De bloedige gevolgen van Tanja Nijmeijer's strijd.

Door Chrissoeters gepubliceerd op Wednesday 31 October 04:48

Wie in Nederland kent de stichting Mencoldes in Colombia? Ik vermoed dat slecht weinig mensen bevestigend kunnen antwoorden op deze vraag, maar iedereen kent Tanja Nijmeijer, die in de VS is aangeklaagd voor terrorisme. Dit artikel gaat over de gevolgen van Tanja's misdaden tegen de burgerbevolking van Colombia en op welke manier de stichting Mencoldes probeert deze mensen te helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan.

Op de vlucht in eigen land

Bijna nergens ter wereld zijn zoveel mensen door geweld gedwongen huis en haard te verlaten als in Colombia. Gedwongen ontheemding is niet alleen een neveneffect van het conflict, maar ook een bewuste strategie van strijdende partijen. Vele ontheemden belanden in de sloppenwijken van Bogotá. De stichting Mencoldes geeft materiële en psychosociale hulp aan ca. dertig tot veertig nieuwe gezinnen per maand en helpt vluchtelingen om een bedrijfje te beginnen als naaister, bouwvakker of monteur. Behalve Kerk in Aktie heeft nu ook de Europese Commissie besloten om de stichting Mencoldes te helpen.

Het gewapend conflict in Colombia, dat al meer dan 40 jaar duurt, liet in 2010 een verharding zien van de confrontaties en een gestage groei van de misdaad bendes die opereren in de steden en de verpauperde wijken. Feitelijk zijn deze bendes niets anders dan een voortzetting van de paramilitaire groepen, ontstaan uit het mislukte proces van demobilisatie. De gebieden van het land die het meeste te lijden hadden onder de oorlogvoerende partijen waren de provincies Chocó en Nariño  voor wat betreft sterftecijfers op het slagveld en hevigheid van de confrontaties tussen gewapende groepen, bestaande uit het leger dat strijd levert tegen de guerrillastrijders van de FARC, waarin onze eigen Tanja Nijmeyer vecht, en die op hun beurt weer oorlog voeren tegen de verschillende paramilitaire groepen.

Het zuidelijk gebied van Tolima blijft een van de meest getroffen gebieden in het gewapend conflict in Colombia. De geografische ligging maakt dit gebied een doorgang tussen de provincies Huila en Valle del Cauca en de moeilijke bereikbaarheid maakt het gebied tot een schuilplaats voor gewapende bendes. De nieuwe vormen van het gewapend conflict in de gebieden ten zuiden van Tolima en Caquetá, hebben de gedaanten van de ontheemding een andere vorm gegeven, van massieve verplaatsingen in de afgelopen jaren naar druppelsgewijze verplaatsingen, die zich concentreren in Neiva, Florencia en Ibagué, waar de meeste van hun land verjaagde boeren aankomen.

Volgens gegevens van Acción Nacional en het informatie bureau SIPOD, waren er in maart 2010, een totaal van 38,879 gezinnen gevlucht uit de provincie Tolima, wat neerkomt op een totaal van 160,122 personen. Tegelijkertijd zijn in deze periode 81,257 mannen, vrouwen, kinderen en oude van dagen aangekomen in Ibagué, waardoor dit het belangrijkste centrum geworden voor de ontheemde bevolking in het gebied. Het is hierdoor de belangrijkste stad geworden voor de verdreven plattelandsbevolking, de slachtoffers van het gewapende conflict.

De gezinnen die in Ibagué arriveren, komen vooral uit de provincie Tolima. De cijfers bevestigen dat de gedwongen ontheemding verder gaat. De cijfers van het Centrum voor hulp aan verdrevenen (UAO) geven aan dat tot oktober 2010, 1.738 gezinnen zich hebben aangemeld, d.w.z. dat er gemiddeld tussen de 150 en 160 gezinnen per maand arriveren. Tijdens eenbezoek aan de gemeente Chaparral (Diaconie en Mencoldes in oktober 2010), bevestigde ambtenaren dat er onvoldoende middelen zijn om de problemen aan te pakken, en dat het weinige dat wel wordt gedaan (een beetje voedselhulp) meestal gebeurd met middelen van de gemeente zelf. Sommigen slachtoffers moeten acht maanden of langer wachten op humanitaire noodhulp en er zijn geen andere nationale instellingen die de bevolking in nood tijdens deze eerste periode kunnen helpen.

