Wiskunde oefeningen 2: de aftrekking (natuurlijke getallen)

Door Jacobjones gepubliceerd op Thursday 05 September 10:37

In deze reeks geef ik een aantal extra oefeningen over diverse onderwerpen. In deze tweede aflevering behandel ik de aftrekking van natuurlijke getallen.   Veel succes!

Opgaven:

 

1/  25 – 9  = 16  Hoe heet men 25? Hoe heet men  9?  Hoe heet men 16?

 

2/Vul aan.

Het getal dat 11 kleiner is dan 28 is _____

Het getal dat 49 kleiner is dan 57 is _____

Het getal dat 25 kleiner is dan 96 is _____

Het getal dat 199 kleiner is dan 294 is _____

Het getal dat 244 kleiner is dan 333 is _____

 

3/Bereken uit het hoofd:

a/ 29 – 17 = _____

b/ 86 – 38 = _____

c/ 63 – 37 = _____

d/ 495 – 98 = _____

e/ 1587 – 999 = _____

f/ 351 + 123 – 151 = _____

g/ 3684 – 62 – 122 = _____

h/ 1254 – 307 + 1408 – 64 = _____

i/ 18766 – 8995 = _____

j/ 17729 – 2325 – 6417 = _____

 

4/Caroline gaat naar de supermarkt en koopt een diepvriesmaaltijd van 6 €, voor 24 € aan kaas en charcuterie, voor 13 € aan frisdranken en een flesje honing van 5 €. Aan de kassa betaalt ze met een briefje van 50 €. Hoeveel krijgt ze terug?

 

5/Een plank is 3 meter lang. De timmerman zaagt er een stuk van 125 cm af. Hoe lang is het stuk dat overblijft?

 

6/Aïsha is 15 jaar. Haar moeder Fatima is 41 jaar. Haar grootmoeder kreeg Fatima toen ze pas 17 jaar oud was. Hoeveel jaar is de grootmoeder ouder dan Aïsha?

 

7/Bereken het ontbrekende getal.

a/ ____ + 44 = 80

b/ 415 + 671 + ____ = 1800

c/ 154 + 333 + 997 + ____ = 1489

d/ 6175 + 7149 + 3218 + ____ = 20000

e/ 2589 – 671 = ____ – 489

 

8/Zoek de ontbrekende cijfers!

a/ _8 – 4_ = 35

b/ 7_5 – 31_ = 469

c/ _5_ –  3_8 = 256

 

 

Antwoorden:

1/het aftrektal – de aftrekker – het verschil     2/a/17     b/8      c/71      d/95       e/89       3/a/12    b/48     c/26     d/397     e/588     f/323     g/3500      h/2291       i/9771     j/8987     4/2 €     5/300 cm – 125 cm = 175 cm     6/43 jaar      7/a/36     b/714     c/5     d/3458     e/2407     8/a/78 – 43 = 35     b/785 – 316 = 469     c/654 – 398 = 256   




 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Goede oefeningen voor beginners qua wiskunde, oefening 8 is heel inventief.
Let enkel wel op het verschil tussen 'noemen' en 'heten' in oefening 1.
Er staan goede opgaven tussen. Alleen opgave 1 leek ERG onduidelijk:
1/25 â?? 9 = 16
één vijfentwintigste minus negen is toch: 0,04 - 9 = -8,96
Ik moest goed kijken en zag dat je met die 1 de opgave 1 bedoelde.
Er staan goede opgaven tussen. Alleen opgave 1 leek ERG onduidelijk:
1/25 â?? 9 = 16
één vijfentwintigste minus negen is toch: 0,04 - 9 = -8,96
Ik moest goed kijken en zag dat je met die 1 de opgave 1 bedoelde.