Wandelen naar Santiago de Compostela deel 8

Door Wisdom Dance gepubliceerd op Friday 05 April 15:40

 

In de eerste etappe heb ik over mijn wandeling van Lourdes naar de Spaanse grens verteld en in deel 2 mijn belevingen tussen de Spaanse grens en Puente la Reine. Ik heb me aangesloten bij de heel grote groep pelgrims die vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port zijn vertrokken. Gelukkig verspreidt de groep zich over de lange route en ontmoet ik een aantal interessante mensen. Deel 7 gaat over de wandeling door de bergen van O Cebrero op de top van zo'n berg naar een nieuwe bestemming in het prachtige Gallicië. 

Dit laatste deel gaat over de laatste loodjes naar Santiago de Compostela en verder als pelgrim van Atlantis naar Cabo Fisterra om uit te zien over het verdwenen land.

Verder westwaards

Er zijn een paar heel goede redenen om elke dag met dag en dauw op te staan. De eerste is dat het overdag bloedje heet kan worden en tussen vijf en twaalf heb je dan al heel wat stappen gezet. De tweede is dat het heel vroeg in de morgen de mooiste tijd is om te wandelen, alles nog fris van de dauw. De derde is dat je een groot deel van de namiddag moet besteden aan je persoonlijke verzorging: douchen, scheren, wassen, de was ophangen, dagboek bijwerken en dergelijke. 's Avonds heb je daar weinig gelegenheid voor, want dan ga je op zoek naar een restaurantje om te eten en met mede wandelaars te praten.

's Morgens vertrek ik dus weer heel vroeg uit het stadje aan het stuwmeer, Portomarin. Via een pad langs de beek gaat het richting westen, maar al gauw gaan we links af de berg op, een steil pad geflankeerd door heel oude knotwilgen. Met een zware rugzak is dat een lastig begin van de dag, maar inmiddels hebben we zo'n goede conditie dat niets ons meer tegen houdt. Zelfs niet de blaar op m'n kleine teen, de pijn valt me niet lastig.

De omgeving is prachtig in Galicië. Vaak heel erg wild. Soms moet je dwars door een beek waden. omdat die het pad aangenamer vind dan z'n eigen bedding. Ik vind het leuk om van steen op steen te stappen. Soms glij je uit en krijg je natte voeten, maar hoe lichtvoetiger je bent hoe minder kans op een uitglijer. Het lopen is hier mediteren geworden. Je leeft in het hier en nu. Verder bestaat er niets, de wereld is heel klein geworden en niets is er meer van belang, hoogsten de volgende maaltijd. Zelfs de slaapplek voor de nacht is nog ver weg en dus onbelangrijk.

Alhoewel we hier vrij hoog zitten is het land hier vrij nat met veel vennetjes. En als het warm wordt, zoals vandaag dan is het erg broeierig, zodat het zweet in stromen langs je rug loopt.

We lopen hier veelal over smalle geasfalteerde wegen door kleine dorpjes. Een opvallend bouwwerkje in Galicië is de horreo, een opslagplaats voor maïs. Het gebouwtje staat hoog op poten en die zijn voorzien van grote schijven, om te voorkomen dat muizen en ratten van de oogst snoepen.

's Middags zie ik Jo en Eric op een beschut plekje zitten. Zij hebben een brandertje, een keteltje, thepotje en een paar koppen bij zich, want zelfs hier houden ze zich aan tea-time.

Het einde van de tocht begint in zicht te komen. Nog maar vier dagen wandelen naar Santiago. Vandaag is een mooie dag met veel variatie in het landschap, mooie vergezichten in een heuvellandschap, bossen en vooral veel riviertjes en beken.. In de loop van de ochtend wijst een gele pijl rechts van de weg af een zandpad op richting de top een een fikse heuvel. Bijna boven ligt een dalletje waar de beek ontspringt, een open plek in het bos waar hoog gras en riet groeien. Een mooie plek voor een vroege lunch en een voetenbad, maar dan moet je wel de beek terugvinden. Het is er doodstil, behalve wat er leeft in de natuur: insecten, vogels en konijnen. Na twee uur heerlijk niets doen wordt het toch weer tijd om verder te gaan.