Ondanks het feit dat Ngo’s zoals de stichting Mencoldes, ongeveer drie jaar geleden deze situatie hebben aangeklaagd is de nationale overheid nu pas wakker geworden als gevolg van de toename van vluchtelingen uit steden die wordt veroorzaakt door paramilitaire bendes, die voortdurend proberen controle uit te oefenen over gemarginaliseerde wijken in steden zoals Medellín, Bogotá en Soacha. De mensen vluchten vanwege bedreigingen en gaan naar andere woongemeenschappen. Van 151 gevallen kunnen er 73 worden toegeschreven aan paramilitairen en 45 aan guerrillastrijders. De overige zijn toe te schrijven aan niet geïdentificeerde groepen. De voormalige wethouder van de gemeente, Fernando Escobar, leverde kritiek op het feit dat volgens het stadsbestuur in zowel Soacha als in Bogotá er geen guerrillastrijders noch paramilitairen bestaan, terwijl de werkelijkheid anders is. Volgens hem zijn de reden waarom gezinnen vluchten de bedreigingen en de gedwongen inlijving bij zowel de FARC al de paramilitaire groepen. Het Hooggerechtshof heeft gevraagd om ook deze gronden als reden voor ontheemding te noemen, inclusief bedreiging door de politie, echer de overheidsinstantie Acción Social erkent deze gronden voor gedwongen ontheemding niet.

Volgens het laatste verslag van de gemeentelijke overheid van Soacha m.b.t. het onderwerp van ontheemding en veiligheid (oktober 2010), is er tussen maart 2008 en oktober 2010, 232 keer aangifte gedaan van bedreiging, meestal door ontheemde personen, wat aantoont dat mensen na aankomst in die gemeente extra kwetsbaar zijn. De bedreigingen kwamen vooral voor in de leefgemeenschappen met de grootste concentratie van mensen die van hun grondgebied zijn verdreven. Van de 232 aangiften zijn er 35 die betrekking hebben op bedreiging met gedwongen inlijving bij de guerrilla of paramilitairen. Het O.M. laat weten dat 114 bedreigingen gedaan zijn door paramilitaire groepen en criminele bendes en 37 door de guerrillastrijders. Echter, voor wat de politie betreft is het gewoon een probleem dat betrekking heeft op normale misdaad. De aanwezigheid van gewapende groepen in de gemeente wordt door hen ook niet toegegeven, evenmin als het bestaan van een gewapend conflict.

Het antwoord van de regering hierop blijft onvoldoende, ondanks de vele veroordelingen van het Hooggerechtshof en de duizenden vonnissen van andere justitiële instanties die nog steeds niet zijn uitgevoerd m.b.t. onderwerpen zoals Humanitaire Noodhulp, het opzetten van arbeidsprojecten en het schadeloos stellen van de ontheemde bevolking.

De ontwikkeling van de jurisprudentie is heel verschillend. Zo zijn er vonnissen verkregen waarin het recht op voorlopige huisvesting is vastgelegd in afwachting van een subsidie voor een woning en de toekenning van humanitaire hulp met terugwerkende kracht.

Uit verschillende delen van het land worden gezinnen opgevangen door de stichting Mencoldes. Uit de intake gesprekken kan worden opgemaakt dat de ontheemding grote economische, politieke, sociale en psychologische schade blijft veroorzaken aan de bevolking van Colombia. De bevolking die zich bij de stichting meldt zoekt op de eerste plaats economische hulp, zoals voedsel, potten en pannen, zeep en kleding, maar naarmate de tijd verstrijkt groeit de behoefte aan andere diensten zoals werk en inkomen.

De juridische afdeling van de stichting Mencoldes heeft bijstand verleend aan vele gevallen, advies gegeven en praktische voorstellen gedaan. Door middel van workshops werden praktische en theoretische voorstellen gedaan over de rechten die ontheemden aan de wet kunnen ontlenen. Op deze manier en door middel van de workshops, werd gezocht naar een plaats waar personen informatie konden inwinnen en adviezen konden krijgen met als doel de persoonlijke situatie van de ontheemden te versterken. Hen werd geleerd hoe zij stap voor stap met de situatie konden omgaan, maakte zij kennis met de wetgeving voor de ontheemden, het aanbod van overheids instanties en hoe zij hun rechten kunnen opeisen. Daarnaast werd gekeken naar mogelijkheden om alle bestaande wetgeving in zijn geheel door te nemen met als doel de slachtoffers van de ontheemding beter voor te bereiden bij het opeisen van hun rechten. Tot slot ontvingen zij informatie over hun grondrechten en hoe deze te claimen, daar Colombia beschikt over een uitgebreide wetgeving op dit gebied die helaas niet wordt nageleefd door de overheid.

