem ongelovig aan.
“Nee, echt niet! Je moet eens leren om mensen niet zo te veroordelen. Line is een toffe. Je weet toch dat mensen altijd betere partners kiezen dan hun exen?”
Ze mepte hem. “Wauw, dan moet Line ideaal plus één zijn. Wat ik betwijfel.”
Leander keek haar streng aan. “Ze weet nog niet eens over mijn eventuele promotie.”
Had Leander het eerder over zijn toekomst met haar dan met zijn lief?! Wauw.
“Ze is gaan shoppen met haar vriendinnen, snap je?”, lichtte hij toe. Oh, oké. “Ondertussen heb ik gewoon al een heel leven opgebouwd op die redactie. Al die redactrices zijn zo’n beetje mijn vrouwen geworden. Ik werk er echt graag.”
“Maak van je hart een steen en zeg je harem vaarwel,” zei Illeke sarcastisch. “Kijk, ik weet alleen hoe gelukkig je was toen je die vakantiejob bij Humo kreeg, ook al hield dat vooral in dat je de koffie mocht rondbrengen.”
Dat leek hem aan het denken te zetten en hij dacht even terug aan die vervlogen tijden.

Illeke zat naast Leander tijdens de les Engels. Mevrouw Pottie hield een theatraal gesprek met de klas over het verschil tussen ‘How do you do’ en ‘How are you doing?’
Leander had net een brief bovengehaald die zijn nieuwe werkgever opgestuurd had en hij zei dat het een ware verrassing zou zijn. Nieuwsgierig plooide ze de brief open, maar ze voelde de ogen van haar al even nieuwsgierige lerares op haar gebrand en besloot eerst nog even op te letten.
“’How do you do’ betekent zoveel als ‘Aangenaam’, terwijl ‘How are you doing?’ ‘Hoe gaat het?’ betekent,” vertelde mevrouw Pottie, zichtbaar in haar sas dat ze weer alle aandacht had.
“What a shock…” rolde Leander met zijn ogen. Ze wist dat hij op hete kolen zat omdat ze met zijn envelop in haar handen zat, klaar om haar reactie te peilen.
“Dus, Remi…” begon mevrouw Pottie met haar luide stem. “We testen dat even uit!”
Ze stond recht, liep naar Remi’s bank en vervolgde: “How do you do, Gudrun Pottie!”
Verstrooid en opgeschrokken uit zijn gebabbel met Willem, antwoordde hij snel: “Euh, how are you doing, Remi Arnauts.”
“Neen!”, schreeuwde mevrouw Pottie. Ze klopte op tafel, wat iedereen ontzettend deed schrikken. “Goh, dat is toch niet te geloven, hé!”
“How do you do, Gudrun Pottie,” probeerde ze het opnieuw.
“How are you doing, Remi Arnauts,” gokte hij weer.
“Potverdekke, mannekes toch…” zei mevrouw Pottie ongelovig.
“Maar, mevrouw, ik heet wel Remi!”, grijnsde die en de klas lachte breed. Daar zag Illeke haar moment schoon en ze begon de brief diagonaal te lezen. Gaandeweg zakte haar mond open van verbazing.
“Je mag twee weken als stagiair aan de slag bij Humo?!”, vroeg ze met grote ogen. “Leander, dat is fantastisch!”
Ze bedwong zichzelf om hem meteen om de nek te vliegen en streelde over zijn handpalm.
“Ik ben fier op je! Ze zullen je zich later wel herinneren!”, fluisterde ze opgetogen. Hij glunderde. “Ja, momenteel heb ik alleen nog maar een formulier moeten opsturen en gekozen worden, hé! Als ik later iets gerealiseerd wil hebben, is het dat wel. Dat is mijn levensdoel, weet je wel? Dat moet toch het allerbeste van het beste zijn, werken tussen die mannen…”
“Je ziet het al zo voor je, hé?”, grijnsde Illeke begrijpend. “Wel ik ben zeker dat dat je ooit zal lukken. En weet je waarom? Omdat ik geloof in jou!”

Leander keek haar indringend aan. “Ik zei dank je om in mij te geloven. Dat heb je altijd al gedaan en ik realiseer me nu pas dat ik je daar nooit heb voor bedankt. Niemand kan op tegen jouw goede raad.”
Hij knuffelde haar spontaan en daar stond ze even perplex van, tot ze hem ook nostalgisch in haar armen nam. Toen hij haar weer losliet, zei hij enthousiast: “Weet je, volgens mij ga ik het doen!”
Glunderend keek Illeke hem aan. “Dat hoor ik graag. Kom, we drinken nog iets!” Ze hief haar glas op en grijnsde: “Op Humo!”

“Gijsels, Gijsels!”, kraste Wodka, eenmaal terug bij Laura thuis.
“Geweldig, toch? Hij kent zijn woordenschat nog!”, grijnsde Laura, terwijl ze zich een glas bananenlikeur uitschonk. Ze was dol op het goedje en op zijn hoofdbestanddeel. Ze had zelfs een prettig gestoorde tatoeage van een banaan op haar enkel.
“He, Gijsels, er zit een banaan in je oor!”, kraaide het beest. Laura gierde het uit en Illeke keek op van haar nieuwste Flair.
“Ik word dat beest nu al beu,” gromde ze.
“Polders, trek die broek op!”, kraste Wodka weer, dit keer tegen Laura. Nu lachte Illeke luid. Dat had Marguerite hem leren roepen tegen Charles, omdat hij die opmerking ook altijd van leerkrachten kreeg. Hij was van het principe dat je broek halverwege je knieën moest hangen, liefst ook flink rammelend door sleutels in je broekzak.
“Volgens mij ga ik hem snel terug naar mijn ma brengen als hij zo verder doet. Trouwens, hij mag blij zijn dat hij –” begon Laura.
“ZWIJGEN!”, brulde Wodka en Laura schok zich een ongeluk. Ze griste Illeke’s Flair uit haar handen en gooide die naar zijn kop.
“Hij moet duidelijk leren wie hier de baas is,” gromde ze en Wodka keek haar hooghartig aan.