De avond in Palles de Rei wordt gewoontegetrouw besteed aan eten met de inmiddels vaste groep van Mike, Bob, Myra, Loretta en Céline. We lopen steeds alleen, maar ons tempo is zodanig dat we elkaar 's avonds meestal weer ontmoeten.

In de tuin achter de refugio zie ik dat een tentje wordt opgezet door twee jonge vrouwen. Het blijkt dat de oudste van de twee al voor de vijfde keer op weg is naar Santiago. Zij maakt deel uit van een Belgische stichting die ontspoorde tieners weer op het juiste pad helpt en een van de middelen daartoe is een wandeling vanuit België naar Santiago onder begeleiding. Het blijkt dat de kinderen na hun Camino nieuwe normen en waarden hebben gevonden en hun plek weer in de maatschappij in kunnen nemen. Ze blijven steeds erg op zichzelf, vandaar dat ze in een tentje overnachten en hun eigen potje koken.

De laatste loodjes

De volgende dag is het erg warm en het is maar goed dat we voor dag en dauw op weg gaan. Tegen lunchtijd komen we bij een mooie beek, waar een brug van natuursteen over ligt. Ik kies een rustig plekje aan het water, zodat mijn voeten van het koele water kunnen genieten. In de loop van enkele uren zie ik heel veel bekenden de beek oversteken, waaronder Bob, een jong Belgisch stelletje, Ricardo een Braziliaan, die op de andere oever een rustig plekje vindt om te mediteren.

Bob is een Amerikaan die aan de lopende band foto's neemt. Hij heeft een prachtige Leica en een groot aantal diafilms. Het blijkt dat we elkaar voor het eerst ontmoet hebben in Puenta la Reina en een dag later in Estella. Deze globetrotter duikt steeds weer in een refugio op en we hebben bij heel wat maaltijden samen aan tafel gezeten. Hij heeft overal ter wereld al gewandeld. Later zal ik een heleboel foto's van hem ontvangen.

Aan het eind van de middag kruist het smalle weggetje een beek en als ik op de brug sta zie ik een eindje verder op een steiger Myra en andere bekenden in de zon zitten. Het is dus duidelijk dat ik niet verder ga en de ingang van de refugio opzoek. Ook Mike en Bob hebben deze refugio uitgekozen, die is ondergebracht in heel oude gebouwen. Er is ook een winkeltje waar we etenswaren kopen die we op de steiger in de zon nuttigen. Het is zonde om ergens binnen te zitten.

De volgende avond is de laatste voor Santiago. Ook nu zit er weer een hele groep op een terras. Rond Ricardo, want hij heeft een gitaar gekocht en zingt nu prachtige liederen in het Portugees, aangemoedigd door minstens 20 pelgrims. Hij had al eerder op een geleende gitaar gespeeld, maar vandaag was het tijd om er zelf een aan te schaffen en mee te nemen naar Santiago.

Het is de laatste mooie wandeldag in de vrije natuur. Morgen gaat het langs het vliegveld en daarna door de buitenwijken van Santiago. Het mooiste van de wandeling van vandaag zijn de enorme eucalyptusbomen met hun prachtige verweerde stammen. Steden en gebouwen interesseren me niet, maar op een tocht zijn ze onoverkomelijk.

Santiago

Tegen lunchtijd loop ik door de straten van Santiago en zie weer een heleboel bekenden met blije gezichten. Ze hebben het gehaald, ondanks alle pijn en vermoeidheid. Plotseling zie ik aan mijn rechter kant een enorme kerk met een gigantische trap ervoor. Daar staat Ricardo blij rond te kijken. We omhelsen elkaar. Ricardo maakt een foto van me voor de fontijn met de cathedraal op de achtergrond. Met een grijns doet hij een stap op zij, bukt en maakt er nog een. Thuis blijkt dat de waterstraal uit de fontijn precies mijn hoofd in gaat.