Als onderdeel van de sociaal psychische training werden verschillende beroepen onderwezen. In Ibagué was dat kleding maken, kerstpoppen vervaardigen, kappersopleidingen en het vervaardigen van schoonmaak producten. In Soacha en Bogotá werden mensen opgeleid voor schoonheidsspecialiste, werden er computercursussen gegeven, hoe schoonmaakmiddelen te produceren, posters maken en kleding vervaardigen. In workshops konden de deelnemers hun kennis uitbreiden en nieuwe vaardigheden ontwikkelen om in hun eigen onderhoud te voorzien. Behalve het leren van commerciële vaardigheden, werden zij getraind op psychosociaal gebied. Dat wil zeggen dat alle beroeps opleidingen werden vergezeld door workshops voor persoonlijke ontwikkeling.

De activiteiten die werden opgestart zijn de volgenden: verkoop van etenswaren, verkoop van kleding, schoonheidsspecialiste, huishoudelijke producten, markten, snoepgoed, kunstzinnige producten, reparatie van elektrische apparaten, verkoop van belminuten door het verhuren van mobieltjes, kleermakerij, sieraden, fiets en brommer banden plakken, fiets taxi beginnen en vele anderen comerciële bezigheden.

De wijze waarop deze activiteiten hebben bijgedragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden, blijkt uit het volgende citaten: “Ik ben in staat te doen wat ik mij heb voorgenomen; Ofschoon de verkopen niet altijd even gemakkelijk is, heb ik steeds mijn gezin kunnen onderhouden; Het is inkomen en ik hoef niet langer mijn hand op te houden; Het is soms zwaar werk, maar ik kom tenminste niet langer met lege handen thuis.”

Het opzetten van bedrijfjes heeft niet alleen bijgedragen aan het verkrijgen van inkomen voor de gezinnen, maar ook bijgedragen aan de band tussen de gezinsleden omdat veelal moet worden samengewerkt waarbij elk lid van het gezin zijn steentje bijdroeg. Zo werd er samen geld verdiend en van elkaar geleerd.

Gedurende de jaren 2009 en 2010 heeft de stichting een beoordeling gemaakt vanuit een methodisch, strategisch en doelgericht plan. Ze heeft zich verdiept in thema’s zoals persoonlijke ontwikkeling, gerechtigheid, geslacht en de organisatie van gemeenschappen. Deze verdieping heeft niet alleen de projecten verduidelijkt, maar ook het werk op kernpunten van de stichting versterkt (juridische afdeling, fondswerving, psychosociale afdeling en de afdeling organisatie van leefgemeenschappen).

Voor wat betreft het project tonen de omstandigheden een toename van de kwetsbaarheid van de gezinnen die zich hebben aangemeld in de afgelopen twee of drie jaar, als gevolg van het feit dat het regeringsbeleid voor verbetering van de koopkracht, werkgelegenheid en woning subsidies, zijn stilgelegd. De onlangs ontheemde gezinnen moeten tot wel acht maanden wachten voordat zij gehoord kunnen worden door het O.M. om te kunnen worden ingeschreven in het RUPD (Register van Ontheemden) en toegang krijgen tot humanitaire noodhulp.

Een analyse van deze situatie brengt ons ertoe veranderingen te overwegen in de werkwijze van het CAID (Centrum van Mencoldes voor hulp aan de ontheemde bevolking) vanaf het idee van tijdelijke hulp tot aan voortdurende begeleiding. Gedurende 2011 zal worden gewerkt aan een versterking hiervan met als doel zich beter op het werk te oriënteren en een beter antwoord te geven op de behoeften van de gemeenschap.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een super artikel wat absoluut geschreven moet worden, top.
Super dikke duim van mij.
Duidelijk,voor een amateur schrijver een goed stuk neergezet.
Een dikke duim verdiend! Het is daar niet pluis, denk dat ik toch maar hier blijf wonen.
Mooi stuk, veel huiswerk hier! D