Ontzettend enthousiast en overtuigd van zijn beslissing, kwam Leander thuis. Hij had nog lang op café gezeten met Illeke – en daarna was hij nog met haar meegelopen naar het Centraal Station, omdat ze per se naar Starbucks wilde. Toen hij thuiskwam, zag hij Line’s auto op de oprit staan en dus schreeuwde hij ‘Ik heb een verrassing!’ wanneer hij binnenkwam. Line stond in de keuken en hij rook al meteen dat ze een ovenschotel aan het maken was. Hij nam haar vast en zwierde haar vrolijk in het rond. Ze kirde van het lachen en kuste hem. Ze sloeg haar benen rond hem en met een soepele beweging zwierde hij haar op het aanrecht. Line drukte nu ook kusjes op zijn hals en mompelde: “Hier laat ik met plezier mijn ovenschotel  wat voor aanbranden.”
Ze zocht met haar lippen weer naar die van hem en ging zacht met haar vingertoppen over zijn t-shirt.
“Het is hier veel te warm naast die oven…” grijnsde ze plagerig en ze probeerde zijn t-shirt uit te trekken.
“Wil je niet eerst mijn nieuws horen?”, fluisterde hij tussen de kusjes door.
“Je krijgt vijf minuten,” grijnsde ze plagerig en met haar lippen trok ze een spoor van kussen van zijn mond naar zijn oor, waar ze zachtjes in beet. Hij huiverde en deed zijn best om afstand te nemen, wat hem niet echt leek te lukken. Hij ging vluchtig over haar rug met zijn handen tot hij haar behasluiting had gevonden. Ze was hem echter voor door plagerig de rits van zijn broek te openen. Daarna nam ze echter koel weer afstand, sprong in een soepele beweging van het aanrecht en zei kwiek: “Maar goed, jij moest iets zeggen?”
Hij grinnikte en mompelde: “Jij bent echt een heks… Maar, ja, ik heb inderdaad nieuws. Ik kreeg deze ochtend post van Sanoma Magazines. Ze willen dat ik voor Humo ga werken.”
Hij keek haar blij aan, maar zijn verwachte reactie bleef uit. “Ga je het doen?”
“Ik twijfelde eerst, maar het is altijd mijn droom geweest, dat weet jij zo goed als ik,” legde hij uit.
“Kijk, Leander, het laatste wat ik wil is je tegenhouden in het najagen van je dromen, maar je hebt het toch goed bij Flair?”, vroeg Line.
“Hé, ik kan nog steeds langskomen op het bureau om af te maken waar we vijf minuten geleden mee begonnen zijn,” grijnsde hij en hij wilde haar kussen, maar ze wendde zich af.
“Ik weet het niet Leander…” zei ze. “We zullen elkaar veel minder zien.”
“Hé, volgens Illeke kan dat een relatie alleen maar ten goede komen,” merkte hij op, Line’s twijfels nog steeds weglachend.
“Illeke? Wat komt die opeens in dit gesprek doen?”, vroeg ze verward.
“Ik wilde je niet storen, dus ben ik iets met haar gaan drinken,” legde hij uit.
“Wat? En die komt zomaar even naar Antwerpen voor jou?”, vroeg Line. “Kon je niet met Sean babbelen?”
“Heb ik geprobeerd. Het was zijn voicemail. En ze kwam niet zomaar, Line, ze kwam mee met Laura om Wodka op te pikken,” suste hij haar. Ze keek hem echter onbegrijpend aan.
“En ze hebben geen drank in dat gat waar ze in wonen?”, vroeg ze sarcastisch.
“Wodka is Laura’s papegaai,” grijnsde hij. Line rolde met haar ogen en zei: “Wodka? Die zijn niet goed wijs…”
“Hé, hé, je hebt het over mijn vrienden!”, riep Leander, die nu echt boos werd.
“Vrienden die je in zes jaar niet gesproken hebt,” mompelde Line.
“Hoe vaak gaan we deze discussie nog voeren?”, vroeg hij gefrustreerd. “Het zou fijn zijn als ik nog zelf mijn vrienden mocht kiezen. Voor de allerlaatste keer: je hebt niets te vrezen van mijn ex. Maar daar ging het niet over. Het ging over mijn overstap naar Humo.”
“Ja, je hebt blijkbaar toch al beslist, hé? Als Illeke je hoofd toch al helemaal op hol heeft gebracht…” snauwde ze. Het beviel hem niet hoe hij haar naam uitsprak. Dat wilde hij haar net zeggen als ze zei: “Ik ben gewoon bang dat onze relatie eronder zal lijden.”
Hij wilde haar geruststellen, tot zijn blik de hare ving. In haar ogen zag hij dat dit haar echt kwetste en dat ze zich echt zorgen maakte.
“Hé, Line, luister eens even…” begon hij, maar eigenlijk wist hij zelf niet wat hij moest zeggen. Zijn enthousiasme was getemperd en rationaliteit stak de kop op. Hij had het inderdaad goed bij Flair. En hoe belangrijk zijn carrière ook voor hem was, wat hij had met Line vond hij nog net dat tikkeltje waardevoller. Hij schraapte zijn keel en zei: “Misschien heb je gelijk. Ik zal er nog eens over nadenken.”
Hij nam haar in zijn armen en kuste afwezig haar voorhoofd.


 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.