Samen lopen we naar het kantoor van de Camino om onze compostela op te halen. Dat is het bewijs dat je El Camino heb gelopen, maar je moet wel je credentials tonen met de stempels van alle plekken waar je geweest bent. Zonder credentials geen compostela, zonder compostela geen aflaat en zonder aflaat geen plekje in de hemel.

Buiten op een terrasje verzamelen zich steeds meer mensen die ik onderweg heb leren kennen en het begint een waar feest te worden. We spreken af om 's avonds gezamenlijk te gaan eten in een klein restaurantje en verspreiden ons over het gebied rond de cathedraal. Er is een enorm plein waar de touristen de pelgrims komen bewonderen. Ik zie er ook de man die vanaf Saint Jean op blote voeten heeft gelopen en ook de Hollander die altijd om 2 uur op de stoep van een refugio zat, omdat hij bang was geen bed te krijgen. Het is uiterst vermakelijk.

Céline heb ik niet meer gezien. Iemand gaf me een papiertje dat ze op een mededelingenbord had geprikt met de boodschap voor mij, dat ze de dag ervoor was aangekomen en meteen daarna per trein naar huis was gegaan om haar kinderen weer te zien. Begrijpelijk, maar toch jammer na wat we samen hebben meegemaakt.

In de cathedraal wordt regelmatig een mis opgedragen voor de pelgrims en ik ga daar ook eens een kijkje nemen. Helaas wordt tijdens die mis niet met het wierookvat geslingerd. Daar zijn ze mee begonnen omdat het zo stonk in de cathedraal met al die ongewassen pelgrims die maanden onderweg waren.

Atlantis, we komen er aan

Voor de meeste pelgrims is Santiago het einddoel, maar niet voor mij en voor Myra en Loretta. Wij gaan de volgende dag verder naar Cabo Fisterra, het meest westelijke stukje van Spanje. Men zegt dat dat de bestemming was van de oorspronkelijke pelgrimage, de plek waar de Atlantiërs het dichts bij hun verdronken vaderland waren. Ook voor mij is Atlantis een reëler doel van het verhaal van Jacobus de Meerdere die bedekt met Jacobsschelpen in Spanje als lijk aan land werd gedragen en begraven op de plek van de cathedraal in Santiago. De afstand van Santiago naar de kust is ongeveer 100 kilometer.

Eenmaal op weg naar het westen was ik al gauw weer in agrarisch gebied, afgewisseld door gigantische eucalyptusbomen. Denkend aan het verhaal van de vrouw van de restauranthouder in Torres del Rio zoek ik een mooie tak van eucalyptus uit en tijdens het wandelen snijd ik hem met mijn zakmes tot een acceptabel formaat, ca 80 cm lang. De komende dagen verwijder ik de bast, polijst hem spiegelglad en snij er wat tekens en mijn initialen in. Een heerlijke bezigheid tijdens het lopen, maar het is wel oppassen geblazen dat ik niet in m'n handen snij. Gelukkig heb ik dit als kind al vaak gedaan.

Ik loop de hele dag helemaal alleen door een prachtig landschap. Het voelt weer net zo goed als de eerste dagen in Spanje aan de voet van de Pyreneeën. De route voert meestal over paden en kleine weggetjes, maar het is goed opletten waar je loopt. Er zijn maar heel weinig markeringen en het kaartje dat ik ergens heb gekregen is erg summier. Ik loop vaak verkeerd maar door de juiste richting aan te houden kom ik steeds weer op de route. Er zijn veel rivieren en beken die noord-zuid lopen en weinig bruggen om van oost naar west te gaan.

Na zes of zeven uur lopen bereik ik Nagreira. In de middenberm van de hoofdstraat staat een enorme stenen pelgrim. Dat betekent dat ik op de goede weg ben. Een kilometer of zo verder moet ik links af, onder een heel oude poort door en nog een flink stuk tussen landerijen door. De refugio is een splinternieuw gebouw, nog niet helemaal klaar zelfs, waar we ons zelf moeten helpen. Een stuk papier met de spelregels, een blikje voor de financiële bijdrage, maar wel prima bedden, meerdere badkamers, een keuken en een terras met tuinstoelen. Het uitzicht is een prachtige begraafplaats. Myra en Loretta waren er al en na mij komen nog vijf pelgrims ons gezelschap houden. Twee ervan, een Duits echtpaar heb ik al in de Meseta bij Hontanas ontmoet. De drie anderen zijn Spanjaarden die alleen dit stuk naar de kaap wandelen.

Als je nu op Google Earth kijkt kun je de route gemakkelijk vinden, door naar het lint van foto's te kijken. Op de grond was het toen heel wat lastiger. De kaart die ik had was niet erg nauwkeurig en er waren hier nog minder gele pijlen te vinden. Maar ik liep maar in de richting waarvan ik dacht dat het goed was, de zon steeds maar op m'n linker wang. Die was trouwens veel buiner dan m'n rechter wang, die altijd van de zon afgekeerd was. Via landweggetjes kwam ik weer op een weg waar ik wat pijlen vond, wat heel bemoedigend was. Het landschap is daar heel weids en heuvelachtig. Na de middag zag ik aan mijn rechter hand in de verte een heel groot meer wat niet op de kaart stond, maar uiteindelijk kwam ik in een dorp Olveiroa.

In een zijstraatje staat een heel erg oud gebouw, een boerderij, met fleurig geschilderde kozijnen en deuren. Dat is de refugio. Alles heel liefdevol ingericht en gerestaureerd. De hospitaliera is een schat van een vrouw die me met een omhelzing welkom heet en me mijn kamer wijst, die ik via een korte ladder bereik. Aan de overkant van het weggetje is een ander oud gebouw waar de eetzaal en de keuken zijn. We worden uitgenodigd voor het eten dat door haar is bereid. Het verblijf en eten zijn gratis. Wel wordt ons gevraagd om een donatie, zodat de gasten van morgen ook gratis kunnen eten en overnachten. Een prachtige regeling. We zijn weer met de zelfde acht personen als gisteravond. Het is uitermate gezellig aan tafel en we genieten van de laatste avond onderweg.

Ik heb een gesprek met Myra en Loretta over wat we de laatste weken mee hebben gemaakt. Myra vindt dat het toch wel erg zwaar is geweest en dat ze zo vaak de weg kwijt was. Ik vond juist dat ik de hele Camino niet heb hoeven afzien en slechts 1x de weg was kwijt geraakt. Ik had er op gerekend dat het een stuk zwaarder zou zijn. Behalve voelen wat afzien is, heb ik al mijn vooraf geformuleerde wensen mogen ervaren.

De laatste dag

De volgende morgen ben ik voor dag en douw weer onderweg. Er ligt een dichte nevel over het land en de spinnewebben zijn nat van de mist. Na een half uurtje zie ik een prachtig stuwmeer voor me liggen en ik volg de weg naar beneden. Op de stuwdam zie ik aan de ene kant een groot meer en aan de andere kant een woeste rivier. Ik vervolg m'n weg tot ik weer bij een stuwmeer kom en de weg onder water verdwijnt. Geen mogelijkheid om verder te gaan, dus heb ik de verkeerde weg genomen. Met mijn uitspraak van de vorige avond in gedachte moest ik hard lachen, een paar uur later al de verkeerde weg genomen!

Als ik omhoog keek zag ik de weg die ik had moeten volgen, heen en terug twee uur lopen. En dat, terwijl er voor die dag 40 kilometer op het programma stond om in Fisterra aan te komen. Fluitend liep ik terug omhoog. Ik had genoten van het stuwmeer en de woeste rivier.

Eenmaal weer op de juiste route kom ik na een paar kilometer bij een brede beek. De brug van grote natuurstenen is in de loop der jaren weggespoeld, alleen de grote blokken waarop de dekstenen lagen zijn nog aanwezig. Dat wordt dus schoenen uit en door de beek waden, maar ik heb een ander plan. Volgens mij kan ik gemakkelijk van de ene steen op de andere springen en zo droog aan de overkant komen. De eerste vier sprongen gaan goed, maar bij de vijfde moet ik scherp naar links draaien. Normaal een koud kunstje, maar met een rugzak van 14 kilo lukt die draai niet. Het gevolg is dat ik tot aan mijn kruis in het koude water beland. Daarbij verdraai ik mijn enkel. Snel klim ik uit het water en druipend sta ik op de oever, m'n rugzak nat en m'n schoenen vol water. Dat laatste is het ergste, tot ik m'n enkel voel. Ik kan er geen stap op doen. Even verderop zitten twee verbaasde mensen die mijn kapriolen hebben bekeken, het is het Duitse echtpaar. Zij hebben na het doorwaden juist hun droge schoenen weer aangetrokken. Ze bieden hulp aan, maar ik zou niet weten wat ze voor me kunnen betekenen, dus vervolgen ze hun weg.

Al mijn wensen vervuld

Snel trek ik mijn schoenen uit en maak mijn rugzak leeg. De waterschade is gelukkig gering en ook de binnenkant van mijn schoenen zijn alleen vochtig. Ik begin m'n enkel met Cranio Sacraal te behandelen en na een uurtje trek ik m'n schoenen maar weer aan om verder te gaan. Het lopen gaat wel, maar doet behoorlijk veel pijn. Nog 35 kilometer of zo te gaan. Is dit het afzien wat ik nog niet heb ervaren? Het lijkt er wel op. Ik doe m'n best om gewoon te lopen, want als ik m'n linker enkel ontzie wordt iets anders overbelast. Met elk kwartier een rustpauze vervolg ik m'n weg en waar ik kan drink ik even een kop koffie. Heuvel op gaat prima, maar als het heuvelafwaards gaat loop ik te zingen van de pijn.

Na vele uren zie ik eindelijk als ik weer boven op een heuvel loop, hoewel 400 m hoog is toch wel een berg, aan de horizon de oceaan. Dat is toch wel een heugelijk moment, want na 45 dagen is het eindpunt in zicht. Deze helling richting Cee aan zee is de meest pijnlijke en het is maar goed dat ik alleen loop. In Cee ga ik op zoek naar een apotheek om rekverband te kopen, maar het is tijd voor de siesta, dus alles is dicht. De deur van de apotheek is echter niet op slot en dus stap ik naar binnen. Ik probeer aan een Spaans sprekende vrouw mijn wens kenbaar te maken, maar ik begrijp haar niet en zij mij evenmin. Dan komt er een dame de winkel in met de vraag in het Engels of zij mij kan helpen. Ik heb geen idee waar zij vandaan komt. Zij vertaalt mijn wens en ik krijg een pracht van een rekverband. Buiten, in de schaduw op een bankje trek ik mijn schoen uit, geef een behandeling van een half uur en doe het rekverband strak om mijn enkel. M'n schoen zit niet echt lekker, maar het lopen gaat beter. Ik loop naar het strand om wat uit te rusten en te eten. Daar is een visser bezig met zijn boot. Ik vraag hem of hij mij naar Fisterra wil brengen, een beetje vals spelen mag toch wel, maar hij weigert.

Magie

Dus ga ik weer op weg. Het is nog ruim 15 kilometer naar Fisterra, want er loopt alleen een weg langs de bochtige kust. Na twee kilomter of zo komt er een oude vrouw aan die naar mijn gestrompel kijkt. Ze pakt me bij de hand en loopt een pad op dat stijl de berg op gaat. Boven gekomen laat ze mijn hand los en wijst naar het westen, waar het pad weer in de diepte verdwijnt. Het is een stuk korter zo en na een half uurtje sta ik bij een prachtig zandstrand. Vanaf hier gaat de weg slingerend langs de kust. Onderweg zie ik nog een roeiboot in de duinen liggen, alsof hij zo van een golf afsurft.

Om een uur of vijf zie ik Myra op een terrasje zitten met een groot glas bier. Als ik naast haar zit vraagt ze waarom ik zo laat ben. Zij heeft al gezwommen en een paar uur in de zon gelegen. Ik vertelde over mijn oefening in afzien. We spraken af om gezamenlijk te gaan eten, maar eerst wilde ik me opfrissen in de refugio. Als zij zover was zou ze op haar vingers fluiten.

Terwijl ik net onder de douche vandaan kwam hoorde ik iemand fluiten en ik liep snel naar een raam om te kijken waar Myra stond. Geen Myra, maar mijn 2 Italiaanse vrienden, Vana en Raffaelo, liepen in de straat voorbij. Nu floot ik en ze zagen me staan. Door het geopende raam vertelde ik over de eetplannen en ze zouden er ook zijn. Zij hadden de bus vanaf Santiago genomen.

Daarna hoorde ik opnieuw fluiten en daar stond Myra samen met nog een paar andere pelgrims die ook met de bus waren gekomen. We aten in een heel klein tentje aan de haven. Het eten was fantastisch en spotgoedkoop. Daar besloten we om die dag nog naar de Kaap te gaan om de wandeling af te ronden. Het was nog een kleine 3 kilometer en een bijzondere dag, namelijk 21 juni. Ik was blij dat ik mijn wandelschoenen aan had en de bandage stevig had omgedaan.

Toen we bij de kaap kwamen ging de zon net onder en ontstak de vuurtoren zijn licht. Op een uitstekende rotspunt pakte ik mijn stok van eucalyptus en wiep hem met een zwaai in zee met de woorden: ik kan niet verder, jij wel, doe het voor mij. Anderen staken sokken en schoenen in de fik, ieder had zo zijn eigen ritueel.

Op het moment dat ik mijn stok wierp was mijn wandeling voorbij. Het was tijd om naar huis te gaan. De volgende dag stapten we op de bus naar Santiago. Alle pelgrims die lopend gekomen waren werden heel erg wagenziek. Gelukkig had ik een stevige lege plastic zak die ik onderweg gevuld heb.

In Santiago heb ik op het station een kaartje gekocht naar huis. Terug in het centrum ontmoette ik een echtpaar dat gastvrouw/heer in een refugio was waar ik geslapen had. Ook in Santiogo beheerden zij een refugio, dus ik had mijn slaapplaats. Die middag ben ik weer naar de cathedraal gegaan en tijdens de mis werd het wierrookvat door een groep priesters door de kerk geslingerd. Nu was mijn Camino dus echt voorbij.

Het enige dat mij nog restte was met de bus terug naar Santiago en een dag later per trein dwars door Spanje, Frankrijk en België terug naar huis. 2200 kilometer in 22 uur, terwijl ik 45 dagen onderweg was voor de 1100 km van Lourdes naar Cabo Fisterra.

 

Helaas heb ik Myra niet meer terug gezien. Een jaar later is zij samen met Loretta weer op pad gegaan. Aangekomen in Santiago volde zij zich niet zo lekker en is gaan slapen terwijl de anderen ergens gingen eten. Zij is niet meer wakker geworden. Een mooi mens is heengegaan en ik heb nog heel vaak met plezier aan haar gedacht. 

 

 

 

Bedankt voor de aandacht.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.